|
Toyota Kata volgens Mike Rother
Gepubliceerd in
Bluff Your Way Into
Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2019 17:15
(C)lean desk met de 5 S'en
Gepubliceerd in
Bluff Your Way Into

Binnen Lean staat 5S voor een aanpak - bestaande uit vijf stappen die allemaal beginnen met een S - voor het voortdurend opruimen en inrichten van de werkplek:
-
Seiri (Scheiden): organiseer je werkplek door onderscheid aanbrengen tussen de materialen en middelen die al dan niet nodig zijn op de werkplek; alleen datgene dat direct nodig is voor de uitvoering van het werk (bijv. op basis van gebruiksfrequentie) bewaar je op de werkplek. Al het andere bewaar je ergens anders óf gooi je weg.
-
Seiton (Schikken): geef alle materialen en middelen die op de werkplek nodig zijn een vaste plek; een geschikte plaats voor alles en alles op zijn geschikte plaats.
-
Seiso (Schoonmaken): houd alles netjes schoon; denk hierbij aan het reinigen van muren, vloeren en alle materialen en middelen, maar ook het treffen van voorzorgsmaatregelen en vastleggen van schoonmaakmethodes.
-
Seiketsu (Standaardiseren): creëer een systeem waarbij je werkt met standaardmethodes die helpen de eerste drie S'en duurzaam toe te passen en verassingen te voorkomen.
-
Shitsuke (Standhouden): zorg dat de werkplek ook netjes blijft; zorg door discipline en regelmatige monitoring ervoor dat de andere vier S'en geborgd zijn; zoek manieren om je systeem aan te vullen of te verbeteren.
Zie ook: LSS: 5S
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/5S en Een Lean Overheid, Paul Huguenin, David Binnerts en Harrie van Gestel
Laatst aangepast op vrijdag, 19 januari 2018 21:28
|
Logische niveaus van veranderen
Gepubliceerd in
Bluff Your Way Into

Het model voor de logische niveaus van verandering is gebaseerd op de theorie van de logische niveaus van Gregory Bateson, die door Robert Dilts werd uitgewerkt in de context van het neurolinguïstisch programmeren (NLP). De Nederlandse onderwijskundige Korthagen heeft van het model van de logische niveaus een ui-model gemaakt. Korthagen spreekt over de Lagen van de persoonlijkheid. Hoewel de exacte namen van de niveaus soms verschillen, omschrijven de niveaus van hoog naar laag (of binnen het ui-model van binnen naar buiten) de verschillende niveaus waarop iedereen – bewust of onbewust – leeft.
-
Zingeving (Missie; je diepste kern, betrokkenheid, spiritualiteit): de principes, waarden en normen die voor jou van wezenlijk belang zijn; je levensopdracht. Deze principes, waarden en normen zijn vaak van een hoog abstractieniveau. Wat er onder verstaan wordt, bepaal je zelf. Het bestaat uit intuïties omtrent het grotere geheel waarvan je deel uitmaakt, en de roeping en bezieling die dat geheel verschaft. Het is het fundament van ons bestaan.
Vragen - Waarom ben je hier? Wat is de zin van jouw aanwezigheid in deze context? - Van waaruit handel je? - Waar ben je onderdeel van? Wat is het grotere geheel dat jou leidt? - Wat is jouw meerwaarde binnen het grotere geheel? - Wat zijn je diepste waarden? Wat is je ideaal, je missie?
-
Identiteit: Je bent niet je gedrag. Je identiteit is hoe denk je over jezelf als persoon. Het houdt in je gevoelens van uniciteit en zelfwaarde [Ik ben (iemand die) …?].
Vragen - Wie ben je? Wat voor mens? Hoe zie je jezelf? - Wat is je rol in deze context? Wat wil je uitdragen?
