• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Topteams volgens Richard Chang
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

11 nummer number

Richard Chang beschrijft in zijn boek Topteams vormen, Richard Chang 11 bouwstenen voor een topteam:

topteams richard chang team

De bouwstenen voor een topteam

Een topteam is een team dat topprestaties levert en dat al zijn energie steekt in het bereiken van resultaten. het is een team met zelfvertrouwen; de leden weten waar hun kracht ligt en gebruiken die om hun doel te bereiken. De teamleden vertrouwen op elkaar voor hulp, feedback en motivatie. Zo'n dynamisch team pik je er zonder moeite uit.

Alle topteams hebben bepaalde fundamentele kenmerken gemeenschappelijk. Als u de volgende lijst leest, zult u zien waarin een topteam zich onderscheidt. U weet dan ook waar u naar moet streven als u bezig bent een team te vormen. U kunt de lijst ook gebruiken om de sterke en zwakke kanten van uw team te toetsen.

Een topteam....

  • weet precies wat zijn bestaansreden en doelen zijn
  • gaat creatief te werk
  • richt zich op resultaten
  • zorgt dat taken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn
  • is goed georganiseerd
  • is gebaseerd op individuele kracht
  • ondersteunt leiderschap en elkaar
  • lost onenigheid op
  • gaat open met elkaar om
  • neemt objectieve beslissingen
  • controleert het eigen functioneren

Bron: Topteams vormen, Richard Chang

Laatst aangepast op vrijdag, 19 juli 2019 13:28  
Functioneel beheer volgens Looijen (1992)
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

Functioneel beheer volgens Looijen

Het (drievoudig) beheermodel van Looijen is een klassieker en ligt feitelijk nog steeds aan de basis van alle moderne(re) varianten die binnen het beheer van de informatievoorziening worden onderscheiden. Dit artikel geeft inzicht in 'hoe het allemaal begon'.

Looijen definieerde in 1992 functioneel beheer als het dagelijks doen functioneren van de informatievoorziening, het begeleiden van gebruikers en het (doen) onderhouden van de functionele specificaties van de informatievoorziening.

Bij functiescheiding tussen beheer en gebruik wordt het functioneel beheer uitgevoerd door een aparte organisatie voor functioneel beheer, die is ingebed in de gebruikersorganisatie.

Functioneel beheer is als beheervorm weergegeven met een afbeelding gebaseerd op Mintzberg. Van boven naar beneden bevat het taakgebieden op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Aan de zijkanten staan de ondersteunende taakgebieden op tactisch niveau. Taakgebieden zijn opgesplitst in zgn. taakvelden, en van enkele taakvelden zijn ook de afzonderlijke taken benoemd (cursief).

Strategisch niveau

(1) Strategisch management (SM)

Tactisch niveau

(2) Tactisch management (TM)

(3) Technische ondersteuning (TO)

  • TO1 = Apparatuur- en basisprogrammatuurondersteuning
  • TO2 = Datacommunicatie-ondersteuning
  • TO3 = DBMS-ondersteuning
  • TO4 = Beheer (PC-) Toepassingspakketten
  • TO5 = Onderzoek
  • TO6 = Beheer

(4) Personeelsmanagement (PM)

(5) Algemene bedrijfsondersteuning (AB)

  • AB1 = Admininistratief beheer
  • AB2 = Kwaliteitsbewaking
  • AB3 = Capaciteitsplanning
  • AB4 = Operationele opdrachtenbeheersing
  • AB5 = Begroting
  • AB6 = Doorberekening
  • AB7 = Verwerving automatiseringsmiddelen

Operationele niveau

(6) Operationeel management (OM)

(7) Gebruiksbeheer (GB)

  • GBH = Gebruikersondersteuning
  • GBI = Functioneel systeembeheer
  • GBI1 = Bewaken van het gebruik
  • GBI2 = Beheren van applicatieparameters
  • GBI3 = Beheren van applicatiegegevens
  • GBI4 = Coördineren tussen gebruikers en onderhoudsorganisatie
  • GBI5 = Coördineren tussen gebruikers en verwerkingsorganisatie
  • GBG = Inhoudelijk beheer bedrijfsgegevens

