• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Onmacht (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over management
E-mail Afdrukken

onmacht leike oss jaap hek

Onmacht
In samenleving en organisatie
Leike van Oss, Jaap van 't Hek

Bij Bol.com | Managementboek



 

Laatst aangepast op zaterdag, 09 mei 2020 18:48  
Management volgens John Seddon
Gepubliceerd in Citaten: management
E-mail Afdrukken

citaat

Command and control management was not invented in one moment of time, its development has been emergent. It is not so much a theory as a collection of ideas: ideas that solved problems at different points in time, ideas that have become norms.

John Seddon

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:47  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Cognitieve theorie van multimediaal leren (Richard E. Mayer)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Cognitieve theorie multimediaal leren (12 ontwerpprincipes) van Richard E. Mayer


Definitie

...

Alias:

- Multimediale principes van Mayer
- Cognitieve theorie van multimedia leren
- Ontwerpprincipes multimedia instructie

ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

12 Ontwerpprincipes van multimediaal leren

De Cognitive Theory of Multimedia Learning, uitgewerkt door Richard E. Mayer, vertrekt vanuit drie veronderstellingen:

* er zijn twee aparte kanalen (auditief en visueel) om informatie te verwerken;
* elk kanaal heeft een beperkte capaciteit;
*leren is een actief proces waarbij informatie wordt gefilterd, georganiseerd en geintegreerd.

In zijn boek Multimedia Learning (Mayer, 2001) stelt de auteur twaalf ontwerpprincipes of richtliinen voor waaraan multimediapresentaties of digitale leermiddelen (alle leermiddelen waarbij tekst, afbeeldingen of geluid worden gebruikt) volgens hem moeten voldoen om een optimaal leereffect te bereiken.

  1. Het coherentieprincipe (coherence principle): leerlingen leren beter wanneer alle overbodige elementen (woorden, afbeeldingen, geluiden) worden weggelaten uit het leermateriaal. Daardoor kunnen de leerlingen beter focussen op de essentie.
  2. Het signaliseringsprincipe (signaling principle): leerlingen leren beter wanneer er verbale (titels, signaalwoorden enzovoort) en visuele (pijlen enzovoort) aanwijzingen zijn voor de organisatie van het (belangrijkste) materiaal.
  3. Het redundantieprincipe (redundancy principle): gedrukte woorden toevoegen leidt niet tot betere leerresultaten wanneer er al beeldmateriaal en gesproken woorden aangeboden worden.
  4. Het ruimtelijk nabijheidsprincipe (spatial contiguity principle): leerlingen leren beter wanneer woorden en afbeeldingen die samen horen dichter bij elkaar worden afgebeeld op het scherm of op het blad dan wanneer ze verder van elkaar staan.
  5. Het tijdelijk nabijheidsprincipe (temporal contiguity principle): leerlingen leren beter wanneer woorden en afbeeldingen die samen horen tegelijkertiid worden afgebeeld op het scherm of op het blad dan wanneer ze na elkaar worden getoond.
  6. Het segmenteringsprincipe (segmenting principle): leerlingen leren beter wanneer ze de les op hun eigen tempo in verschillende stappen kunnen doorlopen dan wanneer het één doorlopend geheel is.
  7. Het voortrajectprincipe (pre-training principle): leerlingen leren beter wanneer ze vooraf al vertrouwd zijn met de namen en de eigenschappen van de belangrijkste concepten die in het lesmateriaal aan bod komen.
  8. Het modaliteitsprincipe (modality principle): leerlingen leren beter wanneer beeldmateriaal is verrijkt met audio dan met tekst.
  9. Het multimedia principe (multimedia principle): leerlingen leren beter wanneer ze tekst en afbeeldingen te zien krijgen dan wanneer alleen tekst wordt gebruikt.
  10. Het personaliseringsprincipe (personalization principle): leerlingen leren beter van multimediaal materiaal wanneer alledaagse spreektaal wordt gebruikt in plaats van formeel taalgebruik.
  11. Het stemprincipe (voice principle): leerlingen leren beter wanneer ze een vriendelijke menselijkke stem horen in plaats van een
  12. Het afbeeldingsprincipe (image principle): leerlingen !eren niet noodzakelijk beter wanneer de afbeelding van de spreker op het scherm wordt toegevoegd.

