• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Strategie, tactiek en operatie volgens Bob Stiffels
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

strategie tactiek operatie uitvoering bob siffels

Bob Stiffels gaat op zijn blog in op de spraakverwarring rond de driedelingen: strategie-tactiek-operatie, richtinggevend-sturend-uitvoerend en richten-inrichten-verrichten die binnen diverse modellen worden gebruikt. Hieronder zijn opmerkingen over de eerste driedeling: strategie-tactiek-operatie:

strategie tactiek operatie uitvoering bob siffels

Strategie, tactiek en uitvoering

Verwijzend naar theoretici als George Steiner, Henry Mintzberg, Michael Porter and Peter Drucker is het mogelijk een algemene definitie te geven van strategie, tactiek en operatie; zowel stategie als tactiek betreffen acties en middelen die nodig zijn om bepaalde doelstellingen te behalen. Strategie en tactiek verschillen in de planningshorizon van de doelstellingen én het niveau van besluitvorming waar ze worden genomen. De operatie betreft de onmiddelijke details over hoe resultaat wordt behaald.


“Strategy and tactics are about means and ends: they bridge the gap between our vision of the future and our day to day decisions. They are not about deciding the vision but about how to achieve it; they have no existence beyond the ends that are sought by that vision. Tactics and strategy are also relative terms. What is seen as strategic from one viewpoint can be seen as tactical from another; they change to adapt to changing circumstances and with changes in the view of what means are required to reach a desired outcome” .

Als we strategie, tactiek en uitvoering schematisch positioneren samen met missie, visie en beleid ontstaat het volgende schematische beeld:

Een missie gaat over de vraag ‘waarom bestaan we? Wat willen we uitdragen’? Het is de primaire functie van de organisatie, de reden van zijn bestaan in termen van identiteit en (kern)waarden. Een visie is een opvatting of idee over waar we met de organisatie (in de toekomst) naar toe gaan, wat de ambities en doelen van de organisatie zijn. Een visie resulteert in lange -, middellange – en korte termijn organisatiedoelstellingen. Hoe we de organisatiedoelstellingen gaan realiseren staat in het beleid. Met beleid geven we de richting en de middelen aan waarmee we de visie gaan verwezenlijken. Als we spreken over strategie dan hebben we het over akties en middelen om specifieke lange termijn doelstellingen te behalen. Als we spreken over tactiek dan hebben we het over (coordinatie van) akties en middelen op middellange – en korte termijn die bijdragen aan het behalen van de strategische doelstellingen. Het operationele beleid, de uitvoering, is gericht op het ‘nu’, wat we ‘nu’ gaan doen.

Bron: Tactische processen sturen niet noch richten in!, Bob Stiffels

Laatst aangepast op zondag, 07 februari 2021 09:11  
Processen volgens Sjang Ramaekers & Jark Otten
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

proces process stroomschema flow chart

In het boek Business Process Redesign - een sprong vooruit maken Sjang Ramaekers en Jark Otten onderscheid in kernprocessen en niet-kernprocessen:

kernprocessen bpr ramaekers otten

De eerste stap ten behoeve van het vaststellen van de doorbraakpunten omvat het afleiden van de kernprocessen en de niet-kernprocessen uit de bedrijfsstrategie van de organisatie. De uitvoering van de kernprocessen is kritisch voor de performance van de organisatie in de markt en leidt tot concurrentievoordeel. Niet-kernprocessen zijn bedrijfsprocessen de de bedrijfsstrategie niet direct ondersteunen. Het extra besteden van middelen aan deze processen creëert geen extra toegevoegde waarde in de ogen van de klant.

Voordat een onderscheid wordt gemaakt in de kernbedrijfsprocessen en de niet-kernbedrijfsprocessen worden eerst alle bedrijfsprocessen van de organisatie vastgesteld. Het vaststellen van de bedrijfsprocessen van een organisatie blijkt in de praktijk geen eenvoudige opgave. Organisaties zijn gewend te denken in functionele afdelingen en niet in processen. Een bedrijfsproces bestaat uit een logische aaneenschakeling van activiteiten en is gericht op het leveren van een product of dienst ten behoeve van een interne dan wel externe klant. De 'logische aaneenschakeling van activiteiten' wordt in de meeste organisaties doorbroken door afdelingsbarrières. Bedrijfsprocessen overstijgen afdelingsgrenzen en zijn om die reden moeilijk door individuele afdelingen waar te nemen.

