• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Informatiemanagement
Informatiemanagement
Bluff Your Way Into Identity management
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

idm identity management autorisatie

 

Identity management (IDM), ook wel Identity & Access Management (IAM) genoemd, kan worden gedefinieerd als het geheel van beleid, processen en techniek voor het beheer en gebruik van elektronische identiteitsgegevens. IDM wordt gebruikt voor het faciliteren van alle vormen van authenticatie en autorisatie. 'Elektronische identiteitsgegevens' zijn in dit verband de elektronisch vastgelegde gegevens die gebruikt worden om vast te stellen wie de gebruiker is en of hij geautoriseerd is voor datgene wat hij elektronisch wil doen.

Binnen IDM spelen vijf processen een belangrijke rol:

  1. Identificatie: jezelf kenbaar maken door het verstrekken van officiële persoonsgebonden kenmerken, zoals een paspoort of rijbewijs. Identificatie is het vaststellen van de juiste identiteit van een persoon en het daarna koppelen van een of meerdere authenticatiemiddelen aan die persoon. Identificatie kan op verschillende manieren plaatsvinden: (a) in een inlogscherm invoeren van een gebruikersnaam of user id, (b) gebruik van een vingerafdruk of een ander biometrisch kenmerk, of (c) gebruik van een token (een smartcard of een ander apparaatje, zoals een usb-stick).

  2. Provisioning: geautomatiseerd doorgeven van nieuwe, gewijzigde en verwijderde identiteitsgegevens, vaak inclusief authenticatiegegevens, naar applicaties en
    diensten met het doel efficiënt en consistent gebruikersbeheer te bewerkstelligen. Provisioning heeft tot doel het automatisch aanmaken, aanpassen en verwijderen van identiteitgegevens in andere systemen teneinde beheerkosten te reduceren. Informatiesystemen en andere resources zoals besturingssystemen maar ook routers bevatten informatie over wie wat mag doen. Veel van deze producten voorzien niet in een externe authenticatie- en autorisatiemethode. De meeste IDM-oplossingen bieden de faciliteit om identiteitgegevens in andere systemen automatisch aan te passen.

  3. Authenticatie: het vaststellen dat een persoon degene is die hij zegt te zijn. Hiertoe worden zowel zwakke als sterke authenticatiemethoden onderkend. De zwakke is de oude vertrouwde account-wachtwoordcombinatie. Sterkere authenticatiemethoden gebruiken een token of certificaat dat als attribuut aan het entiteittype persoon gekoppeld kan worden. De sterkste methode is die waarbij een toetsing plaatsvindt op wat alleen de persoon weet (pincode/wachtwoord), wat de
    persoon bezit (hardware-token) en wat de persoon kenmerkt (irisscan, vingerafdruk). Bij authenticatie laat je zien dat je beschikt over een authenticatiemiddel dat hoort bij een bepaalde account en identiteit. De identiteit is vooraf op een andere manier vastgesteld (identificatie). Het doel van de authenticatie is om te laten zien dat gebruiker is wie zij/hij zegt te zijn, maar strikt genomen kan alleen worden vastgesteld dat een gebruiker tijdens de authenticatie het bij een identiteit horende authenticatiemiddel heeft gebruikt.

  4. Autorisatie: verkrijgen van bepaalde bevoegdheden, die bij de persoon behoren, mogelijk op basis van rollen of op basis van andere criteria. Autorisatie is het proces van het verlenen van toegang aan personen of systemen tot (delen van) de functionaliteit van ICT-diensten. Idealiter zijn voor autorisatie geformaliseerde bedrijfsregels opgesteld waaraan de identiteit van de gebruiker moet voldoen om toegang tot diverse omgevingen te verkrijgen. Autorisatie heeft tot doel vast te stellen of een persoon of sys teem recht heeft op de aangevraagde onderdelen van de resource(s) (resource items). Historisch gezien zijn er drie autorisatiemethoden te onderscheiden: (a) autorisatie gebaseerd op de combinatie van een account plus wachtwoord, (b) een dynamischere koppeling van resources en resource accounts, door het definiëren van rollen (Role Based Access Control, RBAC). Een rol geeft een persoon rechten op bepaalde resources. Het wel of niet toekennen van een rol aan een persoon geschiedt op basis van een zogenaamde bedrijfsregel (business rule), of (c) het scheiden van de rollen en autorisaties door middel van processen. Door autorisaties aan de relatie van een proces en een rol te koppelen ontstaat een veel generieker autorisatiemodel.

