• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Leren volgens Monique Boekaerts & P. Robert-Jan Simons
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

declaratieve kennis procedurele monique boekaerts

In hun boek Leren en instructie beschrijven Monique Boekaerts en P. Robert-Jan Simons hoe twee vormen van kennis nodig zijn voor het vergroten je iemands expertise: declaratieve en procedurele kennis:

declaratieve kennis procedurele kennis leren

Het verwerven van domein-specifieke kennis

Het verwerven van domein-specifieke kennis is verschillende voor declaratieve en procedurele kennis. Bij het verwerven van domein-specifieke declaratieve kennis spelen een tweetal leermechanismen een belangrijke rol: uitbreiden (elaboratie) en organisatie. Bij het verwerven van procedurele kennis is vooral feedback en oefening belangrijk.

Bij declaratieve kennis gaat het erom te weten dat iets zo is, gaat het om het verwerven van begrippen en feiten. Hierbij is de kernfactor het leggen van verbindingen met voorkennis. ... Dit uitbreiden of elaboreren kan op verschillende manieren in verschillende fasen van het leerproces gebeuren. ... Steeds meer onderzoekers komen tot de conclusie dat leren in essentie het veranderen, uitbreiden en aanvullen van voorkennis is. Een bekende manier van elaboreren is het bedenken van analogieën. De nieuwe leerstof lijkt op eerder geleerde stof of sluit aan bij ervaringen uit het dagelijks leven. Elektrische stroom, spanning en weerstand, lijkt bijvoorbeeld op waterstroom, waterkracht en fysieke weerstand. Een andere manier van elaboreren is het vormen van mentale voorstellingen. Een derde manier van elaboreren is het bedenken van eigen voorbeelden of het trekken van gevolgtrekkingen die impliciet in een tekst blijven (inferenties).

Een tweede belangrijk leerproces bij het leren van declaratieve kennis is het organiseren. Declaratieve kennis wordt altijd gekenmerkt door relaties en structuur. Ook dit relatienetwerk moeten leerlingen verwerven. Het best doen zij dit door een eigen structuur te ontdekken of op te leggen, bijvoorbeeld door een schema te maken of via een samenvatting of onderstrepen.

Bij het leren van procedurele kennis is er sprake van een proces van kennis-compilatie. ... Sinds Anderson (1983) wordt er van uitgegaan dat er bij het leren een geleidelijke overgang plaatsvindt van het 'weten dat' (declaratieve kennis) naar het 'weten hoe' of het kunnen (procedurele kennis). Deze overgang van feitelijke kennis naar conditie-actie (als ... dan) paren vindt plaats via een proces van automatisering, dat door Anderson opgevat wordt als een proces van kennis-compilatie.

Hij onderscheidt twee soorten compilatie:

- proceduralisatie: het bouwen van nieuwe als-dan producties uit declaratieve kennis
- compositie: het samenvoegen van enkelvoudige als-dan producties in meer complexe eenheden.

Hoe meer dit proces van kennis-compliatie is gelukt, hoe meer er sprake is van automatisering, vermindering van het beroep dat op het werkgeheugen wordt gedaan. Het proces van compilatie bestaat enerzijds (proceduralisatie) uit het vormen van patroon-herkenning, naar andere situaties (generalisatie). Anderzijds (compositie) bestaat het uit het samenvoegen van kleinere procedures in grotere gehelen en het verkorten van procedures.

