• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Bluff Your Way Into...
Bluff Your Way Into
SOSTAC voor perfecte plannen
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

SOSTAC

SOSTAC is een acroniem waarbij elk van letters staat voor één van de zes stappen van een planningsmethodiek:

  1. Situation analysis (situatie analyse): analyseren huidige positie op macro-niveau (DEPEST), meso-niveau (5 krachtenmodel van Porter) en micro-niveau (SWOT), incl. belangrijkste ontwikkelingen; waar staan we nu?

  2. Objectives (doelstellingen): afleiden van doelstellingen van bedrijfsmissie en -visie; waar willen naartoe?

  3. Strategy (strategie); maken strategische keuzes om doelen te realiseren; het 'grote plaatje' om de doelen te bereiken, hoe kom je er (1)?

  4. Tactics (tactiek): kiezen van communicatiekanalen, -middelen en -activiteiten; de details om de doelen te bereiken, hoe kom je er (2)? .

  5. Action (actie): uitvoeren: keuzes concreet uitwerken in activiteiten; wie doet wat wanneer?

  6. Control: meten van resultaten; hoe beheersen, meten en ontwikkel je het proces?

Het model werkt cyclisch: in de eerste drie stappen (planvorming) wordt een concreet plan gemaakt, dat vervolgens in drie efficiënte en meetbare stappen wordt uitgevoerd (planuitvoering). Elke stap volgt logisch op de vorige, waarbij er ook sprake is van een dynamiek tussen de stappen. Bij nieuwe of aanvullende informatie doorloopt men de stappen opnieuw. Het SOSTAC-model is ontwikkeld door Paul Smith en staat beschreven in zijn boek Marketing Communications, an integrated approach (1993).

Bron: http://www.prsmith.org/

Tags:
Laatst aangepast op maandag, 25 december 2017 11:42  
Culturele web
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

cultural web

Het concept van het Culturele web (Cultural  web) van Gerry Johnson en Kevin Scholes (1992) is een representatie van vanzelfsprekende en onderliggende uitgangspunten, ook wel het paradigma, van een organisatie en de fysieke uitingen van de organisatiecultuur.

Volgens Johnson en Scholes zijn er zes elementen die aan het paradigma raken en die door hun invulling het paradigma inzichtelijk maken:

  1. Rituelen en routines: rituelen zijn de speciale evenementen waarbij organisaties benadrukken wat echt belangrijk is voor hun, of hoe zij de zaken regelen; Routines zijn de manieren waarop mensen zich tegenover elkaar en anderen gedragen.

  2. Verhalen: de verhalen die medewerker van een organisatie onderling en aan nieuwkomers en/of buitenstaanders vertellen over de successen, mislukkingen, helden en de miskleuners (mensen die zich niet aan de routines houden), deze verhalen geven de essentei aan van de historie en legitimeren min of meer bepaalde soorten van gedrag.

  3. Symbolen: logo’s, kantoren, auto’s, functiebenamingen en de terminologie.

  4. Macht: de machtstructuur is nauw gerelateerd aan het paradigma omdat de machtigen binnen de organisatie degenen zijn die geassocieerd kunnen worden met de kernaannames en –opvattingen over wat belangrijk is.

  5. Controles: metingen en beloningssystemen geven aan wat belangrijk is om te volgen binnen de organisatie en waarop de aandacht en activiteiten op gericht zijn

  6. Organisatiestructuur: geeft de machtsstructuren weer en belangrijke relaties

Bron: Models, Businessmodellen met body (2006), Marischka Setz & Tom W. den Hoed

Tags:
Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 08:18  
Theorie X en Y (McGregor)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken


Douglas McGregor

Douglas McGregor onderscheidt twee menstypen:

Theorie X

  1. Werknemer is van nature lui.

  2. Management moet werknemer door dwang en straf tot prestaties brengen

  3. Werknemer heeft er behoefte aan door anderen te worden geleid en wenst geen verantwoordelijkheid

  4. Werknemer streeft naar zekerheid en veiligheid en heeft weinig ambities

Theorie Y

  1. Werknemer heeft behoefte aan gebruik van hun energie, ze werken graag

  2. Werknemer kan zichzelf leiden

  3. De belangrijkste beloning is de voldoening en zelfrealisering die door het werk mogelijk wordt.

  4. Werkemer leert en zoekt verantwoordelijkheid


Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:29  
Leerniveaus (Swieringa en Wierdsma)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

Leren niveaus Swieringa en Wierdsma

Swieringa en Wierdsma (1990) onderscheiden vier niveaus van leren:

  1. Eenslagsleren (single loop learning): het leren van regels in de zin dat je leert welk gedrag in welke situatie vertoond moet worden. Anders gezegd: je leert welk gedrag in welke omstandigheid effectief is.

