• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
Leren volgens Richard Feynman
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

De natuurkundige Richard Feynman beschrijft hoe je in vier stappen kunt leren:

richard feynman leren techniek

Feynman-techniek.


Dit is een eenvoudige en efficiënte strategie om nieuwe kennis op een snellere en betere manier te kunnen onthouden.

(...)

Waaruit bestaat de Feynman-techniek?

De Feynman-techniek is door Feynman’s biograaf James Gleick uitgelegd in het boek Genius: The Life and Science of Richard Feynman. Met behulp van de betreffende techniek kan iedereen op een efficiënte manier nieuwe kennis in zich opnemen, als hij dat wil. In feite is het ook een geweldig studiehulpmiddel om een examen van welke aard dan ook voor te bereiden.

Bron: De Feynman-techniek om sneller te leren

richard feynman leren techniek

The Feynman Technique is a learning method named after Richard Feynman. In this technique, a person explains the concept they're learning to themselves in a simple way to find gaps in their knowledge.

The FEYNMAN technique of learning:

(1) Pick and study a topic

(2) Explain the topic to someone, like a child, who is unfamiliar with the topic

(3) Identify any gaps in your understanding

(4) Review and Simplify!

Bron: https://twitter.com/ProfFeynman/status/1279123916372365312



Laatst aangepast op donderdag, 30 september 2021 15:20  
Planning & control volgens André de Waal
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

planning control cyclus waal naaktgeboren budgetteren sturen

In het boek Van budgetteren naar sturen geven André de Waal en Jan Naakgeboren een kernachtige samenvatting van planning & control:

planning control cyclus waal naaktgeboren budgetteren sturen

Het management van iedere organisatie heeft doelen voor ogen die de organisatie moet behalen. De planning- en controlcyclus is hierbij een hulpmiddel om de organisatie te sturen en beheersen zodat de gestelde doelen daadwerkelijk worden gehaald. Budgettering is binnen de planning- en controlcyclus het eindpunt van de planningcyclus en het beginpunt van de controlcyclus. Aan het eind van het planningsproces is duidelijk welke prestaties moeten worden geleverd en welke middelen (welk budget) hiervoor nodig zijn. Na de allocatie van middelen vindt rapportage en bewaking plaats van het realiseren van de prestaties en het verbruik van het budget.

De planning- en controlcyclus ... kent de volgende onderdeln: meerjarenbeleidsplan, jaarplan, begroting, budget, en rapportage.

(1) Meerjarenbeleidsplan: de horizon van het meerjarenbeleidsplan is veelal vijf jaar. Bij het opstellen van het meerjarenbeleidsplan, dat de doelstelling voor de middellange termijn bevat, wordt de missie ... als uitgangspunt genomen. In de missie is de reden voor het bestaan van de organisatie opgenomen. In het meerjarenbeleidsplan worden zowel de externe als de interne omgevingen van de organisatie omschreven. Dit alles mondt uit in te behalen doelstellingen aan het einde van de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Ook wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe deze doelstellingen behaald worden.

(2) Jaarplan: het jaarplan is een concrete vertaling van het meerjarenbeleidsplan voor een bepaald jaar. De doelstellingen voor het komende jaar worden erin neergezet en de in te zetten mensen en middelen die nodig zijn voor het behalen van deze doelstellingen zijn opgenomen.

(3) Begroting: de begroting is de financiële vertaling van het jaarplan. In de begroting is uitgewerkt welke financiële middelen nodig zijn om het jaarplan te realiseren en welke inkomsten gerealiseerd gaan worden.

(4) Budget: het budget is een afgesproken plan (contract), uitgedrukt in financiële termen, waartegen de toekomstig te realiseren prestaties worden afgemeten en vergeleken. Het budget is wat de inhoud betreft niet meer dan een begroting, maar het proces verschilt: het budget heeft nadrukkelijk een koppeling met de prestaties die geleverd moeten worden en draagt ook een autorisatiefunctie mee - besluitvorming over het budget is tegelijkertijd een bekrachtiging dat de budgetten uitgegeven mogen worden. Daarnaast wordt bij het verstrekken van het budget aangegeven hoe en wanneer verantwoording plaatsvindt.