Deze principes zijn uitgebreid onderzocht en blijken zeker binnen natuurwetenschappelijke kennisdomeinen geldig te zijn. Ze zijn ook effectiever dij lerenden met weinig voorkennis en een goed ontwikkeld ruimtelijk voorstellingsvermogen. Binnen het sociaal-wetenschappelijke kennisdomein blijken de ontwerpprincipes niet of minder van toepassing te zijn?.

Bron: Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen, Tommy Opgenhaffen

ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

 

Mayer’s ontwerpprincipes van multimedialeren


Je vindt hier een korte introductie over de verschillende ontwerpprincipes. We tonen daarbij steeds een voorbeeld waarbij het principe niet is toegepast en een voorbeeld waar dat wel is gebeurd.

Wens je nog meer te weten over deze principes, dan kan je hiervoor in de ‘uitdieping’ terecht.

  • Personaliseringsprincipes
  • Signaleringsprincipe
  • Multimediaprincipe
  • Ruimtelijk nabijheidsprincipe
  • Modaliteitsprincipe
  • Tijdelijk nabijheidsprincipe
  • Overtolligheidsprincipe
  • Coherentieprincipe
  • Stemprincipe
  • Beeldprincipe
  • Principe van de individuele verschillen

Bron: http://www.digitaledidactiek.be/modules/2-ontwerp/theorie/mayer/mayers-ontwerpprincipes-van-multimedialeren/


ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer


(1) Coherence Principle: People learn better when extraneous words, pictures and sounds are excluded rather than included.
Presenteer informatie in een kennisclip zo sec mogelijk, want ‘opleuken ’met  muziek, plaatjes en letters in verschillende kleuren heeft een negatief effect op leren.

(2) Redundancy Principle: People learn better from pictures and narration than from pictures, narration and on-screen text.
Praat bij een beeld en voeg geen of weinig geschreven tekst toe.

(3) Signaling Principle: People learn better when cues that highlight the organization of the essential material are added.
Richt de aandacht van de student op belangrijke informatie. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • Highlighten belangrijke begrippen
  • Inzoomen
  • Voice-over die het belang benadrukt.


(4) Spatial Contiguity Principle: People learn better when corresponding words and pictures are presented near rather than far from each other on the page or screen.
Plaats wat bij elkaar hoort qua beeld en tekst dicht bij elkaar.

(5) Temporal Contiguity Principle: People learn better when corresponding words and pictures are presented simultaneously rather than successively
Presenteer wat bij elkaar hoort tegelijkertijd en niet na elkaar.

(6) Segmenting Principle: People learn better when a multimedia lesson is presented in user-paced segments rather than as a continuous unit
Geef de student de gelegenheid om de kennisclip stil te zetten.

(7) Pre-training Principle: People learn better from a multimedia lesson when they know the names and characteristics of the main concepts
Ga na of inhoud kennisclip past bij de voorkennis van de student.

(8) Modality Principle: People learn better from pictures and narrations than from pictures and on-screen text
Geef de informatie bij een plaatje liever mondeling dan in de vorm van geschreven tekst.

(9) Multimedia Principle: People learn better from words and pictures than from words alone
Gebruik in een kennisclip waar mogelijk goed gekozen afbeeldingen

(10) Personalization Principle: People learn better from multimedia lessons when words are in conversational style rather than formal style
Spreek de student aan met je. Laat vaktaal intact.

(11) Voice Principle: People learn better when the narration in multimedia lessons is spoken in a friendly human voice rather than a machine voice
Laat de kennisclip inspreken door echte mensen.

