• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Drielagen procesmodel
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

drielagenmodel processen activiteiten taken

Bovenstaande afbeelding beschrijft een drielagenmodel voor processen. Binnen dit model wordt onderscheid gemaakt tussen processen, activiteiten en taken:

  1. Processen zijn langlopend en worden veelal door meerdere mensen en systemen uitgevoerd. Ze plaatsen uit te voeren activiteiten in een logische volgorde en specificeren uitvoerende rollen en verantwoordelijkheden.

  2. Een activiteit is een eenheid van tijd, plaats en handeling en kan ononderbroken door één persoon of systeem worden uitgevoerd. Aan het einde van een activiteit wordt werk veelal overgedragen aan een ander persoon of systeem. Binnen een activiteit worden één of meer taken uitgevoerd, waarbij de volgorde van taken vaak niet van belang is.

  3. Een taak is een hoeveelheid werk die binnen een korte hoeveelheid tijd wordt uitgevoerd en die altijd in zijn geheel moet slagen of falen.

Bron: Een model voor procesondersteuning in software - scheiden van functie- en sturingsaspecten, Danny Greefhorst & Fred Leliveld in: Software Release Magazin 4, juni 2002

Laatst aangepast op zondag, 27 september 2020 18:33  
Systeemdenken volgens Marcel Nieuwenhuis
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

vormen van decompositie marcel nieuwenhuis

Op 123management gaat Marcel Nieuwenhuis in op een aantal belangrijke begrippen binnen de systeemleer:

  1. Systeem en omgeving: in de systeemleer wordt onderscheid gemaakt tussen het systeem en omgeving van het systeem. Beide aspecten zijn even belangrijk. De omgeving is immers weer een hoger liggend systeem die het beschouwde systeem omvat.

  2. Decompositie en beschouwingsniveaus: decompositie is het onderscheid maken in systemen en subsystemen. Er zijn twee verschillende manieren van decompositie: decompositie naar subsysteem (flow down) en decompositie naar extern systeem (outsour­cing). Merk op dat decompositie en beschouwingsniveau alles met elkaar te maken hebben. Het beschouwingsniveau bepaalt immers wat ‘omgeving’ en wat ‘systeem’ en ‘subsysteem’ is.

  3. Functie: een systeem heeft een doel in een omgeving. Een ander woord voor functie is 'toegevoegde waarde': wat voegt het systeem toe aan zijn omgeving? Ook begrippen als effectiviteit, doeltreffendheid, output, outcome, product en resultaat zijn allemaal terug te herleiden op de functie van een systeem in zijn omgeving. Een black-box model of een use-case zijn voorbeelden van functiemodellen.

  4. Constructie: hoe werkt het systeem en uit welke componenten bestaat het? Dit wordt het constructie-vraagstuk genoemd. Binnen de systeemleer zijn er twee beschouwingswijzen van de constructie, de dynamische en de statische beschouwing. De dynamische, of gedragsbeschouwing beschrijft de werking (de processen) van een systeem. De statische of componentbeschouwing, beschrijft waarmee een systeem werkt, uit welke componenten het bestaat. De statische constructie beschrijft een systeem in termen van delen en de samenhang der delen. De componenten zijn niets anders dan subsystemen waarvan we alleen de functie –binnen het systeem– in beschouwing nemen. De constructie van de subsystemen (of componenten) zien we als een black–box.

Bron: Basisbegrippen Systeemleer, Marcel Nieuwenhuis


Laatst aangepast op zaterdag, 12 juni 2021 13:18  
Systeemdenken volgens Jan in 't Veld
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

veld aspectsysteem subsysteem

Volgens Jan in ’t Veld heeft een systeem drie essentiële kenmerken:
• een systeem wil een doel bereiken,
• het systeem bevat een verzameling elementen,
• er bestaat een samenhang tussen die elementen.