  5. Life cycle management van identiteiten en rollen: hoe wordt omgegaan met nieuwe en vertrekkende personen en personen die van functie of taak veranderen? Life cycle management gaat over het vaststellen en implementeren wanneer in de tijd de personen die horen bij identiteiten diensten wel of niet mogen gebruiken. Life cycle management bestaat uit processen en alle onderliggende techniek voor het aanmaken, beheer en gebruik van elektronische identiteitsgegevens. Het life cycle management beleid moet in elk geval bevatten hoe omgegaan wordt met de creatie, verrijking, toepassing en verwijdering van identiteiten en bijbehorende accounts van de verschillende doelgroepen (rollen).

Bij provisioning wordt vaak gebuik worden gemaakt van zgn. directory services. Een directory service is een hiërarchische database die gebruikt kan worden voor het centraal definiëren, vastleggen en toegankelijk stellen van persoonsgegevens. De service wordt vaak hiërarchisch weergegeven in de vorm van een boomstructuur. De techniek achter directory services stamt al uit de jaren tachtig, en in de afgelopen decennia hebben deze ‘elektronische telefoonboeken’ zich sterk ontwikkeld, inclusief protocollen. Zo heeft Microsoft er zijn Active Directory omheen gebouwd en opengesteld met het LDAP-protocol. 'LDAP' staat voor Lightweight Directory Access Protocol en is een standaard voor het benaderen van gegevens in een directory service.

Bron: Surfnet STARTER KIT IDENTITY MANAGEMENT, versie 1.0, 4 april 2011 en Identity management in kaart gebracht, Bart de Best - in IT Beheer, maart 2006

 

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 08:25  
Beheerparadigma volgens Maarten Looijen
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

beheerparadigma maarten looijen

In het boek Beheer van de ICT-infrastructuur gaan Kees Louwman & Willem Kromkamp in op het beheerparadigma van beheer-goeroe Maarten Looijen.

De processen van de organisatie spelen zich af binnen het zgn. reële systeem. In de bovenstaande figuur heeft het reële systeem dikke pijlen, die angeeven dat producten en diensten input zijn van de processen van dit reële systeem en dat er producten en diensten uitkomen.

  1. Reële systeem (RS): de processen die in de werkelijke situatie plaatsvinden. De mensen in een organisatie maken gebruik van geautomatiseerde informatiesystemen om de reële processen te besturen en informatie te verkrijgen over deze processen. De informatiestromen worden aangegeven met dunnen pijlen.

  2. Informatiesysteem (IS): een geheel van technische middelen (apparatuur met bijbehorende basisprogrammatuur en toepassingsprogrammatuur), gegevensverzamelingen, procedures en personen voor het kennen en/of besturen c.q. ondersteunen van reële systemen ofwel bedrijfsprocessen.

  3. ICT-infrastructuur: de verzameling gemeenschappelijke, generieke, relatief permanente basisvoorzieningen ten behoeve van verwerking, opslag en transport van gegevens en kennis.

ict-infrastructuur looijen beheerparadigma

Informatiesystemen zijn onderdeel van de ICT-infrastructuur. Het doel van de ICT-infrastructuur is de ondersteuning van de informatievoorziening in de organisatie.

Informatievoorziening: het geheel van activiteiten dat voor een bedrijf uitgevoerd moet worden om iedereen de informatie te verstrekken die nodig is om toegewezen functies te vervullen.

