• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Informatiemanagement
Informatiemanagement
'Functioneel applicatiebeheer' bestaat niet
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

martijn buurman

Martijn Buurman stelt in een artikel in Computable dat de term 'Functioneel applicatiebeheerder' feitelijk niet klopt. Hij baseert deze mening op de definities van functioneel beheer en applicatiebeheer (uit het boek 'Functioneel Beheer' van Kees Ruigrok en Ernst Bosschers)

Functioneel beheer is verantwoordelijk voor het tegen aanvaardbare kosten en kwaliteit in stand houden van de gewenste informatievoorziening ten behoeve van de gebruikersorganisatie tijdens de gehele levenscyclus van informatiesystemen.

Applicatiebeheer is verantwoordelijk voor het tegen overeengekomen kosten en kwaliteit in stand houden en onderhouden van de bedrijfsapplicaties en de bijbehorende gegevensverzamelingen tijdens de gehele levenscyclus van de informatiesystemen.

Buurman stelt dat het wezenlijke verschil tussen de applicatiebeheerder en functioneel beheerder is dat de applicatiebeheerder zich niet bezig moet houden met de inhoud van de gegevensverzamelingen, zolang ze maar beschikbaar zijn voor de business. De functioneel beheerder daarentegen heeft juist als doel middels bepaalde functionaliteiten de juiste informatie aan te bieden aan de business. Dit leidt tot de conclusies dat deze 'twee doelstellingen niet op één plek of bij één persoon neergelegd kunnen en mogen worden'. Buurman illustreert dit treffend met metafoor van een bakker die zou bepalen wat je op je brood smeert.

De kern van het betoog van Buurman is dat functioneel beheer en applicatiebeheer verschillen in qua verantwoordelijkheid en dus gescheiden moeten worden. In de reacties wordt dit afgedaan als (te) theoretisch.

In één reactie wordt gewezen op het feit dat NGI wél (in "Functies in de Informatica") de functie "Functioneel applicatiebeheerder" onderkent, waarbij deze als volgt wordt gedefinieerd: "De Functioneel Applicatiebeheerder is primair ervoor verantwoordelijk dat functionaliteit van een applicatie aan de eisen en wensen van de gebruikers blijft voldoen en dat deze functionaliteit consistent blijft. De Functioneel Applicatiebeheerder werkt nauw samen met de Gebruiksbeheerder die primair voorstellen voor wijzigingen opstelt. Functioneel Applicatiebeheerder stuurt de realisatie van wijzigingen aan en implementeert in overleg met de gebruikers de nieuwe versie van het systeem. Soms is de Functioneel Applicatiebeheerder ook een vraagbaak van gebruikers en lost (in de 2e-lijn: incidenten en structurele) problemen op. Deze functie komt in vele organisaties voor. ..."

Een andere reactie ondersteunt de stelling van Buurman door te wijzen op het feit dat binnen het IT-beheer van informatiesystemen drie verschillende niveaus:
- Technische infrastructuur (ITIL)
- Applicatie niveau, Technisch; ook wel applicatiebeheer genoemd (ASL)
- Applicatie niveau, Functioneel; ook wel functioneel beheer genoemd (BiSL)
De eerste twee niveaus maken deel uit van de IT-beheerorganisatie, terwijl functioneel beheer deel uitmaakt van de gebruikersorganisatie (of op zijn minst deze vertegenwoordigt!).

Het feit dat dergelijke discussies nog levend gevoerd kunnen en moeten worden, verraadt mi vooral de onvolwassenheid van beide vakgebieden.

Bron: http://www.computable.nl/artikel/ict_topics/beheer/3724412/1277800/functioneel-applicatiebeheerder-bestaat-niet.html

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:05  
Service management lemniscaat van Thiadens
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

lemniscaat it-service management Thiadens

De essentie van het (IT) Service management lemniscaat van Thiadens is dat er sprake is van een fasering, waarbij eerst de behoefte aan ICT-dienstverlening moet worden bepaald, vervolgens hierover afspraken worden gemaakt (service level management). Zodra afspraken over de te leveren dienstverlening zijn gemaakt, verleent de leverancier haar diensten (service proces management). De geleverde dienstverlening wordt gecontroleerd en geëvalueerd tegen de gemaakte afspraken.

