• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Planning & control volgens André de Waal
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

planning control cyclus waal naaktgeboren budgetteren sturen

In het boek Van budgetteren naar sturen geven André de Waal en Jan Naakgeboren een kernachtige samenvatting van planning & control:

planning control cyclus waal naaktgeboren budgetteren sturen

Het management van iedere organisatie heeft doelen voor ogen die de organisatie moet behalen. De planning- en controlcyclus is hierbij een hulpmiddel om de organisatie te sturen en beheersen zodat de gestelde doelen daadwerkelijk worden gehaald. Budgettering is binnen de planning- en controlcyclus het eindpunt van de planningcyclus en het beginpunt van de controlcyclus. Aan het eind van het planningsproces is duidelijk welke prestaties moeten worden geleverd en welke middelen (welk budget) hiervoor nodig zijn. Na de allocatie van middelen vindt rapportage en bewaking plaats van het realiseren van de prestaties en het verbruik van het budget.

De planning- en controlcyclus ... kent de volgende onderdeln: meerjarenbeleidsplan, jaarplan, begroting, budget, en rapportage.

(1) Meerjarenbeleidsplan: de horizon van het meerjarenbeleidsplan is veelal vijf jaar. Bij het opstellen van het meerjarenbeleidsplan, dat de doelstelling voor de middellange termijn bevat, wordt de missie ... als uitgangspunt genomen. In de missie is de reden voor het bestaan van de organisatie opgenomen. In het meerjarenbeleidsplan worden zowel de externe als de interne omgevingen van de organisatie omschreven. Dit alles mondt uit in te behalen doelstellingen aan het einde van de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Ook wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe deze doelstellingen behaald worden.

(2) Jaarplan: het jaarplan is een concrete vertaling van het meerjarenbeleidsplan voor een bepaald jaar. De doelstellingen voor het komende jaar worden erin neergezet en de in te zetten mensen en middelen die nodig zijn voor het behalen van deze doelstellingen zijn opgenomen.

(3) Begroting: de begroting is de financiële vertaling van het jaarplan. In de begroting is uitgewerkt welke financiële middelen nodig zijn om het jaarplan te realiseren en welke inkomsten gerealiseerd gaan worden.

(4) Budget: het budget is een afgesproken plan (contract), uitgedrukt in financiële termen, waartegen de toekomstig te realiseren prestaties worden afgemeten en vergeleken. Het budget is wat de inhoud betreft niet meer dan een begroting, maar het proces verschilt: het budget heeft nadrukkelijk een koppeling met de prestaties die geleverd moeten worden en draagt ook een autorisatiefunctie mee - besluitvorming over het budget is tegelijkertijd een bekrachtiging dat de budgetten uitgegeven mogen worden. Daarnaast wordt bij het verstrekken van het budget aangegeven hoe en wanneer verantwoording plaatsvindt.

(5) Rapportages: de rapportages met betrekking tot de begroting en het budget kennen de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget'. De frequentie van deze rapportages ligt hoog, veelal maandelijks.De rapportages van het jaarplan en van het meerjarenplan kennen eveneens de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget' maar op een minder gedetailleerd niveau. ... De frequentie ligt lager en is ongeveer één keer per kwartaal.

De connecties tussen de onderdelen in [de bovenstaande figuur] zijn als volgt:

- Meerjarenbeleidsplan naar jaarplan: het jaarplan wordt afgeleid uit het meerjarenbeleidsplan. De doelstelling voor meerdere jaren wordt vertaald naar het komende jaar
- Jaarplan naar begroting/budget: het jaarplan wordt financieel vertaald naar de begroting en het budget
- Begroting/budget naar rapportages: rapportage vindt plaats over de begroting en over het budget.
- Op grond van de budget- en begrotingsrapportage is er de mogelijkheid de ontwikkelingen binnen de organisatie bij te sturen wanneer de werkelijkheid afwijkt van de begroting dan wel het budget.
- De rapportage over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenbeleid geven de mogelijkhei bij te sturen indien de doelstellingen van een of beide van de plannen dreigen niet behaald te worden.