Mensen in organisaties hebben bij hun functioneren informatie nodig. Informatie is de grondstof voor kennis op basis waarvan beslissingen worden genomen en afspraken worden gemaakt. ... De ICT-infrastructuur (kunnen) we zien ... als een gegevensverwerkend proces dat informatie verschaft op het gewenste tijdstip, de gewenste plaats en van goede kwaliteit.Deze informatie ondersteunt de informatievoorziening die weer ten dienste staat aan de bedrijfsprocessen.

proces informatievoorziening looijen beheerparadigma

De beheerorganisatie kan worden opgevat als een organisatie van mensen, processen en procedures die ervoor zorgt dat de ICT-infrastructuur goed functioneert. Beheer richt zich op de instandhouding van de ICT-infrastructuur tijdens het gebruik ervan. Bij het beheer van de ICT-infrastructuur moet rekening gehouden worden met invloeden van buitenaf.

externe invloeden beheerparadigma looijen

Bron: Beheer van de ICT-infrastructuur, Kees Louwman & Willem Kromkamp

Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 12:56  
De informatiearchitectuur als scharnier (boekentip)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

informatiearchitectuur als scharnier informatievoorziening boterenbrood hoek kurk

De informatievoorzieningsarchitectuur als scharnier
van strategie naar informatievoorziening
Frank Boterenbrood, Jan-Wijnand Hoek en Jeroen Kurk

Bij Bol.com

Laatst aangepast op zondag, 26 mei 2013 11:15  
Processen en bedrijfsfuncties volgens IZO
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

processen bedrijfsfuncties

Een bedrijfsfunctie is een generieke, resultaatgerichte activiteit die een bijdrage (toegevoegde waarde) levert aan zijn omgeving. Bedrijfsfuncties vormen de basis voor (proces-)activiteiten en IT-voorzieningen. Een bedrijfsfunctiemodel is het geheel aan bedrijfsfuncties. Het model is inrichtingsonafhankelijk, het zegt dus niets over organisatie- en/of IT-inrichting.

Een bedrijfsfunctie is een resultaatgerichte beschrijving van een generieke bedrijfsactiviteit, waarin tot uiting komt waartoe deze dient en wat daarvan de toegevoegde waarde is voor de omgeving. Elke bedrijfsfunctie levert direct of indirect een bijdrage aan de kerntaak (‘core business’) van het bedrijf. Bedrijfsfuncties leveren altijd toegevoegde waarde aan een intern óf externe klant.

Een proces begint bij de vraag van een actor (klant of ketenpartner) en eindigt bij de levering van een product. Een proces bestaat uit een aaneenschakeling van activiteiten, waarbij elke activiteit in het proces is afgeleid (lees: een specifieke invulling geeft) van een bedrijfsfunctie. Anders gezegd: het uitvoeren van een proces komt neer op het het achtereenvolgens toepassen van één of meer bedrijfsfuncties.

Bron: http://platform-izo.nl/site/wp-content/uploads/2012/11/20130118-Introductie-BFM-uitleg-methode.pdf

 

Laatst aangepast op zaterdag, 16 juni 2018 08:53  
Bedrijfsfuncties volgens Rijsenbrij
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

visies bedrijf rijsenbrij bedrijfsfuncties bedrijfsprocessen afdelingen

Bedrijfsfuncties zijn volgens Daan Rijsenbrij één van de drie manieren om naar een bedrijf te kijken:

  1. Bedrijfsfuncties: binnen elk bedrijf zijn een aantal essentiële bedrijfsfuncties te onderkennen. Een bedrijfsfunctie is een aspect van een bedrijf. Elk van deze functies wordt uitgevoerd door een aantal functionarissen. Afhankelijk van de gekozen organisatie-structuur kunnen deze functionarissen zich op één plek of op verschillende plekken in de organisaties bevinden.

  2. Bedrijfsprocessen: de bedrijfsfuncties worden uitgevoerd door middel van bedrijfsprocessen. Een bedrijfsproces is een logisch gegroepeerde reeks activiteiten. Elk proces is op zijn beurt opgebouwd uit een aantal processtappen of bedrijfsactiviteiten. Een bedrijfsactiviteit wordt gekenmerkt door een input en een output.

  3. Organisatie-structuur: de structuur van het bedrijf is de opdeling van het bedrijf in organisatorische eenheden, bestaande uit een mensen en middelen. Deze eenheden kunnen permanent zijn, zoals divisies en afdelingen, maar de eenheden kunnen ook van tijdelijke aard zijn, zoals projectgroepen. De opdeling van een bedrijf in afdelingen en divisies kan volgens een aantal criteria plaatsvinden: functies, producten, markten en geografische locaties.

