• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
Hardlopen: intervaltraining volgens Fritz Zintl
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

running hardlopen

intervaltraining

Intervalmethoden

Intervalmethoden

(a) aan de hand van de belastingsintensiteit:
(a.1) extensieve intervallen (belastingintensiteit geringer, pauzes korter)
(a.2) intensieve intervallen (belastingsintensiteit hoger, pauzes langer)
(b) aan de hand van de belastingsduur
(b.1) Korte intervallen (15-60 sec., meestal 20 sec.)
(b.2) Middellange intervallen (1-3 min., meestal ca. 60 sec.)
(b.3) Lange intervallen (meestal ca. 3 min.)

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle intervalmethoden is de planmatige wisseling van belastings- en herstelfasen (intermitterende arbeid). In de herstelperioden wordt geen volledig herstel bereikt. De pauze kan afhankelijk van de belastingsintensiteit, de belastingsduur en de trainingstoestand tussen een halve minuut en meerdere minuten variëren.

Het criterium voor herstel is de hartfrequentie (120-130 HF/min.). Wordt met series gewerkt (bijv. 4-6 herhalingen) dan wordt tussen twee series een zogenaamde serie van langere duur gepland, om zich de snel ontwikkelende vermoeidheid uit te stellen. De winst van deze training is met name te zoeken in het voortdurend aan- en uitschakelen van de belastingsfase, en minder in de belastingsfase of herstelperiode zelf. Tijdens de belasting moet het hart veel arbeid tegen hoge druk verrichten (hartdrukarbeid, vanweg de verhoogde perifere weerstand) waardoor een hypotrofie van het hart ontstaat. Tijdens de herstelperiode overheerst hartvolumearbeid (vanwege de gedaalde perifere weerstand) wat leidt tot een grotere hartinhoud.

Over het algemeen wordt met de intervalmethode een verbetering van de functies van de afzonderlijke organen bereikt. Op het coördinatieve gebied resulteert deze training in een verfijnde (snellere, krachtiger) bewegingsuitvoering bij storende invloeden (zoals vermoeidhed vanwege verzuring of uitputting fosfaatvoorraden).

Extensieve intervalmethode (methode voor langere intervallen)
  • Belastingintensiteit: submaximaal, 75-85% VO2max
  • Belastingduur: 3-8 minuten, ook tot 15 min.
  • Pauze: met gereduceerde activiteit tot HF onder 120 HF/min., richttijd 3 min. (niet langer)
  • Belastingomvang: 50-60 min. (incl. pauze; 6-10 belastingen)
Extensieve intervalmethode (methode voor midellange intervallen)
  • Belastingintensiteit: submaximaal-maximaal, 80-105% VO2max
  • Belastingduur: 1-3 minuten
  • Pauze: met gereduceerde activiteit tot HF onder 120 HF/min., richttijd 2-3 min. (niet langer)
  • Belastingomvang: 40-45 min. (incl. pauze; 9-15 belastingen)

Trainingseffecten o.a.

