• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
PDCA-cirkel volgens Kees Tillema
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

pdca deming cirkel

Kees Tillema beschrijft in zijn boek Technieken voor procesverbetering de Deming-cirkel:

processen proces activiteit doel resultaat

De Deming-cirkel gaat uit van het volgende:

  1. PLAN: plan activiteiten voordat je start. Geef aan wat de beoogde resultaten zijn en welke middelen er benodigd zijn.

  2. DO: voer activiteiten uit conform planning

  3. CHECK: verifieer periodiek of planning en realisatie nog overeenstemmen;

  4. ACT: onderneem actie, grijp in indien planning en realisatie niet overeenstemmen en maak een plan voor deze acties.

Bron: Technieken voor procesverbetering, Kees Tillema

Laatst aangepast op woensdag, 18 december 2019 08:29  
Succesvol verbeteren volgens Kees Tillema
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

verbeteren kees tillema

In zijn boek Technieken voor procesverbetering beschrijft Kees Tillema 5 voorwaarden voor een succesvol verbetertraject:

processen proces activiteit doel resultaat

Elk verbetertraject kent vijf basisvoorwaarden voor succes:

  1. De deelnemers moeten naar elkaar kunnen en willen luisteren;

  2. De deelnemers moeten respect voor elkaar hebben;

  3. Alle deelnemers moeten de verbetermogelijkheden van het proces ervaren;

  4. Alle deelnemers moeten de verbetermogelijkheden kunnen beïnvloeden;

  5. Er moet een gemeenschappelijk belang bij het resultaat bestaan.

(...)
[H]et verbeterde proces moet verankerd worden in de organisatie. Het gevaar is namelijk aanwezig dat om bepaalde redenen de betrokken medewerkers de verbetering niet in hun dagelijkse werkzaamheden integreren.
(...)
Een adequate borging is het laatste onderdeel van excellente verbeteringen. Het vereist heldere en eenduidige afspraken over de werkzaamheden die worden uitgevoerd door vakbekwame medewerkers.

Samengevat kunnen we excellent visualiseren als weergegeven in bovenstaande figuur.

Bron: Technieken voor procesverbetering, Kees Tillema

Laatst aangepast op woensdag, 18 december 2019 10:12  
Workflow learning volgens Bob Mosher
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob mosher workflow learning

Wilma Baltes interviewt Bob Mosher over wat workflow learning is en hoe je hier het best mee kunt beginnen.

Laatst aangepast op woensdag, 18 december 2019 07:11  
Vaardigheden volgens Erik Deen & Mariël Rondeel
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kennis houding vaardigheden bekwaamheid

Erik Deen en Mariël Rondeel beschrijving in het boek Opleidingskunde vier vormen van vaardigheden:

leren vaardigheden kennis houding

Leren van verschillende types vaardigheden

Een bekwaamheid is een combinatie van kennis, vaardigheden en houding nodig om effectief te handelen in een kenmerkende praktijksituatie. Het is zinvol de vaardigheden binnen een bekwaamheid te duiden in termen van reproductief of productief zodat de ontwerper daar bij de keuze van leerinterventies rekening mee kan houden. We delen de vaardigheden vervolgens in vier domeinen in: cognitief, psychomotorisch, reactief, interactief.

Het grootste onderscheid is het onderscheid tussen de werkvormen die je kiest voor reproductieve of productieve vaardigheden. Bij reproductieve vaardigheden (vaste procedures en routines) is een werkvorm die voordoet, aanbiedt en voorschrijft het meest effectief. Voor productieve vaardigheden zoekt de ontwerper het liefst werkvormen waarin zelf ontdekken en feedback ontvangen, de ruimte krijgen.


