• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Informatiemanagement
Informatiemanagement
ISM-procesmodel
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

ISM procesmodel

Service Level Management (SLM)
Het proces Service Level Management heeft doel afspraken te maken over de IT-dienstverlening en deze aan te sturen en te bewaken, en te rapporteren over de gerealiseerde servicelevels. Het gaat dus om het maken en onderhouden van afspraken met opdrachtgever en de bij de realisatie betrokken beheerorganisaties (incl. toeleveranciers), en het toezien op de naleving daarvan. SLM rapporteert dan ook over de geleverde diensten en bespreekt de resultaten met de opdrachtgever en toeleveranciers. Indien nodig zal vanuit SLM actie(s) worden onder nomen om de kwaliteit van de dienstverlening op het afgesproken niveau te krijgen en/of houden. SLM is ook verantwoordelijk voor het beheren van een actuele servicecatalogus.

  • Maken en onderhouden van serviceafspraken
  • Aansturen IT-dienstverlening
  • Onderhoud servicecatalogus

Change Management (CHM)
Het proces Change management heeft als doel wijzigingen op het informatiesysteem en de overeengekomen IT-dienstverlening planmatig door te voeren en te coördineren. Change management is verantwoordelijk voor het gestructureerd en conform afspraak aanpassen van de service en (daarmee) van het informatiesysteem. CHM voorkomt dat ongewenste aanpassingen worden doorgevoerd en borgt dat de bouw en aanpassingen plaats vindt conform de de service- en beheereisen. Waar van toepassing gebeurt dit met een release: in ISM wordt een release behandeld als een meervoudige (samengestelde) change.

Change management moet borgen dat:

  • wijzigingen niet worden gebouwd en geïmplementeerd zonder valide opdracht
  • het aantal implementaties wordt teruggedrongen door releasematig te werken
  • wijzigingen alleen getest in productie gaat
  • wijzigingen alleen in beheer genomen worden als de beheerorganisatie ervoor gereed is

Processtappen CHM
(1) Aannemen RfC (ontvangen, registereren en beslissen over in behandeling nemen RfC)
(2) Classificeren
(3) Plannen en accorderen
(4) Voorbereiden change
(5) Testen en vrijgeven (vaststellen of gerealiseerde wijziging voldoet aan de gestelde eisen, vrijgeven voor implementatie)
(6) Implementeren (gebouwde en geteste change geïmplementeerd volgens het geaccepteerde implementatieplan)
(7) Afsluiten

Incident management
Het proces Incident management heeft als doel het zo snel als nodig herstellen van de service conform de afspraken die daarover in de SLA zijn gemaakt. Het gaat dus om het op gestructureerde wijze en conform afspraak herstellen van de verstoorde dienstverlening. Nadruk ligt op het ‘goed’ afhandelen van incidenten. ‘Goed’ wil zeggen tijdig, in één keer goed, binnen de geldende technische en beleidsmatige kader, goed gecommuniceerd en goed geregistreerd.

Operations Management
Het doel van het proces Operations Management is het realiseren van de overeengekomen IT-dienstverlening door alle werkzaamheden aan het informatiesysteem te plannen en uit te voeren, het gedrag van het informatiesysteem te monitoren en (dreigende) afwijkingen van de SLA te signaleren.

  • Plannen en uitvoeren van beheerhandelingen op het informatiesysteem.
  • Monitoren van het functioneren van het informatiesysteem
  • Aanmelden incidenten bij overschrijden grenswaarden (tijdens monitoring)
  • Planning van alle beheeractiviteiten.

Plannen/uitvoeren
- Batchruns
- Back-ups
- Opschoonacties
- Security-checks
- Service requests
- Change-implementaties
- Resets

Monitoren
- Servcices
- Servers
- Netwerken
- Storage units
- Werkplekken
- Applicatie-performance

Configuration management
Het proces Configuration management heeft tot doel het leveren van accurate en actuele informatie over het informatiesysteem. Dit betreft actuele en volledige informatie over de service en de samenstelling van het informatiesysteem. Het vastleggen en verifiëren van informatie is (slechts) een middel om de IT-dienstverlening efficiënter te kunnen (laten) realiseren.
Hoving en Van Bon sluiten aan op de gangbare terminologie, maar noemen Configuration Management "het proces met de meest ‘foute’ naam". Zij stellen dat het proces namelijk niets configureert en ook niet gericht is op het vastleggen van informatie. Het doel van Configuratie managmeent is het ontsluiten van informatie voor beheerders en om dit te kunnen doen borgt het proces de vastlegging van informatie. Vastleggen is dus een middel en geen doel.

Quality Management (QM)
Het proces Quality Management heeft als doel het in stand houden en optimaliseren van effectieve en efficiënte IT-dienstverlening zoals die met de klant is overeengekomen. Centraal staat het identificeren en (laten) wegnemen van risico’s die de effectieve en efficiënte levering van diensten bedreigen. QM stelt risico’s vast door bijvoorbeeld incidenten te beoordelen op mogelijk herhaald optreden, maar kijkt ook proactief naar zwakke plekken in het infomratiesysteem (functionaliteit, beschikbaarheid, capaciteit, uitwijk, beveiliging, enz.).

  • Identificeren risico
  • Vaststellen oorzaak
  • Selecteren maatregel
  • Doorvoeren maatregel
  • Evalueren

Bron: De ISM-methode, Wim Hoving en Jan van Bon

Tags:
Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:05  
Beheermodel Looijen (vereenvoudigde versie)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Drievoudig beheermodel Looijen

In het artikel "Een methodiek voor Functioneel Beheer" (1997) beschrijven Kees Deurloo, Machteld Meijer-Veldman en Remko van der Pols de voorloper van het BiSL-model (het zgn. R2C-model). In het artikel gebruiken ze het begrippenkader zoals Looijen (Martin) dat introduceerde in het boek "Beheer van Informatisystemen" en beschrijven ze een ververeenvoudigde weergave van Looijen's drievoudig beheermodel.

Looijen maakt in zijn drievoudig beheermodel onderscheidt in drie vormen van beheer:

  • Functioneel beheer
  • Applicatie beheer
  • Technisch beheer

Looijen onderscheidt verder voor de drie 'beheersgebieden' verschillende niveaus van werkzaamheden (strategisch, tactisch en operationeel management en (operationele) uitvoering).

Functioneel beheer vervult dus de beheertaken aan de gebruikerskant en is namens de gebruikersorganisatie verantwoordelijk voor de instandhouding van de functionaliteit van het informatiesysteem en wordt verdeeld in de taakgebieden:

  • Gebruiksbeheer (GB)
  • Functioneel onderhoud (FO).

Applicatiebeheer is verantwoordelijk voor de instandhouding van de applicatieprogrammatuur en de gegevensbanken en kent als taakgebied:

  • Applicatie onderhoud (AO)

Applicatiebeheer richt zich op de beheer-, onderhouds-, en vernieuwingsfunctie van de applicaties.

Technisch beheer is verantwoordelijk voor de instandhouding van de operationalisering van het informatiesysteem, dat bestaat uit apparatuur, programmatuur en gegevensverzamelingen en wordt verdeeld in:

  • Operationele besturing (OB);
  • Onderhoud technische infrastructuur en operationele ondersteuning (ON);
  • technische dienstverlening (TD).

Technisch beheer komt overeen met de rekencentrumfunctie, waaronder de zorg voor de totale technische infrastructuur valt, inclusief de netwerk- en werkplek-infrastructuur.

---ook interessant----------------------------------

Beheermodel van Looijen

Bron: http://www.aslbislfoundation.org/dmdocuments/methodiekvoorfb_itbeheerjaarboek1998.pdf

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:07  
Levenscyclus van een informatiesysteem (2)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Levenscyclus informatiesysteem

Volgens Bouwmeester en De Landtsheer (1997) bestaat de levenscyclus van een informatiesysteem uit drie fasen: ontwikkeling, onderhoud en beheer.

Bron: "Het OTAP-model, Landjepik tussen automatisering en business", Bert Bouwmeester en Bram de Landtsheer in IT Beheer, mei 1997.

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:34  
IT-servicemanagement volgens ISM
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

IT-servicemanagement volgens ISM

Binnen ISM worden de vakgebieden IT-servicemanagement (ITSM), Functioneel beheer, Applicatiebeheer op bovenstaande wijze gemodelleerd.

ISM verstaat onder het begrip informatiemanagement, het  managen van informatie en informatiesystemen, gedurende de gehele levenscyclus. Informatiemanagement is dus feitelijk het managen van de informatievoorziening. De term informatiemanagement wordt in de praktijk nog wel eens gelijk gesteld met functioneel beheer, maar heeft dus binnen ISM bredere scope. Dit terwijl binnen BiSL juist de term 'Functioneel beheer' breed is gedefinieerd en zowel informatiemanagement als functioneel beheer omvat. In bovenstaande figuur is - om verwarring te voorkomen - de term 'Informatiemanagement' weggemodelleerd.

Functioneel beheer

Beheer gericht op het specificeren van de door de gebruikers benodigde functionaliteit, het aansturen van IT-beheer, en het ondersteunen van de gebruikers.

Informatievoorziening (IV)

Het geheel van bedrijfsmiddelen (binnen ISM vervat in 'People, Process en Product'), waarmee wordt voorzien in de informatiebehoefte van een organisatie. Binnen het negenvlaksmodel van Maes wordt de informatievoorziening opgedeeld in de domeinen Informatie en IT.

Het Informatie-domein (ook wel functioneel beheer-genoemd) gaat over het specificeren en aansturen. Het IT-beheerdomein richt zich op het leveren. Voor de term IT-beheer wordt IT-management gebruikt als synoniem. In het domein IT-beheer komen technisch beheer (managen van technische infrastructuur) en applicatiebeheer (managen van applicaties). De samenwerking en samenhang tussen beide disciplines wordt gemanaged door IT-servicemanagement (ITSM). Bij ITSM staat de output centraal die door deze samenwerkende disciplines wordt gerealiseerd, oftewel de IT-service.

Vanuit het perspectief van de eindgebruiker is het onderscheid tussen de beschikbaar gestelde (integrale) informatievoorziening en een IT-service. Dit verschil zit alleen in de extra ondersteuning die de gebruiker vanuit functioneel beheer krijgt bij het gebruik van de IT-service en in de niet-geautomatiseerde componenten die naast de IT kunnen worden ingezet.

IT-service

Een IT-service is de levering van functionerende functionaliteit. IT-services worden door IT-beheerorganisaties beschikbaar gesteld aan gebruikersorganisaties, ten behoeve van hun informatievoorziening. Met een IT-service is een gebruiker in staat geautomatiseerde gegevens te verwerken en te ontsluiten. Een IT-service is niet tastbaar of houdbaar, in tegenstelling tot producten die na productie nog steeds bestaan. Een IT-service wordt bepaald door haar functionaliteit en haar functioneren (gedrag).

IT-servicemanagement (ITSM)

ITSM is verantwoordelijk voor het managen van de IT-dienstverlening. ITSM houdt zich uitsluitend bezig met het managen van de IT-dienstverlening, niet met de technische uitvoering daarvan. De functie ITSM organiseert procesmatig de totstandkoming van de dienstverlening. De meer operationele uitvoering of realisatie van het beheer valt onder applicatiebeheer en/of technisch beheer. ITSM richt zich op het opstellen/bewaken van SLA’s, het bouwen en onderhouden van het informatiesysteem en de levering van IT-services (door Applicatiebeheer en Technisch beheer). Het leveren van IT-services wordt Service Deilivery genoemd. Een servicemanager is de rol of functie die vanuit de IT-beheerorganisatie verantwoordelijk is voor het managen van een service.

Binnen IT-servicemanagement staat het begrip 'IT-service' centraal. Een IT-service ontstaat door het realiseren (bouwen en beheren, oftewel het managen) van informatiesystemen. Anders gezegd: IT-services ontstaan door het management van informatiesystemen. De kwaliteit van de IT-service wordt bepaald door de kwaliteit van ITSM én de kwaliteit van het informatiesysteem.

De kern van de IT-service voor de klant is het begrip waarde. 'Waarde' kan worden opgedeeld in twee elementen: functionaliteit (bruikbaarheid; utility) en functioneren (zekerheid; warranty). Binnenl ITIL v3 wordt utility gedefinieerd als de functionaliteit die een specifiek doel dient (fitness for purpose) en staat warranty voor de aspecten van een dienst zoals beschikbaarheid, betrouwbaarheid etc. (fitness for use).

ISM hanteert de term IT-beheer voor het beheren (managen) van het verantwoordelijkheidsdomein IT. IT-beheer richt zich op het bouwen van informatiesystemen en het leveren van IT-services. IT-beheer vormt de Supply-organisatie die de IT-services aan de Demand-organisatie levert. De Demand-organisatie wordt in het negenvlaksmodel vertegenwoordigd door Functioneel Beheer, dat tussen de IT-beheerorganisatie en de Business zit.

Applicatiebeheer

Applicatiebeheer als functie betreft het organisatieonderdeel dat verantwoordelijk is voor het beheren van applicaties. Applicatiebeheer als activiteit kan worden gedefinieerd als dat deel van IT-management dat zich richt op het beheren van applicaties.  Onder de activiteiten van applicatiebeheer vallen het ontwikkelen, onderhoudeb, en het in stand houden van applicaties. Applicatiebeheer is een onderdeel van het IT-domein, en onderscheidt zich daarmee van functioneel beheer dat deel uit maakt het informatie-domein.

Technisch beheer

Deel van beheer dat zich richt op het ontwikkelen, onderhouden en in stand houden van de technische infrastructuur.

Bron: De ISM-methode (2010), Wim Hoving en Jan van Bon, http://www.ismportal.nl/nl/de-termen-beheer-en-management

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:32  
'Functioneel applicatiebeheer' bestaat niet
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

martijn buurman

Martijn Buurman stelt in een artikel in Computable dat de term 'Functioneel applicatiebeheerder' feitelijk niet klopt. Hij baseert deze mening op de definities van functioneel beheer en applicatiebeheer (uit het boek 'Functioneel Beheer' van Kees Ruigrok en Ernst Bosschers)

Functioneel beheer is verantwoordelijk voor het tegen aanvaardbare kosten en kwaliteit in stand houden van de gewenste informatievoorziening ten behoeve van de gebruikersorganisatie tijdens de gehele levenscyclus van informatiesystemen.

Applicatiebeheer is verantwoordelijk voor het tegen overeengekomen kosten en kwaliteit in stand houden en onderhouden van de bedrijfsapplicaties en de bijbehorende gegevensverzamelingen tijdens de gehele levenscyclus van de informatiesystemen.

Buurman stelt dat het wezenlijke verschil tussen de applicatiebeheerder en functioneel beheerder is dat de applicatiebeheerder zich niet bezig moet houden met de inhoud van de gegevensverzamelingen, zolang ze maar beschikbaar zijn voor de business. De functioneel beheerder daarentegen heeft juist als doel middels bepaalde functionaliteiten de juiste informatie aan te bieden aan de business. Dit leidt tot de conclusies dat deze 'twee doelstellingen niet op één plek of bij één persoon neergelegd kunnen en mogen worden'. Buurman illustreert dit treffend met metafoor van een bakker die zou bepalen wat je op je brood smeert.

De kern van het betoog van Buurman is dat functioneel beheer en applicatiebeheer verschillen in qua verantwoordelijkheid en dus gescheiden moeten worden. In de reacties wordt dit afgedaan als (te) theoretisch.

In één reactie wordt gewezen op het feit dat NGI wél (in "Functies in de Informatica") de functie "Functioneel applicatiebeheerder" onderkent, waarbij deze als volgt wordt gedefinieerd: "De Functioneel Applicatiebeheerder is primair ervoor verantwoordelijk dat functionaliteit van een applicatie aan de eisen en wensen van de gebruikers blijft voldoen en dat deze functionaliteit consistent blijft. De Functioneel Applicatiebeheerder werkt nauw samen met de Gebruiksbeheerder die primair voorstellen voor wijzigingen opstelt. Functioneel Applicatiebeheerder stuurt de realisatie van wijzigingen aan en implementeert in overleg met de gebruikers de nieuwe versie van het systeem. Soms is de Functioneel Applicatiebeheerder ook een vraagbaak van gebruikers en lost (in de 2e-lijn: incidenten en structurele) problemen op. Deze functie komt in vele organisaties voor. ..."

Een andere reactie ondersteunt de stelling van Buurman door te wijzen op het feit dat binnen het IT-beheer van informatiesystemen drie verschillende niveaus:
- Technische infrastructuur (ITIL)
- Applicatie niveau, Technisch; ook wel applicatiebeheer genoemd (ASL)
- Applicatie niveau, Functioneel; ook wel functioneel beheer genoemd (BiSL)
De eerste twee niveaus maken deel uit van de IT-beheerorganisatie, terwijl functioneel beheer deel uitmaakt van de gebruikersorganisatie (of op zijn minst deze vertegenwoordigt!).

Het feit dat dergelijke discussies nog levend gevoerd kunnen en moeten worden, verraadt mi vooral de onvolwassenheid van beide vakgebieden.

Bron: http://www.computable.nl/artikel/ict_topics/beheer/3724412/1277800/functioneel-applicatiebeheerder-bestaat-niet.html

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:05  
Service management lemniscaat van Thiadens
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

lemniscaat it-service management Thiadens

De essentie van het (IT) Service management lemniscaat van Thiadens is dat er sprake is van een fasering, waarbij eerst de behoefte aan ICT-dienstverlening moet worden bepaald, vervolgens hierover afspraken worden gemaakt (service level management). Zodra afspraken over de te leveren dienstverlening zijn gemaakt, verleent de leverancier haar diensten (service proces management). De geleverde dienstverlening wordt gecontroleerd en geëvalueerd tegen de gemaakte afspraken.

In de eerste fase worden op basis van de wensen van de klant afspraken gemaakt over de gewenste en noodzakelijke ICT-diensten. Deze afspraken worden tijdens onderhandelingen tussen klant en dienstverlener gespecificeerd en vastgelegd in een overeenkomst, de zgn. service level agreements. Hierdoor weet de klant wat hij kan verwachten en weet de dienstverlener waaraan hij moet voldoen.

De tweede fase richt zich op de inrichting van de dienstverlening. Nadat afspraken over de dienstverlening zijn gemaakt, zal de leverancier de afspraken zodanig naar activiteiten moeten vertalen dat deze kunnen worden nagekomen.

In de derde fase wordt gecontroleerd of gemaakte afspraken in de praktijk ook gerealiseerd worden, door het verrichten van metingen. Deze metingen vormen enerzijds de basis voor het aan de klant rapporteren over de realisatie van gemaakte afspraken, maar geven aan de andere kant de leverancier ook een basis om de eigen processen te beheersen.

De laatste fase zorgt voor het 'sluiten' van de dienstverlening. Nadat in de eerdere fasen afspraken zijn gemaakt, processen zijn ingericht en worden uitgevoerd en continu gemeten wordt of aan gemaakte afspraken wordt voldaan, wordt in deze fase de afgesproken dienstverlening beoordeeld en geëvalueerd. Basis hiervoor wordt gevormd door een rapportage over werkelijk geleverde dienstverlening; deze wordt vergeleken met de gemaakte afspraken in het SLA. Indien nodig zullen op basis van deze evaluatie de afspraken worden bijgesteld.

Bron: http://www.servicemanagement-lemniscaat.org/SML/Fase2.php

Zie ook: Service management lemniscaat van Thiadens

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:09  
Configuratiemanagement
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Configuratiemanagement

Configuratiemanagement is het proces voor het registreren en bijhouden van informatie over het gebruik van de versies van IT-componenten. IT-componenten zijn continu aan verandering onderhevig. Configuratiemanagement is verantwoordelijk voor de uitgifte en intake van IT-componenten gedurende hun levenscyclus. Configuratiemanagement fungeert hierbij als een soort poortwachter (gatekeeper) en moet voorkomen dat een component ongeautoriseerd kan worden aangepast.

Tags:
Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:07  
Alignment in de Middeleeuwen
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Alignment in de Middeleeuwen

Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 12:56  
Applicatiebeheer (ASL) volgens Machteld Meijer (e.a)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

asl asl2 applicatiebeheer machteld meijer

ASL (Application Services Library) is een publieke standaard voor applicatiemanagement. ASL geeft invulling aan processen en activiteiten die noodzakelijk zijn om applicaties goed te kunnen beheren en onderhouden, niet alleen vandaag maar ook overmorgen. ASL is een samenhangend framework met aandacht voor zowel uitvoerende, sturende en richtinggevende processen als hun onderlinge samenhang. In 2009 is een nieuwe versie van ASL verschenen: ASL 2.

In het artikel ASL en CobiT, een mapping van twee frameworks geven Machteld Meijer (e.a) een beknopte samenvatting van de zes procesclusters van het ASL-framework:

  1. Beheer: processen van dit cluster zorgen ervoor dat de huidige applicaties applicatiemanagement optimaal het bedrijfsproces ondersteunen met een minimum aan middelen en verstoringen in de operatie.

  2. Onderhoud en vernieuwing: processen van dit cluster zorgen ervoor dat de applicaties worden aangepast aan veranderende wensen en eisen.

  3. Verbindende processen: processen die zorgen voor een goede overdracht van applicaties tussen onderhoud/vernieuwing en de beheeromgeving en ze zorgen er ook voor dat wijzigingen in de applicaties gecontroleerd uitgevoerd worden.

  4. Sturende processen: processen die zorgen voor de integrale sturing van beheer en onderhoud en zorgen ervoor dat de activiteiten conform doelstellingen, afspraken en de gekozen strategie worden uitgevoerd.

  5. Organization cycle management: processen in dit cluster bepalen hoe de toekomstige dienstverlening van de serviceorganisatie eruitziet en zorgen voor het opstellen van het daaruit volgende beleid en maatregelen voor de organisatie.