  • Ontwikkeling van hart en vaatstelsels (hart, zuurstofcapaciteit)
  • Capillarisatie (minder dan bij duurmethoden)
  • Verbeterde anaeroob/aerobe stofwisseling via glycogeenverbruik
  • Activering van de lactaatproductie (ST-vezels) en verbetering van de lactaateliminatie
Mogelijkheden/doelstellingen
  • Verbetering van de aerobe capaciteit op het hoogste niveau met inmenging van anaerobe processen
  • Verbetering VO2max (vooral door verbetering centrale factoren)
  • Verhogen van de IAND en AD
  • Ontwikkelen van de anaerobe capaciteit
  • Lactaatcompensatietraining
  • Krachtduurtraining
Bij de intensieve intervalmethoden liggen de belastingintensiteiten met betrekking tot de VO2max in het maximale tot supramaximale niveau (100-130% VO2max). In de trainingspraktijk wordt daarom de intenstiteit meestal met behulp van de snelheid aangeduid en wel als een percentage van de snelheid van de beste persoonlijke prestaties bij wedstrijden (% wedstrijdsnelheid). Wat betreft de pauzes komt ook het serieprincipe met korte intervalpauzes en langere seriepauzes ter sprake. Daarmee moet een snelle ontwikkeling van de vermoeidheid worden vermeden.
Intensieve intervalmethode (methode voor korte intervallen)
  • Belastingintensiteit: 95-100% van de wedstrijdsnelheid
  • Belastingduur: 20-40 sec.
  • Pauze: 30-90 sec. intervalpauzes, 3-5 minuten seriepauzes, of 3 min. intervalpauzes, 3-voudige belastingsduur
  • Belastingomvang: 20-30 min. (6-10 belastingen)
Intensieve intervalmethode (methode voor middellange intervallen)
  • Belastingintensiteit: 90-95% van de wedstrijdsnelheid
  • Belastingduur: 60-90 sec.
  • Pauze: 3 min. intervalpauzes, eventueel langer
  • Belastingomvang: 20-25 min. (3-6 belastingen)
Trainingseffecten o.a.
  • Activering en stijging van de lactaatproductie
  • Verbetering van de buffercapaciteit en zuurtolerantie
  • Activering van aerobe processen voor het inlossen van de zuurstofschuld (in de pauzes)
  • Verbeterde hartprestaties
Mogelijkheden/doelstellingen
  • Ontwikkeling en verbetering van de lingen anareobe capaciteit, via een verbeterde lactaatproductie, een verbeterde buffercapaciteit en zuurtolerantie
  • Verbetering herstel in korte perioden
  • Zuurtolerantietraining
  • Ontwikkeling van de anearobe capaciteit
  • Lactaatcompensatietraining
  • Snelheids- en krachtduurtraining
  • Uitoefening van de bewegingstechniek onder wedstrijdomstandigheden

Bron: Duurtraining - basisprincipes, methoden en trainingsbegeleiding, Fritz Zintl

 

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 18:46  
Operational excellence volgens Marcel van Assen
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

product leadership customer intimacy operational excellence waardedisciplines treacy wiersema

In het artikel Operational Excellence (OpX) & Lean Six Sigma moderniseert Marcel van Assen het begrip Operational Excellence uit het model van Treacy & Wiersema. Van Assen verbreed hierbij de eenzijdige focus op efficiency naar het managen van variabiliteit, waarbij onnodige variabiliteit zoveel mogelijk moet worden beperkt.

operational excellence marcel assen

Operational Excellence: een moderne definitie


De term Operational Excellence is voor het eerst verschenen als strategische waardediscipline in het model van Treacy & Wiersema (1995). Dit model stelt dat organisaties dienen te kiezen uit één van de drie waardedisciplines, operational excellence (concurreren op de allerlaagste kosten), product leadership (concurreren met het beste product) of customer intimacy (concurreren met de beste totale oplossing voor de klant) om in te excelleren. En daarnaast dienen organisaties minimaal dienen te voldoen aan de industriestandaard wat betreft de andere twee (niet gekozen) waardedisciplines.

Operational Excellence is daarbij gedefinieerd als de strategie om standaard producten en diensten tegen de laagste kosten te leveren (zie Treacy & Wiersema, 1995). Tegenwoordig is er echter algemene consensus dat Operational Excellence niet per se gericht is op het behalen van de allerlaagste kosten (of het streven naar de allerhoogste efficiëntie), maar dat het gaat om het betrouwbaar en op het juiste moment ontwikkelen, realiseren en leveren van de juiste klantwaarde tegen de laagst mogelijke kosten. Het bieden van de juiste klantwaarde impliceert het leveren van de juiste kwaliteit. Operational Excellence is dus niet alleen gericht op de kostenkant (verhogen van de doelmatigheid en efficiëntie) maar is ook gericht op de opbrengstenkant (verhogen van de doeltreffendheid en effectiviteit).

Van Assen, Notermans & Wigman (2007) definiëren Operational Excellence daarom als een praktische aanpak voor het ontwikkelen, realiseren en managen van een excellent voortbrengingssysteem met als doel het maximaliseren van de operationele winst. Daarmee geven ze aan dat het bij Operational Excellence gaat om zoveel mogelijk toegevoegde waarde te leveren aan de klant én het zo laag mogelijk krijgen van de operationele kosten. Daarmee staat impliciet de klant en klantwaarde centraal. Operational Excellence komt dan neer op “het optimaliseren en realiseren van een excellente bedrijfsvoering dat steeds weer in staat is efficiënt en effectief producten en diensten te maken en te leveren waar klanten om vragen”. Operational Excellence heeft daarom ook te maken met kwaliteit, snelheid, leverbetrouwbaarheid en innovatie.