Werkvormen bij reproductieve vaardigheden

(Toepassen procedures)

Werkvormen bij productieve vaardigheden

(Toepassen principes & strategieë)

Cognitieve vaardigheden

Intellectuele vaardigheden zoals analyseren, besluitvorming, logisch denken

  • Routinewerk geleerd volgens instructie: voordoen, nadoen en feedback krijgen
  • Leren via job aids / help-functies
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Zelfstudie of klassikale instructie
  • Verwerkingsopdrachten
  • E-learning volgen (met toetsing)
  • Uitvoeren onderzoeksproject in het werk
  • Samenwerken met expert aan lastige klussen
  • Werken aan oplossingen voor nieuwe vraagstukken met op achtergrond mentor, coach, ...
  • Working out loud (hardop zeggen of delen op sociale medial wat je doet)
  • Whatsapp-groep, Yammer, ...
  • Casuïstiek, simulaties, game
  • Blog, artikel, paper schrijven
  • Presentatie geven
  • Workshop verzorgen

Psychomotorische vaardigheden

Lichamelijke vaardigheden zoals timmeren, opereren, besturen van bus, boetseren

  • Routinewerk geleerd volgens instructie: voordoen, nadoen en feedback krijgen
  • Leren via job aids / help-functies
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Training / skills lab voor het inslijpen van de vaardigheid
  • Video-opnames van eigen werk bekijken (eventueel met expert)
  • Meester-gezel-koppels vormen
  • Steeds lastiger klussen doen
  • Training / skills lab voor het ontdekken van eigen aanpak
  • Virtual reality / simulaties

Reactieve vaardigheden

Reageren op mensen, gebeurtenissen, gevoelens, houding, mening, zelfbeheersing

  • Zelfbeoordeling aan de hand van checklists over bijvoorbeeld vereiste beroepshouding
  • YouTube-instructievideo bekijken
  • Deelnemen aan intervisie
  • Coaching

Interactieve vaardigheden

Interpersoonlijke vaardigheden zoals communiceren en samenwerken

  • Observeren van anderen en vervolgens nabespreken aan de hand van checklist
  • (Online) rollenspel gericht op juiste uitvoering vaardigheid
  • Werkbegeleiding
  • Coaching on the job
  • Observeren van anderen en vervolgens nabespreken
  • Participeren in groepsdiscussies
  • Meedoen in project
  • Video interactie-analyse
  • (Online) rollenspel
  • Interviewen van experts, vakgenoten, collega's
  • Coaching

Bron: Opleidingskunde - leren in het werk, rond het werk, voor het werk, Erik Deen & Mariël Rondeel

Laatst aangepast op zondag, 15 december 2019 21:38  
3 vormen van kwaliteitstoetsing volgens Wim Hartman
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

3 vormen kwaliteit toetsing

Wim Hartman beschrijft in het boek Organisatie van de informatieverzorging drie vormen van het toetsen van kwaliteit:

Kwaliteitsbeheersing versus controle

De termen toetsing, (interne) controle, audit en kwaliteitsbeheersing hebben verwantschap. Wij hebben als benaming voorkeur voor toetsing boven (interne) controle; en voorkeur voor kwaliteitsbeheersing boven toetsing.

(...)

Het is noodzakelijk om in dit hoofdstuk over kwaliteitsbeheersing dieper in te gaan op de controlebegrippen zoals deze in de accountancy tot ontwikkeling zijn gekomen en sindsdien intensief worden gehanteerd.

Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • Zelfcontrole
  • Controle op anderen, sub interne controle
    • Door de leiding
    • Als nevenfunctie
    • Door een verbijzonderde functie
  • Externe controle
(...)
Zelfcontrole
Zelfcontrole is controle door de uitvoerder zelf. Er is derhalve slechts sprake van één functie. Voor de desbetreffende functionaris geldt: 'bezint eer gij begint'. Dat wil zeggen hij heeft als taken voorafgaande aan de uitvoering:
  • Bepalen van de normen voor het uitvoeren;
  • Bepalen van de verwachte uitkomst van zijn arbeid;
  • Bepalen van de daartoe benodigde middelen (inclusief inspanning).
(...)
Veelal worden de twee wijzen waarop zelfcontrole wordt uitgeoefend, onderscheiden met de aan de cybernetica ontleende termen.
- vooruitkoppeling (feed forward): de controle tijdens de uitvoering van de handelingen, op de handelingen;
- terugkoppeling (feed back): de controle op het resultaat van de handeling.
Controle door de leiding
In dit geval van interne controle is sprake van twee functies, te weten uitvoerder (etc.) en normsteller. Een bewaarder is ook een uitvoerder.
De normsteller kan optreden in de gedaante van opdrachtgever, beschikker, initiator, autorisator of controleur. In dit laatste geval is de controleur ook de ontwerper van de norm. Voorbeelden: ontvangstcontrole; kwaliteitscontrole door een laboratorium-afdeling.
Controle namens de leiding
In dit geval van interne controle is sprake van drie functies:
1. Uitvoerder
2. Normsteller
3. Controleur
De controleur kan controleren als nevenfunctie (bijvoorbeeld de afdeling Administratie) maar ook als verbijzonderde hoofdfunctie (bijvoorbeeld afdeling Interne Controle).
De controleur toetst (vergelijkt) norm aan (meting, registratie, rapportage van) uitvoering en informeert over de uitkomsten van de toetsing zowel de normsteller als de uitvoerder. Deze laatste wordt als regel verzocht om een toelichting op de geconstateerde verschillen te geven.
(...)
Externe controle
Externe controle is controle, uitgevoerd door onafhankelijk, niet tot de organisatie behorende instanties. In het algemeen zijn dit openbare accountants.

Bron: Organisatie van de informatieverzorging, W. Hartman

Laatst aangepast op maandag, 09 december 2019 14:32  
(Ont)leerstijlen volgens Tesia Marshik
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

In dit TEDxUWLaCrosse-filmpje ontkracht Tesia Marshik de theorie van de leerstijlen.

Ze wijst op het belang van betekenis en de leerinhoud zélf:

- Het meeste van wat je leert wordt opgeslagen in termen van betekenis.

- De beste manier om iets te leren (of doceren) hangt af van de 'content' zelf.


Tags:
Laatst aangepast op donderdag, 28 november 2019 19:25  
Job aids volgens Dave Fergusson
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

job aid taakhulp performance support

Job aid-goeroe Dave Ferguson verzamelt op www.ensampler.com voorbeelden van job aids (taakhulpjes).

Hij definieer een job aid als volgt:

job aid taakhulp performance support

Een taak hulp is informatie die gebruikt wordt op de werkplek en iemand in staat stelt om resultaten te produceren die de moeite waard zijn, terwijl het de behoefte vermindert om te onthouden hoe en wanneer je de dingen moet doen die hiervoor nodig zijn.

Een taakhulp organiseert in essentie informatie die je nodig hebt bij het uitvoeren van een bepaalde taak, het gaat er hierbij om dat je ter plekke geholpen wordt zonder een beroep te hoeven doen op je geheugen.

In het artikel Types of job aids beschrijft Dave Fergusson dat hij onderscheid maakt tussen zes soorten taakhulpen (job aids):

(1) Checklist (ondersteunt accuratesse & compleetheid)
Ondersteunt accuraat werken zonder dingen te vergeten door het aangeven welke items of stappen meegenomen (mee)genomen moeten worden in een overweging of om iets af te maken.

(2) Beslistabel (als x, doe dan y)
Tabel die je door een of meer voorwaarden leidt ("als A waar is, en als B waar is...") om een te nemen.

(3) Stroomschema (vergelijkbaar met beslistabel, maar dan zonder vakjes en pijlen)
Schema dat je door een aantal voorwaarden of tussentijdse beslissingen leidt om op een bepaalde einduitkomst uit te komen.

