• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
Leren volgens Elaine Biech
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

leren leergebieden kennis vaardigheden beïnvloeden gedrag

Hoe leren mensen?

Drie leergebieden: kennis, vaardigheden en het beïnvloeden van gedrag

Trainers houden zich bezig met drie leergebieden: kennis, vaardigheden en het beïnvloeden van gedrag.

Kennis (de Amerikaanse theoreticus Benjamin Bloom noemde dit cognitief) omvat de ontwikkeling van intellectuele vaardigheden. Voorbeelden van kennis zijn weten wat de principes van boekhouden zijn, begrijpen hoe rentetarieven de economie beïnvloeden of weten hoe je een boek moet laten uitgeven.

Vaardigheden (Bloom noemde dit psychomotorisch) verwijst naar fysieke vooruitgang, coördinatie en het gebruik van motorische vaardigheden. Voorbeelden van vaardigheden die je kunt leren zijn de vaardigheid om een digitale camera te bedienen, personeel te managen, effectief te luisteren of een voetbal weg te schoppen.

Gedrag (Bloom noemde dit affectief) verwijst naar hoe je emotioneel gezien met dingen omgaat, zoals gevoelens, motivatie en enthousiasme. Hoewel gedrag niet 'onderwezen' wordt, kan training er wel invloed op hebben. Trainers kunnen gedrag niet veranderen, maar zijn wel regelmatig in de gelegenheid om gedrag te beïnvloeden.

Bron: Trainen voor dummies, Elaine Biech

Laatst aangepast op donderdag, 09 januari 2020 20:41  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Transfer
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Transfer

Didactisch begrip voor overdracht van kennis, vaardigheden en inzichten die in een bepaalde situatie werden verworven naar andere situaties die min of meer afwijken van de oorspronkelijke leeromgeving.

 

transfer

Met transfer wordt bedoeld dat iemand iets wat hij geleerd heeft in een andere situatie kan toepassen.Transfer is mogelijk als er inzicht is verworven. Als ik een apparaat heb leren bedienen, en ik wordt geconfronteerd met hetzelfde soort apparaat, maar dan van een ander merk, blijkt of ik iets heb geleerd over de logica van het apparaat. Als ik iets geleerd heb, zal ik toch zeker de betekenis van een aantal functies begrijpen, zodat ik ook dit apparaat kan (leren) bedienen. Ik heb inzicht verkregen in de werking. In de principes van het apparaat. Dan is transfer mogelijk. Het betekent dat je elementen van het ene kunt meenemen naar het andere.

Bron: Praktijkgericht opleiden - al doende leren in de beroepspraktijk, Jan Willem van den Boogert

 

transfer

Het transferprobleem


Bedrijfsopleidingen blijken niet altijd de verwachte of gewenste resultaten op te leveren. Zo leidt hetgeen tijdens de opleiding is geleerd niet altijd tot een beter functioneren van de individuele werknemer. Dit probleem heeft betrekking op de effectiviteit van de opleiding en wordt doorgaans aangeduid als het transferprobleem: wat geleerd is tijdens een opleiding, doorgaans kennis, vaardigheden of attitude, heeft niet altijd een verbeterde werkprestatie of verandering in werkgedrag tot gevolg.

(...)

Baldwin en Ford hebben in een bekend overzichtsartikel (1988) alle belangrijke empirische studies naar transfer uit de organisatie- en trainingsliteratuur geordend. ... Op basis van literatuuronderzoek hebben zij een model ontwikkeld dat direct en indirect de invloed toont van factoren op het leren en onthouden en op de transfer.

Zij hebben een indeling gemaakt op basis van drie hoofdfactoren:

- De karakteristieken van de lerende,
- Het ontwerp van de training,
- De werkomgeving.

Uiteindelijk is de conclusie van Baldwin en Ford dat er consequent te weinig inzicht bestaat in wat de belangrijkste factoren zijn die van invloed zijn op transfer.

Uit het recentere onderzoek van Holtonn, Bates & Ruona (2001) komen 16 factoren die van invloed zijn op de transfer van een bedrijfsopleiding. We concluderen dat we de factoren van Holton, Bates & Ruona ook kunnen indelen in de drie hoofdfactoren zoals eerder voorgesteld door Baldwin & Ford.

- Factoren die de lerende kan beïnvloeden,
- Factoren die het ontwerp van de training kan beïnvloeden,
- Factoren die werkomgeving kan beïnvloeden.

Bron: Professionals organiseren informeel leren, Hanneke J.M. Koopmans

transfer

Nabije en verre transfer


Transfer wordt onderscheiden in nabije en verre. (Vanzelfsprekend gaat het hier niet om een dichotomie, maar om een tweepolig continuüm) Als de situatie waarin de kennis of vaardigheid is geleerd en de toepassingssituatie (of gebruikssituatie) niet veel van elkaar verschillen, wordt gesproken van nabije transfer.

