• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) volgens Tom Butler-Bowdon
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

mbti myers-briggs type indicator

MBTI myers-Briggs Type Indicator

De Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) is een test waarmee u iemands persoonlijkheidstype kunt meten. Hij bestaat sinds de jaren veertig. ... De ontstaansgeschiedenis van de test is vrij interessant. Het verhaal gaat dat Isabel Briggs tijdens een kerstvakantie met haar vriend, Clarence Myers, haar ouders bezocht. Hoewel haar ouders de jongeman aardig vonden, zei haar moeder Katherine dat hij anders was dan de rest van het gezin. Katherine raakte geboeid door het idee dat je mensen zou kunnen indelen naar persoonlijkheidstype. ... Later zette haar dochter (inmiddels Isabel Briggs Myers) haar werk voort.

(...)

Als u de feitelijke MBTI-test doet, die bestaat uit ja/nee-vragen, worden uw persoonlijkheidsvoorkeuren uitgedrukt in een vierletterige code, bijvoorbeeld ISTJ of ESFP. Hierna vindt u een samenvatting van de belangrijkste verschillen tussen de 16 types.

Manieren van waarnemen: sensing of intuiting

In Psychological types geeft Jung twee tegenovergestelde manieren waarop mensen naar de wereld kijken. Sommige mensen zien de realiteit alleen via hun vijf zintuigen (de observerende 'sensing' types). Anderen vertrouwen op hun onderbewuste, op een innerlijke bevestiging van wat echt of waar is. Dat zijn de 'intuïtieve' types. Mensen die vooral observeren worden in beslag genomen door wat er om hen heen gebeurt. Ze kijken alleen naar de feiten en vinden het minder interessant om zich met ideeën of abstracties bezig te houden. Intuïtieve mensen vertoeven graag in de onbekende wereld van ideeën en mogelijkheden en staan wantrouwig tegenover de fysieke realiteit. De manier van waarnemen die mensen het prettigst vinden en waar ze het meest op vertrouwen, gebruiken ze op jonge leeftijd en verfijnen ze in de loop van hun leven.

Manieren van oordelen: thinking of feeling

In termen van Jung en Briggs Meyers kiezen mensen een van de volgende twee manieren om tot een conclusie of oordeel te komen:

  • via 'thinking' (reflectie), volgens een logisch denkproces
  • via 'feeling' (op gevoel), waarbij ze nagaan wat het voor hen betekent
Mensen blijven trouw aan hun voorkeursmethode. Ze vertrouwen hun eigen manier het meest. Degenen die reflecteren vinden de gevoelstypes irrationeel en subjectief. Degenen die afgaan op hun gevoel vragen zich af hoe de 'thinking'-types in hemelsnaam objectief kunnen zijn over zaken die voor hen belangrijk zijn. Hoe kunnen ze zo afstandelijk of onpersoonlijk zijn?
Een kind dat een voorkeur heeft voor de gevoelsmatige aanpak zal waarschijnlijk goed op het relationele vlak uit de voeten kunnen. Het meer reflectieve kind zal beter zijn in het verzamelen, gebruiken en organiseren van feiten en ideeën.
De vier voorkeuren
De vier manieren Sensing (S), Intuition (N), Thining (T) en Feeling (F) vormen de vier basisvoorkeuren voor bepaalde waarden en normen, behoeftes, gewoontes en karakteristieken. Deze zijn:
  • ST Sensing en Thinking
  • SF Sensing en Feeling
  • NF Intuition en Feeling
  • NT Intuition en Thinking
ST-mensen werken graag alleen op basis van feiten die overeenstemmen met hun zintuiglijke waarneming, die kloppen met wat ze zien, horen, voelen, ruiken, proeven. Ze zijn praktisch ingesteld en komen het meest tot hun recht in banen waar zakelijke analyse belangrijk is, bijvoorbeeld als chirurg, rechter of advocaat, accountant of iemand die met machines werkt.
SF-mensen vertrouwen ook op hun zintuigen, maar hun conclusies zijn meer gebaseerd op hun gevoel ten aanzien van feiten dan op een zakelijke analyse ervan. Het zijn 'mensen-mensen' die werken in beroepen waarin ze hun persoonlijke aandacht kwijt kunnen, bijvoorbeeld als verpleegkundige, docent, sociaal werker, verkoper en andere beroepen waarin je 'service-met-een-glimlach' verleent.
NF-mensen zijn ook warm en vriendelijk. Ze richten zich echter niet zozeer op de situatie maar op de feiten, maar zijn meer geïnteresseerd in hoe dingen verbeterd kunnen worden en wat er in de toekomst mogelijk is. Ze houden van werk dat hun communicatieve gave combineert met hun behoefte om dingen te verbeteren. Bijvoorbeeld docent op hoog niveau, priester, marketing- en reclamemedewerker, adviseur, psycholoog, schrijver en onderzoeker.
NT-mensen zijn ook gericht op mogelijkheden, maar zetten hun rationele, analytische vermogens in om resultaten te bereiken. Ze zijn veel te vinden in beroepen waar slimme oplossingen voor problemen noodzakelijk zijn, met name in de typische betavakken zoals de wetenschap, computers, wiskunde en financiën.
Extravert en introvert
Uw voorkeur voor extraversie (vooral op de buitenwereld gericht zijn) of introversie (meer belangstelling voor de binnenwereld van ideeën) staat los van uw voorkeuren voor 'sensing, thinking, intituition en feeling'. U kunt bijvoorbeeld een extravert NT-type zijn (een ENT), of een introvert 'sensing' gevoelstype (een ISF). De beginletter van uw vierletterige code, E of I, geeft uw voorkeur voor introversie of extraversie aan.
Dominante processen en hulpprocessen
Hoewel we allemaal meer dan een voorkeur hebben, zal er altijd eentje domineren. Neem bijvoorbeeld een NT-type dat zowel een voorkeur heeft voor Intuition als voor Thinking. Als reflectie zo iemand toch het meeste aanspreekt, wordt dat zijn dominante proces. Intuïtief kan zo iemand iets oké vinden, maar dat moet dan wel bevestigd worden met objectieve feiten. Thinking is een oordeelsproces. Het laatste element in het type van deze persoon is dan ook 'Judgement'. Hij is een ENTJ. De andere eindletter is de P van Perception. Dit duidt op een grote behoefte aan dingen beter willen begrijpen.
Dat we een dominant proces nodig hebben om 'onze ik' in balans te brengen, is volkomen begrijpelijk. Jung ging echter nog verder. Volgens hem heeft iedereen ook een 'hulpproces'. Introverte mensen hebben bijvoorbeeld extraversie als hulp zodat ze nodig 'een naar buiten gezicht' kunnen opzetten. Extraverte mensen gebruiken introversie om voor hun innerlijke zelf te zorgen. Voor beide geldt dat wie zijn hulpproces weinig gebruikt, erg eenzijdig leeft en daar in zijn leven ook last van zal hebben. In onze extravert-georiënteerde maatschappij is volgens Briggs Meyers de straf voor introverte mensen die hun hulpproces niet ontwikkelen groter dan voor extraverte mensen die hun innerlijk verwaarlozen.
Het doel van persoonlijkheidstyperingen is onze waarneming en onze manier van oordelen, beide geassisteerd door de hulpprocessen, te versterken. Briggs Myers merkt op: "Perception zonder te oordelen is karakterloos en laf. Judgement zonder waar te nemen is blind. Introversie zonder enige extraversie is onpraktisch. Extraversie zonder introversie is oppervlakkig."
Laatst aangepast op maandag, 23 december 2019 08:20  
Leren volgens Jaap van 't Hek en Leike Oss
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Jaap van 't Hek en Leike Oss beschrijven in hun boek Onveranderbaarheid van organisaties wat zij verstaan onder leren in het algemeen en binnen organisaties in het bijzonder:

jaap hek leike oss onveranderbaarheid organisaties leren

De geleerde organisatie: het cognitieve aspect van robuustheid

... Onder cognitie verstaan we het vermogen tot verwerken van informatie en het geheel van kennis, inzichten en vaardigheden dat daaruit voortkomt.