  2. Tweeslags- of dubbelslagsleren (double loop learning): leren op welke inzichten (theorieën) de regels gebaseerd zijn.

  3. Drieslagsleren: leren van fundamentele waarden en principes achter de theorie

  4. Meta-leren: leren te leren

Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op zaterdag, 02 januari 2021 19:01  
Strategie volgens Mintzberg (5 P's)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

mintzberg strategy

Henry Mintzberg onderscheidt in het artikel Five P’s for  strategy (1987) vijf visies op strategie:

  1. Plan (plan): strategie als een plan met de te bereiken doelen en te volgen wegen

  2. Pattern (patroon):  strategie als patroon in een stroom van beslissingen

  3. Position (positie): strategie als positie in de markt

  4. Perspective (perspectief): strategie als wijze van denken en doen

  5. Ploy (zet): een strategie is een zet of manoeuvre

Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op dinsdag, 02 januari 2018 08:13  
Processen volgens De Leeuw (1)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

ACJ (Ton) de Leeuw

Volgens De Leeuw is de meest fundamentele relatie in een proces, de notie van tijd: er zijn gebeurtenissen of activiteiten op meer tijdstippen, waarbij de ene volgt op de andere.

De Leeuw definieert een proces als een verzameling in de tijd geordende elementen, die meestal gebeurtenissen of activiteiten worden genoemd. Soms wordt niet expliciet over tijd gesproken, maar worden termen gebruikt als ‘volgt op’. Naast deze tijdsrelatie kunnen er andere relaties aanwezig zijn.

Binnen de bedrijfskunde worden drie hoofdvormen van processen onderscheiden:
(1) Causale proces (relaties van oorzakelijkheid)
(2) Functioneel proces (relaties van noodzakelijke volgorde)
(3) Transformatieproces (transformatierelaties)

Causaal proces
Bij het causale proces is er naast de tijdsrelatie een relatie van causaliteit: er is een verzameling elkaar opvolgende gebeurtenissen die een oorzakelijk verband met elkaar hebben. Veel biologische en chemische processen zijn causaal. Ook sociale processen zijn voorbeelden van causale processen.

Functioneel proces
Verzameling doelmatig geordende activiteiten. Naast de tijdsrelatie is er een relatie van een zekere mate van noodzakelijkheid: activiteit a is in zekere mate noodzakelijk voor activiteit b. Als a niet heeft plaatsgevonden, wordt b moeilijk of onmogelijk. Het functionele perspectief staat centraal waarbij het er om gaat in welke mate activiteit a bijdraagt aan activiteit b.

Transformatieproces
Binnen het transformatieproces gaat het om fysieke omzetting: verandering van fysieke kenmerken, plaats en tijd daarbij inbegrepen (bijv. tabaksbladeren in sigaren, druiven in wijn).

Zie ook: Processen volgens De Leeuw (2)

Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op zaterdag, 22 juni 2019 18:17  
Problemen volgens De Leeuw
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

ACJ (Ton) de Leeuw

De Leeuw omschrijft een probleem als het verschil tussen een feitelijke en een gewenste situatie: een probleem is een verschil tussen het bestaande (Ist) en het gewenste (Soll). Bij een probleem moet expliciet worden aangegeven welke actor het probleem heeft: de zgn. ‘probleemhebber’. Omdat een probleem persoonsgebonden is, heeft een probleem per definitie een subjectief karakter.

Het begrip ‘probleemeigenaar’ wordt (in managementliteratuur) vaak gebruikt om aan te geven wie geacht wordt (de opdracht heeft) het probleem op te lossen.

Een probleem is een situatie van subjectief onbehagen van een probleemhebber vermengd met de wens daaraan iets te doen. Dat gevoel van onbehagen ontstaat uit een samenspeel van drie factoren: doelstelling (de subjectieve wensen), perceptie (de werkelijkheid door de ogen van de probleemhebber) en realiteit.

Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw

Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:26  
De kracht van scrum
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

Educatief promotiefilmpje voor het boek "De kracht van Scrum" (Rini van Solingen, Eelco Rustenburg).

"SCRUM is een op Lean gebaseerde projectmanagementmethode voor het snel en effectief ontwikkelen van software. Scrum hanteert een stap-voor-stap aanpak en stelt waardeverhoging, teamverantwoordelijkheid en klantbetrokkenheid centraal. Scrum wordt al veel gebruikt in de IT, maar is ook daarbuiten uitstekend toepasbaar en wint de laatste jaren dan ook enorm aan populariteit."