Het meerjarenbeleidsplan wordt opgesteld voor de organiastie als geheel. Het afdelingsplan, de begroting, het budget en de rapportages gelden voor elk organisatieonderdeel. Elk onderdeel stelt een jaarplan op. 'Opgeteld' voor alle onderdelen kunnen deze jaarplannen ervoor zorgen dat het jaarplan voor de organisatie als geheel bijgesteld moet worden. Elk organisatieonderdeel krijgt een eigen begroting en budget met daarbij de opdracht en de verantwoordelijkheid hierover te rapporteren.
Het management van iedere organisatie heeft doelen voor ogen die de organisatie moet behalen. De planning- en controlcyclus is hierbij een hulpmiddel om de organisatie te sturen en beheersen zodat de gestelde doelen daadwerkelijk worden gehaald. Budgettering is binnen de planning- en controlcyclus het eindpunt van de planningcyclus en het beginpunt van de controlcyclus. Aan het eind van het planningsproces is duidelijk welke prestaties moeten worden geleverd en welke middelen (welk budget) hiervoor nodig zijn. Na de allocatie van middelen vindt rapportage en bewaking plaats van het realiseren van de prestaties en het verbruik van het budget.

De planning- en controlcyclus ... kent de volgende onderdeln: meerjarenbeleidsplan, jaarplan, begroting, budget, en rapportage.

(1) Meerjarenbeleidsplan: de horizon van het meerjarenbeleidsplan is veelal vijf jaar. Bij het opstellen van het meerjarenbeleidsplan, dat de doelstelling voor de middellange termijn bevat, wordt de missie ... als uitgangspunt genomen. In de missie is de reden voor het bestaan van de organisatie opgenomen. In het meerjarenbeleidsplan worden zowel de externe als de interne omgevingen van de organisatie omschreven. Dit alles mondt uit in te behalen doelstellingen aan het einde van de periode waarop het beleidsplan betrekking heeft. Ook wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe deze doelstellingen behaald worden.

(2) Jaarplan: het jaarplan is een concrete vertaling van het meerjarenbeleidsplan voor een bepaald jaar. De doelstellingen voor het komende jaar worden erin neergezet en de in te zetten mensen en middelen die nodig zijn voor het behalen van deze doelstellingen zijn opgenomen.

(3) Begroting: de begroting is de financiële vertaling van het jaarplan. In de begroting is uitgewerkt welke financiële middelen nodig zijn om het jaarplan te realiseren en welke inkomsten gerealiseerd gaan worden.

(4) Budget: het budget is een afgesproken plan (contract), uitgedrukt in financiële termen, waartegen de toekomstig te realiseren prestaties worden afgemeten en vergeleken. Het budget is wat de inhoud betreft niet meer dan een begroting, maar het proces verschilt: het budget heeft nadrukkelijk een koppeling met de prestaties die geleverd moeten worden en draagt ook een autorisatiefunctie mee - besluitvorming over het budget is tegelijkertijd een bekrachtiging dat de budgetten uitgegeven mogen worden. Daarnaast wordt bij het verstrekken van het budget aangegeven hoe en wanneer verantwoording plaatsvindt.

(5) Rapportages: de rapportages met betrekking tot de begroting en het budget kennen de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget'. De frequentie van deze rapportages ligt hoog, veelal maandelijks.De rapportages van het jaarplan en van het meerjarenplan kennen eveneens de componenten 'realisatie van de doelstellingen' en 'het inzetten van het budget' maar op een minder gedetailleerd niveau. ... De frequentie ligt lager en is ongeveer één keer per kwartaal.

De connecties tussen de onderdelen in [de bovenstaande figuur] zijn als volgt:

- Meerjarenbeleidsplan naar jaarplan: het jaarplan wordt afgeleid uit het meerjarenbeleidsplan. De doelstelling voor meerdere jaren wordt vertaald naar het komende jaar
- Jaarplan naar begroting/budget: het jaarplan wordt financieel vertaald naar de begroting en het budget
- Begroting/budget naar rapportages: rapportage vindt plaats over de begroting en over het budget.
- Op grond van de budget- en begrotingsrapportage is er de mogelijkheid de ontwikkelingen binnen de organisatie bij te sturen wanneer de werkelijkheid afwijkt van de begroting dan wel het budget.
- De rapportage over de uitvoering van het jaarplan en het meerjarenbeleid geven de mogelijkhei bij te sturen indien de doelstellingen van een of beide van de plannen dreigen niet behaald te worden.