(5) Rapportages: de rapportages met betrekking tot de begroting en het budget kennen de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget'. De frequentie van deze rapportages ligt hoog, veelal maandelijks.De rapportages van het jaarplan en van het meerjarenplan kennen eveneens de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget' maar op een minder gedetailleerd niveau. ... De frequentie ligt lager en is ongeveer één keer per kwartaal.

De connecties tussen de onderdelen in [de bovenstaande figuur] zijn als volgt:

- Meerjarenbeleidsplan naar jaarplan: het jaarplan wordt afgeleid uit het meerjarenbeleidsplan. De doelstelling voor meerdere jaren wordt vertaald naar het komende jaar
- Jaarplan naar begroting/budget: het jaarplan wordt financieel vertaald naar de begroting en het budget
- Begroting/budget naar rapportages: rapportage vindt plaats over de begroting en over het budget.
- Op grond van de budget- en begrotingsrapportage is er de mogelijkheid de ontwikkelingen binnen de organisatie bij te sturen wanneer de werkelijkheid afwijkt van de begroting dan wel het budget.
- De rapportage over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenbeleid geven de mogelijkhei bij te sturen indien de doelstellingen van een of beide van de plannen dreigen niet behaald te worden.

Het meerjarenbeleidsplan wordt opgesteld voor de organiastie als geheel. Het afdelingsplan, de begroting, het budget en de rapportages gelden voor elk organisatieonderdeel. Elk onderdeel stelt een jaarplan op. 'Opgeteld' voor alle onderdelen kunnen deze jaarplannen ervoor zorgen dat het jaarplan voor de organisatie als geheel bijgesteld moet worden. Elk organisatieonderdeel krijgt een eigen begroting en budget met daarbij de opdracht en de verantwoordelijkheid hierover te rapporteren.
Het management van iedere organisatie heeft doelen voor ogen die de organisatie moet behalen. De planning- en controlcyclus is hierbij een hulpmiddel om de organisatie te sturen en beheersen zodat de gestelde doelen daadwerkelijk worden gehaald. Budgettering is binnen de planning- en controlcyclus het eindpunt van de planningcyclus en het beginpunt van de controlcyclus. Aan het eind van het planningsproces is duidelijk welke prestaties moeten worden geleverd en welke middelen (welk budget) hiervoor nodig zijn. Na de allocatie van middelen vindt rapportage en bewaking plaats van het realiseren van de prestaties en het verbruik van het budget.

De planning- en controlcyclus ... kent de volgende onderdeln: meerjarenbeleidsplan, jaarplan, begroting, budget, en rapportage.

(1) Meerjarenbeleidsplan: de horizon van het meerjarenbeleidsplan is veelal vijf jaar. Bij het opstellen van het meerjarenbeleidsplan, dat de doelstelling voor de middellange termijn bevat, wordt de missie ... als uitgangspunt genomen. In de missie is de reden voor het bestaan van de organisatie opgenomen. In het meerjarenbeleidsplan worden zowel de externe als de interne omgevingen van de organisatie omschreven. Dit alles mondt uit in te behalen doelstellingen aan het einde van de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Ook wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe deze doelstellingen behaald worden.

(2) Jaarplan: het jaarplan is een concrete vertaling van het meerjarenbeleidsplan voor een bepaald jaar. De doelstellingen voor het komende jaar worden erin neergezet en de in te zetten mensen en middelen die nodig zijn voor het behalen van deze doelstellingen zijn opgenomen.

(3) Begroting: de begroting is de financiële vertaling van het jaarplan. In de begroting is uitgewerkt welke financiële middelen nodig zijn om het jaarplan te realiseren en welke inkomsten gerealiseerd gaan worden.