Het vaststellen van de bedrijfsprocessen is vooral een creatief proces. Door middel van brainstorming in diverse workshops dient consensus te worden bereikt over wat de bedrijfsprocessen van de organisatie zijn. De processen van de organisatie worden gedefinieerd door middel van een top-down aanpak zonder dat een volledige detail-procesanalyse wordt gemaakt. Het aantal bedrijfsprocessen binnen organisaties verschilt sterk in de praktijk. Meestal worden er vijf tot acht bedrijfsprocessen geïdentificeerd.

Een bedrijfsproces voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • het heeft een specificeerbare output en input
  • het bezit klanten en leveranciers (intern dan wel extern)
  • het heeft duidelijke procesgrenzen

De outputs zijn de produkten of diensten die door het proces worden voortgebracht. Outputs kunnen bestaan uit fysieke goederen of diensten maar kunnen ook informatie betreffen ten behoeve van de besluitvorming. De inputs van het proces zijn de middelen die in het proces worden getransformeerd tot outputs. De middelen die benodigd zijn voor het voortbrengen van de output bestaan veelal uit arbeid (personeelskosten), materiaal (grondstofkosten) en machines (investeringen).

De klanten van het proces zijn degenen die de output van het proces ontvangen en gebruiken. Er zijn twee soorten klanten: interne en externe klanten. De interne klanten bestaan uit afnemers van producten binnen de eigen organisatie. Veelal worden deze afnemers van producten niet als klant beschouwd. Vaak worden ze als lastig ervaren en worden veel problemen 'over de schutting' gegooid, hetgeen de oorzaak is van veel proces-inefficiënties. De externe klanten zijn andere organisaties of afnemers buiten de organisatie. Het zijn de afnemers van het eindprodukt van de organisatie.

De leveranciers zijn diegenen die het proces voorzien van de benodigde inputs. Ook hier kan onderscheid gemaakt worden in interne leveranciers en externe leveranciers. De externe leveranciers zijn de verkopers van arbeid, materiaal en machines aan de organisatie. De interne leveranciers zijn de organisatieleden die de processen intern voorzien van de benodigde middelen.

De processen kennen grenzen. Een proces begint bij de ontvangst van de inputs van de leverancier, het punt waarop de proceswerknemers de verantwoording over het proces krijgen. Het eindpunt van het proces is het punt waar het proces de output en de verantwoording overdraagt aan een interne of externe klant.

Binnen elke organisatie zijn verschillende bedrijfsprocessen te onderkennen. Alhoewel elke organisatie uniek is, bestaan voor diverse organisatietypen generieke procesmodellen. Voor een productieonderneming kunnen de volgende hoofdprocessen worden onderscheiden:

  • verkopen aan de klant
  • inkopen van de leverancier
  • afwikkelen van de order
  • ontwikkelen van producten en markten
  • ondersteunende processen

(...)

Ten behoeve van de vaststelling van doorbraakpunten en de plaats waar deze moeten gerealiseerd, worden de bedrijfsprocessen onderverdeeld in kernprocessen en niet-kernprocessen. De doorbraken zullen zich richten op verbeteringen in de kernprocessen van de organisatie. De kernprocessen ondersteunen direct de strategie van de organisatie en voldoen aan een aantal criteria:

  • ze zijn kritisch voor de operationele prestaties in de markt
  • ze leiden tot een concurrentievoordeel en onderscheidend vermogen
  • ze ondersteunen de bedrijfsstrategie en zijn een identificatie van de organisatie in de markt
  • ze richten zich op het leveren van een resultaat
  • ze beginnen en eindigen met de klant

Een van de belangrijkste criteria van een kernproces is dat het zowel begint als eindigt bij een klant. Kernprocessen beginnen bij een directe wens van de klant en eindigen wanneer deze wens is vervuld. (...) Niet-kernprocessen omvatten veelal de activiteiten van ondersteunende afdelingen van de organisatie. Het gehele financiële budgetteringsproces is een goed voorbeeld van een niet-kernproces. Het proces voegt geen enkele waarde toe aan de kwaliteit of servicegraad die wordt waargenomen door de klant. Het realiseren van een doorbraak in een niet-kernproces zal als zodanig geen invloed hebben op het prestatieniveau van de organisatie.