(4) Procedure (stap-voor-stap een bepaald uitkomst bereiken)
Leidt je door een opeenvolging van stappen die nodig zijn om een bepaald resultaat te realiseren (vgl. kookboek met stap-gerichte benadering bij een recept).
Een procedure maakt vaak ook gebruik van andere job aids, zoals een beslistabel.

(5) Referentie (verzamelen + organiseren informatie; zodat je dit zelf niet hoeft te doen)
Job aid waarin een bepaalde set aan informatie verzameld en georganiseerd wordt. Een referentie ondersteunt vaak géén losse taak, maar wordt vaak gebruikt als een snel geheugensteuntje. 

(6) Werkblad (verzamelen van informatie en berekeningen uitvoeren)
Hulpmiddel voor het vastleggen en organiseren van informatie. Het primaire doel is het verzamelen van gegevens.

Bron: Types of job aids, Dave Fergusson

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 23 november 2019 20:55  
Bloom's (gereviseerde) taxonomie volgens Anne-Will Abrahamse
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

revisie taxonomie bloom krathwohl

In het artikel Bloom versus Marzano - Higher order thinking bevorderen a.d.h.v. een taxonomie beschrijft Anne-Wil Abrahamse de taxonomie van Benjamin Samuel Bloom (1956) en de door David Reading Krathwohl (e.a.) in 2001 gereviseerde versie [PDF] van Bloom's taxonomie:

bloom taxonomie krathwohl leerdoelen

De welbekende taxonomie van Benjamin Samuel Bloom1, is geformuleerd als een instrument om toetsvragen uit te wisselen tussen faculteiten van verschillende universiteiten. De universiteiten liepen namelijk tegen het probleem aan, dat het veel werk en tijd kost om op een goede manier studenten te examineren. In samenwerking met een team van specialisten, heeft Bloom in 1956 de uiteindelijke versie van de taxonomie gepubliceerd(Figuur 1). Door middel van de taxonomie, konden de toetsvragen worden geclassificeerd op basis van educatieve doelstelling. Op deze manier kon er een database van toetsvragen voor tentamens worden gemaakt, waarbij docenten toetsvragen konden selecteren die overeenkwamen met de doelstellingen van hun onderwijs. Bij elke toetsvraag was namelijk concreet gemaakt wat er verwacht werd dat de studenten hadden geleerd, als resultaat van het ontvangen onderwijs.

Bloom beschouwde de taxonomie als meer dan een classificatie-instrument. Zo was hij ervan overtuigd dat het ook de communicatie tussen betrokkenen kon bevorderen over leerdoelen. Op deze manier zou de taxonomie als ‘gemeenschappelijke taal’ kunnen dienen. Daarnaast kon het gebruikt worden als basis, vanwaaruit een cursus of curriculum opgebouwd kan worden. Daarbij kon de taxonomie ook als instrument dienen om leerdoelen, leeractiviteiten, assessments en examinering en dergelijke op elkaar af te stemmen. Ten slotte zag Bloom de taxonomie ook als een middel waardoor de grote verscheidenheid aan mogelijkheden binnen het onderwijs zichtbaar werd gemaakt, waarbij de grenzen van cursussen of curricula met elkaar vergeleken konden worden. Vijfenveertig jaar later, in 2001, is er door Anderson en Krathwohl een herziene versie van de taxonomie van Bloom gepubliceerd. Deze versie is ook in samenwerking met een team van experts in verschillende domeinen tot stand gekomen. Een opvallende wijziging is dat de categorieën in de herziene versie bestaan uit werkwoorden, en geen zelfstandig naamwoorden (bv. ‘herinneren’ i.p.v. ‘kennis’). Daarnaast komt ‘evalueren’ in de nieuwe versie vóór ‘creëren’, omdat de evaluatie als een voorwaardelijk proces wordt gezien om te creëren.