Bij verre transfer is er een relatief grote afstand tussen de oorspronkelijke leersituatie en de toepassingssituatie. Geloof in verre transfer gaat soms heel ver. Zo menen veel docenten (en ook veel ouders van 'gymnasiasten') dat via het leren van Latijn leerlingen beter leren denken en dat dit zou 'uitstralen' naar andere vakken: verre transfer dus. Het kon echter niet overtuigend aangetoond worden dat het leren van Latijn de denkvaardigheid in andere vakken verbetert. Voor wiskunde geldt hetzelfde.

Bron: Lesgeven en zelfstandig leren, Tjipke van der Veen

transfer

Leren in een context


Leren speelt zich altijd af in een specifieke context. Kennis is in die zin situatiegebonden, dat wil zeggen onlosmakelijk verbonden met de specifieke activiteiten, context en cultuur waarin deze kennis verworven en gebruikt wordt.

Leren is dus gesitueerd; vindt plaats in authentieke contexten, waarin wat geleerd wordt direct en integratief toegepast kan worden. In formele en tradtionele schoolse contexten is het veel lastiger denken en doen aan elkaar te koppelen. Een belangrijke notie in het kader van dit gesitueerde leren is het begrip 'transfer', ofwel: het kunnen toepassen in nieuwe situaties van wat eerder in andere situaties geleerd werd.

Bron: Talenten transformeren - over het nieuwe leren en nieuwe leerarrangementen, Jozef J.M. Kok

transfer

Transfer

Wat is transfer en wat zijn transfereffecten?

Wanneer leerlingen hetgeen ze in een bepaalde situatie geleerd hebben kunnen toepassen in een nieuwe situatie is er sprake van transfer. Om transfer te bereiken is een goede didactische aanpak of methode nodig die hier expliciet naar toewerkt. Wanneer de nieuwe situatie sterk overeenkomt met de situatie waarin het geleerde is opgedaan, spreken we over nabije transfer. Bij verre transfer passen leerlingen het geleerde toe in nieuwe situaties die aanzienlijk verschillen van de oorspronkelijke leersituatie waardoor zij een grotere vertaalslag moeten maken.

Verklaring voor transfereffecten


Onderzoek dat claimt dat je transfereffecten kunt aantonen berust vaak op schijnverbanden. In effectstudies is er vaak wel een verband (correlatie) tussen kunsteducatie en een bepaalde uitkomst, maar een effect (causaal verband) is daarmee niet aangetoond. In de VS ligt het bijvoorbeeld voor de hand dat iemand die goed presteert op school meer aan kunsteducatie doet. Omdat het schoolsysteem extra-curriculaire activiteiten stimuleert. Het niveau van de leerkracht, de instructietijd of ouderlijke socialisatie kan ook een verklaring zijn voor een effect. Als je niet controleert of deze factoren, die verstorend of versterkend werken, een rol spelen, kun je geen sterke conclusies trekken.

Beperking van onderzoek naar transfer

Transfer is een complex vraagstuk. Transfereffecten zijn op ieder gebied moeilijk aan te tonen. In onderzoek wordt vaak niet duidelijk gemaakt waarom het waarschijnlijk is dat transfereffecten optreden.


Bron: https://wij-leren.nl/transfer.php

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 11:21  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Bekwaamheid
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Bekwaamheid

Combinatie van kennis, vaardigheden en houding die nodig is om adequaat te handelen in een kenmerkende praktijksituatie.E

dual coding

Bij het ontwerpen van leerprocessen nemen wij bekwaamheden in het werk als vertrekpunt. Een bekwaamheid definiëren we dan als de combinatie van kennis, vaardigheden en houding die nodig is om adequaat te handelen in een kenmerkende werksituatie. Bekwaamheden zijn voor ons synoniem met competenties. We geven echter de voorkeur aan de term bekwaamheden omdat over het begrip competenties de afgelopen jaren veel verwarring is ontstaan.

(...)

De context kleurt de bekwaamheden die iemand moet inzetten om in een werksituatie effectief te handelen. Het voorzitten van een vergadering bijvoorbeeld is een algemene bekwaamheid, die per context net iets anders betekent. Of iemand het goed doet als voorzitter hangt af van de plaats en de omstandigheden waaronder de voorzittershamer ingezet moet worden. ... En klantgericht werken zit er voor een verkoper in een kledingwinkel anders uit dan voor een medewerker in de thuiszorg. Wie die context in het oog houdt, voorkomt dat de beschrijving van bekwaamheden losraakt van de specifieke werkomgeving en verwordt tot een abstracte, weinig onderscheidende omschrijving waar niemand zich in herkent. Dit risico doet zich voor wanneer de verzamelde bekwaamheden samen worden gevat in meer generieke competentieprofielen.