(4) Budget: het budget is een afgesproken plan (contract), uitgedrukt in financiële termen, waartegen de toekomstig te realiseren prestaties worden afgemeten en vergeleken. Het budget is wat de inhoud betreft niet meer dan een begroting, maar het proces verschilt: het budget heeft nadrukkelijk een koppeling met de prestaties die geleverd moeten worden en draagt ook een autorisatiefunctie mee - besluitvorming over het budget is tegelijkertijd een bekrachtiging dat de budgetten uitgegeven mogen worden. Daarnaast wordt bij het verstrekken van het budget aangegeven hoe en wanneer verantwoording plaatsvindt.

(5) Rapportages: de rapportages met betrekking tot de begroting en het budget kennen de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget'. De frequentie van deze rapportages ligt hoog, veelal maandelijks.De rapportages van het jaarplan en van het meerjarenplan kennen eveneens de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget' maar op een minder gedetailleerd niveau. ... De frequentie ligt lager en is ongeveer één keer per kwartaal.

De connecties tussen de onderdelen in [de bovenstaande figuur] zijn als volgt:

- Meerjarenbeleidsplan naar jaarplan: het jaarplan wordt afgeleid uit het meerjarenbeleidsplan. De doelstelling voor meerdere jaren wordt vertaald naar het komende jaar
- Jaarplan naar begroting/budget: het jaarplan wordt financieel vertaald naar de begroting en het budget
- Begroting/budget naar rapportages: rapportage vindt plaats over de begroting en over het budget.
- Op grond van de budget- en begrotingsrapportage is er de mogelijkheid de ontwikkelingen binnen de organisatie bij te sturen wanneer de werkelijkheid afwijkt van de begroting dan wel het budget.
- De rapportage over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenbeleid geven de mogelijkhei bij te sturen indien de doelstellingen van een of beide van de plannen dreigen niet behaald te worden.

Het meerjarenbeleidsplan wordt opgesteld voor de organiastie als geheel. Het afdelingsplan, de begroting, het budget en de rapportages gelden voor elk organisatieonderdeel. Elk onderdeel stelt een jaarplan op. 'Opgeteld' voor alle onderdelen kunnen deze jaarplannen ervoor zorgen dat het jaarplan voor de organisatie als geheel bijgesteld moet worden. Elk organisatieonderdeel krijgt een eigen begroting en budget met daarbij de opdracht en de verantwoordelijkheid hierover te rapporteren.

Bron: Van budgetteren naar sturen, André de Waal & Jan Naaktgeboren

 

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2021 16:08  
Modellen volgens De Leeuw
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

ACJ (Ton) de Leeuw

De Leeuw definieert een model als een systeem dat (gedurende een tijdsperiode) een afbeelding is van aspecten van een ander systeem, dat in een bepaalde situatie wordt gebruikt en waarvan de gelijkenis juist betrekking heeft op die aspecten, die gezien het gebruiksdoel, relevant zin. Een model is feitelijk een ‘gebruiksartikel’: een systeem dat – gezien het gebruiksdoel – voldoende lijkt op het systeem waarover men kennis wil hebben.

De kwaliteit van een model  kan worden gedefinieerd als de bruikbaarheid van een model in een bepaalde situatie. Het is het resultaat van een samenspel van model, systeem, de overeenkomsten daartussen en het gebruiksdoel.

De Leeuw maakt onderscheid twee typen modellen:

  1. Isomorf model: afbeelding van het oorspronkelijke systeem op het model (dat ook een system is) is eenduidig in de zin dat alle objecten en alle relaties in het oorspronkelijke systeem worden apart weergegeven in het model..

  2. Homomorf model: model is grover dan het origineel. Bij homomorfie worden in het model minder objecten onderscheiden dan bij het oorspronkelijke systeem. De afbeelding van het system op het model is wel eenduidig, maar niet een-eenduidig.

Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2021 16:06  
De werkelijkheid volgens Plato
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

plato volgens ben kuiken baas

In het boek Wie Is Hier Nu Eigenlijk De Baas? En Nog 7 Filosofische Vragen Voor Managers vraagt Ben Kuiken zich af of het wel slim is om als manager een al te groot vertrouwen te hebben in de cijfers:

plato volgens ben kuiken

De manager kent de werkelijkheid (...) vooral via cijfers. Omzet, kosten, winst, rendement op vermogen: het vormen voor hem waarheidsgetrouwe afspiegelingen van de toestand van de onderneming. Maar hoe waarheidsgetrouw zijn die cijfers eigenlijk? Het heilige geloof in cijfers doet denken aan de gevangenen in de mythe van de grot van een andere Griekse denker, Plato.