In de eerste fase worden op basis van de wensen van de klant afspraken gemaakt over de gewenste en noodzakelijke ICT-diensten. Deze afspraken worden tijdens onderhandelingen tussen klant en dienstverlener gespecificeerd en vastgelegd in een overeenkomst, de zgn. service level agreements. Hierdoor weet de klant wat hij kan verwachten en weet de dienstverlener waaraan hij moet voldoen.

De tweede fase richt zich op de inrichting van de dienstverlening. Nadat afspraken over de dienstverlening zijn gemaakt, zal de leverancier de afspraken zodanig naar activiteiten moeten vertalen dat deze kunnen worden nagekomen.

In de derde fase wordt gecontroleerd of gemaakte afspraken in de praktijk ook gerealiseerd worden, door het verrichten van metingen. Deze metingen vormen enerzijds de basis voor het aan de klant rapporteren over de realisatie van gemaakte afspraken, maar geven aan de andere kant de leverancier ook een basis om de eigen processen te beheersen.

De laatste fase zorgt voor het 'sluiten' van de dienstverlening. Nadat in de eerdere fasen afspraken zijn gemaakt, processen zijn ingericht en worden uitgevoerd en continu gemeten wordt of aan gemaakte afspraken wordt voldaan, wordt in deze fase de afgesproken dienstverlening beoordeeld en geëvalueerd. Basis hiervoor wordt gevormd door een rapportage over werkelijk geleverde dienstverlening; deze wordt vergeleken met de gemaakte afspraken in het SLA. Indien nodig zullen op basis van deze evaluatie de afspraken worden bijgesteld.

Bron: http://www.servicemanagement-lemniscaat.org/SML/Fase2.php

Zie ook: Service management lemniscaat van Thiadens

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:09  
Configuratiemanagement
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Configuratiemanagement

Configuratiemanagement is het proces voor het registreren en bijhouden van informatie over het gebruik van de versies van IT-componenten. IT-componenten zijn continu aan verandering onderhevig. Configuratiemanagement is verantwoordelijk voor de uitgifte en intake van IT-componenten gedurende hun levenscyclus. Configuratiemanagement fungeert hierbij als een soort poortwachter (gatekeeper) en moet voorkomen dat een component ongeautoriseerd kan worden aangepast.

Tags:
Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:07  
Alignment in de Middeleeuwen
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Alignment in de Middeleeuwen

Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 12:56  
Applicatiebeheer (ASL) volgens Machteld Meijer (e.a)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

asl asl2 applicatiebeheer machteld meijer

ASL (Application Services Library) is een publieke standaard voor applicatiemanagement. ASL geeft invulling aan processen en activiteiten die noodzakelijk zijn om applicaties goed te kunnen beheren en onderhouden, niet alleen vandaag maar ook overmorgen. ASL is een samenhangend framework met aandacht voor zowel uitvoerende, sturende en richtinggevende processen als hun onderlinge samenhang. In 2009 is een nieuwe versie van ASL verschenen: ASL 2.

In het artikel ASL en CobiT, een mapping van twee frameworks geven Machteld Meijer (e.a) een beknopte samenvatting van de zes procesclusters van het ASL-framework:

  1. Beheer: processen van dit cluster zorgen ervoor dat de huidige applicaties applicatiemanagement optimaal het bedrijfsproces ondersteunen met een minimum aan middelen en verstoringen in de operatie.

  2. Onderhoud en vernieuwing: processen van dit cluster zorgen ervoor dat de applicaties worden aangepast aan veranderende wensen en eisen.

  3. Verbindende processen: processen die zorgen voor een goede overdracht van applicaties tussen onderhoud/vernieuwing en de beheeromgeving en ze zorgen er ook voor dat wijzigingen in de applicaties gecontroleerd uitgevoerd worden.

  4. Sturende processen: processen die zorgen voor de integrale sturing van beheer en onderhoud en zorgen ervoor dat de activiteiten conform doelstellingen, afspraken en de gekozen strategie worden uitgevoerd.