(...)

Niet-kernprocessen zijn onder te verdelen in:

  • achtergrondprocessen
  • verplichte processen

Achtergrondprocessen hebben interne klanten en ondersteunen de kernprocessen van de onderneming. Het bijhouden van de personeelsgegevens en -mutaties kan worden aangemerkt als een achtergrondproces. Ook kunnen de niet-kernprocessen verplicht van aard zijn doordat ze wettelijk zijn opgelegd door overheden of instanties. Keuringsvoorschriften drukken bijvoorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie duidelijk een stempel op de inrichting van de processen.

Bron: Business Process Redesign - een sprong vooruit, Sjang Ramaekers & Jark Otten

Laatst aangepast op zondag, 17 juni 2018 07:28  
Balanced Scorecard (BSC) volgens het managementmodellenboek
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

balanced scorecard bsc have

Één van de modellen die worden beschreven in het Het managementmodellenboek is de Balanced Scorecard (BSC):

balanced scorecard bsc prestatiemeting

Essentie

De Balanced Scorecard (BSC) is een model dat zich richt op prestatiemeting. Hiertoe biedt de BSC een drietal aanvullende perspectieven naast het gangbare financiële perspectief. De BSC voegt het klanten-, het bedrijfsprocessen- en het innovatie- en leerperspectief toe aan het financiële perspectief.

  1. Financieel perspecteif: wat telt voor onze aandeelhouders.

  2. Organizational learning-perspectief: in welke mate zijn we in staat tot innnovatie, verandering en verbetering.

  3. Bedrijfsprocessen perspectief: wat is de toegevoegde waarde van onze belangrijkste bedrijfsprocessen.

  4. Klantenperspectief: hoe komen we over op onze klanten.

Bruikbaarheid

De BSC biedt een ordening die verschillende managementonderwerpen die belangrijk zijn bij prestatiemeting en -besturing, met elkaar in relatie brengt. Hiermee wordt voorkomen dat men te eenzijdig stuurt op louter financiële indicatoren. Het model geeft de mogelijkheid de realisatie van de bedrijfsstrategie te volgen door te kijken naar verschillende indicatoren met betrekking tot klanten, financiën, bedrijfsprocessen en innovatie. Hiermee kunnen behaalde resultaten vergeleken worden met de oorspronkelijke doelstellingen.

Kanttekening

De BSC is primair een diagnostisch feedbacksysteem dat helpt de strategie-implementatie te monitoren. Het is geen strategisch keuzemodel, wel geeft het informatie op basis waarvan de strategie kan worden bijgesteld of de implementatie kan worden bijgestuurd.

Bron: Het managementmodellenboek - zestig ideeën toegankelijk gemaakt, Steven ten Have, Wouter ten Have e.a.

 

Laatst aangepast op maandag, 13 april 2020 09:41  
Processen volgens ITIL v3
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

proces functie itil

Binnen ITIL v3 wordt het onderscheid tussen proces en functie als volgt beschreven:

processen functies itil

Maar wat is een functie?

Een functie is een onderdeel van een organisatie dat gespecialiseerd is in de uitvoering van een bepaald type werk en verantwoordelijk voor specifieke eindresultaten.

Functies zijn op zichzelfstaande onderdelen en resources die nodig zijn voor hun performance en resultaten. Ze hebben hun eigen werkmethoden en een eigen kennisogaan.

En wat is en proces?

Een proces is een gestructureerde serie activiteiten die is gericht op het bereiken van een van tevoren bepaald doel.

Processen leveren een doelgerichte verandering op en gebruiken feedback voor zelfversterkende en zelfcorrigerende acties.

Proessen hebben de volgende kenmerken:

  • Ze zijn meetbaar, omdat ze op een prestatie zijn gericht.
  • Ze hebben specifieke resultaten.
  • Ze leveren resultaten aan klanten of belanghebbenden.
  • Ze zijn een reactie op een specifiek event. Een proces wel continu en iteratief, maar het is altijd terug te voeren op een bepaalde trigger.

Het kan lastig zijn om te bepalen of iets een functie is of een proces. Volgens ITIL is dit onderscheid geheel afhankelijk van hoe de organisatie is opgezet. Een goed voobeeld van een functie is een servicedesk, een goed voorbeeld van een proces is changemanagement.

De hiërarchische opbouw van functies kan leiden tot het ontstaan van 'eilandjes , waarin elke functie erg op zichzelf is gericht. Dit komt het succes van de organisatie als geheel niet ten goede. Processen lopen door de hiërarchische opbouw van functies heen, functies delen vaak een aantal processen. Hierdoor gaan processen het ontstaan van functionele eilandjes tegen en zorgen ze voor een verbetering van de coördinatie tussen de functies onderling.

Bron: Foundations of IT Service Management - op basis van ITIL V3

Laatst aangepast op zaterdag, 22 juni 2019 18:22  
Prestatiemanagement volgens De Waal en Kerklaan
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

prestatiemanagement waal

 

Leo Kerklaan en André de Waal beschrijven in hun boek De resultaatgerichte overheid zeven uitdagingen voor goed prestatiemanagement:

prestatiemanagement kerklaan waal

Wat is prestatiemanagement?
Prestatiemanagement is het proces waarin sturing van de organisatie plaatsvindt door:

  • het systematisch vaststellen van beleid, strategie en doelstellingen van de organisatie;
  • deze vervolgens te vertalen naar alle organisatieniveaus en meetbaar te maken door deze doelstellingen te concretiseren naar kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren;
  • op basis hiervan een rapportage op te zetten om daarmee acties te kunnen ondernemen voor bijsturing van de organisatie.


Prestatiemanagement gaat niet alleen over ‘harde’ factoren, maar ook over de ‘zachte’. Het gaat niet alleen om operationele en financiële doelen, maar ook om niet-financiële doelen die te maken hebben met medewerkers, toeleveranciers, klanten (burgers en bedrijven) en innovatie. Prestatiemanagement kijkt zowel terug (behaalde prestaties) als vooruit (geprognotiseerde resultaten). Goed prestatiemanagement  kan bijdragen aan het ophelderen van vage beleidsdoelstellingen door deze concreet te vertalen in kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren, en door regelmatig feedback aan managers te geven over de behaalde resultaten. Men denkt wel eens dat prestatiemeting hetzelfde is als prestatiemanagement. Of dat prestatiemeting automatisch tot prestatieverbetering leidt. Dat is niet zo. Prestatiemeting is een noodzakelijke voorwaarde om tot prestatieverbetering te komen. Om prestaties te verbeteren moeten de  gerealiseerde resultaten eerst met prestatie-indicatoren worden gemeten en vervolgens vergeleken worden met voorafgestelde prestatienormen. Prestatiemeting moet dan acties initiëren om de resultaten voor achterblijvende prestatie-indicatoren te verbeteren. Gebeurt ook dit, dan is er pas sprake van prestatiemanagement.

Volgens De Waal en Kerklaan moet een organisatie zeven uitdagingen aangaan voordat er sprake kan zijn van een kwalitatief hoogwaardig proces van  prestatiemanagement

De zeven uitdagingen voor goed prestatiemanagement

(1) Creëer een consistente verantwoordelijkheidsstructuur
Een verantwoordelijkheidsstructuur zorgt ervoor dat de rollen en verantwoordelijkheden van ieder managementniveau in de organisatie glashelder zijn: een organisatie moet keuzen maken inzake de rollen en verantwoordelijkheden van ieder organisatie-onderdeel..

(2) Stem focus voor lange en korte termijn op elkaar af
Binnen een organisatie is het van belang de langetermijnfocus, die besloten ligt in een strategisch plan, af te stemmen op de kortetermijnfocus, in de vorm van realistische en uitvoerbare actieplannen.  

(3) Maak strategieën operationeel
De immateriële activa van een organisatie, zoals kennis, processen, klanten en systemen, worden steeds belangrijker voor het creëren van toegevoegde waarde. Deze immateriële activa moeten, net als de materiële activa, nauwgezet gevolgd en beheerst worden. Dit kan gedaan worden met behulp van niet-financiële indicatoren die aangeven waar binnen de organisatie waarde wordt gecreëerd. 

(4) Creëer transparantie van informatie
Transparantie van informatie maakt het mogelijk de juiste informatie in de juiste vorm op het juiste tijdstip bij de juiste mensen te krijgen. Om de gewenste transparantie van informatie te bereiken is het nodig dat de benodigde data snel vanuit verschillende bronnen kunnen worden verzameld en de rapportage efficiënt gegenereerd kan wordt. Voorts moeten ad-hoc informatievragen zonder al te veel moeite en tijd beantwoord kunnen worden en nieuwe informatietechnologische architecturen en hulpmiddelen beschikbaar zijn om managers gemakkelijk toegang te verschaffen tot de door hen benodigde informatie.

(5) Richt de aandacht op wat echt belangrijk is
De kunst van managen is niet om alles wat er gebeurt in de organisatie te willen weten, maar om de aandacht te concentreren en actie te ondernemen op de kritische zaken. Aandacht voor wat echt belangrijk is betekent focus op: kritische succesfactoren, op uitzonderingsgevallen en –gebeurtenissen, op het analyseren van financiële en niet-financiële indicatoren, op correctieve actieplannen en op de impact van die plannen. Een manier om een betere focus in het prestatiemanagementproces te krijgen is het toepassen van exceptierapportage.

(6) Bevorder prestatiegericht gedrag
Organisaties die prestatiemanagement willen invoeren, focussen zich nogal eens op de instrumentele en inhoudelijke kant ervan. Dat is zeker nodig, maar het mag er niet toe leiden dat gedragsmatige en HRM-aspecten worden verwaarloosd.

Een organisatie kan het potentieel van haar medewerkers alleen optimaal benutten wanneer:

  • de doelstellingen van alle managementniveaus aansluiten op de missie en strategie van de organisatie;
  • deze doelstellingen zijn vertaald in heldere verwachtingen ten aanzien van het functioneren van de medewerkers;
  • medewerkers weten hoe ze deze doelstellingen kunnen bereiken ofwel resultaat kunnen boeken;
  • weten welke steun ze daarbij kunnen verwachten van hun leidinggevenden;
  • het human resource-instrumentarium (beoordeling, beloning, opleiding en ontwikkeling) is afgestemd op het realiseren van de geformuleerde doelstellingen.

(7) Stem integratie en simplificatie op elkaar af
Bij het invoeren van prestatiemanagement struikelt men gemakkelijk over complicaties. Op zich is dat niet zo vreemd want er zijn veel uitdagingen die tegelijkertijd moeten worden aangegaan. De focus voor de lange termijn moet worden afgestemd met de focus voor de korte termijn, financiële informatie moet aangevuld worden met niet-financiële informatie, de strategie moet gekoppeld worden met de operatie, individuele doelstellingen moeten afgestemd zijn met de doelstellingen van de organisatie, en er moet een duidelijke aansturingstijl gekozen en ingevoerd worden. Het is niet eenvoudig om hieruit een duidelijk, relatief simpel en praktisch prestatiemanagementproces samen te stellen. Maar dit is wel nodig om ervoor te zorgen dat de ideeën die tot nu toe beschreven zijn daadwerkelijk geïmplementeerd en gebruikt worden.

Bron: De resultaatgerichte overheid - Op weg naar de prestatiegedreven overheidsorganisatie, André de Waal, Leo Kerklaan

 

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 21:19  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Reality is that which, when you stop believing in it, doesn't go away.

Philip K. Dick

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 39 gasten online
Artikelen

every system arthur jones

Banner
Banner

succesfactor clayton christensen

De succesfactor
de weg naar een succesvol, gelukkig en betekenisvol leven
Clayton Christensen

Bij Bol.com | Managementboek

Lean boekentips

Banner