Plato worstelde met hetzelfde probleem als zijn voorgangers: wat is de werkelijkheid en hoe kunnen we haar kennen? Alles lijkt tenslotte voortdurend te veranderen, niets is vast en zeker. Iedereen heeft bovendien een ander beeld van de werkelijkheid. Iemand die al dertig jaar voor dezelfde baas werkt, zal heel anders tegen die werkgever aankijken dan de pas afgestudeerde die er net zijn eerste baan krijgt aangeboden.
Plato vergeleek de mens met een gevangene die vastgeketend is in een donkere grot. Hij zit met zijn rug naar de ingang van de grot en buiten brandt een groot vuur. Tussen het vuur en de grot lopen mensen heen en weer met dingen op hun hoofd. De schaduwen van die dingen vallen op de wand vóór de gevangene. Het enige dat de gevangene dus waarneemt, zijn schaduwen. Maar omdat hij niets anders kent, vormen die schaduwen voor hem de realiteit. Zelfs als hij bevrijd zou worden en naar buiten zou worden gebracht, zou hij die echte werkelijkheid eerst niet herkennen. Dus in plaats van de ‘echte’ werkelijkheid zien we volgens Plato
slechts schaduwen of afbeeldingen van die werkelijkheid. Dit is de alledaagse werkelijkheid die voortdurend verandert en een heel verschillend uiterlijk kan hebben. Maar achter deze zichtbare, veranderlijke werkelijkheid zit volgens Plato nog een andere wereld: de wereld van de ideeën. Dit zijn in feite de algemene
vormen, de mallen waar de alledaagse werkelijkheid uit gevormd is. Het is volgens Plato de taak van de ?losoof om dit wezen van de dingen, de ideeën te achterhalen.

Eigenlijk zijn we allemaal platonisten: we zijn voortdurend op zoek naar het wezen van de zaak. Dat gaat vaak in een split second en onbewust. Onze hele wetenschappelijke manier van denken is gebaseerd op deze zoektocht naar het wezen achter de verschijnselen. In de hectiek van alledag schiet dit zoeken naar de essentie er echter ook nog wel eens bij in. Dan laten we ons misleiden door de verschijnselen en zien we, net als de gevangene van Plato, slechts schaduwen.

Bron: Wie Is Hier Nu Eigenlijk De Baas? En Nog 7 Filosofische Vragen Voor Managers, Ben Kuiken


Laatst aangepast op zondag, 19 september 2021 16:05  
15 didactische principes voor effectieve instructies volgens Wilfred Rubens
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

didactische principes effectieve instructie

E-learning-expert Wilfred Rubens bundelde de didactische principes uit drie verschillende bronnen tot het onderstaande overzicht van 15 'didactische principes voor effectieve instructie':

principle instructions barak rosenshine instructieprincipes principes instructie

Didactische principes voor effectieve instructie

Inmiddels zijn er verschillende publicaties, op basis van diverse studies, verschenen over ‘bewezen’ didactische principes en bestaat er onder onderwijskundigen een behoorlijke mate van consensus dat deze principes leiden tot effectieve, efficiënte en aantrekkelijke manieren van leren. Het eerste artikel is de bijdrage First Principles of Instruction - Identifying and Designing Effective, Efficient, and Engaging Instruction, M. David Merrill (2002).

Merrill heeft een groot aantal concepten en modellen geanalyseerd en daaruit een aantal gemeenschappelijke principes voor effectieve instructie geformuleerd.

De tweede bijdrage is van Barack Rosenhine uit 2012: Principles of Instruction - Research-based strategies that all teachers should know. Rosenshine  presenteert tien op onderzoek gebaseerde onderwijsprincipes, samen met suggesties voor de praktijk in de klas. De derde bijdrage is grotendeels op het werk van Rosenshine gebaseerd: Wijze
Lessen.