  5. Organization cycle management: processen in dit cluster bepalen hoe de toekomstige dienstverlening van de serviceorganisatie eruitziet en zorgen voor het opstellen van het daaruit volgende beleid en maatregelen voor de organisatie.

  6. Applications cycle management: processen in dit cluster bepalen de lange termijnstrategie voor de verschillende applicaties op basis van de informatievoorziening van de klantorganisaties.

De toepassingsgebieden voor ASL (applicatiemanagement), maar ook BiSL (business informatie management) zijn gebaseerd op de driedeling van beheer van Looijen (functioneel beheer, applicatiebeheer en technisch beheer). Het onderscheid tussen klant en leverancier en het belang hiervan is een uitgangspunt voor deze beide modellen.

Machteld Meijer maakte ook een compacte samenvatting van alle ASL-processen

Bron: ASL en CobiT, een mapping van twee frameworks, Machteld Meijer (e.a)

 



Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:31  
Strategic Alignment Model Enhanced (SAME)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Strategic Alignment Model Enhanced (SAME)

Om het gebruik van informatie binnen een organisatie effectief en efficiënt te ondersteunen, dienen vele aspecten in beschouwing te worden genomen. Het  SAME model richt zich op twee dimensies: de informatie - en de organisatie dimensie, hetgeen leidt tot een 3 bij 3 model voor het beheer van business informatie en informatie technologie, bestaande uit negen vlakken.

Het Strategic Alignment Model Enhanced (SAME) is afgeleid van het Strategic Alignment Model van Henderson & Venkatraman (1993) en sluit nauw aan bij het zgn. negenvlaksmodel van Maes. SAME biedt een overkoepelend framework om de relaties tussen de deelterreinen van IT-management weer te geven.

Het negenvlaksmodel heeft drie kolommen en drie lagen. De kolommen staan voor de scheiding van verantwoordelijkheden:

(1) Business: domein waarbinnen primaire taken worden uitgevoerd, onder andere met behulp van informatievoorziening; de informatiebehoefte wordt bepaald vanuit de bedrijsprocessen.

(2) Functioneel beheer (informatiemanagement): domein dat verantwordelijk is voor het vertalen van informatiebehoefte naar specificatie van de informatievoorziening en het vervolgens aansturen van de realisatie daarvan (opdrachtgeverschap, demand).

(3) IT-beheer: domein dat verantwoordelijk is voor de realisatie van specificaties tegen overeengekomen afspraken (levering, supply).

De combinatie van drie kolommen en drie lagen leidt tot negen vlakken. Deze vlakken beschrijven géén organisatiestructuren, maar uitsluitend verantwoordelijkheidsdomeinen. De business delegeert de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van informatievoorziening naar het (verantwoordelijkheids)domein 'Informatie', ook wel aangeduid met de term 'functioneel beheer'.

Het beschikbaar krijgen en toepassen van de gewenste informatievoorziening blijft de verantwoordelijkheid van de business, maar de levering van de gewenste informatievoorziening is gedelegeerd naar functioneel beheer. Het beschikbaar krijgen van IT-diensten blijft de verantwoordelijkheid van functioneel beheer, maar functioneel beheer delegeert op haar beurt de levering ervan naar IT-beheer. Het op deze wijze delegeren van verantwoordelijkheden impliceert dat de business functioneel beheer aanstuurt, terwijl op haar beurt functioneel beheer IT-beheer aanstuurt.

Binnen SAME worden drie lagen onderkend: strategie, tactiek en operatie. De gelaagheid staat voor het onderscheiden van verschillende doelen die bereikt moeten worden. De drie lagen worden ook wel richten, inrichten en verrichten genoemd. Op de strategische laag worden de langetermijndoelen bepaald, die richtinggevend zijn voor de bedrijfsactiviteiten. Op de tactische laag worden deze doelen vertaald naar concrete doelen (ingericht), die een middellange termijn hebben. Op de operationele laag worden deze doelen concreet gerealiseerd, in het hier en nu.