(...)

Leren is het proces waarin we ons een vaardigheid eigen maken door te oefenen, met vallen en opstaan.

(...)

Leren is datgene wat geheugen actualiseert, verdiept en versterkt. Natuurlijk is leren ook de eigenschap waarmee je kennis vernieuwt en jezelf of de organisatie verandert. ... Met het feit dat leren die twee kanten heeft, het vermogen om wat je weet te verdiepen en om nieuwe dingen te leren, kunnen we laten zien hoe onveranderbaarheid onderdeel is van organisaties. Leren van nieuwe dingen is makkelijker dan het afleren van wat al geleerd is. Iedereen die in een bepaalde sport een bepaalde beweging niet goed heeft aangeleerd, weet hoe moeilijk het is die weer af te leren of te vervangen door een betere. ... Wat eenmaal geleerd is, leer je niet zomaar weer af. Probeer maar eens om niet meer te kunnen fietsen, of om de tafel van zeven af te leren. Tegelijkertijd versterkt en verdiept iedere handeling die met die kennis te maken heeft de vaardigheid of het vasthouden van het geleerde.

Datzelfde geldt voor organisaties: organisaties kunnen nieuwe dingen leren, maar elke handeling die te maken heeft met wat al geleerd is, versterkt en verdiept die vaardigheid of kennis van de groep of organisatie. Zo ontstaan ingesleten werkelijkheidsbeelden die met iedere activiteit versterkt worden, en verder ingesleten raken.

Leren: de dynamische kant

Leren is het proces waarmee mensen kennis creëren uit informatie uit hun omgeving. Dat kan door kennisoverdracht: mensen kunnen actief leren door bijvoorbeeld een cursus te volgen of een boek te lezen. Leren kan natuurlijk ook door net zolang te oefenen tot je iets kan. Eindeloos met een voetbal op een garagedeur oefenen tot je de bal met grote precisie steeds in de rechterbovenhoek krult bijvoorbeeld. Maar kennis wordt in een sociale setting als een organisatie meestal niet alleen individueel, maar vooral in interactie met elkaar gecreëerd.

(...)

Vaardigheid en bekwaamheid

Leren betreft voor een deel het handelen en de vaardigheden die daarvoor nodig zijn. Als je een kleermaker vraagt waarom hij precies doet wat hij doet, is er een grote kans dat hij heel belangrijke overwegingen vergeet te vertellen, omdat hij zich wel bewust is van de routine, maar niet van de precieze, daaronder liggende afwegingen. En de ervaren automobilist kan, terwijl hij feilloos rijdt, ook nog talloze andere dingen doen. Maar als je heb vraagt een beginner te leren rijden, is hij waarschijnlijk niet in staat om systematisch uit te leggen wat je eigenlijk doet als je autorijdt.

Een veel gehanteerd model waar we de bron niet van hebben kunnen achterhalen beschrijft hoe het aanleren van vaardigheden in fasen verloopt:

(1) In eerste instantie zijn mensen onbewust onbekwaam: ze weten niet dat ze een bepaalde vaardigheid nog niet onder de knie hebben. Dat is op zichzelf niet erg, de vaardigheid is niet nodig. Wat niet weet, dat niet deert, in dit geval.

(2) Al lerend worden mensen bewust onbekwaam: ze weten dat ze een bepaalde vaardigheid nog niet onder de knie hebben. In deze fase ontstaat het bewustzijn van het tekort en is er nog geen vermogen dit tekort op te lossen. En dat maakt dat veel fout gaat, omdat we proberen het anders te doen, maar dat nog niet kunnen.