Bron: http://www.managementboek.nl/boek/9789043020473/de_kracht_van_scrum_rini_van_solingen

 

Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:32  
4 P's (marketingmix)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

marketingmix (4 p's)

De marketingmix, ookwel de 4 P's genoemd, bevat onderstaande vier elementen voor het bepalen van het marketingbeleid:

  1. Product: dienst of goederen waarmee klant behoeften vervult; het gaat om het feitelijke product (actual product volgens Kotler) en eigenschappen als verpakking, garantievoorwaarden, opties, maatwerk, leveringsvoorwaarden en de geboden service.

  2. Prijs: prijststelling voor product of dienst, verkoopprijs, kortingen, marge, betalingstermijn, servicekosten en levensduur.

  3. Promotie: welke activiteiten worden ingezet voor het 'communiceren met de markt' en (dus) het bevorderen van de verkoop, reclame, imago, voorlichting, publiciteit.

  4. Plaats: hoe komt het product uiteindelijk bij de consument? Distributie, logistiek, verkoopkanalen, beschikbaarheid, levertijd.

Binnen dienstverlenende bedrijven kan de marketingmix worden uitgebreid met een 5e P: 'Personeel' (opleiding, vriendelijkheid, etc.).

Interessant genoeg worden de 4 P's toegeschreven aan Philip Kottler, terwijl Neil H. Borden in 1964 toch écht als eerste de 4 P's heeft geformuleerd. Typisch geval van slechte marketing dus.

Bron: Models, Businessmodellen met body (2006), Marischka Setz en Tom W. den Hoed

Bron: http://zakelijk.infonu.nl/marketing/1381-de-marketingmix-4-ps.html

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 08:00  
Lettergroottes (CSS)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

Lettergroottes

Eenheden
In CSS zijn er zeer veel eenheden voor de grootheid ‘grootte’. Waar het in Nederland gebruikelijk is om het te hebben over millimeter, centimeter, meter en kilometer (en enkele tussenliggende eenheden) zijn er in CSS negen verschillende eenheden onderverdeeld in drie soorten. En al deze eenheden kunnen zowel positief als negatief worden gebruikt. Bij negatieve waardes dien je wel een --teken voor het getal in te voegen.

Absolute eenheden
De eenvoudigste eenheden zijn de absolute eenheden. Hieronder vallen de mm (millimeters), cm (centimeters), in (inches), pt (points of punten) en pc (pica’s). Deze groep eenheden wordt absoluut genoemd omdat ze vast staan: één centimeter is één centimeter, waarbij het niet uitmaakt of je een groot of klein, wit of zwart of oud of nieuw computerscherm tot je beschikking hebt.
De eenheden die we in het dagelijks leven ook tegenkomen (millimeters, centimeters en inches) worden in de websitewereld niet zo veel gebruikt. Wél bekend is de point, welke ook in programma’s als Word voorkomt om de lettergrootte in te stellen. Ook met CSS dient deze eenheid vooral dat doel: lettergrootte. De pica is gebaseerd op de point: één pica is twaalf points.

Relatieve eenheden
In tegenstelling tot de absolute eenheden (die helemaal vast staan) verschillen de relatieve eenheden keer op keer. In CSS zijn er hier twee van, die sterk op elkaar leunen: em en ex. Ze zijn gebaseerd op de grootte van (delen van) een letter. De eenheid em is gelijk aan de tekstgrootte in punten van het element waarop het wordt toegepast. De eenheid ex is gelijk aan de grootte van de (kleine) letter x in punten. Waar de em dus (bij gelijke tekstgrootte) gelijk blijft kan de ex (per lettertype verschillen). Onderstaande afbeelding illustreert dit verschil zeer duidelijk. Dit is ook de reden waarom Times New Roman kleiner lijkt (of is) dan Arial in een gelijke lettergrootte.

Het omrekenen van points naar centimeter, kan online via deze converter.

Bron: http://www.websiteforum.nl/viewtopic.php?f=42&t=1570

Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:29  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

The best way to predict the future is to create it.

Peter Drucker

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 229 gasten online
Artikelen

without standards improvement taiichi ohno

Banner
Banner

grip geheim slim werken rick pastoor

Grip
Het geheim van slim werken
Rick Pastoor

Bij Bol.com | Managementboek | Amazon.nl

 

Lean boekentips

Banner