De belangrijkste wijziging is echter dat erin de herziene versie onderscheid wordt gemaakt in kennisdimensies en cognitieve processen, waardoor de taxonomie tweedimensionaal werd, in plaats van uni-dimensionaal. In de oorspronkelijke taxonomie was de categorie ‘kennis’ namelijk een uitzondering, omdat het zowel omschreven werd als ‘herinneren’, maar ook als het hebben van feiten, handelswijzen, principes en dergelijke. Anderson en collega’s hebben vanwege de verwarring die dit opleverde, de taxonomie tweedimensionaal gemaakt. Op deze manier kan er duidelijk worden gemaakt wat het onderwerp van het leerdoel is (soort kennis) en wat de lerende hiermee moet kunnen doen (cognitief proces). Daarbij hebben Anderson en collega’s ook meta-cognitieve kennis als vorm van kennis toegevoegd. Meta-cognitieve kennis gaat over het hebben en het bewustzijn van je eigen kennis en denkprocessen, zodat je deze ook kan beïnvloeden.

(...)

Ten slotte wordt door Krathwohl opgemerkt dat de taxonomie gaat over het cognitieve domein en voornamelijk gebruikt wordt om leerdoelen binnen een cursus/curriculum te analyseren en classificeren. Met behulp van de taxonomie kan namelijk concreet worden gemaakt wat de (of juist het gebrek aan) diepte en breedte van een leerdoel is.


Bron:


Laatst aangepast op dinsdag, 22 oktober 2019 14:06  
Kennis volgens Lidewij W. Niezink (2)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Lidewij W. Niezink beschrijft in haar boek Kritisch zoeken, denken en evalueren - informatievaardigheden als 21st century skill drie verschillende manier voor het onderverdelen van informatie:

kennis vaardighedenkennis propositionele kennis

Is kennis gelijk aan informatie?

Kennis en informatie zijn verwante begrippen. Echter, waar we kennis nog vrij gemakkelijk konden onderverdelen in 'weten hoe' en 'weten dat', zijn er op de vraag wat informatie is nog veel meer antwoorden in omloop. Dit komt omdat het begrip informatie in wetenschap en toepassing verschillend wordt gebruikt. Ook in ons dagelijks praten over informatie benoemen we informatie verschillend, afhankelijk van veranderende omstandigheden.

Drie informatieclassificaties

Eén manier om naar informatie te kijken, is de opdeling in feitelijke informatie en analytische informatie.

Feitelijke informatie is een stelling die bewezen kan worden. Bijvoorbeeld dat 2 + 2 = 4 of dat 'O' het symbool is voor zuurstof in het periodiek systeem. Feitelijke informatie blijft hetzelfde in de tijd. Hoe vaak je het ook opzoekt, je vindt altijd hetzelfde antwoord.

Analytische informatie is een interpretatie van feitelijke informatie. Om analytische informatie op te doen, wordt feitelijke informatie verzameld en geïnterpreteerd om tot een bepaalde conclusie te komen. Over analytische informatie moeten we altijd even goed nadenken. Zo zegt het CBS dat een vrouw in Nederland in 2015 gemiddeld 1,65 kinderen had. Wat zegt dat eigenlijk? Bestaat er zoiets als een 0,65 kind? Hoeveel families werden er geteld? Hoe werd het gemiddelde bepaald? Het is belangrijk om stil te staan bij wat er wordt gerapporteerd en hoe de analist tot deze informatie is gekomen.

Een tweede manier om informatie op te delen , is in subjectieve informatie en objectieve informatie. Subjectieve informatie is informatie dat alleen van één gezichtspunt wordt bekeken. De informatie is iemands persoonlijke visie of opinie. Jouw persoonlijke opvatting dat het lekker weer is wanneer de zon schijnt, is subjectief. Zelfs wanneer veel mensen vinden dat het lekker weer is wanneer de zon schijnt, blijft dat ieders subjectieve mening. Objectieve informatie wordt uit verschillende bronnen samengesteld en geeft bevindingen die repliceerbaar (herhaalbaar) zijn. Wanneer een onderzoeker bijvoorbeeld aangeeft dat ze vijf bronnen heeft gebruikt die het allemaal eens waren over een bepaalde stelling, dan kan een andere onderzoeker teruggaan naar deze bronnen om over die stelling te lezen en de resultaten van de eerste onderzoeker repliceren.