Analyse van bekwaamheden

Een belangrijk onderdeel van het vakmanschap van de ontwerper, is het vermogen om effectieve leersituaties te ontwerpen en leervormen te kiezen die de lerende helpen bij het verwerven van de benoemde bekwaamheden. Om tot een effectief ontwerp te komen en juiste keuzes te maken, is het van belang om de opgespoorde bekwaamheden nader te analyseren. De elementen van een bekwaamheid bepalen namelijk voor een belangrijk deel de inrichting van het leerproces dat nodig is om die bekwaamheid te helpen ontwikkelen.

(...)

Rekening houdend met de verschillende elementen binnen een bekwaamheid (kennis, vaardigheid en houding) bouwt de ontwerper een effectieve combinatie van leervormen om mensen die bekwaamheid te helpen ontwikkelen. De elementen van een bekwaamheid moet je dus wel van elkaar onderscheiden, maar zeker niet van elkaar scheiden of isoleren. Doe je dat wel, dan is het risico groot dat er een versnipperd leerproces tot stand komt of dat bepaalde elementen in dat leerproces de overhand krijgen. Dit laatste zien we nogal eens gebeuren met kennis. Een complexe bekwaamheid vraagt vaak om gedegen (vak)kennis, waardoor het verleidelijk is om daar een flink blok theorie voor in te ruime in een leertraject. Het gaat er echter niet om of iemand over veel kennis beschikt, maar of die persoon iets kán met die kennis; of iemands handelen door die kennis beïnvloed wordt.

Bron: Opleidingskunde - Leren in het werk, rond het werk, voor het werk, Erik Deen, Mariël Rondeel & Joseph Kessels

 

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 11:16  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Reproductieve vaardigheden
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Reproductieve vaardigheden

...

Zie ook: Productieve vaardigheden

dual coding

Reproductieve vaardigheden

Vaardigheden die een uitvoering kennen die van tevoren is vastgesteld of verloopt via een standaardprocedure. Denk aan het veilig openen van de deur van een vliegtuig: daar zijn vaste richtlijnen voor waarvan je niet mag afwijken. Bij een reproductieve vaardigheid past iemand procedures toe.

Bron: Opleidingskunde - leren in het werk, rond het werk, voor het werk, Erik Deen & Mariël Rondeel

dual coding

Reproductieve vaardigheden

Reproductieve vaardigheden zijn eenvoudige, repeterende activiteiten, die met weinig of geen planning gepaard gaan. Het gaat meestal om standaardprocedures of regelmatig voorkomende handelingen.


Bron: https://tinqwise.nl/blog/het-instructiemodel-van-romiszowski

 

Tags:
Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 11:17  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Productieve vaardigheden
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Productieve vaardigheden

...

Zie ook: Reproductieve vaardigheden

dual coding

Productieve vaardigheid

Een vaardigheid is productief als je in een nieuwe situatie zelf moet uitzoeken hoe je adequaat kunt handelen. De manier waarop je dat moet doen, staat niet vast. Bij een productieve vaardigheid past iemand principes en strategieën toe.

Bron: Opleidingskunde - leren in het werk, rond het werk, voor het werk, Erik Deen & Mariël Rondeel

dual coding

Productieve vaardigheden

Productieve vaardigheden doen een beroep op de creativiteit en planningsvaardigheden van de student; ze gaan gepaard met (complexe) beslissingsvorming op bewust (of onderbewust) niveau. De student moet de geleerde informatie spontaan toepassen in nieuwe situaties, waarin niet van tevoren geoefend is. Er moeten nieuwe oplossingen voor nieuwe problemen gemaakt worden.

Bron: https://tinqwise.nl/blog/het-instructiemodel-van-romiszowski

 

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 11:16  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Cognitieve belastingstheorie
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Cogntieve belastingstheorie

...

Alias: Cognitive Load Theory (CLT)

Zie ook:

dual coding

Cognitieve Load Theory


Theorie van John Sweller gericht op de rol van het werkgeheugen in het leerproces. De theorie stelt dat leren gemaximaliseerd wordt door ervoor te zorgen dat de capaciteit van het werkgeheugen niet onnodig belast wordt. De cognitieve load, de totale hoeveelheid mentale activiteit waarmee het werkgeheugen op een bepaald moment wordt belast, moet beperkt worden. Zo blijft er voldoende ruimte over voor inhoudelijke diepteverwerking. Swellert stimuleert met deze theorie het ontwikkelen van multimediale leeromgevingen die inspelen op de beperktheid van het werkgehugen.