De bedrijfsprocessen zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  1. Primaire processen: tot de primaire processen behoren alle uitvoerende activiteiten die rechtstreeks verband houden met het tot stand komen van de te verkopen goederen en diensten en de feitelijke levering daarvan aan klanten. Deze processen dienen voor het realiseren van de doelstellingen van het bedrijf.

  2. Ondersteunende processen: processen die een hulpmiddel zijn voor het primaire proces. Zij houden geen direct verband met het maken of leveren van goederen, maar zijn wel noodzakelijk voor het functioneren van het bedrijf.

  3. Besturende processen: processen die het primaire proces en de ondersteunende processen sturen.

Bron: http://home.kpn.nl/daanrijsenbrij/ebi/nl/h1.htm

Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 12:58  
PIOFACH-functies
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

PIOFACH-model ondersteunende functies

PIOFACH is een acroniem voor alle ondersteunende functies van een organisatie (de bedrijfsvoering):

  1. Personeel.

  2. Informatievoorziening.

  3. Organisatie.

  4. Financiën.

  5. Algemene zaken (facilitaire diensten).

  6. Communicatie.

  7. Huisvesting.

Varianten zijn PIOFA, PIOFAH, PICOFA, OPAFIT en de meest uitgebreide variant is COPAFIJTH. Bij organisaties die de acroniemen gebruiken, bestaan nog wel de nodige smaakverschillen met betrekking tot de exacte benaming van de letters in het acroniem. Zo wordt voor de I wisselend gebruikt voor 'Inkoop', 'Informatievoorziening' en/of 'ICT' gebruikt, terwijl de A ook wel wordt gebruikt voor 'Automatisering'. Over de letters P, O, F, C en H is men in het algemeen wel unaniem.

De term 'bedrijfsvoering' kan in de praktijk verwarring opleveren. Het wordt hier gebruikt als synoniem voor de 'ondersteunende functies'. De verwarring ontstaat omdat de term bedrijfsvoering gebruikt kan worden in twee betekenissen: (a) het gehele takenpakket van een organisatie, zowel primair als ondersteunend; (b) een beperkt takenpakket bestaande uit alleen de ondersteunende taken.

Ondersteunende functies zijn gericht op het ter beschikking stellen van mensen, gebouwen en middelen aan de organisatie zelf ten behoeve van het zo goed mogelijk uitvoeren van de primaire taken.

Bron: http://www.wikixl.nl/wiki/ictu/index.php/BFM:_Ondersteunende_functies

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:08  
Quick scan volwassenheid functioneel beheer
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

quick scan volwassenheid functioneel beheer

Tijdens het seminar Van uitvoeren naar uitblinken: Functioneel Beheer 2.0 (georganiseerd door Sogeti) werd een quick scan geïntroduceerd om de volwassenheid te meten van functioneel beheer. Hierbij werden zes aspecten gescoord op basis van drie 'stellingen'. Per stelling kun je aangeven of je - als je naar je eigen organisatie kijkt - het hier mee eens of oneens bent. Elk 'Eens' levert twee punten op, zodat per aspect maximaal zes punten kunt scoren. De eindscore geeft een goede indruk waar je als organisatie staat. De stellinigen geven in ieder geval een goede indruk van wát je überhaupt moet regelen voor het inrichten en verder professionaliseren van functioneel beheer.

1. Organisatie
1.1 Functioneel beheer wordt onderkend als aparte functie in uw organisatie.
1.2 Functioneel beheer is organisatorisch gepositioneerd bij de business.
1.3 Er zijn hoofdgebruikers (key users) die het centrale aanspreekpunt zijn voor FB.

2. Medewerkers
2.1 Er is in de hele organisatie duidelijkheid over de verantwoordelijkheden van functioneel beheer.
2.2 Voor functioneel beheer zijn competenties gedefinieerd en wordt hierop beoordeeld.
2.3 De functioneel beheerder wordt gestimuleerd zijn competenties via gerichte cursussen te verbeteren.

3. Samenwerking
3.1 De functioneel beheer-procedures en -taken zijn afgestemd met eindgebruikers en IT (leveranciers).
3.2 Functioneel beheer evalueert periodiek de gebruikerstevredenheid van de informatiesystemen.
3.3 Functioneel beheer evalueert periodiek de kwaliteit van de door IT geleverde diensten.