Een derde manier om informatie op te delen is in primaire informatie, secundaire informatie en tertaire informatie. Primaire informatie is informatie die ontstaat uit directe ervaring of observatie. Iemand die een artikel schrijft over hoe hij het heeft beleefd om prostaatkanker te overwinnen, geeft ons primaire informatie. De persoon die het artikel schrijft, heet ook wel de 'primaire bron' van informatie. Maar de informatie die we lezen, komt niet altijd van een primaire bron. Veel informatie is een collectie, analyse, synthese en reproductie van bestaande informatie. Ook deze secundaire informatie kan opnieuw verzameld, geanalyseerd en opnieuw verpakt worden. Op dat moment wordt het tertaire informatie. Stel dat je je wilt verdiepen in een onderwerp waarvan je nog helemaal niets weet. Waarschijnlijk begin je informatie te vergaren via algemene informatiebronnen, zoals Wikipedia, een woordenboek of een encyclopedie. Dit zijn voorbeelden van tertaire informatiebronnen: algemene uitleg, ontstaan uit 'gezamenlijke kennis' van een onderwerp, bedoeld voor een breed publiek. Meestal worden deze bronnen niet toegeschreven aan een specifieke auteur. Ze zijn bedoeld om een oppervlakkige indruk te geven.

Bron: Kritisch zoeken, denken en evalueren - informatievaardigheden als 21st century skill, Lidewij W. Niezink

 

 

Tags:
Laatst aangepast op maandag, 21 oktober 2019 07:41  
Kennis volgens Lidewij W. Niezink
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Lidewij W. Niezink beschrijft in haar boek Kritisch zoeken, denken en evalueren - informatievaardigheden als 21st century skill de herkomst en betekenis van kennis:

kennis vaardighedenkennis propositionele kennis

Wat is kennis?

...

Waar kennis vandaan komt?

We hebben zoveel kennis in de wereld omdat mensen een drang hebben om te willen weten hoe iets werkt. Eerst verwonderen we ons waardoor we ergens vragen over gaan stellen. Om die vragen te beantwoorden, gaan we op onderzoek uit en analyseren we wat we tegenkomen. In de filosofie wordt dit empirisme genoemd, het idee dat kennis voortkomt uit ervaring. Als we ergens alleen over nadenken (ook wel rationalisme genoemd) dan komen we weliswaar heel wat te weten maar niet alles. Doordat we elke dag zien waar de zon opkomt en waar de zon ondergaat, hebben we een ervaring van wat het oosten (opkomst) en het westen (ondergang) is. We analyseren de waarnemingen van zonsopgang en zonsondergang wat leidt tot een patroon: elke dag zien we hetzelfde. Vervolgens gaan we op onderzoek uit en vervangen het dagelijks patroon door een onderliggende principe: de reden waarom iets is zoals het is. We proberen onze waarnemingen te begrijpen. En begrip is nog belangrijker dan feitelijke kennis. Als je iets werkelijk begrijpt, vergeet je het vaak niet meer. Begrip is de meest efficiënte manier om iets te onthouden.

Wat kennis is

Vanuiit de epistemologlie, de kennisleerr, worden er meerdere soorten kennis onderscheiden. Twee soorten kennis waarmee je je in dit boek bezig zult houden, zijn vaardighedenkennis (knowhow) en propositionele kennis (weten dat, bijvoorbeeld over stellingen, zoals: 'het regent').

Vaardighedenkennis doe je op door veel te oefenen. Je weet straks hoe je effectief kunt zoeken naar bronnen, welke zoektermen je daarvoor kunt gebruiken en welke kanalen geschikt zijn voor welke soorten bronnen. Aan het einde van dit boek bezit je dus nieuwe 'knowhow'.

