• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
BPM volgens Tolsma en De Wit (2)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bpm model tolsma wit bedrijfsproces werkproces taak

In het boek  Effectief procesmanagement beschrijven Jos Tolsma en Dirk de Wit een BPM-model. Dit model is een doorontwikkeling van een eerdere versie van dit model uit 2006.

tolsma wit bpm model werkproces taken bedrijfsproces klantproces

Zaakgericht werken is een specifieke vorm van het organiseren van de processen in een organisatie. Het dient beschouwd te worden als een vorm van procesgericht werken, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld documentgericht werken. Als zodanig is het min of meer verwant aan concepten als business process management (BPM), workflow management en (vooral) case management. Bij zaakgericht werken vormen ‘zaken’ het uitgangspunt voor de wijze waarop processen worden georganiseerd. Daarbij wordt een zaak gedefinieerd als ‘een samenhangende hoeveelheid werk – met een welgedefinieerde aanleiding en een welgedefinieerd resultaat – waarvan de kwaliteit en doorlooptijd bewaakt moeten worden’.

Business process management, ofwel procesmanagement, is het sturen en beheersen van een onderneming via bepaalde processen. Het betreft derhalve een procesmatige benadering van werkzaamheden die worden uitgevoerd. Bij iedere opdracht of taak die wordt uitgevoerd, bij ieder product dat wordt gerealiseerd hoort een proces. Een proces brengt een resultaat voort. Een taak levert een bijdrage in een proces. (...) Procesmanagement omvat alle processen binnen een bedrijf of tussen bedrijven: de producten en diensten voor zowel externe afnemers (de primaire of kernprocessen) als interne afnemers (de ondersteunende of secundaire processen), evenals de te realiseren doelstellingen voor de aandeelhouders of andere belanghebbenden (de besturende processen).

Behalve het aansturen van de uitvoering van processen houdt procesmanagement zich ook bezig met het invullen van de randvoorwaarden voor een optimale uitvoering, permanente aandacht voor verbeteringen en het inspelen op veranderingen in de omgeving. Procesmanagement omsluit alle aandachtsgebieden van de BPM-cyclus, te weten het besturen, integreren (her)ontwerpen, implementeren en uitvoeren (beheersen en beheren) van alle processen binnen de onderneming.

(...)

Het BPM-model onderscheidt vier besturingsniveaus waarop een bedrijf kan sturen. De vier niveaus van besturing zijn:

  1. Niveau 1: sturen op taken (op samenhang tussen activiteiten).

  2. Niveau 2: sturen op werkprocessen (op samenhang tussen taken/processtappen).

  3. Niveau 3: sturen op bedrijfsprocessen (op samenhang tussen werkprocessen).

  4. Niveau 4: sturen op de integrale keten (op samenhang tussen processen van ketenpartijen).

 

Bij niveau 3 maken Tolsma en De Wit onderscheidt tussen:

- Niveau 3a: sturen op samenhang tussen interne werkprocessen;
- Niveau 3b: sturen op samenhang tussen interne werkprocessen en werkprocessen van leveranciers;
- Niveau 3c: sturen op samenhang tussen interne werkprocessen en werkprocessen van klanten

Tolsma en De Wit geven per niveau een korte typering van een bedrijf op het betreffende niveau:

Niveau 1: Sturing op taken

Bedrijven op niveau 1 zijn functioneel ingericht met sterke hiërarchische lijnen, waarbinnen op taak- en medewerkersniveau wordt gestuurd. De afdelingsmanager draagt medewerkers op bepaalde werkzaamheden uit te voeren. De belangrijkste stuurgrootheden zijn budget, kosten en aantal fte's. Iedere manager boven de afdelingsmanager is belast met het vaststellen van de afbakening van afdelingsgrenzen en het coördineren van alle werkzaamheden. Medewerkers weten nauwelijks wat collega's (in andere afdelingen) doen of nodig hebben. Alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn per functie beschreven. Voor de minder eenvoudige taken zijn werkinstructies opgesteld Bij grotere bedrijven is de toegevoegde waarde van taken die medewerkers uitvoeren niet altijd meer duidelijk.