Bron: 5e socio-linguïstische conferentie, Red. Tom Kooke, Jacomine Nortie & Bert Tahitu

 

dual coding

Cognitieve Load Theory

De Cognitieve Load Theorie (Sweller, 1994; 1999) gaat ervan uit dat de mens beschikt over slechts één actieve werkgeheugenlocatie. De grootste uitdaging van informatieverwerking en taakuitvoering bestaat er volgens de theorie in om de cognitieve belasting van dat werkgeheugen binnen de perken te houden. Een manier om dat te doen is om informatie in het gepaste formaat te verpakken. Visuele informatie heeft als voordeel dat ze lezers in staat stelt verschillende informatie-elementen simultaan te verwerken in het geheugen. Beide presenteren immers objecten en relaties daartussen op een holistische manier, en slagen er daardoor in om te fungeren als één geheugeneenheid, om zodoende de cognitieve overbelastig tegen te gaan.

Bron: Moeilijk Lezen Makkelijk Maken - de veelzijdige zwakke lezer, Eric M. Moormann

dual coding

Wat is de cognitive load theory?


De kern van de cognitive load theory is gebaseerd op verschillende aannames over hoe de hersenen werken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het korte-termijn geheugen en het lange-termijn geheugen. Simpel gesteld: in het korte-termijn geheugen past slechts een kleine hoeveelheid informatie. Op het moment dat dit geheugen vol zit blokkeert het, als het ware. Er is tijd nodig om de informatie naar het lange-termijn geheugen over te zetten, en pas dan komt er weer ruimte in het korte-termijn geheugen.

Natuurlijk gaat dat niet op voor alle informatie: in het lange-termijn geheugen worden schema’s gemaakt waarin nieuwe informatie wordt toegepast. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom je als expert in een onderwerp veel sneller nieuwe dingen kunt leren, dan wanneer je een beginner bent.

De cognitive load theory gaat dus over het belasten van het korte-termijn geheugen, en op welke manier je kunt zorgen dat dit minder is. Het voorbeeld uit de inleiding is daarbij niet alleen toevallig: hoe zwaarder je cognitie belast wordt, hoe beter dat meetbaar is door het observeren van de pupillen. Er is daarbij een duidelijk individueel verschil: de ene persoon kan meer belasting aan dan de andere.

bron: https://www.vernieuwenderwijs.nl/cognitive-load-theory/

 

dual coding

De Cognitieve belasting theorie


Kennis over de werking van het geheugen helpt ons inzicht te krijgen in het proces van leren. Het selecteren en overbrengen van informatie is de cognitieve belasting van het werkgeheugen. De Cognitieve Belasting Theorie beschrijft twee belangrijke aspecten van het werkgeheugen:

1. De kortdurende opslag van informatie
2. Het selecteren en verbinden van informatie met kennis in het langetermijngeheugen waardoor nieuwe kennis ontstaat.

Het kortetermijngeheugen

Het werkgeheugen filter informatie en heeft een beperkte opslag- en verwerkingscapaciteit. Een optimale belasting met informatie draagt bij aan een actief en effectief gebruik van het werkgeheugen. Overbelasting of onderbelasting is ongewenst. De lerende student kan zelf invloed uitoefenen op de informatieverwerking door bewuste en gerichte aandacht. Echter, bewuste en gerichte aandacht komen niet vanzelf en ook hierbij is het nodig om te oefenen. De docent heeft hierin een belangrijke rol, bijvoorbeeld via de hoeveelheid aangeboren informatie en de inrichting van de lessen, leeropdrachten en leerprogramma's.

Het langetermijngeheugen

De opslagcapaciteit voor informatie in het langetermijngeheugen is vrijwel ongebrensd. Het langetermijngeheugen slaat informatie op in de vorm van kennis. De ontwikkeling van kennis is een actief en energievragend proces. Door herhaalde oefening ontstaat geautomatiseerde kennis. Door afwisseling ontstaat transfer: het vermogen van een student om kennis in verschillende situaties in te zetten. Dit is een essentieel onderdeel van leren.

Bron: Brein & leren - cognitieve belasting van het geheugen: uitleg en tips, Avans Hogeschool

 

dual coding

De cognitieve Load theory

 

Het registreren, bewerken, opslaan en oproepen van informatie gebeurt in verschillende fasen, waarbij telkens specifieke geheugentypes betrokken zijn. Via het zintuiglijke geheugen komt de informatie in je werkgeheugen terecht. Daar wordt de informatie bewerkt of gekoppeld aan eerder verworven informatie of cognitieve schema’s die je vanuit het langetermijngeheugen oproept.

Bepaalde eigenschappen van deze geheugentypes hebben een grote impact op de wijze waarop we leren en informatie verwerken. Zo zijn de duur en de opslagcapaciteit van het werkgeheugen, in tegenstelling tot die van het langetermijngeheugen, heel beperkt. Uit onderzoek blijkt dat we gemiddeld slechts zeven onafhankelijke stukken informatie kunnen  vasthouden gedurende een twintigtal seconden. Recent onderzoek geeft zelfs aan dat de echte capaciteit beperkt is tot vier items.”