Bron: http://www.rbbh.nl/kennisclip/dia02.htm


ontwerpprincipes multimediaal multimedia richard mayer

Twaalf ontwerpprincipes voor multimedialeren (Richard E. Mayer)

  1. Multimediaprincipe: tekst én beeld is beter dan tekst alleen.
  2. Modaliteitsprincipe: in combinatie met beeld is audio beter dan geschreven tekst. Dat laatste leidt tot overbelasting van het visuele kanaal.
  3. Redundantieprincipe: beeld plus audio is beter dan beeld plus audio plus tekst. Dat laatste leidt tot 'cognitieve overload'.
  4. Signaalprincipe: stuur de aandacht naar kritische en essentiële aspecten van het leermateriaal d.m.v. extra markeringen.
  5. Ruimtelijke nabijheidsprincipe: de ruimte tussen corresponderende woorden en beelden moet minimaal zijn.
  6. Tijdelijke nabijheid principe: corresponderende woorden en beelden moeten tegelijkertijd verschijnen.
  7. Coherentieprincipe: vermijd overbodige, ongerelateerde woorden, beelden en geluiden.
  8. Segmentatieprincipe: geef student controle over leren, zodat men 'complex' materiaal kan opdelen. Bijvoorbeeld door kennisclip stil te zetten.
  9. Pré-trainingsprincipe: sluit aan bij voorkennis van student. Voorzie anders in aanvullende conceptie, definities en/of pré-clip
  10. Personalisatie van woord: gebruik een communicatieve schrijfstijl (met inbegrip van het gebruik van de ik- en je-vorm)
  11. Stemprincipe: mensen leren beter van een menselijke stem dan van een computerstem.
  12. Beeldprincipe: het heeft (nog) geen meerwaarde om, naast de visuele animatie, ook de lesgever in beeld te brengen. De stem volstaat.

Bron: https://quizlet.com/nl/429167046/twaalf-ontwerpprincipes-voor-multimedialeren-richard-e-mayer-flash-cards/

https://quizlet.com/nl/429167046/twaalf-ontwerpprincipes-voor-multimedialeren-richard-e-mayer-flash-cards/

Laatst aangepast op zondag, 17 mei 2020 08:57  
Didactisch model volgens Tjipke van der Veen & Titus Geerligs
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

didactisch model veen geerligs

Tjipke van der Veen en Titus Geerligs beschrijven in hun boek Lesgeven en zelfstandig leren een didactisch model met de elementen die van belang zijn bij onderwijsleersituaties:

titus geerligs tjipke veen lesgeven zelfstandig leren

Lesgeven omvat een heterogeen complex van activiteiten en iedere onderwijsleersituatie is min of meer uniek. De gemeenschappelijke elementen van onderwijsleersituaties zijn samengevat in het bovenstaande didactische model.

Beknopte omschrijving van de kernbegrippen in dit model:

Leerdoelen

Door leerling(en) te verwerven kennis en vaardigheden

Beginsituatie

Cognitieve en motivationele kenmerken van leerlingen die van belang zijn voor het bereiken van de leerdoelen (Ook allerlei andere factoren die van invloed zijn op de onderwijsleersituatie vallen onder het begrip beginsituatie.

Leerprocessen

Activiteiten die uitmonden in (duurzame) opslag van kennis in langetermijngeheugen.

Leerstof

Het inhoudsaspect van de leerdoelen

Werkvormen

Gedragswijzen van de docent, gericht op het totstandbrengen van leerprocessen met het oog op het realiseren van leerdoelen

Leermiddelen

Informatiedragers die leerprocessen ondersteunen

Evaluatie

Beoordeling van bereikte leerresultaten

Bron: Lesgeven en zelfstandig leren, Tjipke van der Veen & Titus Geerligs

Tags:
Laatst aangepast op zondag, 03 mei 2020 16:41  
Business Analysis (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over verandermanagement
E-mail Afdrukken

business analysis debra paul james cadle donald yeates

Business Analysis
Debra Paul, James Cadle & Donald Yeates (Red.)