We realiseren ons dat voor non-profit organisaties de doelstelling “maximaliseren van de operationele winst” niet zo evident is. Maar omdat tegenwoordig doelmatigheid én doeltreffendheid voor de meeste non-profit organisaties een belangrijk thema is, zijn we er van overtuigd dat Operational Excellence ook voor non-profit organisaties van groot belang is: meer doen met minder mensen en middelen door slimmer werken!

Operational Excellence is echter niet alleen een management paradigma, een filosofie over het inrichten, realiseren en managen van een operationeel excellente organisatie, maar ook een praktische aanpak om een voortbrengingssysteem van wereldklasse te ontwikkelen, te exploiteren en te behouden. In het geval van het voortbrengen van goederen gaat Operational Excellence om het ontwikkelen, managen en steeds verder perfectioneren van een excellent productiesysteem inclusief de ondersteunende operationele organisatie (dat wil zeggen inclusief een slanke, doelmatige en doeltreffende ondersteunende organisatie met de juiste indirect-directe functies en secundaire processen die nodig zijn om het primaire proces excellent te laten verlopen); voor dienstverleners gaat het om het realiseren en exploiteren van een excellent dienstverleningssysteem.

Bron: Operational Excellence (OpX) & Lean Six Sigma, Marcel van Assen

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 15:18  
Hardlopen: intervaltraining & herhalingsloop
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

running hardlopen

intervaltraining

Intervaltraining en herhalingsloop

De intervaltraining is een klassieke trainingsvorm, waarbij bijvoorbeeld het geplande wedstrijdtempo over afzonderlijke trajecten met pauzes ertussen wordt afgelegd. In die pauzes wordt langzaam gerend, om de zuurstofvoorziening van de spieren te garanderen. Anaërobe intervaltraining zoals 10 keer de 400 meter of 5 keer de 1.000 meter verbetert de lactaattolerantie, het loopritme en de tempohardheid voor een kortere lange afstand (5.000 of 10.000 meter). Langer herhalingslopen zoals 3 maal de 3.000 meter of 5.000 meter in marathontempo kunnen op afgemeten afstanden over asfalt of in het bos worden gelopen. Het aandeel van die tempolopen mag bij een marathontraining echter niet meer dan vijf procent van de loopkilometers bedragen.

De intensiteit van de intervaltraining verschilt niet alleen door de snelheid, maar ook door het herhalingsaantal, de lengte van de pauzes en het soort pauzes (dus staan, lopen of rennen).

Bron: Praktisch handboek Marathon training, Herbert Steffny & Ulrich Pramann

 

Laatst aangepast op vrijdag, 29 juni 2018 17:43  
Stroomdiagram volgens Neil Webers, Lucas van Engelen & Thom Luijben
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

procesmatrix matrix proces

Neil Webers, Lucas van Engelen & Thom Luijben beschrijven in hun boek Het groot verbeterboek - meer dan 120 tools en concepten voor procesverbeteraars en verandermanagers het stroomdiagram:

procesmatrix webers engelen luijben

Het stroomdiagram  wordt ook wel stroomschema, flowchart of microprocesbeschrijving genoemd. Het is een techniek om een (werk)proces overzichtelijk en visueel weer te geven met gebruik van standaardsymbolen. Je kunt de volgende onderdelen van het proces weergeven: begin en eind van een proces, proces- en activiteitenstappen, procesbeslissingen, stroomrichting, noodzakelijke tijd en ruimte, betrokkenen, materialen, apparatuur en faciliteiten.

Het stroomdiagram geeft een nauwkeurige beschrijving van de manier waarop een bestaand proces functioneert. Het stelt je in staat om een analyse te maken door het proces op te splitsen in verschillende onderdelen, zodat je in elk van de onderdelen afzonderlijk kunt zoeken naar mogelijke verbeteringen. Hierdoor kun je kijken naar de toegevoegde waarde van elke stap en naar de behandelings- en doorlooptijd van elk stap. Daarnaast is het stroomdiagram goed te gebruiken als communicatiemiddel.