Wanneer we leren of activiteiten uitvoeren, worden onze geheugenfuncties belast. Krijgt je werkgeheugen op korte tijd te veel en/of heel complexe informatie aangeleverd, dan is het moeilijk om alles efficiént te verwerken en op te slaan in het langetermijngeheugen. Op dat moment treedt er een cognitieve overbelasting (cognitive overload) van het werkgeheugen op.

Dit fenomeen wordt beschreven in de Cognitive Load Theory, geintroduceerd door John Sweller (1994). Hij stelt dat we beter in staat zijn om te leren wanneer de cognitieve belasting op het werkgeheugen tot een minimum wordt herleid. Die cognitieve belasting kan op verschillende manieren ontstaan. Zo kan er een belasting ontstaan door de manier waarop de informatie wordt gepresenteerd (extraneous cognitive load) aan de lerende. Het is ook mogelijk dat de belasting voortvloeit uit de complexiteit van de informatie (intrinsic cognitive load) en bijgevolg moeilijk te vermijden is. De cognitieve belasting kan ook met het leren of ontwikkelen van cognitieve schema’s zelf te maken hebben (germane cognitive load).

Vanuit de Cognitive Load Theory worden verschillende suggesties gegeven over hoe we de extraneous cognitive load kunnen vermijden*. Dat kan onder meer door grafische schema’s toe te voegen aan teksten, door multimedia te gebruiken, door te werken met uitgewerkte voorbeelden’ of door overtollige informatie te verwijderen.

Bron: Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen, Tommy Opgenhaffen

Tags:
Laatst aangepast op zondag, 17 mei 2020 08:31  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Microlearning
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Microlearning

...

Alias:

  • Learning bytes,
  • Learning burst,
  • Burst of learning
  • Chunked learning
  • Mini elearnings,
  • Learning snack,
  • Essential
  • Nugget,
  • Chunk.


microlearning micro leren microleren learning

 

In het boek Microlearning: Short and Sweet definiëren Karl M. Kapp en Robyn A. Defelice microlearning als volgt:

Instructionele eenheid die vraagt om een korte betrokkenheid vraagt bij een activiteit die intentioneel ontworpen is om een specifieke uitkomst teweeg te brengen bij de deelnemer aan deze activiteit.

Kapp en Defelice onderscheiden zes verschillende vormen van microleren:

  1. Pensive.

  2. Performance-based.

  3. Persuasive.

  4. Post-instruction.

  5. Practice-based.

  6. Preparatory/preparation.

Bron: Microlearning: Short and Sweet, Karl M. Kapp & Robyn A. Defelice

 

microlearning micro leren microleren learning

Helma van den Berg geeft aan dat er vier voordelen zijn van een microlearning:

  • Vaak mobiel beschikbaar.
  • In 3-5 minuten te 'consumeren'
  • Je kunt het tijdens je werk doen.
  • Het gaat over een afgebakend onderwerp: maximaal 3 dingen om te onthouden.

Als je microlearnings omschrijft als leerinterventies die vragen direct, kort en krachtig beantwoorden, dan heb je de kern te pakken. Korte, gefocuste training, waarbij je de relevante kennis brengt in 3 minuten. Na het doornemen heb je het antwoord doordat de learning  gefocust is op één leerdoel: de vraag van de lerende.

Microlearning wordt ingezet om belangrijke kennis te herhalen, te bestendigen en opzoekbaar te maken. Goede toepassingen hiervan zijn performance support, 70:20:10 of herhaling van belangrijke zaken uit een macro leermoment.

Waar het doel van microlearning is om zo snel mogelijk een antwoord te geven op een vraag die de lerende heeft, is bij macroleren het uitgangspunt ‘hoe leer ik meer van dit onderwerp’. Dat maakt dat lerenden bij macroleren tijd investeren door het volgen van bijvoorbeeld klassikale training of e-learning. Bij microlearning is de behoefte het krijgen van een instant antwoord op een vraag. Dus geen poespas er omheen. Als het antwoord niet snel gegeven wordt, is de microlearning niet toereikend (en de zoeker afgehaakt). microlearning vergt dus een sterke focus en kennis van hetgeen gezocht wordt door de vragensteller. Het is geschikt om in te zetten in combinatie met macrolearning. Je gebruikt het dan om de kennis te bestendigen uit het macromoment of om te oefenen met de geleerde gedragsverandering.

Van den Berg geeft ook een overzicht van de zeven meest gebruikte vormen van microlearning:

  • Instructeur in video (korte, to the point uitleg door een instructeur).
  • Infographic (snel overzicht van relevante cijfers en feiten rond de vragen die er zijn over een onderwerp).
  • Geplastificeerde mindmap of memorycard (alle info overzichtelijk gepresenteerd) .
  • Quiz (kennis toetsen + leren wat het goede antwoord is) .
  • Animatie (2d- of 3d-content geanimeerd aanbieden) .
  • Simulaties, rollenspellen of branching scenario's met interactieve mogelijkheden .
  • Podcast

Bron: De kracht van microlearning, Helma van den Berg

microlearning micro leren microleren learning

Microlearning defined


What is microlearning? In many ways, microlearning is just a mash-up of many things learning professionals have already been creating and providing: just-in-time learning, performance support, post-training refreshers, and much else. The common thread for these pieces of learning is that they can be consumed quickly.