We lichten deze vier processen toe aan de hand van het leren lezen. Bij het leren lezen van woorden als 'vis' leren leerlingen de letters steeds sneller te herkennen en van elkaar te onderscheiden (discriminatie). Ook leren zij deze letters in verschillende combinaties (in verschillende woorden dus) te herkennen en ze leren verschillende schrijfwijzen (generalisatie). Oorspronkeijk lezen zij de letters één voor één uitvoering en hardop 'V' 'I''S', waarna zij ze bij elkaar voegen tot 'VIS'. Pas daarna kunnen zij de betekenis van het woord aflezen uit hun geheugen. Deze procedure wordt vervolgens verkort bijvoorbeeld doordat een woord als vis nu in twee lettergroepen wordt gelezen. Dan leest de leerling dus 'VI'en 'S', dat is dus 'VIS'. Doordat nu patronen van lettercombinaties kunnen worden herkend, kan de procedure verkort worden uitgevoerd. Het samenvoegen van deelprocedures tot een geheel bestaat bijvoorbeeld uit het combineren van de laatste twee stappen in de procedure: tegelijk met de synthese van de letters tot een woord vindt bijvoorbeeld het aflezen van de betekenis plaats. Een ander voorbeeld van het samenvoegen van deelprocedures bestaat uit het combineren van de eerste twee deelstappen: de afzonderlijke letters worden direct samengenomen tot het gehele woord.

Voor kenniscompilatie zijn proceduralisatie (discriminatie en generalisatie) en compositie (verkorting en samenvoeging) dus de belangrijkste mechanismen. De belangrijkste leercondities voor deze oefening zijn oefening en feedback. Door de procedures vaak uit te oefenen (oefening) en van buiten af of van binnenuit terugkoppeling (feedback) te verkrijgen, vormen de procedures zich. Het gaat erom deze condities zodanig vorm te geven dat er niet te snel verkortingen en samenvoegingen optreden, dat er voldoende discriminiaties optreden en dat er gericht generalisaties worden ingebouwd. Het verwerven van procedurele kennis is geen korte termijn aangelegenheid. Het vergt jaren van training en feedback voordat men zo ver is dat men expert is geworden.

Bron: Leren en instructie, Monique Boekaerts & P. Robert-Jan Simons



Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 11 juni 2019 17:36  
IT-servicemanagement volgens ISM
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

IT-servicemanagement volgens ISM

Binnen ISM worden de vakgebieden IT-servicemanagement (ITSM), Functioneel beheer, Applicatiebeheer op bovenstaande wijze gemodelleerd.

ISM verstaat onder het begrip informatiemanagement, het  managen van informatie en informatiesystemen, gedurende de gehele levenscyclus. Informatiemanagement is dus feitelijk het managen van de informatievoorziening. De term informatiemanagement wordt in de praktijk nog wel eens gelijk gesteld met functioneel beheer, maar heeft dus binnen ISM bredere scope. Dit terwijl binnen BiSL juist de term 'Functioneel beheer' breed is gedefinieerd en zowel informatiemanagement als functioneel beheer omvat. In bovenstaande figuur is - om verwarring te voorkomen - de term 'Informatiemanagement' weggemodelleerd.

Functioneel beheer

Beheer gericht op het specificeren van de door de gebruikers benodigde functionaliteit, het aansturen van IT-beheer, en het ondersteunen van de gebruikers.

Informatievoorziening (IV)

Het geheel van bedrijfsmiddelen (binnen ISM vervat in 'People, Process en Product'), waarmee wordt voorzien in de informatiebehoefte van een organisatie. Binnen het negenvlaksmodel van Maes wordt de informatievoorziening opgedeeld in de domeinen Informatie en IT.

Het Informatie-domein (ook wel functioneel beheer-genoemd) gaat over het specificeren en aansturen. Het IT-beheerdomein richt zich op het leveren. Voor de term IT-beheer wordt IT-management gebruikt als synoniem. In het domein IT-beheer komen technisch beheer (managen van technische infrastructuur) en applicatiebeheer (managen van applicaties). De samenwerking en samenhang tussen beide disciplines wordt gemanaged door IT-servicemanagement (ITSM). Bij ITSM staat de output centraal die door deze samenwerkende disciplines wordt gerealiseerd, oftewel de IT-service.

Vanuit het perspectief van de eindgebruiker is het onderscheid tussen de beschikbaar gestelde (integrale) informatievoorziening en een IT-service. Dit verschil zit alleen in de extra ondersteuning die de gebruiker vanuit functioneel beheer krijgt bij het gebruik van de IT-service en in de niet-geautomatiseerde componenten die naast de IT kunnen worden ingezet.