(3) In de derde fase worden mensen bewust bekwaam: door oefening leren mensen de vaardigheid en worden er bekwaam in. Ze zijn nog wel bewust bekwaam; het is nog nodig om bewust te handelen. De aandacht voor het nieuwe gedrag vraagt veel concentratie.

(4) In de vierde fase zijn mensen onbewust bekwaam: de vaardigheid is zo vanzelfsprekend geworden dat bij de toepassing niet meer nagedacht hoeft te worden. Het gaat nu 'van nature'.

(...)

Kennis

Leren leidt tot verschillende soorten kennis. Lam (2004) onderscheidt individuele en collectieve kennis enerzijds en impliciete en expliciete kennis anderzijds.

Individuele kennis kan onafhankelijk van de context worden toegepast op vraagstukken die zich voordoen aan het individu. Als een individu vertrekt in een organisatie neemt hij zijn individuele kennis mee en kan die elders toepassen.

Collectieve kennis hangt samen met de wijze waarop kennis zich ontwikkelt en verspreidt in een gemeenschap of in gemeenschappen. Deze kennis is geaccumuleerd in interactie en wordt opgeslagen in procedures, routines, gewoonten en normen die gebruikt worden. Deze kennis is 'eigendom' van de gemeenschap die haar gebruikt.

Expliciete kennis is kennis die via een formele, systematische taal kan worden overgebracht op anderen. In dit voorbeeld over autorijden gaat het om kennis over verkeersregels, over hoe de auto werkt en over hoe je de verkeersregels toepast terwijl je autorijdt. Dit is in informatie die bijvoorbeeld een lesinstructeur aan je kan overbrengen en die je kunt reproduceren.

Impliciete kennis is de kennis die iemand opdoet over het handelen in een specifieke context en is moeilijk los van die context over te dragen. Zo zal de kleermaker in Turkije of India zich anders gedragen dan in Nederland, niet zozeer in het bedienen van de naaimachine, maar wel in het vertalen van klantwensen en de lokale mores van het vak. Waarin impliciete kennis van een automobilist in Turkije of India weinig verschilt van die van een automobilist in Nederland, laat zich makkelijk raden. Impliciete kennis zijn de regels die je leert in interactie met je omgeving en die nader invulling geven aan je bekwaamheid.

Zie ook: Belangrijke onderwijskundige begrippen - Vierfasenleermodel ('bewust bekwaamwordingsproces')

Bron: Onveranderbaarheid van organisaties, Jaap van 't Hek & Leike Oss

Tags:
Laatst aangepast op maandag, 25 mei 2020 19:27  
PDCA-cirkel volgens Kees Tillema
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

pdca deming cirkel

Kees Tillema beschrijft in zijn boek Technieken voor procesverbetering de Deming-cirkel:

processen proces activiteit doel resultaat

De Deming-cirkel gaat uit van het volgende:

  1. PLAN: plan activiteiten voordat je start. Geef aan wat de beoogde resultaten zijn en welke middelen er benodigd zijn.

  2. DO: voer activiteiten uit conform planning

  3. CHECK: verifieer periodiek of planning en realisatie nog overeenstemmen;

  4. ACT: onderneem actie, grijp in indien planning en realisatie niet overeenstemmen en maak een plan voor deze acties.

Bron: Technieken voor procesverbetering, Kees Tillema

Laatst aangepast op woensdag, 18 december 2019 08:29  
Succesvol verbeteren volgens Kees Tillema
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

verbeteren kees tillema

In zijn boek Technieken voor procesverbetering beschrijft Kees Tillema 5 voorwaarden voor een succesvol verbetertraject:

processen proces activiteit doel resultaat

Elk verbetertraject kent vijf basisvoorwaarden voor succes:

  1. De deelnemers moeten naar elkaar kunnen en willen luisteren;

  2. De deelnemers moeten respect voor elkaar hebben;

  3. Alle deelnemers moeten de verbetermogelijkheden van het proces ervaren;

  4. Alle deelnemers moeten de verbetermogelijkheden kunnen beïnvloeden;

  5. Er moet een gemeenschappelijk belang bij het resultaat bestaan.

(...)
[H]et verbeterde proces moet verankerd worden in de organisatie. Het gevaar is namelijk aanwezig dat om bepaalde redenen de betrokken medewerkers de verbetering niet in hun dagelijkse werkzaamheden integreren.
(...)
Een adequate borging is het laatste onderdeel van excellente verbeteringen. Het vereist heldere en eenduidige afspraken over de werkzaamheden die worden uitgevoerd door vakbekwame medewerkers.