Een stroomdiagram wordt gebruikt voor de volgende zaken:

  • om informatie over een proces te verzamelen;
  • om de relaties tussen verschillende processtappen te onderzoeken;
  • om inzicht en begrip van het gehele proces te krijgen;
  • om verschillende manieren van procesvoering met elkaar te vergelijken, om zo ook te komen tot een gewenste standaardprocesvoering;
  • om vertragingen en verspillingen van het proces inzichtelijke te maken;
  • om te komen tot procesverbetering, door vanuit de huidige situatie naar een gewenste situatie te werken.

Bron: Het groot verbeterboek - meer dan 120 tools en concepten voor procesverbeteraars en verandermanagers, Neil Webers, Lucas van Engelen & Thom Luijben

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 15:14  
Meetschalen volgens Erik Demeulemeester
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

7 basisinstrumenten probleemoplossing

In zijn boek Integrale kwaliteitsbeheersing beschrijft Erik Demeulemeester de zeven basistechnieken voor kwaliteitsverbetering:

meting schaal ordinaal nominaal interval ratio

 

  1. Stroomschema.

  2. Controleblad (checklist, turflijst).

  3. Histogram.

  4. Pareto-analyse.

  5. Oorzaak- en gevolgdiagram.

  6. Spreidingsdiagram.

  7. Regelkaarten.

(1) Stroomschema
Teneinde een proces te beheersen of te verbeteren is het noodzakelijk het proces te begrijpen. Een stroomschema (flowchart), dit is een voorstelling van een proces aan de hand van de opeenvolgende stappen in dat proces, is hiervoor uitermate geschikt. Belangrijk is dat het goed verstaandbaar is voor diegenen die het moeten gebruiken.
(...)
Het opstellen van stroomschema's heeft verschillende voordelen:
  • Medewerkers krijgen een duidelijk beeld van waar ze dagelijks mee bezig zijn;
  • De communicatie kan verbeteren omdat beter kan worden aangeduid waar men over spreekt
  • Makkelijker mogelijke verbeteringen te identificeren
  • Bruikbaar bij opleiding van nieuwe medewerkers en bij het vaststellen van procedures en het opstellen van een kwaliteitshandboek
(2) Controleblad
Om verbeteringen door te voeren is het onmisbaar om tijdig over duidelijke en juiste informatie te beschikken over problemen en hun oorzaken. De meeste organisaties verzamelen overvloedig gegevens en feiten over hun operaties. Verbeteringsteams ondervinden evenwel vaak bij aanvang van hun werkzaamheden dat die informatie die ze nodig hebben niet voorhanden is. (...) De hamvraag wordt dan 'Hoe genereer ik bruikbare informatie?' in plaats van 'Hoe verzamel ik gegevens?'.
(...)
Controlebladen (checklist) zijn een type formulieren die worden gebruikt om gegevens op een eenvoudige manier te verzamelen én te analyseren.

(3) Histogram

Een histogram is een grafische voorstelling van de variatie in een set gegevens. Het toont de frequentie of het aantal observaties van een bepaalde waarde of binnen een bepaald interval. Het is een standaardtechniek voor het samenvatten, analyseren en weergeven van gegevens. Een histogram geeft informatie over de populate waaruit de steekproef wordt genomen en zet de observaties vaak uit tegenover die specificaties. Bepaalde controlebladen tekenen in feite een histogram.

(4) Pareto-analyse

Het Pareto-principe rangschikt kwaliteitsproblemen in volgorde van prioriteit, d.w.z. volgens de kosten die ze veroorzaken, en suggereert dat een klein aantal verbeteringen veel effect kunnen hebben: 80% van de problemen worden veroorzaakt door 20% van de machines, operators, grondstoffen, enz. Het doel van deze techniek is te selecteren welk probleem het eerst moet worden aangepakt. Het Pareto-diagram vormt het verlengstuk van het controleblad en het histogram.

(...)

(5) Oorzaak- en gevolgdiagram

Het oorzaak- en gevolgdiagram (ook visgraatdiagram omwille van zijn structuur of Ishikawa-diagram naar zijn uitvinder) is een techniek ontworpen om problemen te analyseren. Het is een eenvoudige, grafische methode om een keten van oorzaken en gevolgen voor te stellen en om het logische verband tussen variabelen voor te stellen. Het diagram genereert mogelijke oorzaken en stelt deze visueel voor om het probleem beter te structuren.

(...)