Bij Bol.com | Managementboek



 

Laatst aangepast op zaterdag, 09 mei 2020 18:44  
Werkplekleren volgens Alfred Remmits
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

werkplekleren performance support moments of need

In het artikel Learning in the Workflow, begrijpen we echt de verandering? interviewt Jo Buuts Alfred Remmits, CEO van Xprtise, over werkplekleren. Hieronder een aantal fragmenten die ingaan op de essentie van het context-specifiek ondersteunen van mensen bij het uitvoeren van hun werk:

werkplekleren performance support moments of need

Wat medewerkers ... echt nodig hebben is de juiste content om een specifiek probleem zo snel als mogelijk op te lossen, gebaseerd op de juiste context van hun werk, te weten de specifieke taak die men uit wil voeren, binnen het eigen specifieke werkproces.

(...)

We moeten oplossingen ontwerpen voor de complete leerreis van onze medewerkers, zowel voor de ontwikkeling van ‘leek tot vakman’ maar ook voor de continue leerreis die onze medewerkers elke dag moeten doormaken om te kunnen omgaan met veranderingen op hun werkplek. Leren is niet te vatten in eenmalige leer-events. Leren en werken zijn onherroepelijk met elkaar verbonden.

(...)

[D]e methodologie van 5 Moments of Need altijd tot een samenstel van oplossingen voor de hele leerreis. Dat lukt omdat het ontwerp gebaseerd is op het volledig begrijpen van de context waarin een groot deel van het leren plaatsvindt, namelijk op de werkplek. Daar moet namelijk een aanzienlijk deel van de content en de bronnen beschikbaar zijn, ter ondersteuning van het werkproces. Daarmee stel je content vrijwel altijd in dienst van de context.
Bij het ontwerpen van deze leerreis kijk je éérst naar oplossingen die medewerkers ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, (apply), het oplossen van problemen (solve) en het inspelen op veranderende situaties (change). Pas daarna wordt gekeken naar oplossingen voor de momenten waarop iets nieuws moet worden geleerd (new) of als meer diepgang vereist is (more), vaak in een formele setting buiten de workflow. Maar het belangrijkste verschil met het traditionele ontwerp is nog wel het onderscheid dat al vroeg in de analyse wordt gemaakt tussen kritieke taken en belangrijke, (maar minder kritieke) taken.

(...)

Traditionele opleidingsontwerpers gebruiken het begrip ‘belangrijkheid van taken’, om te kunnen bepalen welke content en hoeveel content moet worden ontwikkeld. Alweer die focus op content. De methodologie van 5 Moments of Need start met de focus op kritikaliteit van taken om te bepalen waar en wanneer – in welke context- de content aangeboden moet worden. Hoog kritieke taken zowel in een formele setting als in de workflow. Laag kritieke taken alleen in de workflow, met een Performance Support System, in plaats van in intensieve trainingen of met dure e-learning.
Dat lijkt een klein verschil in benadering, maar met een grote impact. Hiermee heb je een bewezen, objectief middel in handen om wat voorheen als vijfdaagse cursus werd uitgevoerd, om te bouwen naar een echte blended, op het werkproces georiënteerde werk-leeroplossing.

(…)

Leren terwijl je aan het werk bent is werkelijk de meest krachtige vorm van leren. Maar wijkt compleet af van de manier van leren waarvoor we de laatste 50 jaar programma’s en middelen hebben ontworpen. In het werk, in de momenten apply, solve en change, sta je er vaak alleen voor. Je hebt zeker geen tijd om even een 12 minuten durende e-learning te volgen, een video van 7 minuten te bekijken of een uitgebreid PDF te lezen. Je wilt hulp, nú. Je wilt een oplossing die je onmiddellijk op het spoor zet, in 2 klikken, 10 seconden. En liever niet na 20 minuten bladeren in allerlei bronnen, ook niet als die door anderen zijn aanbevolen. Bronnen en content moeten kort zijn, to-the-point, correct en relevant voor het uitvoeren van die specifieke taak, het oplossen van dat specifieke probleem.

Bron: Learning in the Workflow, begrijpen we echt de verandering? - Een gesprek tussen Jo Buuts en Alfred Remmits

Laatst aangepast op zaterdag, 16 mei 2020 09:08  
Beïnvloeden van gedrag (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over persoonlijke effectiviteit
E-mail Afdrukken

beinvloeden gedrag joseph grenny

Beïnvloeden van gedrag
De nieuwe wetenschap om verandering te leiden
Joseph Grenny, Kerry Patterson, David Maxfield, Ron McMillan, Al Switzler

Bij Managementboek

Laatst aangepast op zaterdag, 16 mei 2020 08:01  
Omdenken met Stephan Ledder
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

De grootste misser van oud zijn is willen vasthouden aan wat je had. De grootste misser van jong zijn is willen wat je niet hebt.