Het meerjarenbeleidsplan wordt opgesteld voor de organiastie als geheel. Het afdelingsplan, de begroting, het budget en de rapportages gelden voor elk organisatieonderdeel. Elk onderdeel stelt een jaarplan op. 'Opgeteld' voor alle onderdelen kunnen deze jaarplannen ervoor zorgen dat het jaarplan voor de organisatie als geheel bijgesteld moet worden. Elk organisatieonderdeel krijgt een eigen begroting en budget met daarbij de opdracht en de verantwoordelijkheid hierover te rapporteren.

Bron: Van budgetteren naar sturen, André de Waal & Jan Naaktgeboren

 

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2021 16:08  
Persoonlijkheden volgens Myers Briggs Type Indicator (MBTI)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

myers briggs indicator test persoonlijkheid

De Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) is een systematiek om de verschillen in persoonlijkheid van mensen te classificeren. Het model is ontwikkeld door Katharine Cook Briggs en haar dochter, Isabel Briggs Myers (op basis van theorieën van Carl Gustav Jung).

Katharine Cook Briggs Isabel Briggs Myers

MBTI gaat uit van een persoonlijkheidstype dat bestaat uit een vierlettermethode van de persoonlijke voorkeur bij vier tweedelingen:

  1. Extraversion (E) - Introversion (I): waar haalt iemand zijn energie vandaan? Extraverten halen de meeste energie uit de wereld om hen heen. Zij werken door ideeën uit door overleg met anderen. Zij tonen zich vaak expressief en initiatiefrijk. Introverten halen hun energie uit de binnenwereld van gedachten, belevingen en gevoelens. Zij werken ideeën uit door na te denken alvorens erover te praten. Zij nemen vrijwel alleen initiatief als dingen echte belangrijk zijn.

  2. Sensing (S) - iNtuition (N): hoe neemt iemand informatie op? Personen met een voorkeur voor sensing zijn realisten met een voorliefde voor het concrete. Zij richten zich op feitelijke informatie die met de zintuigen waarneembaar is. Zij preferen een stap-voor-stap-aanpak. Intuition is de voorkeursstijl van hen die zich concentreren op de samenhang der dingen. Zij zoeken verbanden en patronen en toekomstige mogelijkheden. Zij komen tot een conclusie op  basis van een voorgevoel.

  3. Thinking (T) - Feeling (F): hoe neemt iemand besluiten? Thinkers neigen ernaar besluitvorming te baseren op logica. Trefwoorden bij hun afwegingen zijn vooral: objectiviteit, rechtvaardigheid en redelijkheid. Feelers kijken in eerste instantie naar de impact van besluiten op anderen. Zij hebben harmonie en consensus hoog in het vandel en laten zich leiden door persoonlijke waarden.

  4. Judging (J) - Perceiving (P): hoe organiseert iemand zijn leven? Judgers houden ervan zaken te regelen en te plannen. Zij gaan gestructureerd en systematisch te werk, kijken vooruit en agenderen. Zij willen dingen afhandelen. Perceivers gaan flexibel en improviserend te werk. De perceivers willen in opties denken zonder zich vast te leggen, zodat hij zich gemakkelijk op het laatste moment kan aanpassen.

Op basis van de vier tweedelingen kun je 16 persoonlijkheidstypen onderscheiden:

myers briggs persoonlijkheidstypen 16

Bron: Leren en ontwikkelen van organisatie en individu, Yvonne Vlasman

Laatst aangepast op vrijdag, 13 augustus 2021 11:52  
Theorie van gepland gedrag volgens Ajzen
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

gepland gedrag ajzen

Een veel gebruikte theorie over het gedrag van mensen is de theorie van gepland gedrag van Ajzen. Tiggelaar vat de essentie van Ajzens theorie van gepland gedrag uit 1991 als volgt samen: "onze intenties en ons gedrag worden gestuurd door drie verzamelingen van overtuigingen: onze beliefs omtrent het nut van ons voorgenomen gedrag, onze verwachtingen over wat anderen zullen vinden van dat gedrag en onze inschatting van ons vermogen om het voornemen ook echt uit te voeren. Wie anderen wil veranderen, moet zijn pijlen richten op deze overtuigingen."