(6) Spreidingsdiagram

In veel gevallen beschikken we over gegevens die kunnen worden gerelateerd tot een productkarakteristiek of tot andere gegevens. Deze relatie kunnen we visueel evalueren door gebruik te maken van een spreidingsdiagram. Het spreidingsdiagram heeft als doel oorzaak en gevolg te relateren door een variabele op een grafiek uit te zetten tegen een andere variabele om te zien of er een relatie is tussen beide variabelen.

(...)

 

Bron: Integrale kwaliteitsbeheersing, Erik Demeulemeester

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 06:59  
Meetschalen volgens Erik Demeulemeester
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

meten meetschaal interval ordinaal nominaal ratio schaal

In zijn boek Integrale kwaliteitsbeheersing beschrijft Erik Demeulemeester het belang van metingen binnen kwaliteitszorg door te stellen dat zonder metingen planning, beheersing of verbetering onmogelijk is. Hij onderkent hierbij vier mogelijke meetschalen:

meting schaal ordinaal nominaal interval ratio

Meten kan worden gedefinieerd als het kwantificeren van de hoeveelheid van een bepaalde karakteristiek in een bepaald iets. Meten is niet gelijk aan tellen, alhoewel beide belangrijke kwantitatieve gegevens verschaffen. Tellen is het registreren van het aantal artikelen die de karakteristiek vertonen en het aantal artikelen die de karakteristiek niet vertonen.

(...)

Vier schalen van meting zijn mogelijk:

(1) Nominale schaal

Meetschaal die objecten een naam of een andere identiteit geeft (bijv. nummers). De schaal is niet-dimensioneel, d.w.z. heeft geen betekenis. Bedoeling is alleen de identiteit van de objecten te kennen, bijv. het serienummer van een product.

(2) Ordinale schaal

Meetschaal die de objecten ordent volgens een bepaalde karakterisitiek of dimensie. De rangschikking zegt evenwel niets over de 'afstand' of het 'verschil' in de gemeten karakteristieken tussen twee opeenvolgende objecten. De lijst met de studenten van een bepaald jaar gerangschikt volgens hun percentage is een voorbeeld van een dergelijke schaal

(3) Intervalschaal

Meetschaal die gelijke intervallen vereist tussen twee opeenvolgende objecten, maar de oorsprong van de schaal mag willekeurig worden vastgelegd. Een goed vorbeeld is de temperatuur, op de schaal van Celsius is de oorsprong het vriespunt van water, op de schaal van Kelvin is de oorsprong (- 273 graden Celcius), het absolute nulpunt van de temperatuur, waar de atomen zich in hun minimale energietoestand bevinden.

(4) Ratioschaal

Meetschaal waarbij sprake is van gelijke intervallen tussen twee opeenvolgende objecten met een absoluut nulpunt, bijv. zoals bij de afstand of het gewicht.

Meten en tellen zijn typische activiteiten waarbij het gebruik van instrumenten wordt gekoppeld aan een waarneming door de menselijke zintuigen (gezicht, gehoor, gevoel, smaak of geur). Vele instrumenten worden gebruikt om de kwaliteitskarakteristieken van een object te bepalen. Voor producten zijn dit typisch verschillende soorten meettoestellen. In diensten zijn het eerder percepties omdat vaak abstracte begrippen worden beoordeeld.

Bron: Integrale kwaliteitsbeheersing, Erik Demeulemeester

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 06:36  
Zwembaandiagram volgens Lucidchart
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

zwembaandiagram zwembaan diagram proces swimming lane
In het artikel Wat is een zwembaandiagram geeft Lucidchart uitleg van een belangrijk instrument voor het visualiseren en analyseren van processen: het zwembaandiagram (swimming lanes diagram):

zwembaandiagram swimming lane zwembaan proces

Wat zijn zwembaandiagrammen

Een zwembaandiagram  is een soort stroomdiagram dat in kaart brengt wie wat doet in een proces.  De metafoor van zwembanen  in het zwembad wordt gebruikt om duidelijk te maken wie waarvoor verantwoordelijk is, door de stappen van een proces binnen de horizontale of verticale "zwembanen" te plaatsen, die elk toebehoren aan een specifieke werknemer, werkgroep of afdeling. Tussen de banen worden verbindingen, communicatie en overdracht weergegeven. Deze diagrammen kunnen helpen verspilling, overbodigheid en inefficiëntie in processen te identificeren en voorkomen.