Samengevat kunnen we excellent visualiseren als weergegeven in bovenstaande figuur.

Bron: Technieken voor procesverbetering, Kees Tillema

Laatst aangepast op woensdag, 18 december 2019 10:12  
Workflow learning volgens Bob Mosher
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob mosher workflow learning

Wilma Baltes interviewt Bob Mosher over wat workflow learning is en hoe je hier het best mee kunt beginnen.

Laatst aangepast op zaterdag, 22 februari 2020 07:45  
Vaardigheden volgens Erik Deen & Mariël Rondeel
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kennis houding vaardigheden bekwaamheid

Erik Deen en Mariël Rondeel beschrijving in het boek Opleidingskunde vier vormen van vaardigheden:

leren vaardigheden kennis houding

Leren van verschillende types vaardigheden

Een bekwaamheid is een combinatie van kennis, vaardigheden en houding nodig om effectief te handelen in een kenmerkende praktijksituatie. Het is zinvol de vaardigheden binnen een bekwaamheid te duiden in termen van reproductief of productief zodat de ontwerper daar bij de keuze van leerinterventies rekening mee kan houden. We delen de vaardigheden vervolgens in vier domeinen in: cognitief, psychomotorisch, reactief, interactief.

Het grootste onderscheid is het onderscheid tussen de werkvormen die je kiest voor reproductieve of productieve vaardigheden. Bij reproductieve vaardigheden (vaste procedures en routines) is een werkvorm die voordoet, aanbiedt en voorschrijft het meest effectief. Voor productieve vaardigheden zoekt de ontwerper het liefst werkvormen waarin zelf ontdekken en feedback ontvangen, de ruimte krijgen.


Werkvormen bij reproductieve vaardigheden

(Toepassen procedures)

Werkvormen bij productieve vaardigheden

(Toepassen principes & strategieë)

Cognitieve vaardigheden

Intellectuele vaardigheden zoals analyseren, besluitvorming, logisch denken

  • Routinewerk geleerd volgens instructie: voordoen, nadoen en feedback krijgen
  • Leren via job aids / help-functies
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Zelfstudie of klassikale instructie
  • Verwerkingsopdrachten
  • E-learning volgen (met toetsing)
  • Uitvoeren onderzoeksproject in het werk
  • Samenwerken met expert aan lastige klussen
  • Werken aan oplossingen voor nieuwe vraagstukken met op achtergrond mentor, coach, ...
  • Working out loud (hardop zeggen of delen op sociale medial wat je doet)
  • Whatsapp-groep, Yammer, ...
  • Casuïstiek, simulaties, game
  • Blog, artikel, paper schrijven
  • Presentatie geven
  • Workshop verzorgen

Psychomotorische vaardigheden

Lichamelijke vaardigheden zoals timmeren, opereren, besturen van bus, boetseren

  • Routinewerk geleerd volgens instructie: voordoen, nadoen en feedback krijgen
  • Leren via job aids / help-functies
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Training / skills lab voor het inslijpen van de vaardigheid
  • Video-opnames van eigen werk bekijken (eventueel met expert)
  • Meester-gezel-koppels vormen
  • Steeds lastiger klussen doen
  • Training / skills lab voor het ontdekken van eigen aanpak
  • Virtual reality / simulaties

Reactieve vaardigheden

Reageren op mensen, gebeurtenissen, gevoelens, houding, mening, zelfbeheersing

  • Zelfbeoordeling aan de hand van checklists over bijvoorbeeld vereiste beroepshouding
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Deelnemen aan intervisie
  • Coaching