In het boek 'Voor de verandering' beschrijft Joep Brinkman aan welke voorwaarden binnen de theorie van gepland gedrag moet zijn voldaan om te kunnen spreken over échte verandering.

theorie van gepland gedrag

Een bijzonder inzicht in veranderingsprocessen biedt de zogeheten 'theory of planned behavior', waarvan Ajzen en Fishbein als grondleggers gelden. De theorie kent een hoop mitsen, maren en nuances. Voor [Brinkman] is het echter vooral van belang dat deze theorie een aantal voorwaarden onderkent waaraan moet worden voldaan alvorens een persoon een of andere gedragsverandering wil aangaan of wérkelijk aangaat. (Strikt genomen spreekt de theorie niet eens over gedragsverandering zelf, maar over de gedragsintentie ofwel het voornemen tot bepaald gedrag. (...) Wil er van échte verandering sprake kunnen zijn, dan moet er aan vier voorwaarden zijn voldaan:

  1. De betreffende waarde onderschrijven: voordat iemand verandert, moet hij allereerst een of andere behoefte hebben ófwel de betreffende waarde onderschrijven. Wie bewust zijn gedrag wil veranderen, doet dat met het oog op een bepaald effect. (...) Er moet ... een bepaald nuttig effect mee te bereiken zijn. Hier zijn bepaalde waarden in het geding. Een waarde is iets wat je de moeite van het nastreven waard vindt.

  2. Gedragseffecten: betrokkene moet het idee hebben dat het 'nieuwe' gedrag (in enige mate) kan bijdragen aan het bereiken van die waarde of helpt in die behoefte te voorzien. Dit noemt men gedragseffectiviteit. Iemand zal zijn gedrag pas willen veranderen, als hij gelooft dat het beoogde nieuwe gedrag werkelijk tot het gewenste efect kan leiden. Het gedrag moet dus aan het bereiken van de betreffende waarde kunnen bijdragen.

  3. Persoonlijke effectiviteit: betrokkene moet het idee hebben dat die verandering, althans in aanleg, voor hem ook mogelijk is. Dit is de zogeheten persoonlijke effectiviteit. Het begrip persoonlijke effectiviteit heeft betrekking op de mate waarin men in staat is, of denkt te zijn, zich het nieuwe gedrag daadwerkelijk eigen te maken.

  4. Sociale norm: betrokkene moet steun ondervinden uit zijn omgeving. In de theorie van gepland gedrag heet dit de voorwaarde van de sociale norm. In het algemeen zijn mensen pas bereid te veranderen, als hun omgeving dit min of meer 'ziet zitten'.

Bron: Voor de verandering, een praktische inleiding in de agogische theorie, Joep Brinkman en Ben Tiggelaar: Waarom floppen veel veranderingen?

Laatst aangepast op maandag, 25 december 2017 11:33  
Big Five persoonlijkheidsmodel
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

big five persoonlijkheidsmodel

Een Grote-Vijf-Factoren-model (Big Five) is een model over de belangrijkste bouwstenen van de persoonlijkheid, waarbij er vijf dominante persoonlijkheidsfactoren worden onderscheiden.

'Big Five' staan voor een groep van vijf fundamentele persoonlijkheidstrekken, waarbij iedere dimensie bipolair is en telkens varieert tussen twee uitersten:

  1. Dominant - extravert versus ondergeschikt - introvert (extraversion).

  2. Warm - vertrouwend versus koel - achterdochtig (agreeablenes).

  3. Gelijkmatig - zelfverzekerd versus nerveus - temperamentvol (neuroticism).

  4. Open - nieuwsgierig versus gesloten - ongeïnteresseerd (openness to experience).

  5. Betrouwbaar - georganiseerd versus onbetrouwbaar - chaotisch (conscientieousness).



Laatst aangepast op maandag, 08 januari 2018 14:58  
10 vormen van weerstand tegen verandering
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

weerstand verandering brinkman

In het boek 'Voor de verandering' geeft Joep Brinkman een overzicht van de belangrijkste vormen van weerstand tegen verandering:

weerstand tegen verandering brinkman

Gelijk blijven geeft zekerheid zowel voor de betrokkene als voor anderen. Verandering kan daarentegen bedreigend werken. Daarom zijn mensen als het ware gewapend tegen invloeden van buiten, en bestaat er weerstand tegen verandering.