De externe klant, om wie het allemaal zou moeten gaan, is voor de meeste medewerkers buiten beeld. De onderneming is sterk intern georiënteerd. Bedrijven op niveau 1 passen de projectorganisatie toe voor eenmalige werkzaamheden met hoge prioriteit (onder andere voor verandertrajecten), waarbij inbreng vanuit meerdere afdelingen nodig is. Programma's en projecten worden op een hoger managementniveau door stuurgroepen, waarin de betrokken lijnmanagers zitting hebben, aangestuurd De programmamanager (respectievelijk de projectmanager of projectleider) is daarbij losgemaakt van de lijnorganisatie. Hij/zij is de operationele manager van het proces dat moet leiden tot het gewenste resultaat. In theorie is de projectorganisatie binnen een bedrijf op niveau 1 de enige succesvolle vorm van procesgericht sturen. Aangezien de begrenzing van de sturing medewerkers betreft, is hier sprake van besturing op het niveau van taken.

De doelstelling die hoort bij niveau 1 kan worden samengevat als 'het beheersen van de uitvoering van alle functies of taken binnen de onderneming'.

tolsma wit bpm model niveau sturing taken

 


Niveau 2: Sturing op werkprocessen

Bedrijven op niveau 2 hebben net als bedrijven op niveau 1 een overwegend functionele structuur. De afbakening en beschrijving van de werkprocessen valt in veel gevallen namelijk samen met de bestaande hiërarchische structuur. Binnen het bedrijf staat het bewustzijn, dat de gewenste resultaten van de afdeling beter voorspelbaar en realiseerbaar worden door sturing op de eigen processen.

Zodra een afdelingsmanager zich afvraagt welke bijdrage de afdeling levert aan de resultaten van de onderneming en hoe deze bijdrage zo goed mogelijk kan worden geleverd, ontstaat de behoefte de eigen afdelingsprocessen in kaart te brengen. Op niveau 2 heeft de afdeling aandacht voor de afnemer van haar producten of diensten: de afdeling heeft tot doel de afspraken en kwaliteitseisen die met de afnemer zijn overeengekomen waar te maken. De uitvoering van de activiteiten staat in het teken van de klant van de afdeling. Op niveau 2 betekent dat in veel gevallen een interne afnemer.

(...)

De operationele aansturing op niveau 2 betreft niet alleen de aansturing van de medewerkers, maar ook van de afdelingsprocessen (de werkprocessen), op basis van grootheden die de procesprestaties weergeven. Op tactisch niveau vindt aansturing plaats op basis van jaarplannen en maandrapportages over budgetten en fte's. Binnen de afdelingsgrenzen kan het 'klantbewust' handelen worden gestimuleerd en worden gezocht naar verbeteringen in het ontwerp van het proces.

Hoewel de onderneming de effectiviteit van haar inspanningen ziet stijgen, is de groei begrensd doordat de initiatieven binnen de verschillende afdelingen niet, of slechts in beperkte mate, op elkaar zijn afgestemd. Het blijven eilanden, zonder goede verbindingen. De begrenzing van de besturing beperkt zich tot de operationele afdelingen, dus hier is sprake van besturing op het niveau van werkprocessen.

De doelstelling die hoort bij niveau 2 kan worden omschreven als 'het beheersen van de afdelingsprocessen'.

tolsma wit bpm model niveau sturing werkprocessen

 

 

Niveau 3: Sturing op samenhang tussen processen

Een bedrijf op niveau 3 stuurt op de samenhang tussen werkprocessen. Primair wordt uitgegaan van de klant, de afnemer van het eindproduct en het integrale bedrijfsproces dat dit eindproduct voortbrengt. De functionele organisatiestructuur maakt plaats voor de procesgerichte organisatie. Netals bij een projectorganisatie worden alle benodigde deskundigheden en middelen aan de operationele procesmanager ter beschikking gesteld om het betreffende proces naar behoren te kunnen uitvoeren. De werkprocessen worden in samenhangt bekeken en zonodig herontworpen. Deze samenhang vindt niet alleen plaats binnen de eigen onderneming, maar ook tussen interne werkprocessen en de werkprocessen van betrokken leveranciers respectievelijk de externe afnemers/klanten.

In een bedrijf op niveau 3 wordt gerapporteerd over gerealiseerde procesprestaties - op basis van vooraf vastgestelde PI's en normen - die zijn afgeleid van te realiseren bedrijfsdoelen. De processen zijn zodanig ontworpen dat deze normen haalbaar zijn. De oriëntatie van de onderneming is gericht op de externe klant; de inrichtign en sturing van de onderneming is gefocust op het optimaal realiseren van de producten en diensten voor deze klant. In een bedrijf op niveau 3 bestaat permanent aandacht voor het verbeteren van de processen. De volledige overgang van niveau 2 naar niveau 3 omvat de kanteling van sturing op de organisatie van 'verticaal' naar 'horizontaal'. Sturen op en rapporteren over de prestaties van de bedrijfsprocessen is belangrijker dan het sturen op en het rapporteren over de prestaties van organisatorische eenheden. De nadruk op deze wijze van aansturing in het bedrijf gaat vaak gepaard met en machtsstrijd en roept weerstand op.

De algemene doelstelling die hoort bij niveau 3 is 'het verbeteren van de resultaten van het bedrijf door verbeterde afstemming tussen alle werkprocessen'.

Tolsma en De Wit onderkennen op niveau 3 drie subniveaus:

Niveau 3a: Sturing op samenhang tussen interne werkprocessen

Vaak zijn verbeteringen niet te realiseren zonder de bedrijfsprocessen als geheel te bezien. Verbeteringen op het niveau van werkprocessen leveren (sub)optimalisaties  op en veranderen niets aan de knelpunten die bestaan op de (ontbrekende) samenhang tussen werkprocessen. Wachtmomenten en interpretatieverschillen ontstaan bij overgangen tussen werkprocessen. Besturing op het niveau van bedrijfsprocessen is noodzakelijk om aan de wensen van de klant te voldoen en de kosten beter te kunnen beheersen.

Het bedrijf op niveau 3a is te typeren als procesgericht, met als doel de producten en diensten voor haar afnemers/klanten volgens vastgestelde eisen te realiseren. Sturing op de samenhangende interne werkprocessen krijgt daarbij de vereiste aandacht. Deze samenhang kan zowel tussen de kernprocessen onderling als tussen en met de ondersteunende processen bestaan.

(...)

Met de sturing op samenhang tussen interne werkprocessen kan 'het verhogen van de effectiviteit, efficiëntie en beheersbaarheid op het niveau van bedrijfsprocessen' worden gerealiseerd.


Niveau 3b: Sturing op samenhang met leveranciersprocessen

Niveau 3b richt zich in afwijking van niveau 3a met name op de relatie van interne werkprocessen met de processen van de (vaste) leveranciers. Een expliciete, optimaal gekozen afbakening tussen interne en leveranciersprocessen leidt tot optimale resultaten betreffende deze samenwerking. Voor het optimaliseren van het totale (voortbrengings)proces, moet het betreffende bedrijfsproces (waar de leverancier een bijdrage aan levert) ook op niveau 3a zijn gebracht.

(...)

De sturing op de leveranciersprocessen heeft tot doel 'de effectiviteit van de bijdragen van leveranciers te verbeteren en te beheersen.'

Niveau 3c: Sturing op samenhang met klantprocessen

Het feit dat het verschuiven van het klantcontact in het (besturende) bedrijfsproces van de klantorganisatie strategische waarde heeft, is een typerende eigenschap van een bedrijf dat op niveau 3c hoort te opereren. Een juiste afstemming met of inspelen op de samenhang tussen de eigen kernprocessen en de processen van de klant, kunnen voor dit type onderneming concurrentievoordelen opleveren. De strategische waarde kan betrekking hebben op de versteviging van de binding met de klant, of de extra toegevoegde waarde die aan de klant wordt geleverd. Het belang kan ook betrekking hebben op het verlagen van de operationele kosten, als bepaalde werkzaamheden dor de klant worden overgenomen. Een voorbeeld hiervan is het electronische betalingsverkeer.


Op niveau 3c is het gezichtsveld van de externe klant bepalend voor het ontwerp van de kernprocessen. De doelstelling die hoort bij dit niveau is het zodanig koppelen van de kernprocessen met het klantproces dat sprake is van 'het verhogen van de toegevoegde waarde rond het koppelpunt met de klant.'. Het koppelpunt betreft het onderdeel van een proces waar de internactie met (het proces van) de klant plaatsvindt. Voorbeelden van doelstellingen zijn het (electronisch) binden van de klant, het verlagen van de productiekosten door het verschuiven van werkzaamheden naar de klant (zelfbediening), of het bieden van een hogere servicegraad (7 x 24 uur via Internet of het inrichten van een servicedesk).

 

Niveau 4: Sturing op integrale keten

Op niveau 4 ligt de nadruk op het optimaliseren van de samenwerking tussen alle betrokken partijen (ketenpartijen) die in de keten een rol vervullen en het besturen van de integrale keten. Bij een bedrijf op niveau 3 staan de inrichting en de belangen van het eigen bedrijf centraal, op niveau 4 streven bedrijven gezamenlijk naar een hoger doel. Ketenpartijen kenmerken zich als gelijkwaardige partijen in een samenwerkingsverband, met een (onafhankelijke) partij die de regie over de samenwerking voert. (...) De deelnemende partijen in de keten moeten beseffen en accepteren dat het belang van de eigen onderneming in het verlengde ligt en dus ook afhankelijk is van het belang van de totale keten.

(...)

De doelstelling voor bedrijven op niveau 4 betreft 'het verbeteren van de ketenprestaties over alle betrokken partijen heen.'.

Procesmanagement kan worden omschreven als het (kunnen) beheersen, beïnvloeden, controleren en daarmee het voorspelbaar maken van processen. Procesmanagement houdt in dat er continue aandacht is voor het verbeteren van de inrichting van de processen en dat de uitvoering voldoet aan de gestelde eisen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de beschikbare resources (medewerkers, middelen en applicaties).

Zie ook:

Bron: Effectief procesmanagement, Jos Tolsma & Dirk de Wit

Laatst aangepast op vrijdag, 25 september 2020 18:58  
Processen volgens Stef Joosten
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

procesarchitectuurmodel stef joosten pam

In het boek Praktijkboek voor procesarchitecten geeft Stef Joosten een beschrijving van het Proces Architectuur Model (PAM):

procesarchitectuurmodel stef joosten pam

Het Proces Architectuur Model (PAM) is primair een referentiemodel. Het zet de kernbegrippen waardeketen, proces, procedure, werk, handeling en applicatieservice op hun plaats, zodat we ernaar kunnen verwijzen.

(...)

Waardenketen

De samenstelling van een waarden maakt de strategische positie van ketendeelnemers inzichtelijk. (...) In de waardeketenlaag vindt elke organisatie zich terug als een schakel in de keten, waarbij het toevoegen van waarde centraal staat. (...) Op dit abstractieniveau bespreekt de organisatie de samenwerking met externe partners.

Proces

Een proces wordt gekenmerkt door de rechten en plichten die de organisatie heeft als schakel in een waardeketen. (...) Processen hebben business doelen als uitgangspunt. Een concreet busineess doel laat zich direct vertalen in termen van product/proces/markt-combinaties. Waar business doelen ontbreken helpt het om de organisatie te zien als een verzameling processen.

Procedure

Een procedure beschrijft de voorschriften, die gelden voor alle zaken van dezelfde soort. Een hypotheekaanvraagprocedure, het uitboeken van een acte, een fiatteringsprocedure en een procedure voor betalingsachterstand zijn voorbeelden van procedureel werk in de context van bijvoorbeeld een hypothekenproces. Elke keer dat een procedure wordt uitgevoerd noemen we een 'zaak', of 'geval'. Zo is het uitvoeren en afwikkelen van een enkele inkooporder een zaak in de procedure 'inkopen'.

Een procedure geeft structuur aan een proces. Welke handelingen worden in welke fase uitgevoerd, in welke volgorde, en wie is waarvoor verantwoordelijk?

Werk

Werk bestaat uit handelingen en besluiten, waarbij de volgorde van besluiten bepalend is voor de procedure. Als een procedure een kapstok is, dan zijn besluiten de knaapjes, waaraan de jassen hangen. Een procedure legt de volgorde van de besluiten vast, en specificeert wie (welke rol) verantwoordelijk is voor welk besluit.

Handeling

Voor gebruikers zijn handelingen de kleinste zelfstandige eenheid van werk. Het versturen van een bevestigingsbrief is daarvan een voorbeeld. Wanneer het versturen van een bevestigingsbrief als één handeling wordt gezien, dan is het dicht likken van de envelop geen handeling meer. Voor elke handeling kunnen we dus vaststellen wanneer het gebeurt is (tijd), waar het gebeurt is (plaats) en wat er gebeurd is (handeling). Deze eigenschap wordt ook wel 'eenheid van tijd, plaats en handeling' genoemd. Op het handelingsniveau stelt een procesarchitect vast op welke wijze de informatie en communicatietechnologie het inhoudelijke werk ondersteunt. Hier krijgt de Business-ICT alignment een concrete invulling.

Gebeurtenis

Iets wat op één moment plaatsvindt noemen we een gebeurtenis. In technische zin spreken we bijvoorbeeld over het indrukken van een knop op het beeldscherm of het aanoepen van een dienst.

Bron: Praktijkboek voor procesarchitecten, Stef M.M. Joosten e.a.

Laatst aangepast op woensdag, 02 september 2020 05:57  
Denken als Leonardo da Vinci
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leonardo da vinci denken genialiteit

In het boek Denken als Leonardo da Vinci beschrijft Michael J. Gelb zeven stappen naar een dagelijkse genialiteit:

leonardo da vinci denken genialiteit

[De Zeven DaVinciaanse principes] zijn verkregen uit een diepgaande studie van de man en de methoden. Ik heb ze namen gegeven in het Italiaans, Leonardo's moedertaal. Het zal je genoegen doen dat de principes van Leonardo je waarschijnlijk intuïtief duidelijk zullen zijn. Je zult niet hoeven proberen ze in je leven te bedenken. Het is eerder van belang dat je ze, zoals veel dingen die met gezond verstand samenhangen, onthoudt, ontwikkelt en toepast.

De Zeven DaVinciaanse principes zijn:

  1. Curiosità: een onverzadigbaar nieuwsgierige benadering van het leven en een niet aflatend streven naar permanent leren.

  2. Dimostrazione: een voornemen om kennis te toetsen aan ervaring, volharding, en een bereidheid om van fouten te leren.

  3. Sensazione: de voortdurende verfijning van de zintuigen, met name het zien, als middel om de ervaring te verlevendigen.

  4. Sfumato: een bereidheid om dubbelzinnigheid, paradoxen en onzekerheid te verwelkomen.

  5. Arte/Scienza: de ontwikkeling van het evenwicht tussen wetenschap en kunst, logica en verbeelding. Denken met beide hersenhelften.

  6. Corporalitá: het aankweken van gratie, handigheid, conditie en houding.

  7. Connesione: de erkenning en waardering van het onderlinge verband tussen alle dingen en verschijnselen. Systeemdenken.

 

Bron: Denken als Leonardo da Vinci - De zeven stappen naar een dagelijkse genialiteit, Michael J. Gelb

Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:29  
Processen volgens Gerrit-Jan Obers & Ko Achterberg (1)
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

proces architectuur model pam achterberg obers

In het boek Grip op processen in organisaties definiëren Gerrit-Jan Obers en Ko Achterberg de procesbegrippen op verschillende niveaus:

processen obers achterberg

Wanneer we procesmatig kijken naar organisaties, kunnen we dit doen op verschillende samenhangende niveaus. Daarbij kijken we steeds naar het werk in organisaties, en zien we 'brokken werk' met een verschillende omvang. We zouden voor deze 'brokken werk' op ieder beschouwings- of detailniveau het begrip 'proces' kunnen gebruiken. Wij vinden het echter beter om meer onderscheid aan te brengen in onze taal en om een helder onderscheid te maken in de begrippen voor de verschillende niveaus.