Interactieve vaardigheden

Interpersoonlijke vaardigheden zoals communiceren en samenwerken

  • Observeren van anderen en vervolgens nabespreken aan de hand van checklist
  • (Online) rollenspel gericht op juiste uitvoering vaardigheid
  • Werkbegeleiding
  • Coaching on the job
  • Observeren van anderen en vervolgens nabespreken
  • Participeren in groepsdiscussies
  • Meedoen in project
  • Video interactie-analyse
  • (Online) rollenspel
  • Interviewen van experts, vakgenoten, collega's
  • Coaching

Bron: Opleidingskunde - leren in het werk, rond het werk, voor het werk, Erik Deen & Mariël Rondeel

Laatst aangepast op woensdag, 26 februari 2020 16:45  
3 vormen van kwaliteitstoetsing volgens Wim Hartman
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

3 vormen kwaliteit toetsing

Wim Hartman beschrijft in het boek Organisatie van de informatieverzorging drie vormen van het toetsen van kwaliteit:

Kwaliteitsbeheersing versus controle

De termen toetsing, (interne) controle, audit en kwaliteitsbeheersing hebben verwantschap. Wij hebben als benaming voorkeur voor toetsing boven (interne) controle; en voorkeur voor kwaliteitsbeheersing boven toetsing.

(...)

Het is noodzakelijk om in dit hoofdstuk over kwaliteitsbeheersing dieper in te gaan op de controlebegrippen zoals deze in de accountancy tot ontwikkeling zijn gekomen en sindsdien intensief worden gehanteerd.

Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • Zelfcontrole
  • Controle op anderen, sub interne controle
    • Door de leiding
    • Als nevenfunctie
    • Door een verbijzonderde functie
  • Externe controle
(...)
Zelfcontrole
Zelfcontrole is controle door de uitvoerder zelf. Er is derhalve slechts sprake van één functie. Voor de desbetreffende functionaris geldt: 'bezint eer gij begint'. Dat wil zeggen hij heeft als taken voorafgaande aan de uitvoering:
  • Bepalen van de normen voor het uitvoeren;
  • Bepalen van de verwachte uitkomst van zijn arbeid;
  • Bepalen van de daartoe benodigde middelen (inclusief inspanning).
(...)
Veelal worden de twee wijzen waarop zelfcontrole wordt uitgeoefend, onderscheiden met de aan de cybernetica ontleende termen.
- vooruitkoppeling (feed forward): de controle tijdens de uitvoering van de handelingen, op de handelingen;
- terugkoppeling (feed back): de controle op het resultaat van de handeling.
Controle door de leiding
In dit geval van interne controle is sprake van twee functies, te weten uitvoerder (etc.) en normsteller. Een bewaarder is ook een uitvoerder.
De normsteller kan optreden in de gedaante van opdrachtgever, beschikker, initiator, autorisator of controleur. In dit laatste geval is de controleur ook de ontwerper van de norm. Voorbeelden: ontvangstcontrole; kwaliteitscontrole door een laboratorium-afdeling.
Controle namens de leiding
In dit geval van interne controle is sprake van drie functies:
1. Uitvoerder
2. Normsteller
3. Controleur
De controleur kan controleren als nevenfunctie (bijvoorbeeld de afdeling Administratie) maar ook als verbijzonderde hoofdfunctie (bijvoorbeeld afdeling Interne Controle).
De controleur toetst (vergelijkt) norm aan (meting, registratie, rapportage van) uitvoering en informeert over de uitkomsten van de toetsing zowel de normsteller als de uitvoerder. Deze laatste wordt als regel verzocht om een toelichting op de geconstateerde verschillen te geven.
(...)
Externe controle
Externe controle is controle, uitgevoerd door onafhankelijk, niet tot de organisatie behorende instanties. In het algemeen zijn dit openbare accountants.