In Wijze lessen - twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek illustreren Tim Surma en collega-onderzoekers (2019) hoe je aan de hand van twaalf ‘evidence-informed’ instructieprincipes op een effectieve manier les kunt geven.  

Volgens mij zijn op basis van Merrill (2002) en Surma cs (2019) vijftien didactisch principes voor effectieve instructie te onderscheiden:

1. Studenten werken aan realistische taken of problemen (van eenvoudig naar complex) (Merrill)
2. Activeer relevante voorkennis (Summa cs en Merrill)
3. Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie (Summa cs)
4. Demonstreer kennis en vaardigheden en de context van realistische taken en begeleidt studenten (Merrill)
5. Gebruik voorbeelden (Summa cs)
6. Combineer woord en beeld (Summa cs)
7. Laat de leerstof actief verwerken (Summa en Merrill)
8. Achterhaal of de hele klas het begrepen heeft (Summa cs)
9. Ondersteun bij moeilijke opdrachten (Summa cs)
10. Spreid oefening met leerstof over de tijd (Summa cs)
11. Zorg voor afwisseling in oefentypen (Summa cs)
12. Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie (Summa cs)
13. Geef feedback die lerenden aan het denken zet (Summa cs)
14. Bevorder dat lerenden kennis integreren in hun dagelijks leven met behulp van reflectie, discussie, debat en presentatie (Merrill)
15. Leer je lerenden effectief te leren (Summa cs)

Bron: Naar een effectief, efficiënt en aantrekkelijk gebruik van leertechnologie, Wilfred Rubens

 

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 12:56  
10 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Nathan Walker
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

10 continu verbeteren

Nathan Walker geeft de volgende beschrijving van de 10 instructionele principes van Barak Rosenshine:

nathan walker rosenshine principle instruction

  1. Review prior learning at the start.

  2. Present new material in small steps.

  3. Ask lots of effective questions.

  4. Provide models and worked examples.

  5. Pupils practice using the new materials.

  6. Check for pupil understanding.

  7. Obtain a high success rate.

  8. Provide scaffolding and support.

  9. Encourage indepentend practice.

  10. Encourage indepentend practice.

Bron: Nathan Walker (2021) - Rosenshines, B (2010). Principles of Instruction; Education practice series




Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:10  
10 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Paul Kirschner
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

10 geboden klantgerichtheid

Paul Kirschner beschrijft in het artikel Tien instructieprincipes die elke leraar zou moeten kennen de 10 instructieprincipes van Barak Rosenhines:

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

1.Herhaal dagelijks een deel van wat eerder is geleerd
Herhaling versterkt wat al geleerd is. Het brengt verbindingen tot stand tussen wat we al wisten en nieuwe kennis. Dagelijks herhalen is vooral belangrijk voor informatie die vaak gebruikt moet worden. Herhalen helpt bij het automatiseren: het moeiteloos terughalen uit ons geheugen van woorden, concepten, procedures enzovoorts die we nodig hebben om problemen op te lossen, taken uit te voeren en nieuwe leerstof te begrijpen door ze te automatiseren.

2. Presenteer nieuw leermateriaal in kleine stappen en help leerlingen hiermee te oefenen
Ons werkgeheugen is zeer klein: het kan maximaal zo’n vijf nieuwe brokken informatie vasthouden. Die brokken worden verwerkt en in ons langetermijngeheugen opgeslagen als schema’s: het is geleerd. (...) Bied dus steeds kleine hoeveelheden informatie aan, help leerlingen daarna met het oefenen daarvan en ga pas naar de volgende stap als de vorige wordt beheerst.

3. Stel veel vragen
Vragen helpen leerlingen om te oefenen wat net gepresenteerd is en om verbindingen te leggen met wat al geleerd was. Vooral hoe- en waarom-vragen, zogeheten epistemische vragen, prikkelen dit. (...)