So, microlearning can be any learning content that stands alone or supports other learning activities, such as instructor-led classes, e-learning modules, and simulations. Microlearning can be used in four key ways:    Preparation before a learning event.

  • Follow-up to support a learning event.
  • Stand-alone training.
  • Performance support.

There are many kinds of infographics; most professional infographic designers say there are eight to 13 different kinds. The ones that are most relevant to microlearning are:

  • List (list information about a subject)
  • Data or visualized numbers (provides statistics about a topic; where the number itself or an image representing the number is the focal point)
  • How-to-guide (provides step-by-step instructions)
  • Flowcharts (starts from a single point and branches based on decisions)
  • Timeline (tells how something changed over time)
  • Comparison (compares and contrasts two subjects)
  • Hierarchical (stacks information based on previous levels or steps)

Bron: Designing Microlearning - What Works in Talent Development, Carla Torgerson & Sue Iannone

 

microlearning micro leren microleren learning

De populariteit van microlearning in business is volgens Signum.ai te danken aan de volgende voordelen van Microlearning:

  • Tijd: Het is makkelijk voor lerenden om een cursus te volgen omdat het niet veel tijd kost.
  • Snel resultaat: Als je iets hebt na het afronden van een les waarover je meer weet, is dat een grote motivatie om door te gaan naar een volgende microlearning.
  • Engagement: De lerende heeft snel resultaat en beloning (let dus goed op het positief belonen bij afronden). Dit verhoogt de betrokkenheid van de lerende.
  • Flexibiliteit: Doordat de content snel te veranderen is, is het voor de organisatie ook flexibel en snel aan te passen.
  • Lage kosten: Je kunt materialen hergebruiken.

Bron: https://lets-learn.nl/microlearning-in-business/2020/01/06/

microlearning micro leren microleren learning

Microlearning refers to any pedagogy that encourages learning in short segments, and it can be supported through many platforms, including social media.

(...)

Microlearning in general has three aims: to reduce the quantity of information by organizing it into bite-size pieces, to restructure the overall process of learning and the environment in which students learn, and to motivate students to personalize their learning routines.

(...)

Microlearning ...

  • provides opportunities to deepen retention of information,
  • creates learning communities, and
  • increases student engagement.

When considering how we learn and retain information, it's important to consider cognitive load — Information flowing into our working memory.4 Based on the cognitive load theory, the working memory can become overloaded with information and halt or slow down the process of moving information into long-term memory.5 By chunking information and providing frequent microlearning opportunities, learning has the potential to decrease the cognitive load and increase long-term memory of the concept or topic.

Bron: https://er.educause.edu/articles/2017/4/learning-in-bursts-microlearning-with-social-media

microlearning micro leren microleren learning

Microlearning refers to an educational approach that offers bite-sized, small learning units with just the necessary amount of information to help learners achieve a goal.

1. More efficient transfer of learning
2. Learners prefer it
3. Creates more engagement
4. Matches the working memory capacity + attention spans of humans
5. Reduce development costs

Bron: https://www.shiftelearning.com/blog/numbers-dont-lie-why-bite-sized-learning-is-better-for-your-learners-and-you-too

 

microlearning micro leren microleren learning

What is Microlearning?


Microlearning, as the name suggests, features:
- Focused learning nuggets ideally designed to be 2-5 minutes long and normally not exceeding 7 minutes.
- It has a specific outcome or gain associated with it and should trigger the learner to the desired action.

It is supported across all devices—ranging from desktops/laptops to smartphones/tablets—and is the preferred mode for learning “on the go.” It has the following key characteristics.

- It uses rich media formats (notably videos and apps).
- It is action-oriented (wherein learners can use various types of Microlearning to learn, practice, or apply on the job).

The idea behind creating effective Microlearning nuggets is to keep them as crisp as possible while ensuring that they are long enough to adequately cover a learning objective.

(...)

Learnes love microlearning based training as:

1. It is short and focused.
2. It can be taken on the go.
3. It is available in the learners’ workflow and can be accessed at the moment of their need.
4. It is designed for multi-device support and provides control to learners on when and how they want to consume it.
5. It uses high-impact formats (notably, videos) that are engaging and immersive.

What are the benefits of Microlearning?


There are several benefits of Microlearning.

Benefits for learners


1. Learner-centric: Microlearning nuggets can be used in a flexible learning path and can be used to provide learners with a personalized learning experience. The flexibility they offer in terms of packaging them in the device of the learners’ choice helps them address varied learning styles.