Bron: Organisatie van de informatieverzorging, W. Hartman

Laatst aangepast op maandag, 09 december 2019 14:32  
(Ont)leerstijlen volgens Tesia Marshik
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

In dit TEDxUWLaCrosse-filmpje ontkracht Tesia Marshik de theorie van de leerstijlen.

Ze wijst op het belang van betekenis en de leerinhoud zélf:

- Het meeste van wat je leert wordt opgeslagen in termen van betekenis.

- De beste manier om iets te leren (of doceren) hangt af van de 'content' zelf.


Tags:
Laatst aangepast op donderdag, 28 november 2019 19:25  
Job aids volgens Dave Fergusson
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

job aid taakhulp performance support

Job aid-goeroe Dave Ferguson verzamelt op www.ensampler.com voorbeelden van job aids (taakhulpjes).

Hij definieer een job aid als volgt:

job aid taakhulp performance support

Een taak hulp is informatie die gebruikt wordt op de werkplek en iemand in staat stelt om resultaten te produceren die de moeite waard zijn, terwijl het de behoefte vermindert om te onthouden hoe en wanneer je de dingen moet doen die hiervoor nodig zijn.

Een taakhulp organiseert in essentie informatie die je nodig hebt bij het uitvoeren van een bepaalde taak, het gaat er hierbij om dat je ter plekke geholpen wordt zonder een beroep te hoeven doen op je geheugen.

In het artikel Types of job aids beschrijft Dave Fergusson dat hij onderscheid maakt tussen zes soorten taakhulpen (job aids):

(1) Checklist (ondersteunt accuratesse & compleetheid)
Ondersteunt accuraat werken zonder dingen te vergeten door het aangeven welke items of stappen meegenomen (mee)genomen moeten worden in een overweging of om iets af te maken.

(2) Beslistabel (als x, doe dan y)
Tabel die je door een of meer voorwaarden leidt ("als A waar is, en als B waar is...") om een te nemen.

(3) Stroomschema (vergelijkbaar met beslistabel, maar dan zonder vakjes en pijlen)
Schema dat je door een aantal voorwaarden of tussentijdse beslissingen leidt om op een bepaalde einduitkomst uit te komen.

(4) Procedure (stap-voor-stap een bepaald uitkomst bereiken)
Leidt je door een opeenvolging van stappen die nodig zijn om een bepaald resultaat te realiseren (vgl. kookboek met stap-gerichte benadering bij een recept).
Een procedure maakt vaak ook gebruik van andere job aids, zoals een beslistabel.

(5) Referentie (verzamelen + organiseren informatie; zodat je dit zelf niet hoeft te doen)
Job aid waarin een bepaalde set aan informatie verzameld en georganiseerd wordt. Een referentie ondersteunt vaak géén losse taak, maar wordt vaak gebruikt als een snel geheugensteuntje. 

(6) Werkblad (verzamelen van informatie en berekeningen uitvoeren)
Hulpmiddel voor het vastleggen en organiseren van informatie. Het primaire doel is het verzamelen van gegevens.

Bron: Types of job aids, Dave Fergusson

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 23 november 2019 20:55  
Bloom's (gereviseerde) taxonomie volgens Anne-Will Abrahamse
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

revisie taxonomie bloom krathwohl

In het artikel Bloom versus Marzano - Higher order thinking bevorderen a.d.h.v. een taxonomie beschrijft Anne-Wil Abrahamse de taxonomie van Benjamin Samuel Bloom (1956) en de door David Reading Krathwohl (e.a.) in 2001 gereviseerde versie [PDF] van Bloom's taxonomie:

bloom taxonomie krathwohl leerdoelen

De welbekende taxonomie van Benjamin Samuel Bloom1, is geformuleerd als een instrument om toetsvragen uit te wisselen tussen faculteiten van verschillende universiteiten. De universiteiten liepen namelijk tegen het probleem aan, dat het veel werk en tijd kost om op een goede manier studenten te examineren. In samenwerking met een team van specialisten, heeft Bloom in 1956 de uiteindelijke versie van de taxonomie gepubliceerd(Figuur 1). Door middel van de taxonomie, konden de toetsvragen worden geclassificeerd op basis van educatieve doelstelling. Op deze manier kon er een database van toetsvragen voor tentamens worden gemaakt, waarbij docenten toetsvragen konden selecteren die overeenkwamen met de doelstellingen van hun onderwijs. Bij elke toetsvraag was namelijk concreet gemaakt wat er verwacht werd dat de studenten hadden geleerd, als resultaat van het ontvangen onderwijs.