(...)

Dit type diagram is ook gekend als een Rummler-Brache-diagram of een functiestroomdiagram (zwembanen worden  soms ook functionele banden genoemd).

(...)

In combinatie met de standaard symbolen die voor deze soorten diagrammen worden gebruikt, kunnen zwembanen een gemakkelijk te begrijpen visuele weergave bieden van wie waarvoor verantwoordelijk is in een proces.

(...)

In 1990 publiceerden Geary Rummler en Alan Brache hun boek Improving Processes, dat zwembaandiagrammen in de kijker zette. De diagrammen worden nu soms Rummler-Brache-diagrammen genoemd, naar de auteurs van het boek. Bij Microsoft Office Visio worden ze functiestroomdiagrammen genoemd.


(...)

Zwembaandiagrammen, en zwembanen die in andere soorten diagrammen worden gebruikt, maken duidelijk welke processtappen of subprocessen een bepaalde persoon of groep personen krijgt toegewezen.

Bron: Wat is een zwembaandiagram

Laatst aangepast op zaterdag, 07 juli 2018 15:33  
3 soorten processen volgens Jo Bos
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

3 processen

In het boek Programmatisch creëren beschrijft Jo Bos het begrip 'proces' in drie betekenissen:

betekenis woord proces meervoudige

Buiten het gebruik van het woord 'proces' als algemeen onderscheid tussen inhoud van een vraagstuk en de manier waarop het wordt aangepakt (het proces), focussen we hier op de volgende betekenissen:

  • Bedrijfskundige betekenis: het woord 'proces' wordt vaak gebruikt als aanduiding van een bepaalde workflow in een organisatie: de voorgeschreven werkwijze, procedure of stappen die nodig zijn;hoe grondstoffen worden aangeleverd; en welke stappen nodig zijn om uiteindelijk een kant-en-klaar produkt af te leveren. Of welke stappen logisch zijn bij het starten, uitvoeren en afronden van een project.
  • Bestuurskundige betekenis: het woord 'proces' wordt ook gebruikt voor de aanpak van een lastig vraagstuk, waarbij of het probleem wel helder is, maar de uitkomst, het resultaat of de doelstelling niet. Om verwarring met de vorige betekenis te voorkomen, gebruiken wij voor deze (bestuurskundige) betekenis van het woord 'proces' het begrip 'creatief proces'. Met 'creatief proces' bedoelen wij de aanpak van een (nog) vaag probleem of de ontwikkeling van een kansrijk idee dat nog weinig richting heeft. Kernbegrippen bij dit soort creatieve processen zijn 'verkennend' en 'doelzoekend'.
  • Psychologische betekenis: in de psychologie wordt het begrip 'proces' gebruikt in relatie tot menselijke interacties (onderhandelingsproces, besluitvormingproces, ontwikkelingsproces, leerproces. veranderingsproces en verbeteringsproces). Deze betekenis van het begrip 'proces' komt in dit boek ook voor. We gebruiken deze betekenis ... steeds in combinatie met waar het om gaat (onderhandelen, leren, et cetera).

Bron: Programmatisch creëren, Jo Bos



Laatst aangepast op zaterdag, 07 juli 2018 06:54  
Zin omzetten in energie volgens Hans van der Loo
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

powerprincipes hans loo zin energie

Hans van der Loo legt in zijn boek We hebben er zin in! hoe je met behulp van vier 'powerprincipes' zin kunt omzetten in energie:

zin omzetten energie hans loo

[In het leven van alledag] zien we dat mensen plotseling worden gegrepen door magische krachten, waardoor zij resultaten behalen die niemand voor mogelijk had gehouden. Maar is het ook echt magie? Welnee! Als je weet hoe het functioneert, kun je zin maken. Je kunt zelfs meer dan dat: je kunt zin omzetten in energie. Het uitgangspunt daarbij is dat het hebben van zin nog niet automatisch betekent dat men over energie beschikt. Zin en energie zijn twee verschillende dingen. Zin is vergelijkbaar met een grondstof als olie: het is een potentiële energiebron. Net zoals olie een raffinageproces behoeft om tot een geschikte brandstof te worden getransformeerd, moet zin worden bewerkt alvorens men er gebruik van kan maken. Maar hoe werkt dat dan, zin omzetten in energie?