(8) Functioneel Onderhoud (FO)

  • FOH = Onderhoud handmatige procedures
  • FOI = Functioneel onderhoud informatiesystemen
  • FOI1 = Onderhouden functionele specificaties
  • FOI2 = Valideren functionele specificaties
  • FOI3 = Onderhouden en uitvoeren acceptatietest
  • FOI4 = Beoordelen acceptatietest
  • FOG = Gegevensdefinitiebeheer

Bron: Beheer van informatievoorziening, Looijen (1992)

Laatst aangepast op vrijdag, 17 november 2017 22:06  
De PDCA-cyclus volgens Joyce Walstra
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

pdca-cyclus deming cycle

In het boek Operationeel management in de dienstverlening beschrijft Joyce Walstra (beknopt) de PDCA-cyclus als hulpmiddel om systematische te veranderen of verbeteren:

systematische veranderen verbetering verandering

Het is goed om de uitvoering van verbeteringsvoorstellen op systematische wijze aan te pakken. Een bekend planningsinstrument daarvoor is de PDCA-cyclus, zoals geïntroduceerd door de Amerikaanse-Japanse kwaliteitszorggoeroe Deming.

De P van plan begint met probleemherkenning, gevolgd door probleemanalyse. ... Op grond van de analyse wordt er tot bepaalde maatregelen besloten: de D van do. Ook al is de analyse nog zo goed geweest, de kans bestaat dat de maatregel niet geheel juist is. De C van check is dus onontbeerlijk. Iedere specifieke situatie vraagt om specifieke, technisch gefundeerde controlemethoden. Maar alle maatregelen hebben iets met elkaar gemeen: ze moeten leiden tot betere opbrengsten en lagere kosten. ... Het slot van de PDCA-cyclus is dat er besloten wordt om de verbetering structureel door te voeren. Na verloop van tijd komen andere, nieuwe fouten aan het licht of verandert de situatie, en dan kan de PDCA-cyclus opnieuw doorlopen worden.

Plan: probleemherkenning en probleemanalyse

Wanneer een operationeel proces niet bevredigend loopt, is de eerste stap naar verbetering de analyse wat er precies fout gaat, om daarna de oorzaken op te sporen. Op basis van deze analyse kunnen er vervolgens maatregelen worden genomen, zowel voor de oplossing van de directe problemen als voor de preventie van toekomstige moeilijkheden.

(...)

Voor de analyse van wat complexere problemen [kun je gebruik maken van een] visgraat- ofwel Ishikawa-diagram. Bij het maken van een visgraatdiagram gaan we ervan uit dat een ongewenst effect, een probleem, door een groot aantal oorzaken kan komen. ... Het is gebruikelijk de mogelijke oorzaken te groeperen volgens de vijf M's: Machinery, Manpower, Materials, Methods en Money. In een brainstormsessie worden mogelijke oorzaken van het probleem ingebracht en waar mogelijk gerubriceerd onder een van de vijf M's.

Bron: Operationeel management in de dienstverlening, Joyce Walstra

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 13 juli 2019 19:42  
Continu verbeteren volgens Rever
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

continu verbeteren rever

Bron: Why breakthrough innovation is overrated (and what you should do instead)



Laatst aangepast op maandag, 18 november 2019 06:35  
Applicatieportfoliomanagement volgens Henk Zwaan
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

applicatielevenscyclus

De applicatielevenscyclus schetst het verloop van het 'leven' van een applicatie. Bij grote organisaties geldt dat er in elk kwadrant wel applicaties te vinden zijn, waardoor er een spreiding ontstaat in de inspanningen en investeringen die noodzakelijk zijn in het totale applicatielandschap.Om de positie van een applicatie in het levenscyclusmodel te bepalen, is het nodig de functionele en technische waarde (kwaliteit) van de applicatie te onderzoeken. De aspecten die in een dergelijk onderzoek worden beoordeeld, refereren aan het IT-governanceraamwerk.