-
Overtuigingen: beweringen over jezelf, de organisatie waarvoor je werkt, anderen, de wereld om je heen, opvoeiding, goede manieren, politiek, sport of muziek die voor jou waar zijn. Het zijn geen feiten maar generalisaties, criteria, normen, waarden en verwachtingen. [Ik vind belangrijk, ik weet zeker dat….]. Het is een scala van ideeën dat we voor waar houden en dat de basis is van ons dagelijks handelen. Dit is het niveau waar motivatie ontspringt. Overtuigingen en waarden kunnen ons toestaan bepaalde dingen te doen (versterkende overtuigingen), maar ons ook beperken (beperkende overtuigingen) [Ik vind het belangrijk dat..., Ik geloof dat... De wereld is... ].
Vragen - Wat vindt je van de wereld? Wat geloof je (in de situatie)? - Wat stuurt jou en waarom? Wat wil je zeker vermijden? - Wat geloof je over jezelf, de anderen, de wereld? - Wat vind je belangrijk? Waar gaat het je om? Wat wil je bekomen? - Wat gaat boven alles?
Vanuit het oogpunt van je gewenste resultaat is het niet zozeer van belang of je overtuigingen waar zijn of niet, maar of ze je helpen om te bereiken wat je wilt, of juist niet.
Beperkende overtuigingen - Dat gaat toch nooit lukken. - Ze willen niet luisteren. - Ik moet het perfect doen.
Versterkende overtuigingen - Als iets niet lukt, kan ik daarvan leren zodat het de volgende keer wel lukt. - Als iemand mij niet begrijpt, dan heb ik het wellicht niet goed uitgelegd. - Op een bepaald moment geldt: goed is goed genoeg.
Als je als overtuiging hebt “ik word niet gewaardeerd” zal dit automatisch zijn weerslag hebben op je vaardigheden, je gedrag en hoe je op je omgeving reageert. Overtuigingen kun je veranderen door je overtuigingen kritisch te onderzoeken. Klopt je overtuiging (nog) wel? Een andere manier waarop je overtuiging kan veranderen, is door het opdoen van ervaring(en). Je ontdekt wat goed werkt en wat niet. Verder kun je overtugingen ook veranderen door bewust ander gedrag te oefenen dan je gewend bent.
-
Vaardigheden of capaciteiten zijn de vermogens, kwaliteiten, talenten, inzichten, denkstrategieën, hulpbronnen (resources) en tactieken van een persoon. Dit niveau is de spil van de logische niveaus. Door het toevoegen van vaardigheden kunnen veranderingen in positieve zin tot stand komen. De bereidheid om iets nieuws te leren moet wel ondersteund worden door een overtuiging (één logisch niveau hoger) dat het de moeite waard is om dat te doen [Ik kan...]
Vragen - Hoe? - Hoe doet je wat je doet? Hoe pak je het aan? - Wat kan je allemaal? Op welke interne en externe hulpbronnen kan je rekenen? - Welke competenties moet je nog verwerven?.
-
Gedrag is dat wat voor de ander zintuiglijk waarneembaar is, wat je van een ander op een videoband zou kunnen zetten (houding, gebaren, doen en laten, stemgeluid...). Dit kan bewust gestuurd worden maar onbewust spelen hier de hogere niveaus mee. Stephen Covey gaat er vanuit dat we door onze invloedssfeer/comfortzone uit te breiden nieuwe gedragsalternatieven en vaardigheden aan kunnen leren [Ik doe…].
Vragen - Wat? - Wat doe je verbaal en non-verbaal? Wat is je observeerbare gedrag? - Hoe benader je de situatie, en anderen?.
-
Omgeving: De omgeving of context zijn de tijd- en plaatsgebonden omstandigheden waarin mensen handelen met hun mogelijkheden, beperkingen, regels en voorschriften. Het is datgene waar we op reageren, wat ons omringt. De andere mensen waarmee we in aanraking komen. Het zijn onder andere het gezin, vriendenkring, klantenkring... Kortom, alles buiten het individu [Het is hier…. Ik zie/voel/hoor...]
Vragen - Hoe ziet het eruit? Wat zie je, hoor je, voel je? - Wat kom je tegen? (Waar heb je mee te maken? - Waar reageer je op? Wanneer en met wie? - Waar, wanneer gebeurt iets? Waar speelt het zich af? - Over welke middelen beschik je? Welke infrastructuur?