Stephan Ledder

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:46  
Complex leiderschap volgens Edgar Schein
Gepubliceerd in Citaten: leiderschap
E-mail Afdrukken

citaat

In an increasingly complex world, appointed leaders simply don't know enough to decide what is new and better.

Edgar Schein

Laatst aangepast op maandag, 04 mei 2020 07:45  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Infografiek (infographic)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Infografiek (infographic)


Definitie

Informatieve illustratie die weergave geeft van verschillende objecten met een combinatie van tekst en beeld.

Alias: ...

Zie ook:

infografiek infographic

Wat is een infografiek?

Sinds een aantal decennia worden online en in gedrukte media frequent infografieken (ook wel infographics genoemd) gebruikt om informatie weer te geven. Een infografiek is een grafische weergave met tekst, afbeeldingen en grafieken om informatie op een heldere manier te communiceren. De meeste infografieken duiken op als een statische afbeelding in gedrukte media of op webpagina's, maar er worden ook steeds vaker interactieve infografieken gemaakt. Daarbij kan de lezer bijvoorbeeld videofragmenten aanklikken of de manier waarop bepaalde gegevens worden gevisualiseerd wijzigen door bepaalde criteria aan te passen of al dan niet te selecteren.

(...)

Je kunt infografieken inzetten om de nieuwsgierigheid van leerlingen te prikkelen, als een visuele ondersteuning van de leerstof, om voorkennis te activeren of om leerlingen te helpen om verbanden te leggen of aan het denken te zetten. Nog krachtiger wordt het wanneer je leerlingen zelf hun verhaal laat vertellen met behulp van een infografiek. Op dat moment worden ze aangespoord tot een kritische verwerking van het materiaal en krijgen ze de kans om hun zoek- en schrijfvaardigheden en het bewust leren omgaan met auteursrechten aan te scherpen.

- Infografieken komen tegemoet aan de groeiende wens en noodzaak om snel door grote hoeveelheden informatie te kunnen zappen om er de essentie uit te halen. Een goede infografiek slaagt erin niet alleen in om met behulp van tekst, grafieken en beelden complexe informatie op een beknopte manier voor te stellen en zo de cognitieve belasting te beperken. Tegelijkertijd ontstaat er een beter begrip of wordt er een dieper inzicht verworven in bepaalde evoluties, trends of verbanden.

* Een bijkomende troef is hun deelbaarheid. Via verschillende web 2.0-toepassingen zoals Twitter, Pinterest en Facebook kun je infografieken gemakkelijk online delen. Bovendien bestaan er intussen verschillende digitale tools waarmee je zelf een infografiek kunt ontwerpen en delen met anderen.

* De Cognitive Load Theorie (Sweller) stelt dat ons werkgeheugen slechts een beperkte hoeveelheid informatie tegelijkertijd kan verwerken-. Grafische voorstellingen, zoals infografieken, kunnen ervoor zorgen dat de cognitieve belasting van ons werkgeheugen wordt verlaagd, waardoor de informatie makkelijker te verwerken is.

* Volgens de Dual Coding Theory’ heeft ons geheugen twee cognitieve subsystemen voor informatieopslag. Eén systeem is gespecialiseerd in de verwerking van non-verbale informatie. Het andere in het omgaan met verbale informatie. Door informatie in een visuele zowel als een verbale vorm aan te bieden, bijvoorbeeld met behulp van een infografiek, worden beide beschikbare cognitieve subsystemen (non-verbaal en verbaal) geactiveerd. Daardoor wordt de opslag bevorderd en krijgt ons geheugen meer aanknopingspunten om de informatie opnieuw op te roepen.