4. Kennis
4.1 Functionele beheer heeft diepgaande kennis van de informatiesystemen waarvoor zij verantwoordelijk is.
4.2 Functioneel beheer heeft diepgaande kennis van de bedrijfsprocessen die deze systemen ondersteunen.
4.3 Functioneel beheer is op de hoogte van de kwaliteitseisen die aan deze informatiesystemen worden gesteld.

5. Processen en procedures
5.1 Functioneel beheer heeft procedures voor de afhandeling van gebruikersvragen en volgt deze ook.
5.2 Functioneel beheer heeft procedures voor het opstellen van wijzigingsvoorstellen en volgt deze ook.
5.3 Functioneel beheer wordt actief betrokken bij een project; vanaf de start tot en met de implementatie.

6. Sturing en afspraken
6.1 Functioneel beheer weet hoe het besluitvormingsproces ten aanzien van wijzigingen en projecten loopt.
6.2 Functioneel beheer kent de projectplanning en bepaalt op basis daarvan de benodigde FB-capaciteit.
6.3 Functioneel beheer bewaakt of de contractafspraken met IT leveranciers aansluiten bij de gebruikerseisen.

Bron: Sogeti

Laatst aangepast op zaterdag, 14 juli 2018 15:19  
Bluff Your Way Into Bedrijfsfuncties
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

informatieobjecten informatiedomeinen bedrijfsactiviteiten

Het referentiedomeinenmodel ziekenhuizen is een generiek model voor informatiedomeinen met bedrijfsactiviteiten en informatieobjecten in ziekenhuizen. Binnen het model wordt ingegaan op de relatie tussen bedrijfsactiviteiten, informatieobjecten en informatiedomeinen. Hieronder een definitie van de belangrijkste begrippen uit het referentiemodel:

  1. Bedrijfsactiviteit: handeling die kan worden toegekend aan een specifieke persoon of rol. Een voorbeeld van een bedrijfsactiviteit is het uitvoeren van een preoperatieve screening.

  2. Bedrijfsproces: reeks van activiteiten, met een duidelijk startpunt en eindpunt, en die leidt tot een duidelijk (en voor de klant nuttig) resultaat. Een voorbeeld van een bedrijfsproces is het operatief proces. In het operatief proces worden diverse bedrijfsactiviteiten (na elkaar) uitgevoerd, zoals het plannen van de operatie, het voorbereiden van de operatie, het uitvoeren van de preoperatieve screening, het uitvoeren van de operatie zelf en het opstellen van het operatieverslag.

  3. Bedrijfsfunctie: set van activiteiten die onderling samenhang vertonen in de vereiste kennis, vaardigheden of middelen. Bedrijfsfuncties hebben vaak een meer permanent karakter dan bedrijfsprocessen. Een voorbeeld van een bedrijfsfunctie is verzorging & verpleging. Een bedrijfsfunctie levert een organisatie functionaliteit die bijdraagt aan een of meerdere bedrijfsprocessen.

  4. Informatieobject: eenheid van informatie die relevant is vanuit een bedrijfsperspectief. Een informatieobject heeft betekenis voor de doelstelling en voor het functioneren van een organisatie. Een voorbeeld van een informatieobject is een operatieverslag. Informatieobjecten zijn onafhankelijk van fysieke inrichting of implementatie in een organisatie. Ze kunnen worden vertaald naar een fysiek model en naar fysieke verschijningsvormen van informatie (bijvoorbeeld tabellen in een database, informatie in een datawarehouse-omgeving, informatie in documenten). Dat betekent dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de inhoud van een begrip (als concept, iets wat betekenis heeft in de werkelijkheid) en de manifestatie/vorm waarin het wordt opgeslagen of gepresenteerd (papier, digitaal, etiket, ponsplaatje). De manifestatie/vorm blijft buiten beschouwing wanneer gesproken wordt over informatieobjecten.

  5. Informatiedomein: verzameling van bedrijfsactiviteiten met een maximale samenhang in de informatie die door de activiteiten wordt geproduceerd en gebruikt. Een informatiedomein wordt dus gedefinieerd door de bedrijfsactiviteiten die erin worden ondersteund en door de informatieobjecten die erbinnen worden gedefinieerd. Door de bedrijfsactiviteiten en informatieobjecten te clusteren op basis van onderlinge samenhang wordt bereikt dat informatiedomeinen zoveel mogelijk op zichzelf staan, en zo weinig mogelijk informatieobjecten uit andere domeinen nodig hebben.

