• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Organizational behavior management (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over verandermanagement
E-mail Afdrukken

organizational behavior management introductie broeder kerhofs

Organizational Behavior Management
Een introductie
Robert den Broeder, Joost Kerkhofs

Bij Bol.com | Managementboek

 



 

Laatst aangepast op woensdag, 20 mei 2020 20:09  
Leren volgens Jan Willem van de Boogert
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

In zijn boek Praktijkgericht opleiden - al doende leren in de beroepspraktijk beschrijft Jan Willem van den Boogert hoe het mentale proces van leren werkt:

praktijkgericht opleiden jan willem boogert leren beroepspraktijk

Van cognitieve activiteit naar begrijpen

Cognitieve activiteit speelt zich als een proces af in onze hersenen. We noemen dit een 'mentaal proces'. We kunnen dit proces niet zien, en daarom noemen we het een 'intern proces'. We kunnen er baat bij hebben in grote lijnen te weten wat er in mentaal opzicht gebeurt.

Wetenschappers die thuis zijn in de cognitieve psychologie, maken een onderscheid tussen informatie en kennis (wat), en weten hoe je iets kunt doen. Het eerstgenoemde wordt in de onderwijspsychologische literatuur 'declaratieve kennis' genoemd, het tweede 'procedurele kennis'. Cognitieve activiteit zorgt voor de verwerving, aanpassing en verwerking van deze informatie en ons 'weten hoe'.

(...)

Allerlei indrukken en activiteiten leiden weert tot nieuwe informatie of tot nieuw 'weten-hoe'. Nieuwe informatie wordt gekoppeld aan oude informatie. Informatie die een zekere betekenis heeft, noemen we 'kennis'.

Al die betekenissen samen vormen het persoonlijke kennissysteem. Dit kennissysteem is verbonden met ons zelfbeeld, aldus David Sousa (2001). Het heeft dus een relatie met emotie, die medebepalend is welke informatie al dan niet (en hoe) wordt opgenomen en verwerkt. Als je een probleem tegenkomt waarvoor bepaalde kennis nodig is, wordt de benodigde kennis uit dit systeem geactiveerd, eigenlijk 'wakker gemaakt'. Er wordt dan kennis tijdelijk verplaatst van het langetermijn geheugen naar het 'werkgeheugen', zodat er mee gewerkt kan worden. Het langetermijngeheugen kun je zien als materiaal dat in archiefkasten zit, het werkgeheugen kun je zien als een werkbank.

Een belangrijk soort kennis voor praktijkgericht leren is: 'weten-hoe-kennis'. Dit is kennis die in de hersenen opgeslagen is als zogenaamde 'als-dan'-gedachten' (Als ik in een slip raak, moet ik zorgen dat mijn voorwielen blijven staan. Als iemand een klacht heeft, moet ik hem deze vragen stellen...).

Hoe ontstaat nu begrijpen van informatie

We nemen iets waar. Dit doen we met onze zintuigen. Door kenmerken in onze waarneming wordt er kennis uit ons langetermijngeheugen actief. Als ik een knalrode vogel zie vliegen in een Nederlands bos, wordt mijn schema met kennis over vogels geactiveerd. Door deze waarneming te koppelen aan mijn schema's gaan er lampjes branden: Hé, dat is vreemd, dit is óf een verdwaalde vogel óf een ontsnapte volièrevogel... Of ik zie ze vliegen.

We hebben een enorme hoeveelheid van kennis in ons langetermijngeheugen opgeslagen. Je kunt zeggen: deze kennis is geordend in een aantal bestanden, net als we dat doen met een computer. Als we iets nieuws willen leren, koppelen we waarnemingsfeiten aan het kennisbestand dat we hebben opgebouwd. Kennen is grotendeels herkennen.

Als je informatie tegenkomt die je in het geheel niet kunt plaatsen, is er geen herkenning. ... Geen grijpen, geen begrijpen, geen leren. Daarom is het zo belangrijk dat we als we iets nieuws leren, eerst wakker maken wat we al weten, zodat aangesloten kan worden op de kennisbestanden die er al zijn. Het 'activeren van voorkennis' is dan ook een belangrijke stap in leerprocessen. Een opleider kan daarom bij een nieuwe instructie het best eerst even helpen 'wakker schudden' van kennis en weten-hoe die in het geheugen aanwezig zijn. Door dit activeren wordt er kennis uit het langetermijngeheugen naar het werkgeheugen overgebracht, zodat nieuwe informatie beter begrepen kan worden.

(...)

Juiste en onjuiste voorstellingen van zaken

Ons kennissysteem bestaat uit tal van 'voorstellingen van zaken' of 'concepties'. Deze zijn gebaseerd op eigen waarneming en op allerlei zaken die we geleerd hebben. Toen de mensen nog dachten dat de aarde plat was, was dit kennis die iedereen als waar beschouwde. Bij het maken van een reis werd er rekening meegehouden. Niemand wilde immers van de wereld afvallen.

Met nieuwe ontdekkingen bleek dat deze voorstelling van zaken onjuist was. De eerdere conceptie over de vorm van de aarde bleek onjuist. Het bleek een zogenaamde 'misconceptie'; een feitelijke onjuist voorstelling van zaken.

Veel concepties worden gevormd door betekenis toe te kennen aan dingen of situaties op grond van eigen ervaringskennis. Daarnaast zijn veel van onze concepties gevormd doordat we zaken hebben aangenomen van anderen. Dit aannemen van concepties van anderen kan kritisch gebeuren, maar ook klakkeloos.

Onze concepties en misconcepties vormen de bril waardoor we naar de werkelijkheid kijken. Deze bril kan ons de werkelijkheid goed en helder laten zien, maar kan deze ook flink vertekenen.

 

Bron: Praktijkgericht opleiden - al doende leren in de beroepspraktijk, Jan Willem van den Boogert

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 18 april 2020 18:54  
Leiderschap volgens Brené Brown
Gepubliceerd in Citaten: leiderschap
E-mail Afdrukken

citaat

Ik definieer een leider als iemand die de verantwoordelijkheid neemt op het potentieel in mensen en processen te zoeken en die de moed heeft om dat potentieel te ontwikkelen.

Brené Brown

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:49  
Systeemdenken met John Gall
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

The First Law of Systems-Survival: A system that ignores feedback has already begun the process of terminal instability.

John Gall

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:48  
Onmacht (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over management
E-mail Afdrukken

onmacht leike oss jaap hek

Onmacht
In samenleving en organisatie
Leike van Oss, Jaap van 't Hek

Bij Bol.com | Managementboek



 

Laatst aangepast op zaterdag, 09 mei 2020 18:48  
Management volgens John Seddon
Gepubliceerd in Citaten: management
E-mail Afdrukken

citaat

Command and control management was not invented in one moment of time, its development has been emergent. It is not so much a theory as a collection of ideas: ideas that solved problems at different points in time, ideas that have become norms.

John Seddon

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:47  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Cognitieve theorie van multimediaal leren (Richard E. Mayer)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Cognitieve theorie multimediaal leren (12 ontwerpprincipes) van Richard E. Mayer


Definitie

...

Alias:

- Multimediale principes van Mayer
- Cognitieve theorie van multimedia leren
- Ontwerpprincipes multimedia instructie

ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

12 Ontwerpprincipes van multimediaal leren

De Cognitive Theory of Multimedia Learning, uitgewerkt door Richard E. Mayer, vertrekt vanuit drie veronderstellingen:

* er zijn twee aparte kanalen (auditief en visueel) om informatie te verwerken;
* elk kanaal heeft een beperkte capaciteit;
*leren is een actief proces waarbij informatie wordt gefilterd, georganiseerd en geintegreerd.

In zijn boek Multimedia Learning (Mayer, 2001) stelt de auteur twaalf ontwerpprincipes of richtliinen voor waaraan multimediapresentaties of digitale leermiddelen (alle leermiddelen waarbij tekst, afbeeldingen of geluid worden gebruikt) volgens hem moeten voldoen om een optimaal leereffect te bereiken.

  1. Het coherentieprincipe (coherence principle): leerlingen leren beter wanneer alle overbodige elementen (woorden, afbeeldingen, geluiden) worden weggelaten uit het leermateriaal. Daardoor kunnen de leerlingen beter focussen op de essentie.
  2. Het signaliseringsprincipe (signaling principle): leerlingen leren beter wanneer er verbale (titels, signaalwoorden enzovoort) en visuele (pijlen enzovoort) aanwijzingen zijn voor de organisatie van het (belangrijkste) materiaal.
  3. Het redundantieprincipe (redundancy principle): gedrukte woorden toevoegen leidt niet tot betere leerresultaten wanneer er al beeldmateriaal en gesproken woorden aangeboden worden.
  4. Het ruimtelijk nabijheidsprincipe (spatial contiguity principle): leerlingen leren beter wanneer woorden en afbeeldingen die samen horen dichter bij elkaar worden afgebeeld op het scherm of op het blad dan wanneer ze verder van elkaar staan.
  5. Het tijdelijk nabijheidsprincipe (temporal contiguity principle): leerlingen leren beter wanneer woorden en afbeeldingen die samen horen tegelijkertiid worden afgebeeld op het scherm of op het blad dan wanneer ze na elkaar worden getoond.
  6. Het segmenteringsprincipe (segmenting principle): leerlingen leren beter wanneer ze de les op hun eigen tempo in verschillende stappen kunnen doorlopen dan wanneer het één doorlopend geheel is.
  7. Het voortrajectprincipe (pre-training principle): leerlingen leren beter wanneer ze vooraf al vertrouwd zijn met de namen en de eigenschappen van de belangrijkste concepten die in het lesmateriaal aan bod komen.
  8. Het modaliteitsprincipe (modality principle): leerlingen leren beter wanneer beeldmateriaal is verrijkt met audio dan met tekst.
  9. Het multimedia principe (multimedia principle): leerlingen leren beter wanneer ze tekst en afbeeldingen te zien krijgen dan wanneer alleen tekst wordt gebruikt.
  10. Het personaliseringsprincipe (personalization principle): leerlingen leren beter van multimediaal materiaal wanneer alledaagse spreektaal wordt gebruikt in plaats van formeel taalgebruik.
  11. Het stemprincipe (voice principle): leerlingen leren beter wanneer ze een vriendelijke menselijkke stem horen in plaats van een
  12. Het afbeeldingsprincipe (image principle): leerlingen !eren niet noodzakelijk beter wanneer de afbeelding van de spreker op het scherm wordt toegevoegd.

Deze principes zijn uitgebreid onderzocht en blijken zeker binnen natuurwetenschappelijke kennisdomeinen geldig te zijn. Ze zijn ook effectiever dij lerenden met weinig voorkennis en een goed ontwikkeld ruimtelijk voorstellingsvermogen. Binnen het sociaal-wetenschappelijke kennisdomein blijken de ontwerpprincipes niet of minder van toepassing te zijn?.

Bron: Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen, Tommy Opgenhaffen

ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

 

Mayer’s ontwerpprincipes van multimedialeren


Je vindt hier een korte introductie over de verschillende ontwerpprincipes. We tonen daarbij steeds een voorbeeld waarbij het principe niet is toegepast en een voorbeeld waar dat wel is gebeurd.

Wens je nog meer te weten over deze principes, dan kan je hiervoor in de ‘uitdieping’ terecht.

  • Personaliseringsprincipes
  • Signaleringsprincipe
  • Multimediaprincipe
  • Ruimtelijk nabijheidsprincipe
  • Modaliteitsprincipe
  • Tijdelijk nabijheidsprincipe
  • Overtolligheidsprincipe
  • Coherentieprincipe
  • Stemprincipe
  • Beeldprincipe
  • Principe van de individuele verschillen

Bron: http://www.digitaledidactiek.be/modules/2-ontwerp/theorie/mayer/mayers-ontwerpprincipes-van-multimedialeren/


ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer


(1) Coherence Principle: People learn better when extraneous words, pictures and sounds are excluded rather than included.
Presenteer informatie in een kennisclip zo sec mogelijk, want ‘opleuken ’met  muziek, plaatjes en letters in verschillende kleuren heeft een negatief effect op leren.

(2) Redundancy Principle: People learn better from pictures and narration than from pictures, narration and on-screen text.
Praat bij een beeld en voeg geen of weinig geschreven tekst toe.

(3) Signaling Principle: People learn better when cues that highlight the organization of the essential material are added.
Richt de aandacht van de student op belangrijke informatie. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • Highlighten belangrijke begrippen
  • Inzoomen
  • Voice-over die het belang benadrukt.


(4) Spatial Contiguity Principle: People learn better when corresponding words and pictures are presented near rather than far from each other on the page or screen.
Plaats wat bij elkaar hoort qua beeld en tekst dicht bij elkaar.

(5) Temporal Contiguity Principle: People learn better when corresponding words and pictures are presented simultaneously rather than successively
Presenteer wat bij elkaar hoort tegelijkertijd en niet na elkaar.

(6) Segmenting Principle: People learn better when a multimedia lesson is presented in user-paced segments rather than as a continuous unit
Geef de student de gelegenheid om de kennisclip stil te zetten.

(7) Pre-training Principle: People learn better from a multimedia lesson when they know the names and characteristics of the main concepts
Ga na of inhoud kennisclip past bij de voorkennis van de student.

(8) Modality Principle: People learn better from pictures and narrations than from pictures and on-screen text
Geef de informatie bij een plaatje liever mondeling dan in de vorm van geschreven tekst.

(9) Multimedia Principle: People learn better from words and pictures than from words alone
Gebruik in een kennisclip waar mogelijk goed gekozen afbeeldingen

(10) Personalization Principle: People learn better from multimedia lessons when words are in conversational style rather than formal style
Spreek de student aan met je. Laat vaktaal intact.

(11) Voice Principle: People learn better when the narration in multimedia lessons is spoken in a friendly human voice rather than a machine voice
Laat de kennisclip inspreken door echte mensen.

Bron: http://www.rbbh.nl/kennisclip/dia02.htm


ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

Twaalf ontwerpprincipes voor multimedialeren (Richard E. Mayer)

  1. Multimediaprincipe: tekst én beeld is beter dan tekst alleen.
  2. Modaliteitsprincipe: in combinatie met beeld is audio beter dan geschreven tekst. Dat laatste leidt tot overbelasting van het visuele kanaal.
  3. Redundantieprincipe: beeld plus audio is beter dan beeld plus audio plus tekst. Dat laatste leidt tot 'cognitieve overload'.
  4. Signaalprincipe: stuur de aandacht naar kritische en essentiële aspecten van het leermateriaal d.m.v. extra markeringen.
  5. Ruimtelijke nabijheidsprincipe: de ruimte tussen corresponderende woorden en beelden moet minimaal zijn.
  6. Tijdelijke nabijheid principe: corresponderende woorden en beelden moeten tegelijkertijd verschijnen.
  7. Coherentieprincipe: vermijd overbodige, ongerelateerde woorden, beelden en geluiden.
  8. Segmentatieprincipe: geef student controle over leren, zodat men 'complex' materiaal kan opdelen. Bijvoorbeeld door kennisclip stil te zetten.
  9. Pré-trainingsprincipe: sluit aan bij voorkennis van student. Voorzie anders in aanvullende conceptie, definities en/of pré-clip
  10. Personalisatie van woord: gebruik een communicatieve schrijfstijl (met inbegrip van het gebruik van de ik- en je-vorm)
  11. Stemprincipe: mensen leren beter van een menselijke stem dan van een computerstem.
  12. Beeldprincipe: het heeft (nog) geen meerwaarde om, naast de visuele animatie, ook de lesgever in beeld te brengen. De stem volstaat.

Bron: https://quizlet.com/nl/429167046/twaalf-ontwerpprincipes-voor-multimedialeren-richard-e-mayer-flash-cards/

https://quizlet.com/nl/429167046/twaalf-ontwerpprincipes-voor-multimedialeren-richard-e-mayer-flash-cards/

Laatst aangepast op zondag, 17 mei 2020 08:57  
Didactisch model volgens Tjipke van der Veen & Titus Geerligs
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

didactisch model veen geerligs

Tjipke van der Veen en Titus Geerligs beschrijven in hun boek Lesgeven en zelfstandig leren een didactisch model met de elementen die van belang zijn bij onderwijsleersituaties:

titus geerligs tjipke veen lesgeven zelfstandig leren

Lesgeven omvat een heterogeen complex van activiteiten en iedere onderwijsleersituatie is min of meer uniek. De gemeenschappelijke elementen van onderwijsleersituaties zijn samengevat in het bovenstaande didactische model.

Beknopte omschrijving van de kernbegrippen in dit model:

Leerdoelen

Door leerling(en) te verwerven kennis en vaardigheden

Beginsituatie

Cognitieve en motivationele kenmerken van leerlingen die van belang zijn voor het bereiken van de leerdoelen (Ook allerlei andere factoren die van invloed zijn op de onderwijsleersituatie vallen onder het begrip beginsituatie.

Leerprocessen

Activiteiten die uitmonden in (duurzame) opslag van kennis in langetermijngeheugen.

Leerstof

Het inhoudsaspect van de leerdoelen

Werkvormen

Gedragswijzen van de docent, gericht op het totstandbrengen van leerprocessen met het oog op het realiseren van leerdoelen

Leermiddelen

Informatiedragers die leerprocessen ondersteunen

Evaluatie

Beoordeling van bereikte leerresultaten

Bron: Lesgeven en zelfstandig leren, Tjipke van der Veen & Titus Geerligs

Tags:
Laatst aangepast op zondag, 03 mei 2020 16:41  
Business Analysis (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over verandermanagement
E-mail Afdrukken

business analysis debra paul james cadle donald yeates

Business Analysis
Debra Paul, James Cadle & Donald Yeates (Red.)

Bij Bol.com | Managementboek



 

Laatst aangepast op zaterdag, 09 mei 2020 18:44  
Werkplekleren volgens Alfred Remmits
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

werkplekleren performance support moments of need

In het artikel Learning in the Workflow, begrijpen we echt de verandering? interviewt Jo Buuts Alfred Remmits, CEO van Xprtise, over werkplekleren. Hieronder een aantal fragmenten die ingaan op de essentie van het context-specifiek ondersteunen van mensen bij het uitvoeren van hun werk:

werkplekleren performance support moments of need

Wat medewerkers ... echt nodig hebben is de juiste content om een specifiek probleem zo snel als mogelijk op te lossen, gebaseerd op de juiste context van hun werk, te weten de specifieke taak die men uit wil voeren, binnen het eigen specifieke werkproces.

(...)

We moeten oplossingen ontwerpen voor de complete leerreis van onze medewerkers, zowel voor de ontwikkeling van ‘leek tot vakman’ maar ook voor de continue leerreis die onze medewerkers elke dag moeten doormaken om te kunnen omgaan met veranderingen op hun werkplek. Leren is niet te vatten in eenmalige leer-events. Leren en werken zijn onherroepelijk met elkaar verbonden.

(...)

[D]e methodologie van 5 Moments of Need altijd tot een samenstel van oplossingen voor de hele leerreis. Dat lukt omdat het ontwerp gebaseerd is op het volledig begrijpen van de context waarin een groot deel van het leren plaatsvindt, namelijk op de werkplek. Daar moet namelijk een aanzienlijk deel van de content en de bronnen beschikbaar zijn, ter ondersteuning van het werkproces. Daarmee stel je content vrijwel altijd in dienst van de context.
Bij het ontwerpen van deze leerreis kijk je éérst naar oplossingen die medewerkers ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, (apply), het oplossen van problemen (solve) en het inspelen op veranderende situaties (change). Pas daarna wordt gekeken naar oplossingen voor de momenten waarop iets nieuws moet worden geleerd (new) of als meer diepgang vereist is (more), vaak in een formele setting buiten de workflow. Maar het belangrijkste verschil met het traditionele ontwerp is nog wel het onderscheid dat al vroeg in de analyse wordt gemaakt tussen kritieke taken en belangrijke, (maar minder kritieke) taken.

(...)

Traditionele opleidingsontwerpers gebruiken het begrip ‘belangrijkheid van taken’, om te kunnen bepalen welke content en hoeveel content moet worden ontwikkeld. Alweer die focus op content. De methodologie van 5 Moments of Need start met de focus op kritikaliteit van taken om te bepalen waar en wanneer – in welke context- de content aangeboden moet worden. Hoog kritieke taken zowel in een formele setting als in de workflow. Laag kritieke taken alleen in de workflow, met een Performance Support System, in plaats van in intensieve trainingen of met dure e-learning.
Dat lijkt een klein verschil in benadering, maar met een grote impact. Hiermee heb je een bewezen, objectief middel in handen om wat voorheen als vijfdaagse cursus werd uitgevoerd, om te bouwen naar een echte blended, op het werkproces georiënteerde werk-leeroplossing.

(…)

Leren terwijl je aan het werk bent is werkelijk de meest krachtige vorm van leren. Maar wijkt compleet af van de manier van leren waarvoor we de laatste 50 jaar programma’s en middelen hebben ontworpen. In het werk, in de momenten apply, solve en change, sta je er vaak alleen voor. Je hebt zeker geen tijd om even een 12 minuten durende e-learning te volgen, een video van 7 minuten te bekijken of een uitgebreid PDF te lezen. Je wilt hulp, nú. Je wilt een oplossing die je onmiddellijk op het spoor zet, in 2 klikken, 10 seconden. En liever niet na 20 minuten bladeren in allerlei bronnen, ook niet als die door anderen zijn aanbevolen. Bronnen en content moeten kort zijn, to-the-point, correct en relevant voor het uitvoeren van die specifieke taak, het oplossen van dat specifieke probleem.

Bron: Learning in the Workflow, begrijpen we echt de verandering? - Een gesprek tussen Jo Buuts en Alfred Remmits

Laatst aangepast op zaterdag, 16 mei 2020 09:08  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

De ware ontdekkingsreis is geen speurtocht naar nieuwe landschappen, maar het waarnemen met nieuwe ogen.

Marcel Proust

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 99 gasten online
Artikelen

secret success consistency of purpose

Banner

faalkracht michel taal stappen laf lef

Faalkracht
in drie stappen van laf naar lef
Michel Taal

Bij Bol.com | Managementboek

Lean boekentips

Lean Practitioner & Lean Expert
mindset, skill set & tool set
H.C. Theisens

Bij Bol.com | Managementboek

Banner