* De Cognitive Theory of Multimedia Learning™ stelt dat je leermaterialen het best multimediaal uitwerkt. Kennis wordt beter verwerkt wanneer een tekst ook beelden bevat, zoals bijvoorbeeld bij een infografiek. Om een optimaal leerresultaat te verkrijgen, moet je wel rekening houden met verschillende specifieke ontwerpprincipes (zie hoofdstuk 1). Zo is het onder andere belangrijk dat de tekst zo dicht mogelijk bij het relevante beeld staat afgedrukt (spatial contiguity principle); dat tekst en afbeeldingen tegelijkertijd worden aangeboden (temporal contiguity principle) en dat er geen overbodige informatie wordt toegevoegd (coherence principle).

Bron: Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen, Tommy Opgenhaffen


infografiek infographic

Infographic

Een infographic of informatieve illustratie geeft een informatieve weergave van verschillende objecten met een combinatie van tekst en beeld. Dit kan voorkomen in de vorm van een kaart, grafiek, bord, instructieve tekening of een interactieve applicatie. Ze is bedoeld voor het overdragen van informatie, data en kennis. Het wordt toegepast door journalisten in nieuws- en achtergrondartikelen, in financiële jaarverslagen, in openbaar vervoerssystemen als verklarend beeld, en voor wetenschappelijke of educatieve doeleinden.

De term infographic is verkorting van de Engels term: "information graphics". In het Nederlands is dit begrip niet nader gedefinieerd en er bestaat geen overeenstemming, welke vormen van informatieontwerpen onder de "infographic" vallen.

De infographic is een grafische weergave van informatie in de vorm van grafieken, diagrammen of strip-achtige illustraties. Binnen deze vormen wordt gebruikgemaakt van bijvoorbeeld fotografie, lijntekeningen, kleurcoderingen, teksten, cijfers, of een combinatie ervan. Alle elementen in die infographics geven informatie over actuele gebeurtenissen, of bevat een analyse van de gebeurtenissen of becommentarieert deze juist. Maar de infographic kan ook gerelateerde achtergrondinformatie weergeven.

Volgens Nigel Holmes rekent men de gewone kaart, die informatie over de omgeving weergeeft, niet tot de infographics. Infographic zijn gekoppeld aan processen of gebeurtenissen en tonen daarover gegevens. Deze gebeurtenis kan fictief zijn, gelogen, of duizenden jaren geleden plaats hebben gevonden. Dat zorgt wel weer voor een volgende onderverdeling in de infographics. Namelijk een onderverdeling naar de toepassing van de infographic. Die onderverdeling is gekoppeld aan de tijd die beschikbaar is om de infographic te fabriceren, waaraan uiteraard een financiële overweging aan ten grondslag ligt. Voor de infographics zorgt de tijdsdruk ervoor dat er twee stromingen zijn binnen de productie van deze visuele kunstwerken. Infographics worden gemaakt voor media met een langere ontwikkelingstijd en voor media die de actuele nieuwswaarde naar voren willen brengen. Infographics voor nieuwsmedia en voor tijdschriften (achtergronden). Het verschil tussen de pictogram en de infographic zit dus zowel in de vorm, de opzet en het doel als in de functie.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Infographic

infografiek infographic

Infographic


Ook wel: infografiek

Dikwijls worden in communicatie-uitingen afbeeldingen gebruikt om tekst te versterken. Bij een infographic zijn tekst en afbeeldingen één geïntegreerd geheel. Infographics worden gebruikt om op snelle en duidelijke wijze informatie over te brengen. Het inzetten van infographics wordt ook wel aangeduid als datavisualisatie.

Bij een infographic kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een grafiek, instructieschema of plattegrond. Bij een infographic ziet kan de lezer in één oogopslag (of in stappen) kennis nemen van informatie. Dit maakt de informatie in een infographic toegankelijker dan wanneer deze in een kale tekstvorm zou worden gepresenteerd.

Een infographics kan onderdeel zijn van een geheel, zoals bij een krantenartikel over een verkiezingsuitslag vaak een afbeelding van een landkaart wordt geplaatst met stemgedrag per gemeente.