Voor informatie-intensieve organisaties is het vaak zo dat bedrijfsfuncties en informatiedomeinen met elkaar samenvallen. Het verdient voor de begrijpelijkheid en herkenbaarheid de voorkeur deze één op één relatie te handhaven.

bedrijfsfuncties bedrijfsactiviteiten bedrijfsprocessen afdeling

Bron: Referentiedomeinenmodel ziekenhuizen (versie 2| 21-06-2012) op www.nictiz.nl

 

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 08:25  
Het negenvlaksmodel volgens VERA
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

negenvlaksmodel vera architectuur

Het bovenstaande negenvlaksmodel kwam ik tegen bij VERA. 'VERA' staat voor Volkshuisvesting Enterprise Referentie Architectuur en heeft als doel het faciliteren van uniforme gegevensuitwisseling tussen ICT systemen en richt zich met name op het ontwikkelen van implementeerbare gegevensdefinities.

Bron: http://www.stichting-vera.nl/wat-is-vera/

Laatst aangepast op maandag, 25 december 2017 11:31  
Specificeren (BiSL) vs. functioneel ontwerp (ASL2)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

asl2 uitvoerende processen

 

uitvoerende processen bisl specificeren

In het artikel Misvattingen, misverstanden en vragen over ASL en BiSL gaan Machteld Meijer en René Sieders in op het verschil tussen het maken van het functioneel ontwerp en het opstellen van de functionele eisen (requirements).

functioneel ontwerp functionele eisen specificaties asl bisl

In BiSL treft men het proces Specificeren aan en in ASL het proces Ontwerp. In praktijk blijkt dat over het onderscheid tussen deze twee veel verwarring bestaat, omdat een functioneel ontwerp ook wel wordt aangeduid met de term functionele specificaties. Regelmatig zie je dan ook dat het maken van een functioneel ontwerp als een taak belegd is bij de functioneel beheerders. Toch is dat niet logisch.
Indien een applicatie moet worden gebouwd of aangepast is businessinformatiemanagement verantwoordelijk voor het aangeven wat de functionele eisen zijn (vaak requirements of gebruikersspecificaties genoemd). Aangeven hoe deze worden opgenomen in de applicatie is een taak van applicatiemanagement. Dit staat in een functioneel ontwerp. Om een functioneel ontwerp aan te kunnen passen heb je dus kennis nodig van de opbouw van de applicatie. Voor de gebruikersorganisatie is het niet nodig die opbouw te kennen. Zij moeten kunnen aangeven wat ze nodig hebben en niet hoe dat wordt vormgegeven. Specificeren gaat over het probleem (de vraag) en hoort thuis bij de functioneel beheerders en ontwerpen gaat over de oplossing (het aanbod) en hoort dus bij applicatiemanagement thuis. Maken en onderhouden van een functioneel ontwerp hoort dus thuis bij applicatiemanagement. (...) Het functioneel ontwerp is een document dat met de afnemer (lees: de functioneel beheerder) wordt afgestemd en veelal ook door de afnemer wordt geaccordeerd. Het is daarmee een onderdeel van het contract. Daardoor is een duidelijke overgang van Ontwerp naar Realisatie handig.

Bron: Misvattingen, misverstanden en vragen over ASL en BiSL, Machteld Meijer & René Sieders

 

 

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:33  
Meer artikelen...


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

 

Great minds have purposes; others have wishes.

Washington Irving

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 141 gasten online
Artikelen

michael hammer processen managers

Banner

Elke dag je hoofd en inbox leeg, Taco Oosterkamp

Elke dag je hoofd en inbox leeg
Hoe je snel en efficiënt je e-mail verwerkt in Microsoft Outlook
Taco Oosterkamp

Bij Managementboek.nl | Bol.com

Lean boekentips

Toyota Kata Culture
Building Organizational Capability and Mindset through Kata Coaching
Mike Rother & Gerd Aulinger

Bij Bol.com | Managementboek

Bewaren

Banner