Volgens Zwaan onderschatten organisaties structureel het aantal aanwezig applicaties. Een ondoordachte, (te) uitgebreide applicatieportfolio brengt onnodig veel kosten met zich mee. Om goede beslissingen te nemen over een applicatie is inzicht in de waarde van de applicatie nodig. Hierbij maakt De Zwaan onderscheid tussen de functionele waarde en de technische waarde.

De functionele waarde van een applicatie wordt in hoofdzaak bepaald door:

  • De waarde voor de organisatie (business alignment)
  • De waarde voor de bedrijfsprocessen (portfolio management)
  • De kwaliteit van de applicaties (performance en risico's)

De technische waarde van een applicatie wordt in hoofdzaak bepaald door:

  • Het gebruik van standaarden (IT-principes en -architectuur)
  • De aanpasbaarheid (portfoliomanagement)
  • De onderhoudbaarheid (IT-services)

Het applicatieportfolio vertegenwoordigt niet alleen waarde (en kosten), maar brengt ook significante risico's met zich mee. Vaak komen de risico's pas naar voren als een applicatie hapert. Een extra reden dus om dit portfolio adequaat te managen.

Zwaan noemt zes kenmerken waaraan je kan herkennen dat een applicatieportfolio te groot is óf onvoldoende wordt gemanaged:

  • De kosten van beheer nemen jaarlijks toe
  • Een samenhangende visie op het gehele landschap ontbreekt
  • Er worden nauwelijks applicaties afgestoten
  • Een zorgvuldige planning op grond van de levenscyclus van applicaties ontbreekt
  • Migratie van applicaties vindt ongestructureerd of niet plaats
  • Beslissingen omtrent verbouw of nieuwbouw worden uitgesteld om dat ze niet goed onderbouwd zijn

Bij het beoordelen van projectvoorstellen wordt vaak gefocust op de projectkosten, de kosten om een nieuwe applicatie te bouwen en te implementeren. Er wordt uit het oog verloren dat de kosten van een applicatie voor meer dan 80% de beheer- en exploitatiefase betreffen. De ontwikkelkosten zijn dus slechts een fractie van de liftetime kosten van de applicatie. Dit heeft als risico dat beheer en exploitatie een steeds groter deel van het IT-budget opslokken en uiteindelijk geen ruimte voor innovatie overlaten.

Applicatieportfoliomanagement wordt dan ook steeds belangrijker. Het applicatieportfolio bevat de huidige en toekomstige softwareapplicaties die binnen de organisatie worden gebruikt. Applicatieportfoliomanagement gaat om het onderkennen van de waarde van applicaties - zowel vanuit business- als technologische oogpunt - en het onderkennen van de noodzakelijke wijzigingen in het applicatielandschap. Hierbij dient het overall-applicatieportfolio invulling te geven aan de voor de business benodigde functionaliteit en de perfomance-eisen. Zwaan definieert applicatieportfoliomanagement als: "het plannen, organiseren en controleren van alle informatiesystemen, zodanig dat er sprake is van een optimale samenhang tussen enerzijds de bedrijfsprocessen en informatiesystemen en anderzijds tussen de verscheidene informatiesystemen. Het omvat tevens de sturing van dit proces."

Zie ook:

Bron: Besluitvorming en IT-portfolio's, praktische oplossing voor de IT-governancepuzzel in Finance & Control, december 2007, Henk Zwaan,

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:32  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

I think intellect is a good thing unless it paralyzes your ability to make decisions because you see to much complexity. Presidents need to have what I would call a synthesizing intelligence.

Bill Clinton

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 303 gasten online
Artikelen

russell ackoff righter doing wrong things wronger

Banner
Banner

ruimte frank weijers bedoeling onzin

Ruimte
Stop met onzin, doe wat de bedoeling is
Frank Weijers

Bij Bol.com | Managementboek




Lean boekentips

Banner