
Joseph Kessels en Cora Smit gaan in hun boek Opleidingskunde - een bedrijfsgerichte benadering van leerprocessen in op het verschil tussen kennis en vaardigheden:

Belangstelling voor vaardigheden Het onderscheid tussen kennis en vaardigheden is, ook voor het gebruik in bedrijfsopleidingen, zeer helder weergegeven door Romiszowski (1981, 1984).
- Kennis heeft betrekking op de verwerving en de opslag van informatie. Kennis onderverdeeld worden in:
- feiten;
- procedures;
- concepten;
- principes.
- Vaardigheid wordt ontwikkeld door middel van oefening en ervaring, waarbij gebruikgemaakt wordt van eerder verworven kennis om een bepaald doel te bereiken. Vaardigheden kunnen onderverdeeld worden in:
- cognitieve vaardigheden zoals: besluitvorming, probleemoplossen, logisch denken;
- psychomotorische vaardigheden zoals: het uitvoeren van diverse handelingen en technieken;
- reactieve vaardigheden zoals: aandacht hebben voor, handelen overeenkomstig een waardensysteem;
- interactieve vaardigheden zoals: sociale, communicatieve en leidinggevende vaardigheden.
Romiszowski maakt voor elke soort vaardigheid nog een onderverdeling in reproductieve en productieve vaardigheden. Een reproductieve vaardigheid is een vaardigheid die uitgevoerd wordt volgens een van tevoren vastgelegde wijze of procedure.
Bijvoorbeeld leerdoel 9: het verwisselen van koolborstels van de hoofdgenerator binnen 15 minuten met daarvoor geschikt gereedschap, overeenkomstig werkbeschrijving H.G.22. (psychomotorisch - reproductief).
Een productieve vaardigheid is een vaardigheid die in een nieuwe probleemsituatie uitgevoerd moet worden, zonder dat de wijze van uitvoeren van tevoren is vastgelegd, maar waarbij gebruikgemaakt moet worden van principes en strategieën.
Bijvoorbeeld leerdoel 9 een begeleidingsplan ontwerpen voor medewerkers die wegens ernstige financiële problemen in de privésfeer disfunctioneren (cognitief - productief).
of
Bovengenoemd begeleidingsplan kunnen uitvoeren in overleg en in samenwerking met de betrokkenen (interactief - productief).
De grote voordelen van de hier beschreven indeling in vaardigheidsdoelen zijn onder andere:
- de ontwikkelaar wordt gedwongen om de resultaten van de taakanalyse te bewerken tot leerdoelen op een niveau dat voor de taakuitoefening het meest geschikt is;
- de ontwikkelaar wordt minder in verleiding gebracht om grote hoeveelheden minitieus geformuleerde kennisdoelen te produceren;
- de vaardigheidsdoelen dwingen de ontwikkelaar om onderwijsleersituaties te ontwerpen waarin vooral geoefend wordt:
- bij reproductieve vaardigheden zullen dit oefeningen zijn in het handelen volgens van tevoren vastgelegde procedures: bijvoorbeeld simulatietrainingen om (aanstaande) luchtverkeersleiders te leren om landingsprocedures toe te passen;
- bij productieve vaardigheden zullen dit oefeningen zijn waarbij nieuwe probleemsituaties opgelost moeten worden, met behulp van bekende principes en strategieën: bijvoorbeeld het oplossen van een storing in de elektronicabesturing van de antiblokkeerinrichting;
- de vaardigheidsdoelen dwingen de ontwikkelaar tot het ontwerpen van toetsen en productevaluatie-instrumenten waarbij de cursist de verworven vaardigheid tentoon moet spreiden;
-door de introductie van interactieve vaardigheden is het eerder beschreven probleem van de sociale doelen opgelost.
Bron: Opleidingskunde - een bedrijfsgerichte benadering van leerprocessen, Joseph Kessels & Cora Smit

Craig Gygi, Neil DeCarlo en Bruce Williams beschrijven in hun boek Six Sigma voor Dummies het Six Sigma-concept van de Critical To-requirements:

Wat is kritiek voor de klant? Kijk naar de CT-boom
In Six Sigma zoek je altijd naar de oorzaken. Je wilt weten wat de reden voor iets is, wat de uitkomst veroorzaakt: de wilt "de kritieke X'en" vinden. Wanneer je een proces optimaliseert, moet je begrijpen wat belangrijk is voor de succesvolle uitkomst van elke stap, zodat je je kunt richten op het optimaliseren van de juiste dingen. Dat is waar een CT-boom voor dient.
CT staat voor 'critical to...' (kritiek voor). Kritiek voor wat denk je misschien? Het antwoord is eenvoudig: kritiek voor alles wat er toe doet. Afhankelijk van wat je analyseert en optimaliseert, kan dit alles zijn van de klanttevredenheid en de kwaliteit en betrouwbaarheid van het product tot de cyclustijd van de fabricage of de kosten van de geleverde producten of diensten.
De Six Sigma-beoefenaar noemt het doornee-CT-geval meestal 'CTX'en', verwijzend naar de vele variabelen die de gewenste uitkomst beïnvloeden. Maar procesoptimalisatie kent specifieke gevallen en de CT-boom is een tool die je helpt bij het aanwijzen en kenmerken van de invloeden op specifieke uitkomsten.
In de meeste CT-bomen staat klanttevredenheid ... bovenaan en de rest is daaraan ondergeschikt. ... We hebben alles gezien van CTQ (quality; kwaliteit) tot CTD (delivery; levering) en zelfs CTC (cost; kosten). Het hangt allemaal af van je toepassing.
Bij het maken van een CT-boom definieer je eerst je specifieke toepassingsgebied, bijvoorbeeld klanttevredenheid (CTS). Dit is je stam. Vervolgens definieer je de takken per categorie, van de belangrijkste bijdragers aan klanttevredenheid. ... Dit zijn je ondergeschikte CTX'en. Als laatste definieer je de bladeren: de oorzaken of invloeden op de categorieën van klanttevredenheid. Grafisch zie je eerst het hoofdknooppunt van de boom, met daaronder/-naast de takknooppunten voor de CT-boom. Vervolgens zie je de bladknooppunten voor elke tak benoemd en gedefinieerd.
Bron: Six Sigma voor Dummies, Craig Gygi, Neil DeCarlo en Bruce Williams