IT-service

Een IT-service is de levering van functionerende functionaliteit. IT-services worden door IT-beheerorganisaties beschikbaar gesteld aan gebruikersorganisaties, ten behoeve van hun informatievoorziening. Met een IT-service is een gebruiker in staat geautomatiseerde gegevens te verwerken en te ontsluiten. Een IT-service is niet tastbaar of houdbaar, in tegenstelling tot producten die na productie nog steeds bestaan. Een IT-service wordt bepaald door haar functionaliteit en haar functioneren (gedrag).

IT-servicemanagement (ITSM)

ITSM is verantwoordelijk voor het managen van de IT-dienstverlening. ITSM houdt zich uitsluitend bezig met het managen van de IT-dienstverlening, niet met de technische uitvoering daarvan. De functie ITSM organiseert procesmatig de totstandkoming van de dienstverlening. De meer operationele uitvoering of realisatie van het beheer valt onder applicatiebeheer en/of technisch beheer. ITSM richt zich op het opstellen/bewaken van SLA’s, het bouwen en onderhouden van het informatiesysteem en de levering van IT-services (door Applicatiebeheer en Technisch beheer). Het leveren van IT-services wordt Service Deilivery genoemd. Een servicemanager is de rol of functie die vanuit de IT-beheerorganisatie verantwoordelijk is voor het managen van een service.

Binnen IT-servicemanagement staat het begrip 'IT-service' centraal. Een IT-service ontstaat door het realiseren (bouwen en beheren, oftewel het managen) van informatiesystemen. Anders gezegd: IT-services ontstaan door het management van informatiesystemen. De kwaliteit van de IT-service wordt bepaald door de kwaliteit van ITSM én de kwaliteit van het informatiesysteem.

De kern van de IT-service voor de klant is het begrip waarde. 'Waarde' kan worden opgedeeld in twee elementen: functionaliteit (bruikbaarheid; utility) en functioneren (zekerheid; warranty). Binnenl ITIL v3 wordt utility gedefinieerd als de functionaliteit die een specifiek doel dient (fitness for purpose) en staat warranty voor de aspecten van een dienst zoals beschikbaarheid, betrouwbaarheid etc. (fitness for use).

ISM hanteert de term IT-beheer voor het beheren (managen) van het verantwoordelijkheidsdomein IT. IT-beheer richt zich op het bouwen van informatiesystemen en het leveren van IT-services. IT-beheer vormt de Supply-organisatie die de IT-services aan de Demand-organisatie levert. De Demand-organisatie wordt in het negenvlaksmodel vertegenwoordigd door Functioneel Beheer, dat tussen de IT-beheerorganisatie en de Business zit.

Applicatiebeheer

Applicatiebeheer als functie betreft het organisatieonderdeel dat verantwoordelijk is voor het beheren van applicaties. Applicatiebeheer als activiteit kan worden gedefinieerd als dat deel van IT-management dat zich richt op het beheren van applicaties.  Onder de activiteiten van applicatiebeheer vallen het ontwikkelen, onderhoudeb, en het in stand houden van applicaties. Applicatiebeheer is een onderdeel van het IT-domein, en onderscheidt zich daarmee van functioneel beheer dat deel uit maakt het informatie-domein.

Technisch beheer

Deel van beheer dat zich richt op het ontwikkelen, onderhouden en in stand houden van de technische infrastructuur.

Bron: De ISM-methode (2010), Wim Hoving en Jan van Bon, http://www.ismportal.nl/nl/de-termen-beheer-en-management

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 07:32  
15 karakterstoornissen volgens Manfred Kets de Vries
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

persoonlijkheidstypen manfred kets de vries

In zijn boek Leiderschap ontraatseld geeft Manfred Kets de Vries een overzicht van een aantal veelgenoemde persoonlijkheidstypen met karakterstoornissen, die disfunctioneel gedrag veroorzaken:

  1. Narcistische persoonlijkheidstype: gevoel van grootsheid, een behoefte aan bewondering en een neiging anderen te exploiteren.