Een systeem bestaat dus uit een verzameling mensen en middelen die samenwerken om het systeemdoel te bereiken. In ’t Veld definieert een systeem als een, afhankelijk van het door de onderzoeker gestelde doel, binnen de totale werkelijkheid te onderscheiden verzameling elementen. Deze elementen hebben onderlinge relaties en (eventueel) relaties met andere elementen uit de buitenwereld.

Volgens de definitie bevat een systeem elementen. Elementen zijn de kleinste delen die de onderzoeker wil bekijken, gezien zijn doel. Elementen kunnen zowel materieel (stoelen, mensen) als niet-materieel (dienst, informatie) zijn. De opsomming van alle verschillende elementen in het systeem noemen we de inhoud, zoals stoelen, tafels, mensen enzovoort. Nu kunnen die elementen ook nog eigenschappen hebben. Dit kan van alles zijn, fysieke, sociale of esthetische eigenschappen. Een mens heeft bijvoorbeeld als eigenschappen een bepaalde lengte, een bepaald karakter.

Nu is in de definitie van een systeem gesteld dat de elementen relaties hebben. Dat betekent dat er een bepaalde samenhang tussen hen is. Die elementen beïnvloeden elkaar, dus een eigenschap van een element kan een verandering tot stand brengen in de waarde van een eigenschap van een ander element. (…) De opsomming van alle relaties in een systeem noemen we de structuur. Als we de relaties binnen het systeem bekijken, spreken we van de interne structuur. Als we de relaties met de buitenwereld erbij betrekken, betreft het de externe structuur. Spreken we van de buitenwereld ofwel van de totale werkelijkheid, dan noemen we dat het universum.

Subsystemen en aspectsystemen
Een systeem bestaat uit elementen en relaties. Soms is het systeem te groot om in zijn geheel te bestuderen en splitsen we het op in subsystemen. Denk bijvoorbeeld aan een multinational die binnen de productieafdeling van een van zijn dochterbedrijven problemen heeft. Het heeft geen zin om het hele systeem ‘multinational’ te bekijken, en ook niet het subsysteem ‘dochterbedrijf’; we bekijken in dit geval alleen de afdeling van het dochterbedrijf.

Een subsysteem is een deelverzameling van de elementen van het systeem, waarbij alle oorspronkelijke relaties tussen de elementen onveranderd behouden blijven. Het is het beste om in een organisatie, afhankelijk van het probleem, die subsystemen te kiezen die een min of meer zelfstandig deel vormen of die een bepaald proces in zich hebben. Dit is belangrijk om duidelijk de grenzen te kunnen stellen. Bijvoorbeeld een afdeling financiële zaken of een informatiestroom door het hele bedrijf.

Binnen de systeembenadering staan de elementen van een (sub)systeem en de relaties daartussen centraal. Als we van die verschillende relaties een deel afsplitsen, spreken we van een aspectsysteem. (…) Een aspectsysteem is een deelverzameling van de relaties in het (sub)systeem, waarbij alle elementen onveranderd behouden blijven.

Mengvormen van sub- en aspectensystemen zijn ook mogelijk. Bijvoorbeeld als we we van een bepaald subsysteem, de klas, een bepaald aspect bestuderen, bijvoorbeeld de studenten bekijken die lid zijn van de studentenvereniging. Dan is sprake van een sub-aspectsysteem.

We onderscheiden het systeem en zijn omgeving. Het systeem wil een doel in die omgeving bereiken en vervult daarvoor verschillende functies.Om het onderscheid tussen het systeem en zijn omgeving heel duidelijk te maken, moeten we ergens een systeemgrens trekken. In- en uitvoeren stromen dus door deze grens heen. In de praktijk is het best lastig die grens te bepalen. Als we het systeem te ruim nemen, is er kans dat het proces steeds onoverzichtelijker wordt. Nemen we het systeem te nauw, dan kunnen we misschien de oorzaak van het te onderzoeken probleem niet vinden.