Bron: De ISM-methode, Wim Hoving en Jan van Bon

Laatst aangepast op zaterdag, 06 januari 2018 07:57  
Beheermodel van Looijen
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Beheermodel Maarten Looijen

Maarten Looijen verkondigd vanaf 1986 zijn bekende driedeling van beheer. In 1992 publiceert hij in samenwerking met Guus Delen het boek "Beheer van informatievoorziening". Het doel van het beheermodel is een efficiënt en effectief managementsysteem te bieden voor het beheer van informatiesystemen. De essentie ervan is dat voor wat betreft IT-beheer drie deelgebieden worden onderkend: functioneel, technisch en applicatiebeheer. De reden hiervoor is: "Binnen het beheer treft men clusters aan van taakgebieden, die wat betreft inhoud, verantwoordelijkheid, kennis en hulpmiddelen principieel van elkaar verschillen."

Functioneel beheer is de beheervorm die alle beheertaken omvat die nodig zijn in het kader van het gebruik van informatiesystemen. Aangezien gebruik zich richt op de functionaliteit, zoals het invoeren, manipuleren, verkrijgen, transporteren en opslaan van gegevens, wordt gesproken van functioneel beheer.

Applicatiebeheer betreft het ontwikkelen en onderhouden van applicaties. In de woorden van Delen en Looijen: "Er kunnen zich tal van situaties voordoen waardoor wijzigingen in de oorspronkelijke applicatieprogrammatuur of gegevensbankstructuren moeten worden aangebracht. (...) Telkens wanneer zich zo'n situatie voordoet, wordt applicatie-onderhoud uitgevoerd. Ook echter wanneer er geen directe aanleiding is om applicatie-onderhoud uit te voeren, is het vanwege de continuïteit toch noodzakelijk om een volledige beheervorm rondom dit uitvoerende taakgebied applicatie-onderhoud in stand te houden, inclusief management en staftaken." Applicatiebeheer is als beheervorm als het ware over het taakgebied applicate-onderhoud heen gebouwd. Het is voor applicatiebeheer van essentieel belang te onderkennen dat een eenmaal ontwikkeld informatiesysteem niet vanzelfsprekend ook het instrumentarium oplevert om het wijzigingsproces gemakkelijk te ondersteunen (bijv. documentatie). Daar komt nog bij, dat anderen dan de oorspronkelijke ontwikkelaars betrokken kunnen zijn bij het uitvoeren van wijzigingen. Daarom is het belangrijk om voorwaarden te hanteren waaraan een applicatie moet voldoen, zodat zij 'gemakkelijk' onderhouden kan worden.

Technisch beheer omvat als beheervorm alle taken die nodig zijn voor het installeren, accepteren en operationeel maken en houden van informatiesystemen en technische infrastructuren. Onder technisch beheer valt ook het optimaliseren van de verwerkingsprocessen en het aanbrengen van wijzigingen in de technische infrastructuur als gevolg van fouten, uitbreiding of vervanging. Het technische beheer is met name gericht op het technische platform, bestaande uit apparatuur met bijbehorende basisprogrammatuur, en de operationalisering van de hierop gebouwde informatiesystemen.

De driedeling legt ook de basis voor de functiescheiding tussen vraag (demand) en aanbod (supply), één van de meest elementaire governance-principes.

Het belang van het werk van Looijen is het benadrukken van de rol van beheer en exploitatie naast de - tot dan toe overheersende - aandacht voor het ontwikkelen en installeren van informatiesystemen. Met de beschrijving van de beheervormen functioneel, applicatie- en technisch beheer en de daarbij behorende taakgebieden legde hij een degelijke basis voor het structureren van het vakgebied.

Aan het eind van de jaren negentig werd het gemeengoed applicatiebeheer en technisch beheer te zien als twee vakgebieden binnen één overkoepelend domein: IT-beheer. IT-servicemanagement (ITSM) is een aanvullend vakgebied voor het managen van de dienstverlening. Binnen het IT-beheerdomein dienen applicatiebeheer en technisch beheer optimaal met elkaar samen te werken. Hét verschil tussen applicatiebeheer en technisch beheer zit in het object van beheer (applicaties vs. overige infrastructuur). Omdat het gaat om verschillende beheerobjecten is het onderscheid aan de ene kant zinvol, maar aan de andere kant ook gevaarlijk: door het aanbrengen van een sterke scheiding wordt juist de samenwerking lastig(er).

