
André Wierdsma en Joop Swieringa maken onderscheid tussen twee organisatieperspectieven: (a) de belerende organisatie, en (b) de lerende organisatie.
"De belerende organisatie is synoniem met de klassieke bureaucratie. (...) De verregaande taakdifferentiatie reduceert de mogelijkheden voor samenwerking en dus voor leren via interactie tot vrijwel nul. Alle aandacht is gericht op het voorkomen van problemen en dus van leren. De sterke nadruk op rationeel handelen ontneemt velen de durf om te leren. Er ontstaat een grote discrepantie tussen wat men zegt (de 'praattheorie') en wat men doet (de 'doe-theorie'). Gaat er iets fout, dan ligt de schuld al snel bij een ander. Iedereen is slechts partieel verantwoordelijk voor het aanpakken van een probleem. Tussen beslissers, denkers en doeners bestaan vooral machtsrelaties. De stijl van de communicatie op alle niveaus is 'hiërarchisch' en 'ongelijkwaardig'. Mensen zien zichzelf als radertjes in een systeem en gaan zich steeds meer als een radertje gedragen. Een reïficatie. Wat ontbreekt is de klant als motor voor vernieuwing."
"Lerende organisaties zijn organisatie met een groot leervermogen. Zij zijn bekwaam en weten dat te blijven. Zij zijn in staat tot metaleren: leren te leren. Kernbegrip hierbij is 'ontwikkeling', jezelf aanpassen en tegelijkertijd jezelf blijven. Dit vereist het vermogen collectief te leren op het niveau van principes... De belangrijkste kennis die men nodig heeft om te leren leren is zelfkennis."
| Belerend organisatieperspectief |
Lerend organisatieperspectief |
| Positie in piramide |
Toegevoegde waarde in keten van transacties |
| Stabiliteit |
Verandering |
| Denken boven doen |
Handelen en reflecteren |
| Waarheid |
Tijdelijk werkbare overeenstemmingen |
| Modellen van de werkelijkheid |
Modellen voor de werkelijkheid |
| Ontwerp van de organisatie |
Proces van organiseren |
| Hiërarchie |
Netwerk |
| Voegen naar het bestaande |
Creëren van mogelijkheden |
| Reduceren van variëteit |
Hanteren van variëteit |
| Voorkomen van fouten |
Leren van handelen |
| Inhoudelijke kennis |
Procesinzicht |
| Aansturen |
Zelfsturing |
| Grens als afgrenzing |
Grens als ruimte voor ontmoeting |
| Kwaliteit in elementen |
Kwaliteit in relaties |
| Gelijkheid |
Verschil |
| Regels |
Afspraken/spelregels |
Bron: Lerend organiseren en veranderen, André Wierdsma en Joop Swieringa


Tabellen
Er zijn twee belangrijke mogelijkheden om gegevens te presenteren, namelijk tabellen en grafieken. ...
Door middel van een tabel kan men gegevens op een overzichtelijke wijze presenteren. Een tabel bestaat uit kolommen en regels. De doorsnijding van een kolom met een regel noemt men een veld. Een veld is daarmee een plaats in de tabel waarop een getal kan worden geplaatst.
Voor het opstellen van een tabel gelden enkele voorschriften. Er moeten aanwezig zijn:
- Een opschrift: boven iedere tabel moet in het kort aangegeven worden wat erin vermeld is. Dit opschrift moet kort en bondig zijn.
- Kolomkoppen: boven de kolommen van een tabel moet uit een zeer korte aanduiding blijken wat in die kolommen is weergegeven.
- Een voorkolom: in de voorkolom moet omschreven staan wat in de regels van de tabel is af te lezen.
- Logische volgorde: indien het mogelijk is, moet men de kolommen en de regels in een logische volgorde opstellen.
- Nummering: bij gecompliceerde tabellen is het nuttig om kolommen en regels te nummeren, zodat in de tekst een gemakkelijke verwijzing kan worden gemaakt naar een bepaald gedeelte van de tabel.
- Totalen: indien de getallen uit de tabel dit zinvol maken, dient men een kolom en/of een regel op te nemen met de totalen.
- ...
- Bronvermelding: indien de gegevens van de tabel uit een externe bron voortkomen, is het geven van een bronvermelding een vereiste. Ook als de gegevens binnen het bedrijf verzameld zijn, kan een bronvermelding nuttig zijn.
Bron: