• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Lean volgens Marcel van Assen
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

lean marcel assen

Lean als verbeterproces


Een Lean-verbeterproces begint standaard met het inventariseren van de doelstelling(en). In het algemeen betekent dit het bepalen wat klanten precies willen, ofwel het bepalen wat klantwaarde is.

Het op het juiste moment precies maken en leveren van de juiste producten en diensten (die klantwaarde opleveren) staat centraal binnen Lean. Het proces dat continu klantwaarde moet opleveren, heet daarom 'waardestroom'.

Het ontwerp- en verbeterproces voor het verkrijgen van een slanke waardestroom met pull-besturing bestaat uit vijf essentiële stappen:

Waarde (Value)

• Definieer wat klantwaarde is en daarmee wat de klant als verspilling ziet
• Bepaal de procesdoelstellingen (KPI-targets)

Waardestroom (Valuestream)

• Ontwikkel een VSM met de verschillende processtappen en analyseer waar waarde wordt gecreëerd

Flow

• Bepaal welke activiteiten waarde toevoegen of welke cruciaal zijn voor de bedrijfsfunctie
• Verwijder alle niet-waardetoevoegende activiteiten die niet van cruciaal belang zijn voor de bedrijfsfunctie


Pull

• Stroomlijn het primaire proces zodanig dat de vraag gebalanceerd is met de capaciteit
• Zorg dat de lijn stroomt met vaste takttijd
• Bestuur de lijn met een pull-besturingssysteem zoals kanban- of two-binsysteem

Perfectie (Perfection)

• Borg de verbeteringen
• Perfectioneer de organisatie middels Kaizen-workshops
• Creëer een cultuur van continu verbeteren

1. Bepaal klantwaarde (value).

Onderzoek de eisen en wensen van klanten. Het nauwkeurig analyseren wat van waarde is voor de klant, leert ook wat de klant als verspilling beschouwt. Dit is het uitgangspunt voor het analyseren en optimaliseren van de waardestroom.

2. Bepaal de waardestroorn (value stream).

Een waardestroom bevat in het ideale geval geen enkele niet-waardetoevoegende activiteit. Ontwikkel per productfamilie een beschrijving van de waardestroom (value-stream map) voor de huidige situatie. Onderzoek vervolgens welke activiteiten al dan niet waarde toevoegen.

3. Zorg dat activiteiten doorstromen (flow).

Laat goederen en diensten door de processen stromen door niet-waardetoevoegende activiteiten en andere vormen van verspilling te elimineren. Wachtrijen, batchproductie en onnodig transport zijn belangrijke hindernissen omdat ze de doorlooptijd verlengen. Zorg voor orde en netheid.

4. Laat de klant producten of- diensten door het proces trekken (pull).

 

Synchroniseer de productie met de werkelijke vraag van de klant. De waardestroom moet reactief worden gemaakt om producten en diensten alleen te leveren als de klant die nodig heeft — niet eerder of later. Maak de be-sturing niet groter of complexer dan strikt noodzakelijk. De bekendste pull-besturingsmethoden zijn het two-bin-systeem en het kapban-systeem.

5 Optimaliseer het proces voortdurend (perfection).

Streef naar perfectie door processen almaar te verbeteren met behulp van kaizen-events of kaizen-blitzes;

Klantwaarde ontstaat binnen Lean door processen zodanig in te richten dat zij eenvoudig en voorspelbaar zijn, maximale kwaliteit leveren én waarde toevoegen. Dat betekent dat processen niet sterk variëren, geen fouten verbergen en niet suboptimaal zijn. Aan de hand van value-stream maps wordt de huidige situatie in kaart gebracht: processen, producten- of dienstenstromen en de daarbij horende informatiestromen plus de belangrijkste prestatie-indicatoren (gerealiseerde bewerkingstijd, doorlooptijd, bezettingsgraad en right-first-time-indicatoren). De gewenste situatie wordt gedefinieerd op basis van criteria voor waardetoevoeging, voorspel-baarheid, maximale kwaliteit en zero waste (vooral geen overtollige voorraden).

Het daadwerkelijk invoeren van een geoptimaliseerde waardestroorn, inclusief bijbehorende KPI's en/of pull-besturing, blijkt in de praktijk vaak erg lastig. Laat staan het goed borgen van de vernieuwing in een cultuur die continu het bedrijfsproces blijft optimaliseren. Organisaties komen dus nauwelijks vs aan de vijfde stap van het verbeterproces: perfectioneren.

Bron: Lean leiderschap - leidinggeven aan continu verbeteren, Marcel van F. Assen

Tags:
Laatst aangepast op woensdag, 03 februari 2021 18:35  
Gefundeerd je best doen volgens W. Edwards Deming
Gepubliceerd in Boeken over Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

do your best edwards deming quote

Laatst aangepast op dinsdag, 02 februari 2021 11:45  
3 onderwijs/leer-varianten volgens Van der Veen & Van der Wal
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

onderwijs-leervariaties

Tjipke van der Veen en Jos van der Wal onderscheiden in hun boek  Van leertheorie naar onderwijspraktijk drie onderwijs/leer-varianten ('regimes') om invulling te geven aan een leerproces waarbinnen drie soorten activiteiten ('leerfuncties') plaatsvinden: voorbereiden, verwerken en reguleren.

leren veen wal leerfuncties leerlinggestuurd docentgestuurd gedeelde sturing

Volwaardig leren bestaat uit leerprocessen waarvan de uitkomst functioneel zijn; die dus ook te gebruiken zijn buiten de situatie waarin de leerresultaten worden verworven. Een leerling heeft vermenigvuldigen geleerd als hij niet alleen sommetjes in de klas kan maken, maar ook in een winkel berekeningen kan maken of controleren. In dat geval is er inzicht gevormd en daarmee ontstaan transfermogelijkheden. Volwaardige leerprocessen realiseer je door bepaalde psychologische functies te vervullen, de zogenaamde leerfuncties.

De leerfuncties (naar Boekaerts en Simons, 1995)

 

I. Voorbereidingsfuncties

Voorbereidingsfuncties zijn cognitief en affectief van aard. Bijvoorbeeld:
• oriënteren op leerdoelen;
• kiezen van leerdoelen;
• doelen concreet maken;
• relevantie van leerdoelen verhelderen;
• plannen van het leren;
• motiveren om inzet te leveren;
• aandacht richten;
• aan de gang gaan;
• het vooraf geleerde in herinnering brengen;
• zelfvertrouwen bevorderen.

II. Verwerkingsfuncties

Verwerkingsfuncties zijn vooral cognitief van aard. Er wordt onderscheid gemaakt in functies die gericht zijn op:
• begrijpen (= BI van informatie. Bijvoorbeeld selecteren van hoofd- en bijzaken, herhalen;
• integreren (= I) van informatie. Bijvoorbeeld leerstof structureren, relateren, van waarden voorzien, verbinden met persoonlijke ervaringen, voorbeelden erbij bedenken en conclusies trekken;
• toepassen (= T) van informatie. Bijvoorbeeld oefenen in toepassen door uitproberen, problemen oplossen, bedenken van regels.

III. Regulatiefuncties

Regulatiefuncties zijn meta-cognitief van aard en reguleren zowel cognitieve als affectieve leervaardigheden. Bijvoorbeeld:
• bewaken dat BIT functioneert;
• concentratie en inzet bewaken;
• verwachtingen bewustmaken, toetsen, vragen stellen, feedback geven;
• heroriënteren en corrigeren;
• beoordelen en toeschrijven van leerprestaties aan eigen (on)vermogen.

Drie onderwijs leervariaties

Bij zelfstandig leren gaat het om de vraag wie de leerfuncties vervult. Hoe meer functies een leerling zelf vervult, des te meer er sprake is van zelfstandig leren. Boekaerts en Simons beschrijven in dat verband drie onderwijs-leerervariaties. Zo'n variaties noemen ze een 'regime'.

Docentsturing (directe instructie)
In het eerste regime probeert de leraar alle leerfuncties in de hand te houden. Er is sprake von docentgestuurd onderwijs. Ter voorbereiding kiest hij de leerdoelen, de leeractiviteiten, plant het leerproces, zorgt voor motiverende elementen enzovoort. Ook de verwerkings- en regultatiefuncties houdt hij in de hand door bijvoorbeeld leerstof uit te leggen, relaties te leggen, leerlingen belonend dan wel bestraffend toe te speken, de leerdoelen te toetsen en feed-back te geven. Een leraar kan dit regime natuurlijk ook grotendeels uitoefenen door een sterk voorschrijvende methode te volgen.

(2) Gedeelde sturing (activerend lesgeven)
In het tweede regime worden de leerfuncties min of meer verdeeld tussen docent en leerlingen. Er is sprake van gedeelde sturing. De leraar activeert de leerfuncties bij de leerlingen en laat waar mogelijk leerlingen zelf keuzes maken. Ter voorbereiding van het leren laat hij leerlingen nadenken over leerdoelen, kiezen uit verschillende leeractiviteiten, planningen maken, motiverende gedachten formuleren, enzovoort.

Ook de verwerkingsfuncties worden door de leraar geactiveerd in de vorm van opdrachten waarmee leerlingen aangezet worden de leerstof actief te begrijpen, te integreren en toe te passen. In dit regime blijven de regulatiefuncties nog het meest in handen van de docent. Hij ziet onder andere toe op de kwaliteit van het leerproces (de verwerkingsfuncties), toetst, geeft feedback en corrigeert. Voorwaarde voor dit regime is dat leerlingen het realiseren van de voorbereidings- en verwerkingsfuncties voldoende geleerd hebben. Anders valt er immers niets te activeren.

(3) Leerlingsturing (begeleidend lesgeven)
In het derde regime worden de meeste functies aan de leerlingen overgelaten. Er is dan sprake van leerlinggestuurd onderwijs. Dit veronderstelt dat leerlingen de leerfuncties kunnen én willen vervullen.

Gedeelde sturing komt ná docentgestuurd onderwijs komt. Dat wil zeggen: gedeelde sturing veronderstelt docentsturing.
Leerlingsturing wordt dus voorafgegaan door de andere beide andere onderwijs-leervariaties.

Bron: Van leertheorie naar onderwijspraktijk, Tjipke van der Veen & Jos van der Wal

Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 02 februari 2021 07:38  
Leren volgens Charles Jennings
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

You can facilitate it, support it, help it happen; but you can’t manage it. People only learn when they need to, or have problems to solve.

Charles Jennings

Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 02 februari 2021 06:59  
Betekenisvol/-loos leren volgens Tjipke van der Veen & Jos van der Wal
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Tjipke van der Veen & Jos van der Wal maken in hun boek Van leertheorie naar onderwijspraktijk onderscheid in betekenisvol en betekenisloos leren:

leren betekenisvol betekenisloos tjike veen jos wal

Betekenisvol tegenover betekenisloos leren


Het verschil tussen betekenisvol en betekenisloos leren is gelegen in de mate waarin nieuwe informatie betekenis krijgt voor de leerling. Nieuwe informatie wordt voor de leerling pas betekenisvol wanneer deze verbonden kan worden met kennis waarover hij reeds beschikt. Door bewerking van informatie bouwt de lerende zijn eigen kennisbestand op.

In tegenstelling tot betekenisvol leren is er bij betekenisloos leren (rote-learning) slechts sprake van uit het hoofd leren. Door het ontbreken van een werkelijke integratie in de cognitieve structuur van de lerende zullen de nieuwe begrippen, regels, principes en formules betekenisloos blijven en het karakter dragen van een lege huls.
Betekenis is dus niet een objectief gegeven van het leermateriaal, maar wordt in het proces van kennisverwerving door de lerende zelf aan informatie verleend. Een voorbeeld van betekenisloos leren is het kunnen toepassen van trucjes zoals 'delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde', zonder dat de essentie, namelijk de rekenkundige betekenis van de handeling begrepen wordt. Onderwijs dat op een dergelijke wijze blijft steken in woorden, noemen we verbalistisch.

Volgens Ausubel wordt de betekenisvolheid van het leren bepaald door de volgende drie factoren:
1 de aard en opbouw van de leertaak en de leerinhoud;
2 de voorkennis ofwel de kwaliteit van de cognitieve structuur van de lerende;
3 de leerintentie van de lerende.

Bron: Van leertheorie naar onderwijspraktijk, Tjipke van der Veen & Jos van der Wal

Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 02 februari 2021 07:39  
18 kenmerken van een krachtige werkplekleeromgevingen volgens Jeanette Geldens & Herman Popeijus
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Heb helaas nog niet de hand kunnen leggen op het boek Betekenisvol leren onderwijzen werkplekleeromgeving van Herman Popeijus en Jeannette Geldens. Via het artikel Op zoek naar kenmerken van een krachtige werkplekleeromgeving voor aanstaande leraren in de basisschool heb ik in ieder geval al wel de 18 kenmerken van een krachtige werkplekleeromgeving die de auteurs onderscheiden, kunnen achterhalen:

kenmerken werkplekleeromgeving geldens popeijus bergen

Op basis van literatuuronderzoek zijn achttien kenmerken geselecteerd die een indicatie zijn voor een krachtige werkplekleeromgeving.

(01) De werkplekleeromgeving is gericht op persoonlijke ontwikkeling en groei naar de startbekwaamheden.
(02) De werkplekleeromgeving kent een adequate mentoring en coaching.
(03) De werkplekleeromgeving kenmerkt zich door een uitdagend en stimulerend leerwerkklimaat.
(04) De werkplekleeromgeving is emotioneel veilig en inspirerend.
(05) Binnen de werkplekleeromgeving is sprake van voldoende professionaliteit.
(06) Binnen de werkplekleeromgeving is gezorgd voor een geleidelijke overgang naar zelfsturend leren en werken.
(07) In de werkplekleeromgeving bestaat een evenwichtige balans tussen theorie en praktijk.
(08) Het aanbod in de werkplekleeromgeving is afgestemd op de onderwijsbehoeften van de aanstaande <professional>.
(09) De werkplekleeromgeving bevat kritische voor het leraarsberoep kenmerkende situaties.
(10) Binnen de werkplekleeromgeving is sprake van een lerende organisatie.
(11) De werkplekleeromgeving kenmerkt zich door een voldoende facilitering en prioritering.
(12) De werkplekleeromgeving omvat stimulansen tot ontwikkeling van de zelfevaluatie en het competentiegevoel van de aanstaande <professional>.
(13) De werkplekleeromgeving kenmerkt zich door 'ownership'.
(14) Binnen de werkplekleeromgeving bestaat afstemming tussen de virtuele en fysieke functies.
(15) De werkplekleeromgeving kent een doordacht en functioneel gebruik van ict-mogelijkheden.
(16) De werkplekleeromgeving is up-to-date, compleet en rijk aan middelen.
(17) De werkplekleeromgeving zorgt voor een doorgaande lijn in het aanbod.
(18) De werkplekleeromgeving is op basis van tripartiete afspraken opgezet.

Bron: Op zoek naar kenmerken van een krachtige werkplekleeromgeving voor aanstaande leraren in de basisschool, Jeannette Geldens, Herman L. Popeijus & T.C.M. Theo Bergen

Laatst aangepast op zondag, 31 januari 2021 13:17  
Don't shoot the piano player
Gepubliceerd in Citaten: systeemdenken
E-mail Afdrukken

citaat

Het is zonde om de pianist dood te schieten als de piano vals is.

Frans gezegde

Laatst aangepast op woensdag, 30 december 2020 15:17  
Blended Learning in action (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

blended learning action catlin tucker wycoff green

Blended Learning in Action
A Practical Guide Toward Sustainable Change
Catlin R. Tucker, Tiffany Wycoff & Jason T. Green

Bij Bol.com

 

Laatst aangepast op zaterdag, 30 januari 2021 14:18  
Mismanagement volgens John Seddon
Gepubliceerd in Citaten: management
E-mail Afdrukken

citaat

When making changes to organizations, managers often commit the error of being ‘architects’ without understanding the ‘plumbing’.

John Seddon

Laatst aangepast op woensdag, 30 december 2020 15:16  
Miracle morning (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over persoonlijke effectiviteit
E-mail Afdrukken

miracle morning hal elrod

Miracle Morning
6 gewoontes om je leven succesvoller te maken
Hal Elrod

Bij Bol.com | Managementboek



Laatst aangepast op zaterdag, 23 januari 2021 18:06  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Perfection of means, and confusion of goals
seem, in my opinion, to characterize our age.

Albert Einstein
 

 

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 155 gasten online
Artikelen

a3 problem solver john shook

Banner
Banner

bla bla bla dan roam woorden niet werken

Bla bla bla
Wat te doen als woorden niet werken
Dan Roam

Bij Managementboek.nl | Bol.com

 

Lean boekentips

Dagstarts en Hoshin Kanri
Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri
Bert Teeuwen

Bij Bol.com | Managementboek

Banner