2. Just-in-time: Microlearning nuggets can be offered to learners packaged as just-in-time Performance Support Tools (PSTs). They can be designed to meet a specific learning outcome and help learners apply the learning on the job.

3. Accessible: More than 1.2 billion learners have access to devices such as smartphones and tablets. Microlearning nuggets can be accessed on the device of learners’ choice (including smartphones and tablets) making them easily accessible for learners.

4. Rich media: Microlearning is an ideal fit for modern-day learners who appreciate information packaged in rich media formats.

5. Less time-consuming: With time, the average human attention span is decreasing. According to a study, the average human attention span was 12 seconds in the year 2000. Just a decade and a half has passed by since then, and the average attention span has dropped to 8 seconds. This makes Microlearning an ideal format for today’s learners.


Benefits for Business


1. Affordable and agile: Microlearning is relatively lighter on training budgets and gives organizations a cost advantage. Numbers suggest that Microlearning can bring down production costs by 50% and increase development speed by 300%.

2. Shorter development cycle: Shorter the learning nugget, shorter the development cycle. Microlearning nuggets can be developed quickly and, therefore, have a short development cycle, helping organizations not just spend less but also ship the product with a quicker turnaround time.

3. Easy to update: In case there are any updates to be made, Microlearning nuggets can be updated quickly, again proving beneficial for organizations in terms of the cost and turnaround time.

4. Wider application: Microlearning can be used for Formal as well as Informal Training needs. They can be used as Performance Support Tools (PSTs), as standalone learning nuggets, or as part of a series of courses. They can also be deployed through an LMS or weaved in the learning path of a learning portal.

5. High impact: Microlearning nuggets are designed to meet a specific learning outcome. This helps create a high impact as the learner gets exactly what he/she was looking for.

Bron: Microlearning In Action - Tips, Techniques, And Examples On How To Use It To Drive Employee Performance

microlearning micro leren microleren learning

The term microlearning describes the use of eLearning in small, bite-sized, right-sized content to help learners accomplish a specific learningoutcome.Essentially microlearning is the the exact same practice as a normal length course but on different (smaller) scale. Reducing the course size into five-minute-long, quick-hit, training sessions – separating what you NEED to know, from what is NICE to know.

Bron: How to design a great microlearning experience,  Suresh Kumar (ebook/pdf)


Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 30 mei 2020 08:41  
Kennis en vaardigheden volgens Alexander J. Romiszowski
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kennis vaardigheden

Joseph Kessels en Cora Smit gaan in hun boek Opleidingskunde - een bedrijfsgerichte benadering van leerprocessen in op het verschil tussen kennis en vaardigheden:

joseph kessels romiszowski

Belangstelling voor vaardigheden Het onderscheid tussen kennis en vaardigheden is, ook voor het gebruik in bedrijfs­opleidingen, zeer helder weergegeven door Romiszowski (1981, 1984).

-   Kennis heeft betrekking op de verwerving en de opslag van informatie. Kennis onderverdeeld worden in:

  • feiten;
  • procedures;
  • concepten;
  • principes.

- Vaardigheid wordt ontwikkeld door middel van oefening en ervaring, waarbij gebruikgemaakt wordt van eerder verworven kennis  om een bepaald doel te bereiken. Vaardigheden kunnen onderverdeeld worden in:

  • cognitieve  vaardigheden zoals: besluitvorming, probleemoplossen, logisch denken;
  • psychomotorische vaardigheden zoals: het uitvoeren van diverse handelingen en technieken;
  • reactieve vaardigheden zoals: aandacht hebben voor, handelen overeenkom­stig een waardensysteem;
  • interactieve vaardigheden zoals: sociale, communicatieve en leidinggevende vaardigheden.


Romiszowski maakt voor elke soort vaardigheid nog een onderverdeling in repro­ductieve en productieve vaardigheden. Een reproductieve vaardigheid is een vaar­digheid die uitgevoerd wordt volgens een van tevoren vastgelegde wijze of proce­dure.

Bijvoorbeeld leerdoel 9: het verwisselen van koolborstels van de hoofdgenerator binnen 15 minuten met daarvoor geschikt gereedschap, overeenkomstig werkbe­schrijving H.G.22. (psychomotorisch - reproductief).
Een productieve vaardigheid is een vaardigheid die in een nieuwe probleemsi­tuatie uitgevoerd moet worden, zonder dat de wijze van uitvoeren van tevoren is vastgelegd, maar waarbij gebruikgemaakt moet worden van principes en strategieën.

Bijvoorbeeld leerdoel 9 een begeleidingsplan ontwerpen  voor medewerkers die wegens ernstige financiële problemen in de privésfeer disfunctioneren (cognitief - productief).

of

Bovengenoemd begeleidingsplan kunnen uitvoeren in overleg en in samenwer­king met de betrokkenen (interactief - productief).

