

De steekproefomvang voor continue data wordt bepaald door de formule:

De steekproefomvang voor discrete data wordt bepaald door de formule:

n = minimaal vereiste steekproefomvang
sigma = geschatte standaarddeviatie van de populatie
p = waarschijnlijke kans dat een situatie zich voordoet
foutmarge (delta) = maximaal toelaatbare afwijking
z = de Z-score en geeft een 95% (1,96) of 99% (2,58) betrouwbaarheidsniveau weer
(...)
Minimale steekproefgrootte bij een kleine populatie
De formules voor continue of discrete data kunnen eigenlijk altijd worden toegepast en geven een goede betrouwbare uitkomst van de benodigde minimale steekproefomvang. Er zijn echter twee uitzonderingen, waarbij de uitkomst van deze formules steeds minder betrouwbaar wordt. In die gevallen moet er op de berekende steekproefomvang, een correctie worden toegepast. Een correctie is nodig als aan een van onderstaande criteria is voldaan:
- De populatie (N) uit minder dan ongeveer 5.000 entiteiten bestaat.
- De berekende steekproefgrootte n (zoals berekend met bovenstaande formules) meer dan 20% van de gehele populatie is.
Bron:
- Theorieboek Lean Six Sigma - upgrade to Blackbelt, Marco A.M. Koet (MKPC)


In de zogenoemde Deming-cirkel, afkomstig uit de kwaliteitszorg, is het continu verbeteren vertaald in vier fasen die voortdurend worden doorlopen. De vier stappen in de cyclus zijn Plan, Do, Check en Act. De verbetercyclus staat daarom ook bekend als de PDCA-cyclus. In de eerste stap (Plan) vindt de planning plaats en wordt een plan voor een verandering opgesteld. De volgende stap (Do) is de fase van uitvoering van het plan. In de daaropvolgende fase (Check) vindt controle plaats en een evaluatie van de resultaten van het uitgevoerde plan. In de laatste stap (Act) volgt, afhankelijk van de resultaten, actie. Dit kan leiden tot het opstellen van nieuwe of bijgestelde plannen, waardoor het doorlopen van de cyclus opnieuw begint.
(...)
De Deming-cirkel beschrijft een besturingsproces dat op verschillende niveaus kan plaats vinden; strategisch, tactisch en operationeel. Op het eerste en hoogste niveau gaat het om het opstellen, uitvoeren, controleren en bijsturen van een strategisch plan. Op de andere, lagere, niveaus gebeurt hetzelfde met tactische en operationele plannen. De verschillende niveaus hangen samen; de uitvoering van de hogere plannen bepaalt de kaders voor het opstellen van lagere plannen. En de rapportages over de controle van de lagere plannen vormt input voor de aanpassing en uitvoering van de hogere plannen.
Bron: Modellen voor veiligheid professionals, Walter Waard & Emin de Koning