Zie ook: Beheermodel Looijen (vereenvoudigde versie)


Bron: De ISM-methode, Wim Hoving & Jan van Bon, Beheer van informatievoorziening, Guus Delen en Maarten Looijen (1992)

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:07  
Levenscyclus van een informatiesysteem (1)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Levenscyclus van een informatiesysteem volgens Machteld Meijer:

Levenscyclus informatiesysteem

 

Een manier om naar de levenscyclus van een geautomatiseerd systeem te kijken is door de levenscyclus primair te zien als een kostencyclus. Het kost immers bakken met geld om systemen operationeel te krijgen (initiële ontwikkelkosten), operationeel te hebben (exploitatiekosten) en operationeel te houden (onderhoudskosten) en om uiteindelijk levensverlengend onderhoud toe te passen dan wel systemen definitief uit te faseren.

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:32  
Integrated Service Management (ISM)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

ISM Logo

Integrated Service Management (ISM) is een methode voor het organiseren van de dienstverlening van de IT-organisatie. ISM bestaat uit een procesmodel, een integratie met een set van tools, een serie templates, een organisatiebeschrijving, een standaard definitiestelsel, en een implementatie-aanpak.

Het procesmodel van ISM beschrijft in slechts zes elementaire processen de werkzaamheden op tactisch en operationeel niveau, in een volledig geïntegreerd model. Deze zes processen, die op uniforme en zuivere wijze tot op activiteitenniveau zijn uitgewerkt, sluiten aan op de bekende ITIL-processen. Het ISM-procesmodel bestaat uit de volgende zes processen:

  1. Service Level Management (SLM)

  2. Change Management (CHM)

  3. Operations Management (OM)

  4. Incident Management (IM)

  5. Configuration Management (COM)

  6. Quality Management (QM)

In de woorden van de makers:

"ISM is afgeleid van ITIL en ASL maar onderscheidt  zich door structuur, eenvoud en toepasbaarheid,  en met name omdat ISM geen referentiemodel is maar een toepassingsmodel. De ISM-methode levert, integreert en ontsluit de middelen die de IT-beheerder nodig heeft voor de inrichting en besturing van de beheerorganisatie. Met ISM kan de beheerorganisatie snel en efficiënt bepalen en vastleggen wat er moet gebeuren, wanneer en door wie, en met behulp van welke middelen. (...) Het ISM-procesmodel Een IT-beheerorganisatie kent maar een beperkt aantal processen. Deze zijn voor alle organisaties gelijk. Het ISM-procesmodel beschrijft in slechts zes processen, afgeleid van ITIL, alle werkzaamheden op tactisch en operationeel niveau. Door deze compacte, herkenbare vorm is ISM eenvoudig overal toe te passen."

Bron: http://www.ismportal.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tags:
Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:05  
Negenvlaksmodel (Maes)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Negenvlaksmodel

Een model dat vaak wordt gebruikt voor 'oplossen' het vraagstuk van het vinden van een goede afstemming tussen business en ICT is het negenvlaksmodel van Maes (officieel het Amsterdams Informatiemanagement Model, AIM).

Bij een juiste toepassing kan het model als kapstok worden gebruikt om de wezenlijke vraagstukken rond informeren en communiceren in een organisatiecontext te adresseren. Het behandelt de vraagstukken, dilemma's en diverse rollen rondom dit vraagstuk in samenhang. Het model is echter niet bedoeld om als een kookboek een recept aan te reiken om de afstemmingsproblematiek op te lossen. En dat is nu juist wat er veelal wel mee wordt geprobeerd. In het extreme geval worden er zelfs pijlen tussen de vlakken van het negenvlak toegevoegd (om te komen tot een procesbeschrijving) of claimt men op andere manieren een normatieve uitwerking van het model.