4. Wees een model
Leerlingen hebben ‘cognitieve’ steun nodig om te leren taken uit te voeren en problemen op te lossen. Door als model te fungeren en hardop te vertellen over je denk- en werkstappen kun je laten zien hoe je een probleem oplost of een taak uitvoert.

5. Bied scaffolds voor moeilijke taken
Naast zelf uitleggen (het vorige principe) kun je leerlingen bij moeilijke taken ook uitgewerkte voorbeelden geven waarin alle deelstappen die ze moeten volgen om tot een oplossing te komen, zijn ingevuld. Zo bied je hen een scaffold (steiger) ofwel een tijdelijke cognitieve ondersteuning. Door steeds meer stappen weg te laten breek je die steiger af en begeleid je leerlingen geleidelijk naar zelfstandige uitvoering.

6. (Bege)leid leerlingen in het oefenen met nieuw leermateriaal
Het eenmalig aanbieden van nieuwe lesstof is niet voldoende. Naast herhaling (het eerste instructieprincipe) is voldoende en gevarieerde oefening en overhoring nodig. Leerlingen moeten tijd besteden aan het herformuleren, uitbreiden en samenvatten van nieuwe stof om het goed op te slaan in hun langetermijngeheugen. (...)

7. Ga na of leerlingen het echt begrepen hebben
Effectieve leraren gaan heel vaak na of leerlingen de nieuwe leerstof ook daadwerkelijk aan het leren zijn. Ze checken niet alleen het product, maar ook het proces van leren. Ze bevorderen hiermee niet alleen de verwerking van de stof, ze kunnen ook nagaan of leerlingen wel het goede leren en of ze de lesstof wel goed begrepen hebben.

8. Zorg dat uw leerlingen succes tonen
Effectieve leerkrachten gaan veel en vaak na of hun leerlingen succesvol zijn. Oefening baart weliswaar kunst, maar alleen als leerlingen geen fouten oefenen. (...)

9. Eis en monitor zelfstandige oefening
Je kunt je leerlingen niet blijvend aan de hand nemen, uiteindelijk moeten ze het zelf kunnen. Laat ze zelfstandig oefenen en ga na of ze het echt kunnen of dat er nog meer (al dan niet begeleide) oefening nodig is. Door zelfstandige oefening wordt kennis geautomatiseerd.

10. Activeer geleerde kennis regelmatig
Leerlingen hebben geen eentonige, maar een breed scala aan oefening nodig, verspreid over de tijd om sterke en rijke schema’s te ontwikkelen. Hierdoor kunnen ze makkelijker nieuwe dingen leren en eerder geleerde dingen uit het geheugen terughalen. Door vaak op iets dat al geleerd is terug te komen – maar wel met de nodige tijd ertussen om nieuwe kennis in nieuwe situaties op te doen – worden de verbindingen in de schema’s verstevigd en worden de schema’s uitgebreider en rijker.

Bron: Tien instructieprincipes die elke leraar zou moeten kennen, Paul Kirschner

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:10  
10 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Tim Surma & Kristel Vanhoyweghen
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

Tim Surma en Kristel Vanhoyweghen geven op hun website https://www.adesignfor.education een overzicht van de 10 instructieprincipes van Barack Rosenshine:

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

10 PRINCIPES VAN INSTRUCTIE


1. START ELKE LES MET EEN HERHALING VAN EERDERE LEERSTOF
Regelmatige herhaling versterkt wat men leerde en Leidt tot spontanere herinnering.

2. PRESENTEER NIEUWE LEERSTOF IN KLEINE STAPPEN
Geef leerstof in kleine hoeveelheden. Begeleid leerlingen bij oefening na elke stap.

3. STEL VEEL VRAGEN
Ze verbinden de nieuwe leerstof met de voorkennis en oefenen deze in.

4. GEEF MODELLEN EN UITGEWERKTE VOORBEELDEN
Leerlingen kunnen zich focussen op de stappen om een probleem op te lossen.

5. BEGELEID LEERLINGEN WANNEER ZE OEFENEN
De beste leraren spenderen veel tijd aan de begeleiden van het oefenen van nieuwe leerstof.