De kracht van weerstand tegen verandering verschilt van mens tot mens, van situatie tot situatie, en van tijd tot tijd. Wie - in een bepaalde situatie of op een bepaald moment - moeite heeft om bij wijze van spreken zijn persoonlijkheid bij elkaar te houden, zal niet bereid zijn (echt) te veranderen. Hij zal elke inbreuk op zijn psychosociale evenwicht als bedreigend ervaren, en schermt zich daarvoor dan ook af. De beschermingsmethoden waarvan het 'ego' (= ik) zich bedient, worden afweermechanismen of verdedigingsmechanismen genoemd. Daarmee proberen mensen bedreiging onschadelijk te maken. Eigenlijk gaat elke niet-oppervlakkige verandering wel met afweer gepaard. We bespreken de belangrijkste mechanismen ervan

  1. Rationalisatie: het bedenken van 'rationele' argumenten om een situatie of beslissing (achteraf) te rechtvaardigen. Ook al betekent 'rationeel' verstandelijk, dat betekent nog niet dat rationalisatie ook verstandig is. Rationalisatie helpt bij het beter aanvaardbaar maken van een genomen beslissing of een bestaande situatie.

  2. Verdringing: het wegstoppen van bedreigende of negatieve gevoelens. Je dekt ze af met en dikke laag en laat ze niet meer bij jezelf toe. Het is altijd akelig en eng om gevoelens als angst, woede en verdriet te ervaren (...) Als gevolg daarvan hebben we de neiging ze uit het bewustzijn weg te houden.

  3. Ontkenning: vorm van verdringing die zo ver gaat dat het feitelijk bestaan van een bedreigende of vervelende situatie actief wordt tegengesproken of genegeerd. (...) Het is begrijpelijk, en vanuit het oogpunt van zelfbehoud soms zelfs heel nuttig, een ondraaglijke situatie af en toe te ontvluchten door die te ontkennen.

  4. Agressie: buiten verhouding kwaad worden als het psychisch evenwicht wordt bedreigd. Agressie kan zich richten op degene die het evenwicht verstoort, maar ook op iets of iemand anders.

  5. Verschuiving: negatieve gevoelens uiten tegen iemand (of iets) anders dan op wie ze eigenlijk gericht zijn.

  6. Vermijding: het zoveel mogelijk ontlopen van situaties die bedreigend zijn.

  7. Overdekking door het tegendeel: bedreigende gevoelens verbergen door ze te overschreeuwen met een uiting van het tegengestelde gevoel.

  8. Projectie: eigen gevoelens of problemen aan een ander toeschrijven.

  9. Regressie: terugval naar eerder, meestal meer kinderlijk gedrag. Door te regrediëren verval je in een vroeger stadium van je ontwikkeling waardoor je minder of geen verantwoordelijkheid meer lijkt te hoeven dragen.

  10. Diskwalificatie: het verdacht maken van iets of, vooral, van iemand. Degene die wordt gediskwalificeerd, raakt monddood en is dus ongevaarlijk.

Bron: Voor de verandering, een praktische inleiding in de agogische theorie, Joep Brinkman

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:59  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

I have far more respect for the person with a single idea who gets there than for the person with a thousand ideas who does nothing..

Thomas Edison

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 98 gasten online
Artikelen

excellence aristoteles

Banner
Banner

uitstekend paul rulkens

Uitstekend
high-performanceprincipes voor zakelijk en professioneel succes
Paul Rulkens

Bij Bol.com | Amazon.nl | Managementboek







 

Lean boekentips

Banner