Hoewel het gebruik van het negenvlak de organisatie kan helpen grip te krijgen op de complexe werkelijkheid, kan het model niet worden gezien als de haarlemmerolie die voor alle problemen een oplossing biedt. Het negenvlaksmodel is een raamwerk voor integratie, waarmee het management op een samenhangende en afgewogen wijze en op strategisch, structurerend en uitvoerend niveau een relatie kan leggen tussen informatie- en communicatieprocessen die de bedrijfsprocessen ondersteunen en de daarbij behorende technologie.

Het negenvlaksmodel is een variant op het model van Henderson en Venkatraman (1993). Binnen dit model draait het om een kwadrant dat ontstaat op basis van twee criteria: intern/extern, of business/IT. De variatie is dat op organisatorisch niveau (intern/extern) het tactisch niveau wordt ingevoegd en dat 'IT' wordt gesplits in een 'Demand' en 'Supply' deel.

Het negenvlaksmodel heeft drie kolommen en drie lagen. De kolommen staan voor scheiding van verantwoordelijkheden:

(1) Business

  • Uitvoeren primaire taken (onder andere met behulp van de beschikbaar gestelde informatievoorziening)
  • Aansturen Functioneel beheer (informatie-kolom)

In de business-kolom staan de bedrijfsprocessen van de organisatie centraal. Deze bedrijfsprocessen bepalen de informatiebehoefte (lees: benodigde informatievoorziening) die vervolgens door de andere kolomen moet worden gerealiseerd. Het beschikbaar krijgen en toepassen van de gewenste informatievoorziening blijft een verantwoordelijkheid van de business, maar de business-kolom delegeert het beschikbaarstellen van de informatievoorziening naar het verantwoordelijkheidsdomein ‘Informatie’, dat wordt aangeduid met term Functioneel beheer (in brede betekenis: informatiemanagement + operationeel functioneel beheer).

(2) Informatie (IV)

  • Leveren informatievoorziening aan de business
  • Aansturen IT-beheer

De informatie-kolom (Functioneel beheer) moet zorgen voor het vertalen van de informatiebehoefte uit de business-kolom naar specificaties van de informatievoorziening, alsmede de aansturing van de realisatie daarvan (specificeren/besturen). Functioneel beheer is dus verantwoordelijk voor het leveren van de gewenste informatievoorziening aan de business, maar delegeert de levering ervan naar de kolom IT-kolom (IT-beheer).

(3) Technologie (IT)

  • Leveren IT-service via functioneel beheer aan de business

Binnen de IT-kolom zorgt IT-beheer voor de realisatie van de specificaties, tegen overeengekomen afspraken (levering, supply).  IT-beheer is verantworodelijk voor het realiseren van de gewenste (business), gespecificeerde (Functioneel beheer) informatievoorziening.


De lagen ondersteunen het besturingsmodel volgens de klassieke managementstructuur:
-    strategie (richten)
-    tactiek (inrichten)
-    operatie (verrichten)

Het gebruik van de lagen strategie, tactiek en operatie creëert een bruikbaar onderscheid tussen de verschillende doelen die bereikt moeten worden. Met het managementmodel kunnen de verschillende termijndoelen op effectieve wijze worden bestuurd. Op de strategische laag worden de (richtinggevende) langetermijndoelen bepaald. Op de tactische laag worden deze doelen vertaald naar concrete doelen (ingericht), die een middellange termijn hebben. Op de operationele laag worden deze tactische doelen concreet gerealiseerd (verricht), in het hier en nu.

Bron: De dynamiek van organisatieverandering en de impact op informatiemanagement, Informatie juli/augustus 2010, De ISM-methode (2010), Wim Hoving, Jan van Bon
Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:07  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

The universe is change; our life is what our thoughts make it.

 Marcus Aurelius

Banner
Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 185 gasten online
Artikelen

no best only better akio toyoda

Banner

Elke dag je hoofd en inbox leeg, Taco Oosterkamp

Elke dag je hoofd en inbox leeg
Hoe je snel en efficiënt je e-mail verwerkt in Microsoft Outlook
Taco Oosterkamp

Bij Managementboek.nl | Bol.com

Lean boekentips

Banner