6. CHECK OF JE LEERLINGEN DE LEERSTOF BEGREPEN HEBBEN
Door tussentijds te checken kunnen leerlingen de leerstof met minder fouten leren.

7. ZORG DAT JE LEERLINGEN SUCCES ERVAREN
Streef ernaar dat de leerlingen ongeveer 80% succes ervaren bij de oefeningen, vraagstelling ...

8. ZORG VOOR TIJDELIJKE ONDERSTEUNING BIJ MOEILIJKE TAKEN
De leraar geeft tijdelijke ondersteuning die afneemt als leerlingen competenter worden.

9. LAAT LEERLINGEN ZELFSTANDIG OEFENEN
Voorzie oefentijd in en buiten de klas zodat de geleerde leerstof geautomatiseerd kan werden.

10. HERHAAL WEKELIJKS EN MAANDELIJKS
Leerlingen moeten intensief oefenen om leerstof te automatiseren.

Bron: Tien principes van instructie door Barak Rosenshine

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:11  
10 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Kate Jones
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

Kate Jones beschrijft in haar boek Retrieval Practice - research & resources for every classroom de 10 instructieprincipes van Barak Rosenshine als volgt:

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

Below is a brief summary of the ten key principles that are outlined by Rosenshine with an explanation as to how it can link with retrieval practice in the classroom:

1. Start the lesson with a short review of previous learning.

This can be achieved through various tasks, which is essentially what this book consists of - retrieval practice. Sherrington adds that: 'Students don't necessarily recall recent learning readily and it pays to anticipate this rather than be frustrated by this., This was transformative for my own morale as a teacher because I would often feel at a loss when it seemed students understood a concept, event or information, then at a later date that notion or memory had vanished, much to my disappointment. Now I can be ready for this with my planning. To reiterate, we need to accept it is part of the learning process and not a reflection on us as a teacher. It is important to add that retrieval practice does not have to be restricted to the start of a lesson but can in fact be used at any point within a lesson. Continual retrieval in a lesson, through tasks, discussions and questioning will be more effective than isolated tasks that simply recall facts, allowing for links and connections to be further developed. I have found the best way to start my lessons is to ensure that retrieval becomes routine.

2. Present new material and information to students in small and manageable steps.

Ensure student practice after each step, before moving onto new material. This is not the retrieval stage because it's important to remember we can't ask students to retrieve information that isn't actually in their long-term memory, it needs to get there first.

3. Ask a large number of questions, checking the response from all the learners in the classroom.

A common mistake is to accept answers from some members of the class, and then assume everyone else has that same level of understanding, which is why we need to ensure every learner in the class has the opportunity to retrieve information from memory - not just a few students that have been selected by the teacher.

4. Provide students with models and worked examples to support problem solving.

A worked example is where a problem has been shown to the class, with every part of the process explicitly explained through a teacher demonstration, and the problem has been correctly solved. The students will then apply this process or concept to another problem or question. This strategy is best used with novice learners, as it is not regarded as an effective strategy to use with expert learners, Again, this is not a strategy used at the retrieval stage.

5. Continue to guide student practice.

Rosenshine stated that research findings tell us that 'it is not enough simply to present students with new material, because the material will be forgotten unless there is sufficient rehearsal', This can be achieved through questioning, additional explanations, consolidation tasks and students summarising the main points of the lesson content. Graham Nuthall suggested in his brilliant book The Hidden Lives of Learners (where he and his team spent a significant amount of time in classrooms working with students and teaching, then writing up their findings and reflections) that students need to encounter information at least three times before they understand a concept and that they need opportunities to approach new material in different ways, The power of three in the classroom is very important. After the information has been encountered and encoded then we can later focus on retrieval.

6. Continually check student understanding, addressing any misconceptions and supporting the process needed to move new information to long-term memory in order to retrieve at a later date.