Bloom beschouwde de taxonomie als meer dan een classificatie-instrument. Zo was hij ervan overtuigd dat het ook de communicatie tussen betrokkenen kon bevorderen over leerdoelen. Op deze manier zou de taxonomie als ‘gemeenschappelijke taal’ kunnen dienen. Daarnaast kon het gebruikt worden als basis, vanwaaruit een cursus of curriculum opgebouwd kan worden. Daarbij kon de taxonomie ook als instrument dienen om leerdoelen, leeractiviteiten, assessments en examinering en dergelijke op elkaar af te stemmen. Ten slotte zag Bloom de taxonomie ook als een middel waardoor de grote verscheidenheid aan mogelijkheden binnen het onderwijs zichtbaar werd gemaakt, waarbij de grenzen van cursussen of curricula met elkaar vergeleken konden worden. Vijfenveertig jaar later, in 2001, is er door Anderson en Krathwohl een herziene versie van de taxonomie van Bloom gepubliceerd. Deze versie is ook in samenwerking met een team van experts in verschillende domeinen tot stand gekomen. Een opvallende wijziging is dat de categorieën in de herziene versie bestaan uit werkwoorden, en geen zelfstandig naamwoorden (bv. ‘herinneren’ i.p.v. ‘kennis’). Daarnaast komt ‘evalueren’ in de nieuwe versie vóór ‘creëren’, omdat de evaluatie als een voorwaardelijk proces wordt gezien om te creëren.

De belangrijkste wijziging is echter dat erin de herziene versie onderscheid wordt gemaakt in kennisdimensies en cognitieve processen, waardoor de taxonomie tweedimensionaal werd, in plaats van uni-dimensionaal. In de oorspronkelijke taxonomie was de categorie ‘kennis’ namelijk een uitzondering, omdat het zowel omschreven werd als ‘herinneren’, maar ook als het hebben van feiten, handelswijzen, principes en dergelijke. Anderson en collega’s hebben vanwege de verwarring die dit opleverde, de taxonomie tweedimensionaal gemaakt. Op deze manier kan er duidelijk worden gemaakt wat het onderwerp van het leerdoel is (soort kennis) en wat de lerende hiermee moet kunnen doen (cognitief proces). Daarbij hebben Anderson en collega’s ook meta-cognitieve kennis als vorm van kennis toegevoegd. Meta-cognitieve kennis gaat over het hebben en het bewustzijn van je eigen kennis en denkprocessen, zodat je deze ook kan beïnvloeden.

(...)

Ten slotte wordt door Krathwohl opgemerkt dat de taxonomie gaat over het cognitieve domein en voornamelijk gebruikt wordt om leerdoelen binnen een cursus/curriculum te analyseren en classificeren. Met behulp van de taxonomie kan namelijk concreet worden gemaakt wat de (of juist het gebrek aan) diepte en breedte van een leerdoel is.


Bron:


Laatst aangepast op dinsdag, 22 oktober 2019 14:06  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

A firm's income statement may be likened to a bikini - what it reveals is interesting, but what it conceals is vital.

Burton G. Malkiel in A Random Walk Down Wall Street.

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 227 gasten online
Artikelen

care about work show them dan markowitz

Banner

sterker ooit brené brown vallen opstaan

Sterker dan ooit
De wijsheid van vallen en opstaan
Brené Brown

Bij Bol.com | Managementboek



Lean boekentips

The Hoshin Kanri Forest
Lean Strategic Organizational Design
Javier Villalba-Diez

Bij Bol.com


Banner