Bron: Analyse van bedrijfsprocessen – een toepassing van denken in systemen, Marylse in ’t Veld & Jan in ‘t Veld



Laatst aangepast op zaterdag, 12 juni 2021 13:18  
Systeemdenken volgens Hartog, De Korte en Otten
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

aggregatieniveau systeemdenken systeembenadering

 

Peter Hartog, Ron de Korte en Jan Otten beschrijven op hun website een aantal belangrijke kenmerken van de systeemleer:

systeemleer begrippen aspectsysteem subsysteem

In de systeemkunde spreekt men wel over subsystemen en aspectsystemen. Een subsysteem is een deelverzameling van alle elementen in het systeem, waarbij alle relaties aanwezig blijven. Een aspectsysteem selecteert juist een aantal relaties, zonder componenten weg te laten.

De systeemtheorie denkt in gehelen, waarbij het geheel, als gevolg van de meerwaarde die ontstaat door de relaties tussen de gedefinieerde delen, meer is dan de som der delen. Voor organisaties betekent dit, dat eigenschappen van de organisatie sterk afhankelijk zijn van de samenhang die tussen de gekozen organisatie-elementen is aangebracht. Zowel de elementen als de relaties zijn daarbij onderwerp van analyse.
Een systeem maakt deel uit van een groter geheel, van diens omgeving. Beschouwd als een open systeem, bestaan er relaties met die omgeving. Het systeem wordt beïnvloed door factoren in de omgeving en vervult daarin een functie. Het systeem is met andere woorden doelgericht. De systeembenadering dwingt de functie van het systeem helder te maken, redenerend vanuit de omgeving.

Afbakening
De werkelijkheid als geheel is te complex om te beschouwen, zodat deze moet worden ingeperkt tot dat gebied dat gezien de probleemstelling relevant is. De systeembenadering dwingt tot en geeft richting aan een aantal zogenaamde modelleringsbeslissingen, waarmee het systeem, en daarmee het onderzoeksveld, wordt afgebakend en het niveau van analyse wordt bepaald. Dit worden respectievelijk de systeemgrens en het aggregatieniveau genoemd.

Om de complexiteit van de werkelijkheid zoveel mogelijk hanteerbaar te maken en het onderzoek zo goed mogelijk te enten op de probleemstelling, is het mogelijk de beschouwing te beperken tot het meest relevante deel van het systeem. Twee soorten deelsystemen kunnen worden onderscheiden:

  1. Subsystemen, waarbij de grens van het oorspronkelijke systeem wordt ingeperkt tot een deelverzameling van de elementen. Dit betreft die elementen, die sterk met elkaar samenhangen in relatie tot de functie van het te bestuderen subsysteem. Subsystemen hoeven dus niet per se samen te vallen met afdelingen. De rest van het oorspronkelijke systeem wordt dan als omgeving van het subsysteem beschouwd. Het subsysteem is ook weer een systeem, maar dan op een lager niveau van beschouwing. Dit wordt een lager aggregatieniveau genoemd.

  2. Aspectsystemen, waarbij de grens van het systeem niet verandert, maar wordt ingezoomd op een deel van de beschouwde relaties tussen de elementen. Zo kan men bijvoorbeeld kijken naar alle informatierelaties of naar alle sociale relaties die er bestaan.

aspectsysteem subsysteem systeemdenken

Doorgaans hebben we te maken met combinaties van sub- en aspectsystemen. We zijn geïnteresseerd in een bepaald deel van de organisatie en beschouwen dat als een subsysteem. Binnen dit subsysteem gaat onze aandacht vooral uit naar een bepaald type relaties tussen de elementen, bijvoorbeeld de informatiestromen.

Bron: De systeembenadering

 

 

 

 

Laatst aangepast op zaterdag, 12 juni 2021 13:21  
Mindmapping volgens Jan Lutten
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

mindmap

Volgens systeemdenker en onderwijsgoeroe Jan Jutten is een mindmap één van de visuele hulpmiddelen die gebruik kan worden bij het denken in systemen. Hij beschrijft in het artikel Systeemdenken in de klas - werken met mind maps de essentie van mind maps en geeft een stappenplan voor het maken van een mind map:

jan jutten mind map mindmap

Wat is een mind map?
Een mind map is een krachtige grafische techniek die een beroep doet op de vele mogelijkheden van onze hersenen. Het is een eenvoudige manier om informatie op te roepen uit en op te slaan in onze hersenen. Mind maps kunnen worden toegepast bij vele aspecten van het leven. Het is een effectieve en leuke manier om leerprocessen te verbeteren, om aantekeningen te maken, om informatie te structureren en op nieuwe ideeën komen.