In principe is het vrij simpel. Uitgaande van vier dimensies van zin zijn er vier zogeheten 'powerprincipes' te onderscheiden waarmee je zin in energie kunt transformeren. Deze principes kun je zien als knoppen waaraan je kunt draaien. Draai je de knop in positieve richting, dan krijg je energie. Je moet overigens wel steeds aan die knop blijven draaien, anders draait hij automatisch de negatieve richting in en verlies je dus energie.

(1) Principe van aandacht (zien)

Wat we niet zien, kan ook geen energie geven. De sleutel om in actie te komen ligt in het perfectioneren van de kunst van het kijken. de kunst van het bewuste kijken, welteverstaan. Want daar gaat het om. Door ons los te maken van onbewuste aannames en vanzelfsprekendheden en door bewust met een frisse blik te leren kijken, kunnen we nieuwe energiebronnen aanboren. Bewuste aandacht is daarbij het sleutelbegrip. Het betekent dat je je bewust wordt van de beperkingen van je gangbare manier van denken en dat je regelmatig met een frisse blik naar je activiteiten en werkzaamheden kijkt. Het betekent bovendien dat je voor jezelf weet wat echt belangrijk is, dat je e confrontatie met de 'naakte feiten' aan durft te gaan, dat je op zoek gaat naar contrasterende perspectieven, dat je met andersdenkenden in gesprek gaat en dat je de kunst van het 'omdenken' - het onbevooroordeeld kijken naar situaties en daar dan vervolgens het beste van maken - tot in de puntjes beheerst. Bewuste aandacht betekent niet alleen dat je de dingen om je heen eerder, scherper en beter kunt zien, maar ook dat je dingen leert zien die diep onder de oppervlakte liggen verscholen of die in een te verbeelden toekomst liggen. Wat je ook ziet, de wetmatigheid blijft steeds dezelfde: wie goed ziet krijgt energie.

(2) Principe van verbinding (voelen)

We kunnen nog zoveel waarnemen, maar wanneer het ons niet raakten we ons er niet positief mee verbonden voelen, gebeurt er niets. Om de door actieve aandacht opgewekte energie te kanaliseren en versterken is het nodig dat je positief bent ingesteld en vertrouwensvolle relaties met anderen weet aan te knopen. Blijkens onderzoek vormen positieve gevoelens dan ook een probaat middel om productiever te zijn, betere prestaties te leveren en duurzaam succes te behalen. ... Negativiteit leidt tot een vernauwing van je blikveld en het gedragsrepertoire. Positiviteit opent onze horizon, leidt tot samenwerking en maakt energie vrij. Om zinvol en energiek aan de slag te gaan, is het dus noodzakelijk om de knop in de positieve stand te zetten....

(3) Principe van ambitie (willen)

We laten ons vaak leiden door de dagelijkse verplichtingen. Zolang je dingen doet die moeten, bevind je je in de veilige en voorspelbare comfortzone. Je conformeert je aan de omstandigheden. Je doet wat je moet doen en je voldoet aan wat er van je wordt gevraagd. Je stelt je afhankelijk op en laat de dingen over je heen komen. Hoe anders is het om meer te willen dan alleen het realiseren van externe doelen? Om nieuwe mogelijkheden te verkennen? Om eigen dromen na te jagen en eigen doelen te stellen? Om grenzen te doorbreken en eigen ambities te realiseren? Om een toekomst te creëren die jij hebt bedacht en die van jou is? Dát geeft pas echte energie.

(4) Principe van gedrevenheid (doen)

Een zekere luiheid is ieder mens eigen. Niet voor niets wordt deze eigenschap als een van de menselijke hoofdzonden beschouwd. ... Echte gedrevenheid ontstaat pas als je je volledig op je sterkten concentreert. Als je betrokken bent bij je werk en trots bent op de resultaten die je behaalt. Om je sterkten te kunnen gebruiken, moet je ze uiteraard wel kennen. Ook moet je in staat zijn om ze te ontplooien. ...

De vier zojuist genoemde powerprincipes staan niet los van elkaar, maar zijn juist sterk met elkaar vervlochten. De vier principes spelen samen een cruciale rol in het opwekken van menselijke en organisatorische energie. Wie de principes niet kent en wie hun werkingskracht niet erkent of herkent, kan niet begrijpen waarom sommige mensen en sommige teams veel beter presteren dan andere. Wie de principes daarentegen leert doorgronden en in staat is om ze stuk voor stuk, maar ook in onderling verband, te beïnvloeden en te sturen, kan het in de wereld heel ver brengen.