Propositionele kennis is de kennis die je voortdurend op bruikbaarheid moet beoordelen. Het is de kennis waarover gesproken wordt in de wetenschap. Om dit type kennis op te doen, heb je vaardighedenkennis, in dit geval onder andere kritische denkvaardigheden, nodig. Je moet informatie aan een kritisch onderzoek onderwerpen om te bepalen of het ook echt kennis is. Want als je weet via welke kanalen je welke informatie kunt vinden (je vaardighedenkennis), dan weet je immers nog niets over of deze informatie 'waar' en bruikbaar is.

Propositionele kennis volgt altijd de structuur 'P weet dat S', waarbij P staat voor de persoon die iets weet en S voor de stelling die geweten wordt.

Drie criteria voor propositionele kennis

Hoewel propositionele kennis op het eerste gezicht simpel te vatten is, blijkt het in de praktijk niet gemakkelijk te bepalen wat kennis is en wat niet. De belangrijkste vraag is hoe je op een rationele manier kunt vaststellen of iets kenbaar is. Hoe weet je welke beweringen waar zijn en welke niet? Wat is de grens tussen dat wat je weet en dat wat je gelooft? Een klassieke traditie die teruggaat tot de tijd van Plato, de zogenoemde tripartite theorie van kennis, stelt dat kennis een gerechtvaardigd waar geloof moet zijn. Volgens deze theorie moet propositionele kennis aan ten minste drie voorwaarden voldoen om hiervoor genoemde vragen te beantwoorden:

(1) Kennis is een overtuiging.

(2) De overtuiging is waar.

(3) Propositionele kennis is een gerechtvaardigde overtuiging

Ad 1. Kennis is een overtuiging

Je moet in een bepaalde stelling (propositie) geloven. Dat we een vermoeden hebben of fantaseren dat de aarde om de zon draait, is niet voldoende. We moeten ervan overtuigd zijn.

Ad 2. De overtuiging is waar

Je kunt best geloven dat Parijs de hoofdstad van Zwitserland is, maar dat maakt het nog niet waar.

Ad 3. Propositionele kennis is een gerechtvaardigde overtuiging

Het gaat er niet alleen om dat je overtuiging waar is, maar ook dat je op de juiste manier tot je overtuiging bent gekomen. Wanneer je zegt: 'Ik weet dat de aarde om de zon draait, want ik heb net in mijn glazen bol bekeken en zag dat de aarde om de zon draait', dan ben je van die stelling overtuigd en kan het zijn dat het waar is wat je zegt (de aarde draait immers inderdaad om de zon), maar je kunt niet zeggen dat je dat ook echt weet (dat je er kennis van hebt), want de manier waarop je hebt geprobeerd die kennis te verkrijgen is niet gerechtvaardigd. Sterker nog: het is volkomen inadequaat.

De tripartite theorie lijkt een heldere definitie te geven van propositionele kennis. Toch is er veel discussie over deze definitie. Deze discussie ontstond toen Edmund Gettier in 1963 een kort artikel publiceerde waarin hij aan de hand van een aantal casussen liet zien dat de definitie niet altijd opgaat. Het blijkt wel dat kennis kennen echt ingewikkeld is. De tripartite theorie wordt echter nog steeds als werkmodel gebruikt door de meeste filosofen.

Bron: Kritisch zoeken, denken en evalueren - informatievaardigheden als 21st century skill, Lidewij W. Niezink

 

 

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 28 september 2019 06:35  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

The difference between the almost right word and the right word is really a large matter.

Mark Twain

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 100 gasten online
Artikelen

problems business caused management workman taylor quote

Banner

 how will you measure your life? clayon christensen

How Will You Measure Your Life?
Clayton M. Christensen

Bij Bol.com

Lean boekentips

Dagstarts en Hoshin Kanri
Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri
Bert Teeuwen

Bij Bol.com | Managementboek

Banner