Mind maps bestaan uit combinaties van woorden, kleuren, lijnen en afbeeldingen (foto’s, tekeningen, pictogrammen, e.d.). Een mind map is een soort kaart buiten je hoofd over wat er gaande is in je hoofd! Ze kunnen ons erg helpen:
- om niet alleen details maar tegelijkertijd ook het totaalbeeld te zien (één van de belangrijkste doelstellingen van systeemdenken)
- om een grote hoeveelheid informatie op een overzichtelijke manier weer te geven, erover te praten en te onthouden
- om creatief te denken over problemen en oplossingen
- om onze tijd efficiënt te benutten
- om ons beter te concentreren op de inhoud
- om ons denken te structureren
- om meer plezier en betrokkenheid bij leren te hebben

Kortom: mind maps zijn prachtige hulpmiddelen bij het leren!!

De werking van mind maps
De belangrijkste reden dat mind maps in het algemeen erg effectief zijn, is dat ze nauw aansluiten bij de manier waarop onze hersenen werken. We weten daar de laatste jaren steeds meer over. Eén van de dingen die hersenonderzoek heeft opgeleverd is het feit, dat onze hersenen bij het leren niet werken met “lijstjes”, maar in de vorm van spinnen: samenhangen in de grote hoeveelheid informatie die ze te verwerken krijgen. In feite doet een mind map niets anders.

In het algemeen is het handig om de volgende vijf stappen te volgen:

  1. Maak gebruik van papier zonder lijnen, stiften van diverse diktes, kleurpotloden, wasco en markeerstiften. Leg het vel papier horizontaal. Zorg dat er voldoende ruimte is om te tekenen, te plakken en te schrijven.

  2. Midden op het papier maken we een tekening of plakken we een afbeelding van het onderwerp waar deze mind map over gaat. Maak deze tekening door middel van kleur en vorm opvallend, sprekend.

  3. Vanuit de tekening in het midden trekken we enkele gekleurde lijnen naar buiten. Eén lijn loopt naar één belangrijk onderdeel (Buzan noemt ze the basic ordening ideas). Het is handig om elke lijn een eigen kleur te geven. De lijnen in de buurt van het centrum maken we dikker en golvender dan de verdere vertakkingen. Zorg ervoor dat deze hoofdlijnen ongeveer even lang zijn.

  4. Geef elk onderdeel vervolgens een naam. Zet de woorden op de lijn, zodat alle belangrijke woorden in de mind map met een gekleurde lijn onderstreept zijn. Maak er een tekening bij of plak er illustraties bij. Wees creatief, maak er iets bijzonders van.

  5. Vanuit de uiteinden van deze lijnen kunnen vervolgens weer nieuwe lijnen worden getrokken. Deze lijnen worden steeds dunner. Vergelijk het met de takken van een boom. Je kunt nu dezelfde werkwijze toepassen als in stap 4: de woorden op de lijn, afbeeldingen op het einde. Naarmate we verder naar buiten werken, worden ook de woorden en de tekeningen kleiner.

Bron: Systeemdenken in de klas - werken met mind maps, Jan Jutten

Laatst aangepast op zaterdag, 05 september 2020 20:28  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Logic brings you from A to B, imagination brings you everywhere.

Albert Einstein

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 96 gasten online
Artikelen

versneld verspillen stephen parry lean waste

Banner
Banner

creatief denken edward de bono

Creatief denken
Slimme Technieken Om Problemen Op Te Lossen
Edward de Bono

Bij Bol.com of Managementboek

Lean boekentips

Banner