  6. Applications cycle management: processen in dit cluster bepalen de lange termijnstrategie voor de verschillende applicaties op basis van de informatievoorziening van de klantorganisaties.

De toepassingsgebieden voor ASL (applicatiemanagement), maar ook BiSL (business informatie management) zijn gebaseerd op de driedeling van beheer van Looijen (functioneel beheer, applicatiebeheer en technisch beheer). Het onderscheid tussen klant en leverancier en het belang hiervan is een uitgangspunt voor deze beide modellen.

Machteld Meijer maakte ook een compacte samenvatting van alle ASL-processen

Bron: ASL en CobiT, een mapping van twee frameworks, Machteld Meijer (e.a)

 



Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:31  
Strategic Alignment Model Enhanced (SAME)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Strategic Alignment Model Enhanced (SAME)

Om het gebruik van informatie binnen een organisatie effectief en efficiënt te ondersteunen, dienen vele aspecten in beschouwing te worden genomen. Het  SAME model richt zich op twee dimensies: de informatie - en de organisatie dimensie, hetgeen leidt tot een 3 bij 3 model voor het beheer van business informatie en informatie technologie, bestaande uit negen vlakken.

Het Strategic Alignment Model Enhanced (SAME) is afgeleid van het Strategic Alignment Model van Henderson & Venkatraman (1993) en sluit nauw aan bij het zgn. negenvlaksmodel van Maes. SAME biedt een overkoepelend framework om de relaties tussen de deelterreinen van IT-management weer te geven.

Het negenvlaksmodel heeft drie kolommen en drie lagen. De kolommen staan voor de scheiding van verantwoordelijkheden:

(1) Business: domein waarbinnen primaire taken worden uitgevoerd, onder andere met behulp van informatievoorziening; de informatiebehoefte wordt bepaald vanuit de bedrijsprocessen.

(2) Functioneel beheer (informatiemanagement): domein dat verantwordelijk is voor het vertalen van informatiebehoefte naar specificatie van de informatievoorziening en het vervolgens aansturen van de realisatie daarvan (opdrachtgeverschap, demand).

(3) IT-beheer: domein dat verantwoordelijk is voor de realisatie van specificaties tegen overeengekomen afspraken (levering, supply).

De combinatie van drie kolommen en drie lagen leidt tot negen vlakken. Deze vlakken beschrijven géén organisatiestructuren, maar uitsluitend verantwoordelijkheidsdomeinen. De business delegeert de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van informatievoorziening naar het (verantwoordelijkheids)domein 'Informatie', ook wel aangeduid met de term 'functioneel beheer'.

Het beschikbaar krijgen en toepassen van de gewenste informatievoorziening blijft de verantwoordelijkheid van de business, maar de levering van de gewenste informatievoorziening is gedelegeerd naar functioneel beheer. Het beschikbaar krijgen van IT-diensten blijft de verantwoordelijkheid van functioneel beheer, maar functioneel beheer delegeert op haar beurt de levering ervan naar IT-beheer. Het op deze wijze delegeren van verantwoordelijkheden impliceert dat de business functioneel beheer aanstuurt, terwijl op haar beurt functioneel beheer IT-beheer aanstuurt.

Binnen SAME worden drie lagen onderkend: strategie, tactiek en operatie. De gelaagheid staat voor het onderscheiden van verschillende doelen die bereikt moeten worden. De drie lagen worden ook wel richten, inrichten en verrichten genoemd. Op de strategische laag worden de langetermijndoelen bepaald, die richtinggevend zijn voor de bedrijfsactiviteiten. Op de tactische laag worden deze doelen vertaald naar concrete doelen (ingericht), die een middellange termijn hebben. Op de operationele laag worden deze doelen concreet gerealiseerd, in het hier en nu.

Bron: De ISM-methode, Wim Hoving en Jan van Bon

Laatst aangepast op zaterdag, 06 januari 2018 07:57  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Geluk is niet afhankelijk van dingen buiten ons,
maar van de manier waarop wij die zien.

Leo N. Tolstoj

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 115 gasten online
Artikelen

jack welch face towards ceo ass customer

Banner

meesterschap paul donders chris sommer

Meesterschap
Visie, lef en levenskunst
Paul Donders, Chris Sommer

Bij Bol.com of Managementboek

Lean boekentips

The Hoshin Kanri Forest
Lean Strategic Organizational Design
Javier Villalba-Diez

Bij Bol.com


Banner