(...)

Een proces is een 'samenhangend geheel van activiteiten, mensen en middelen, waarmee ee of meer producten of diensten worden voortgebracht'. Een veel gehanteerd synoniem voor een dergelijk proces is werkproces. Dit synoniem maakt het onderscheid met de andere procesbegrippen nog duidelijker.

Het komt vaak voor dat een dergelijk 'samenhangend geheel' een tussenproduct voortbrengt en dat een of meer processen het uiteindelijke product voor een klant realiseren. Een dergelijke keten noemen we een procesketen. Mogelijke synoniemen voor een procesketen zijn 'van klant tot klant proces' en 'werkstroom', terwijl men branchespecifiek bijvoorbeeld ook 'politiepad' of 'zorgpad' hanteert.

In een model van een procesketen kunnen we zichtbaar maken welke processen achtereenvolgens een bijdrage leveren aan het eindproduct. Buiten het 'primaire proces' van de organisatie vinden we ook procesketens die een intern eindproduct opleveren (bijv. een medewerker die is opgeleid, of een machine die is gerepareerd). Ook kunnen we procesketens onderscheiden die producten opleveren voor de externe verantwoording (jaarverslag) of voor het maken van afspraken met ketenpartners. Het voordeel van het onderscheid tussen (werk)processen is dat we hiermee de mogelijkheid concreet maken dat meerdere procesketens worden 'bediend' door één werkproces. Daardoor neemt de omvang van de te maken modellen af en, nog belangrijker, wordt vereenvoudiging en hergebruik in de te realiseren werkelijkheid ondersteund. Minder verschillende werkprocessen kan ook leiden tot eenvoudiger informatiestromen, minder instructies enzovoort.

Soms zijn meerdere organisaties in een keten verbonden en leveren zij gezamenlijk een bijdrage om een product of dienst te realiseren. Een dergelijke keten over meerdere organisaties heen noemen we een ketenproces. Ketenprocessen zijn dan 'processen' of 'procesketens' waarin meerdere organisaties een rol spelen.

Hiervoor hebben we gekeken naar de niveaus boven het proces zelf. Je zou kunnen zeggen dat we hier hebben 'uitgezoomd' en zo de mogelijkheid hebben gecreëerd om een groter plaatje te schetsen. Indien we nader inzoomen naar een lager detailniveau komen we bij de (procesmatige) onderdelen van een proces, de activiteiten. Een activiteit is een stap in een proces. Activiteiten op het laagste detailniveau dat we in een procesmodel onderscheiden, vormen een eenheid van tijd, plaats en actor.

Wanneer we nader inzoomen en een activiteit op het laagste detailniveau uiteenrafelen, zien we dat deze bestaat uit nog kleinere stapjes, die wij handelingen noemen.

Bron: Grip op processen in organisaties, Gerrit-Jan Obers & Ko Achterberg

 

Laatst aangepast op maandag, 21 september 2020 15:26  
Procesmanagement volgens Florian Hoornaar
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

proces process stroomschema flow chart

procesmanagement proces florian hoornaar

Bij procesmanagement gaat het erom dat je repeterende patronen van elkaar opvolgende activiteiten herkent, evalueert en verbeterd. Moeilijker is het niet, maar dat is vaak al lastig zat.

Bron: Procesmanagement plat geslagen, Florian Hoornaar (blogpost)

 

 

Laatst aangepast op zaterdag, 16 juni 2018 08:33  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Learn from yesterday, live for today, hope for tomorrow. The important thing is to not stop questioning.

Albert Einstein

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 96 gasten online
Artikelen

success eric ries solve customer problem

Banner
Banner

paradox van keuzes Schwartz

De paradox van keuzes
Hoe teveel een probleem kan zijn
Barry Schwartz

Bij Bol.com | Managementboek | Amazon.nl

Lean boekentips

Banner