Bron: We hebben er zin in!, Hans van der Loo

Laatst aangepast op woensdag, 27 juni 2018 05:55  
Hardlopen: het minutenspel
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

running hardlopen

hardlopen training minutenspel

[Naast het voluit schrijven van 'minuten' kun je ook een verkorte notatie gebruiken.

We schrijven ' in plaats van minuut.

Dus: 15 minuten = 15'

Het is ook handig om een notatie voor seconden te hebben. Dit schrijven we als ''.

Dus: 1 minuut = 1' = 60''

Het laatste voorbeeld wordt dan:

- 60' rustig met elke 10', 30'' vlot.

 

Minutenspel

Het minutenspel stelt je in staat in een wat hoger tempo te lopen, zonder dat het te zwaar gaat vallen. Je loopt steeds een klein aantal minuten vlot of hard en gaat dan weer wandelen of - voor de gevorderden - heel rustig hardlopen. Daarna weer een klein aantal minuten vlot of hard lopen. Je kunt dit oneindig variëren.

Een paar voorbeelden:

  • 10 keer 1' vlot afgewisseld met 1' wandelen.
Ook hiervoor hebben we een verkorte schrijfwijze:
  • 10 x 1' vlot P: 1' W.
De P staat voor pauze.
De W staat voor wandelen.
Bij de pauzes kun je kiezen tussen wandelen of heel rustig dribbelen. Gevorderde lopers zullen vaak voor dribbelen kiezen. Wandelen is echter - ook voor gevorderde lopers - prima. Ga echter niet slenteren. Stap stevig door.
Minutenspel varianten
Je kunt het minutenspel op heel veel manieren doen. Eerst een paar voorbeelden. Daarna leggen we uit aan welke regels je moet houden:
  • 10 x 2' vlot P: 1'
  • 5 x 3' vlot P: 2'
  • 10 x 30'' hard P: 1'
  • 1', 2', 3', 4', 1', 2', 3', 4' vlot P: 1' een trappetje
  • 1', 2', 3', 4', 3', 2', 1' vlot P: 1' een piramide
  • 6 x 1' vlot P: 1' rustig; een heuveltje op en af
  • 5 x 2' hard P: tot je weer redelijk op adem bent
  • 10 x (50'' rustig 10'' hard) geen pauze
Je kunt het ook in blokjes doen. In het lopersjargon heten dit series:
  • 5 x 1' hard P: 1' - 3' W - 5 x 1' hard P: 1'
Dit bestaat dus uit twee series met daartussenin een wat langere rust van drie minuten. Hier hebben we ook een notatie voor:
  • 2 x (5 x 1' hard) P: 1' SP: 3'
SP staat voor seriepauze
Regels voor het minuten spel
Als je zelf een minutenspelvariatie verzint, moet je je aan de volgende regels houden:
  • Maak de rustpauzes niet te lang. Houd ze normaal gesproken op twee minuten en korter. Seriepauzes mogen wel wat langer zijn.
  • Loopt niet te veel minuten achter elkaar. In een trappetje of een piramide mag je wel eens naar een top van 10 minuten gaan, maar normaal houd je het op maximaal 5 minuten.
Zaken om aan te denken bij de uitvoering van het minutenspel:
  • Zorg dat je goed warm bent voordat je begint. Daaraan is natuurlijk vanzelf voldaan als je een goede warming-up hebt gedaan.
  • Loop niet te snel. Je moet het minutenspel af kunnen maken, zonder in tempo terug te vallen.
  • Tel goed, zodat je niet te veel doet.
Laatst aangepast op vrijdag, 29 juni 2018 16:07  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Sometimes it is not enough to do our best; we must do what is required.

Winston Churchill

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 258 gasten online
Artikelen

geary rummler good performer bad system wins

Banner

ik ben een planteneter boele ytsma

Ik ben een planteneter
net als jij
Boele P. Ytsma

Bij Bol.com

Lean boekentips

Dagstarts en Hoshin Kanri
Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri
Bert Teeuwen

Bij Bol.com | Managementboek

Banner