Een infographic kan ook op zichzelf staan. Dan is het vaak een grotere afbeelding waarin meerdere grafieken en schema's worden gecombineerd met tekst om in één keer een bepaalde boodschap over te brengen. Je zou ze kunnen zien als een mini-rapport. Dit soort infographics kom je veel tegen op het internet, waar ze onder gemakkelijk worden gedeeld via weblogs en sociale media.

Bron: https://www.marketingtermen.nl/begrip/infographic

infografiek infographic

Een infographic is een goed idee als je informatie in één oogopslag helder in beeld wil brengen. Met infographics leggen we issues niet alleen uit, maar plaatsen ze ook in een bredere context. We analyseren, structureren en visualiseren de data zodat deze direct betekenis krijgen voor je doelgroep.

Bron: https://hollandsemeesters.nl/animaties-infographics/


infografiek infographic

Een goede infografiek beperkt de cognitieve belasting. Het is een snelle manier om veel informatie zapklaar te maken. De kijker haalt er snel de essentie uit. En je kunt infografieken gemakkelijk delen via Twitter, Pinterest of Faceboek. Er bestaan verschillende handige webtools om zelf mooie infografieken te maken. Piktochart, Infogr.am en Easel.ly bijvoorbeeld.

Bron: Scanbaar schrijven: aandacht vangen van lezers met weinig tijd, Mark Van Bogaert

infografiek infographic

Schema's


Een conceptueel schema gebruik je om de relatie tussen begrippen weer te geven. Je legt daarbij iets uit wat voor lezers helderder zal worden dankzij jouw visualisatie. Bijv. organisatieschema's en stroomschema's (over processen).

Een andere verzamelnaam voor dit soort schema's is 'infografieken'. Een infografiek kan de samenhang tussen complexe dingen mooi in beeld brengen. Het is bijna altijd een combinatie van tekst en beeld in een meer vrije vorm. Een weerkaartje in de krant is een voorbeeld van een infografiek.

Bron: Rapporteren, Marcel Heerink


infografiek infographic

 

Het oog wil ook wat


Een eenvoudige boodschap wordt vaak helderder als je overbodige informatie schrapt. Soms is bijkomende informatie wel vereist. Datavisualisatie kan de perfercte oplossing vormen om je boodschap te vereenvoudigen. Dankzij een inspirerend beeld kan de kijker de boodschap interpreteren, gaten opvullen en conclusies trekken uit een abstract concept. Het valt op dat ons visuele systeem zich uitstekend leent voor visuele analyses. Visualisatie biedt gegevens een context waardoor je ze sneller kunt interpreteren. Doeltreffende datavisualisaties gaan verder dan esthetiek. Ze laten [helpen'] om snel de juiste conclusies te trekken uit een overdaad aan informatie.

Bron: Meer met minder: hoe minder tot succes kan leiden in organisaties, Cyriel Kortleven

infografiek infographic

 

Infographic


An abbrevation of 'information graphic'. This term has gained popularity recently based on the increased use of graphics in online marketing over the past few years. Some use of this term to connote the unique format that has been widely adopted for this application, which is characterized by illustration, large typography, and long, vertical orientation displaying an assortiment of facts. We refer to such graphics as editoral infographics.

(...) Simply put, an infographic uses visual cues to communicate information. ... It can be as simple as a road sign of a man with a shovel that lets you know there is construction ahead, or as complex as a visual analysis of the global economy.


Bron: Infographics: The Power of Visual Storytelling, Jason Lankow, Josh Ritchie, Ross Crooks





Tags:
Laatst aangepast op vrijdag, 22 mei 2020 10:47  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

An organization's purpose is deduced from its actual behavior, not from its rhetoric or stated goals.

Donella H. Meadows

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 198 gasten online
Artikelen

blame process people willam edwards deming

Banner

goeroegids Dominique Haijtema

De goeroegids
De beste Nederlandse managementdenkers
Dominique Haijtema

Bij Managementboek

Lean boekentips

The Hoshin Kanri Forest
Lean Strategic Organizational Design
Javier Villalba-Diez

Bij Bol.com


Banner