De logische niveaus van veranderen geven inzicht in de niveaus die een rol spelen bij het veranderen van mensen én organisaties. De essentie van het model is dat het de samenhang beschrijft tussen gedrag en wat dat gedrag op een diepere laag bepaalt; verandering op één niveau vraagt om verandering op een ander niveau. Een verandering op een lager niveau kan leiden tot een verandering op een hoger niveau. Veranderingen op een hoger niveau zullen altijd leiden tot veranderingen op een lager niveau. Een hoger niveau organiseert de informatie op lagere niveaus. Een verandering op een hoger niveau leidt altijd tot veranderingen op de lagere niveaus. Een verandering op het niveau “overtuigingen” resulteert in veranderingen op de 3 onderliggende niveaus, terwijl een verandering op het niveau van “gedrag” alleen resulteert in veranderingen op het niveau “omgeving”. Hoe hoger het niveau waarop de verandering plaatsvindt, des te krachtiger en duurzamer is het effect. verandert. Het model bevestigt onder andere de ervaringen van veel mensen dat ongewenst gedrag niet verdwijnt, ook al verandert de persoon diens omgeving (andere baan, andere partner, ander huis et cetera). Na verloop van tijd zal ook in een andere omgeving hetzelfde gedragspatroon weer zichtbaar zijn.
Waarden en overtuigingen sturen het gedrag, maar zijn vaak niet zichtbaar voor anderen (of zelfs voor je zélf!). Het gedrag van anderen begrijp je beter als je de waarden en overtuigingen van die persoon leert kennen. Het is van belang het juiste niveau te kiezen waarop je 'inhaakt' bij anderen. Spreek je iemand aan op wat hij doet of wat hij is? Als je iemand aanspreekt op concreet gedrag, kan die persoon kiezen er iets aan te veranderen. Negatieve feedback op identiteit levert zelden de gewenste gedragsverandering, en wel frustratie.
Gedrag en omgeving zijn volledig zichtbaar. Vaardigheden zijn gedeeltelijk zichtbaar. De rest is volledig onzichtbaar, zelfs voor de persoon zelf. Hoe hoger het niveau, hoe moeilijker de zaken die hier spelen te achterhalen zijn. Veranderingen en leerprocessen op een bepaald niveau vragen om stabiliteit op één niveau hoger. Een verandering op een lager niveau KAN verandering op een hoger niveau teweegbrengen.
Bron: Opdrachtgever gezocht, Jan Willem van den Brink, Maarten van Os
Laatst aangepast op maandag, 25 december 2017 11:34
Gerichte vragen volgens de chunk-techniek
Gepubliceerd in
Bluff Your Way Into

Bij een cursus van Dreamfactory leerde ik dat als je - bijvoorbeeld bij een intake of verkoopgesprek - op gaat zoek naar ‘de vraag achter de vraag’, je twee technieken kunt toepassen: (1) Luisteren, Samenvatten en Doorvragen (LSD) en (2) Chunken.
‘Chunken’ bestaat uit het stellen van vragen waarbij je doorvraagt in een specifieke richting:
-
Upchunken: doorvragen naar een hoger abstractieniveau om op zoek te gaan naar het hogere doel of de betekenis (Waartoe? Met welk doel? Waar leidt dat toe? Waarom?).
-
Lateraal chunken: doorvragen naar een ander onderwerp op hetzelfde niveau om op zoek te gaan naar overzicht en structuur (En wat nog meer?).
-
Downchunken: doorvragen naar een lager abstractieniveau om op zoek te gaan naar meer detail (Wie? Wanneer? Waar? Welke? Hoe? Hoeveel? Geef eens een voorbeeld?).
‘Upchunken’ kán (be)dreigend overkomen omdat je degene die je bevraagt dicht op de huid zit; je komt op zijn of haar terrein. Bij het ‘lateraal chunken’, lijkt het alsof je niet meteen ter zake komt, leg dan ook uit wat je aan het doen bent. Het toepassen van ‘downchunken’ heeft als risico dat je té snel de diepte in gaat en door bijvoorbeeld heel snel de ‘Hoe’-vraag in te zetten, aan de slag gaat met het verkeerde probleem.
Laatst aangepast op dinsdag, 02 januari 2018 08:28
|