Busch and Watson also explain that 'just because something has been taught, does not mean it has been deeply learned. Topics must be revisited and retaught. Only by doing this can we help students overcome the forgetting curve and maximise their learning.,

7. Ensure students obtain a high success rate in the lesson.

A success rate of 80% shows that students are learning the material, and it also shows that the students are challenged'? (the Goldilocks principle -getting the level of challenge just right!). The same principle can be
applied with retrieval practice, getting the balance right between retrieval difficulty and retrieval success.

8. Provide scaffolding for students with difficult tasks, ensuring depth and challenge for all.

Rosenshine states, 'a scaffold is a temporary support that is used to assist a learner',. and will eventually be removed as the student progresses. Once the scaffolding has been removed then we are requiring students to remember information without any form of support.

9. Require, monitor and promote independent practice in the classroom.

Rosenshine explains that `in a typical teacher-led classroom, guided practice is followed by independent practice -by students working alone and practicing the new material. This independent practice is necessary because a good deal of practice (overlearning) is needed in order to become fluent and automatic in a skill., Again, this focuses on the relevance of automacy in the classroom.

10. Engage students in regular review, this can be weekly and/or monthly to revisit prior learning and support long-term memory.

Once again this is the area of Rosenshine's Principles of Instruction that lends itself perfectly to retrieval and spaced practice.

Bron: Retrieval Practice - research & resources for every classroom, Kate Jones

Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:11  
17 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Wijze lessen
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

In het boek Wijze lessen - twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek beschrijven Tim Surma (e.a.) de instructieprincipes van Barak Rosenshine - in tegenstelling tot het gangbare aantal van '10' - in termen van 17 (!) instructieprincipes:

principle instructions barak rosenshine instructieprincipes principes instructie

INZICHT 5 Wat de effectiefste leraren doen is ... gewoon goed les geven.

Barak Rosenshine, the Godfather
Veel onderzoekers publiceerden wetenschappelijke artikelen waarin de gedragingen van de meest effectieve leraren in kaart werden gebracht. Zo maakte Barak Rosenshine voor Unesco een overzicht van de leraren-effectiviteitsstudies, wat een lijst van zeventien principes voor instructie opleverde. Zijn werk krijgt de afgelopen jaren ruime aandacht binnen onderwijsonderzoek- en praktijk. Ervaren leraren die dit lijstje zien, herkennen hierin vast wel het ABC van het lesgeven. Herkenbaar?

ROSENSHINES PRINCIPES VAN INSTRUCTIE
1. Start de les met een korte opfrissing van de essentiële voorkennis uit vorige les(sen).
2. Bied nieuwe leerstof in kleine stappen aan, met gelegenheid tot oefenen na elke stap.
3. Beperk de hoeveelheid leerstof die de leerlingen per keer krijgen.
4. Geef duidelijke instructies en heldere verklaringen.
5. Stel veel vragen en kijk of leerlingen de leerinhoud hebben begrepen.
6. Zorg dat alle leerlingen de gelegenheid hebben om actief te oefenen.
7. Begeleid leerlingen wanneer ze beginnen met oefenen.
8. Denk hardop en modelleer.
9. Geef de leerlingen uitgewerkte voorbeelden.
10.  Vraag de leerlingen uit te leggen wat ze geleerd hebben.
11.  Zoek manieren om de antwoorden van alle leerlingen te checken.
12.  Geef op een systematische manier feedback en correcties.
13.  Neem de tijd om extra uitleg te geven.
14.  Geef veel voorbeelden.
15.  Leg leerstof opnieuw uit als dat nodig is.
16.  Geef leerlingen de gelegenheid om zelfstandig te oefenen.
17.  Monitor leerlingen wanneer ze zelfstandig oefenen.

Bron: Wijze lessen - twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek, Tim Surma (e.a.)

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:11  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

The nice thing about standards is that there are so many of them to choose from.

Andrew S. Tanenbaum


Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 148 gasten online
Artikelen

keep doing keep getting stephen covey

Banner
Banner

Getting things done, David Allen

Getting Things Done
Prettig en efficient werken zonder stress
David Allen

Bij Managementboek.nl | Bol.com

Lean boekentips

Banner