De grote voordelen van de hier beschreven  indeling in  vaardigheidsdoelen zijn onder andere:
- de ontwikkelaar wordt gedwongen om de resultaten van de taakanalyse te be­werken tot leerdoelen op een niveau dat voor de taakuitoefening het meest ge­schikt is;
- de  ontwikkelaar wordt minder in verleiding gebracht om grote hoeveelheden minitieus geformuleerde kennisdoelen te  produceren;
- de vaardigheidsdoelen dwingen de ontwikkelaar om onderwijsleersituaties te ontwerpen waarin vooral geoefend wordt:

  • bij reproductieve vaardigheden zullen dit oefeningen zijn in het handelen volgens van tevoren vastgelegde procedures: bijvoorbeeld simulatietrainingen om (aanstaande) luchtverkeersleiders te  leren om landingsprocedures toe te passen;
  • bij productieve vaardigheden zullen dit oefeningen zijn waarbij nieuwe probleemsituaties opgelost moeten worden, met behulp van bekende prin­cipes en strategieën: bijvoorbeeld het oplossen van een storing in de elektro­nicabesturing van de antiblokkeerinrichting;

-   de vaardigheidsdoelen dwingen de ontwikkelaar tot het ontwerpen van toetsen en productevaluatie-instrumenten waarbij de cursist de verworven vaardigheid tentoon moet spreiden;
-door de introductie van interactieve vaardigheden is  het eerder beschreven probleem van de sociale  doelen opgelost.

Bron: Opleidingskunde - een bedrijfsgerichte benadering van leerprocessen, Joseph Kessels & Cora Smit


Tags:
Laatst aangepast op woensdag, 08 januari 2020 07:18  
5 moments of need volgens Bob Mosher & Conrad Gottfredson
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

werkplekleren performance support

Bob Mosher en Conrad Gottfredson beschrijven in hun boek Innovative Performance Support - Strategies and Practices for Learning in the Workflow vijf momenten waarop iemand die aan het werk is of gaat de behoefte heeft om de leren:

innovative performance support werkplekleren

The five moments of learning need

In order for a learning ecosystem to be complete, it must support the entire journey performers make from the beginning stages of learning through the full range of challenges that can occur at the moment of Apply - when they are called upon to actually perform.

There are five fundamental moments that make up the full range of Performance Support needs people have in their journey of becoming and remaining competent in their individual and collective work.

The training industry has focused its practice primarily upon the first two moments of need:

(1) New: when people are learning how to do something for the first time

(2) More: when people are expanding the breadth and depth of what they have learned

Documentation teams have historically assumed primary responsibility for providing printed and online help informationi for people to use when they face the third moment of need:

(3) Apply: when they need to act on what they have learned, which includes planning what they will do, rembembering what they may have forgotten, or adapting their performance to a unique situation.

Help desk practices have also assumed a role in supporting people in this third area of need. But their primary work has been to address the fourth moment:

(4) Solve: when problemes aries, or things break or don't work the way they were intended.

Finally, there is a moment of need that few organisations have adressed well:

(5) Change: when people need to learn a new way of doing something that requires them to change skills that are deeply ingrained in their performance practices.

Bron: Innovative Performance Support - Strategies and Practices for Learning in the Workflow, Con Gottfredson & Bob Mosher

 

Tags:
Laatst aangepast op woensdag, 08 januari 2020 08:11  
5 intellectuele vaardigheden volgens Gagné & Briggs
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

intellectuele vaardigheden

Monique Boekaerts en Robert-Jan Simons beschrijven in hun boek Leren en instructie - de psychologie van de leerling en het leerproces de onderwijsleertheorie van Gagné en Briggs (1979). Binnen deze theorie worden vijf soorten intellectuele vaardigheden onderscheiden:

monique boekaerts robert-jan simons leren instructie

  1. Discriminaties: objecten als gelijk of verschillend waarnemen.

  2. Concrete begrippen: kenmerken van een object identificeren.

  3. Gedefinieerde begrippen: een definitie gebruiken.

  4. Principes: een regel toepassen.

  5. Probleem oplossen: een meer complexe regel genereren van simpele regels.

Bron: Leren en instructie - de psychologie van de leerling en het leerproces, Monique Boekaerts & P. Robert-Jan Simons

Laatst aangepast op zondag, 05 januari 2020 16:15  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Fear isn’t an excuse to come to a standstill. It’s the impetus to step up and strike.

Nisandeh Neta

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 83 gasten online
Artikelen

excellence aristoteles

Banner

teaching design science diana laurillard

Teaching as a Design Science
Building Pedagogical Patterns for Learning and Technology
Diana Laurillard

Bij Bol.com | Managementboek

 

 

 

 

 

Lean boekentips

Lean Practitioner & Lean Expert
mindset, skill set & tool set
H.C. Theisens

Bij Bol.com | Managementboek

Banner