  2. Paranoïde persoonlijkheidstype: hyperbeweeglijk, wantrouwig, ongerust, maken zich zorgen over verborgen motieven, zijn verstandig en alert. Ze zijn voortdurend bezorgd dat iemand anders naar hen zal uithalen.

  3. Obsessief-compulsive persoonlijkheidstype: erg nauwgezet, is gepreoccupeerd met ordelijkheid, perfectionisme, controle en conformiteit. In het persoonlijke contact tonen ze respect, maar ze kunnen ook rigide en dogmatisch zijn.

  4. Theatraal persoonlijkheidstype: graag in gezelschap van anderen, ze gedragen zich theatraal, zoeken aandacht, tonen hun emoties buitensporig, kunnen zich niet lang concentreren, sluiten zich makkelijk aan bij anderen en zijn hartelijk. Ze kunnn egocentrisch zijn en zoeken graag seksuele toenadering.

  5. Afhankelijk persoonlijkheidstype: onderdanig, dociel, vleierig, ze cijferen zichzelf weg en zoeken steeds de goedkeuring van anderen. Ze hebben verlatingsangst, voelen zich hulpeloos als ze alleen zijn, willen graag gekoesterd worden en sluiten zich vaak aan bij organisaties met een patriarchaal leider.

  6. Depressief persoonlijkheidstype: buitensporig pessimistische levensvisie, lijden aan een gevoel van waardeloosheid, kleineren zichzelf en geven gewoonlijk blijk van een nogal vreugdeloze stemming.

  7. Schizotypisch persoonlijkheidstype: moeite met interpersoonlijke relaties. Ze komen bij anderen over als exentriek of eigenaardig (vanwege hun achterdocht, ongebruikelijke manier van denken, eigenaardige manier van spreken en weinig passende emoties). In sociale situaties voelen ze zich weinig op hun gemak.

  8. Borderline persoonlijkheidstype: impulsief en instabiel in hun affecten, ze dreigen regelmatig met zelfdoding of doen pogingen daartoe. Gewoonlijk voelen ze zich leeg of verveeld, hebben verlatingsangst en zijn onzeker over wie ze zijn. Ze neigen naar alleen zijn en vermijden nauwe banden (intieme relaties inbegrepen). Ze kennen maar weinig manieren om hun emoties uit te drukken en lijken onverschillig te zijn voor kritiek of lof, hoewel ze vaak boos zijn op weinig passende momenten.

  9. Ontwijkend persoonlijkheidstype: minder extreme variant van borderline persoonlijkheidstype. Ze willen wel een nauw contact met anderen hebben, maar doordat ze sociaal ietwat geremd zijn, vinden ze dat moeilijk. Ze lijden aan gevoelens van inadequaatheid, ze zijn erg timide en hypergevoelig voor negatieve waardering.

  10. Schizoïde persoonlijkheidstype: willen geen nauwgezet contact met anderen. Ze zijn gereserveerd, introvert en teruggetrokken. Ze vinden het moeilijk vriendschappen te sluiten, ze willen het liefst op een afstand of beperkt bij anderen betrokken zijn en lijken een aversie tegen sociale activiteiten te hebben.

  11. Antisociaal persoonlijkheidstype: laag frustratieniveau, in het algemeen nogal onbetrouwbaar, onverantwoordelijk en ongeloofwaardig. Ze wijzen autoriteit en regels graag af en sommigen vertonen crimineel gedrag.

  12. Sadistische persoonlijkheidstype: gedragen zich intimiderend en kwetsend. Ze zijn op macht gericht, koppig en strijdlustig, en kwetsend in contacten met anderen.

  13. Masochistisch persoonlijkheidstype: gedragen zich alsof ze altijd benadeeld worden. Ze cijferen zichzelf vaak weg en kleineren zichzelf. Hun gedrag naar anderen is respectvol en opofferend, wat onthult dat ze zichzelf niet veel waard vinden.

  14. Passief-agressief persoonlijkheidstype: vinden het moeilijk nee te zeggen, zelfs als ze nee bedoelen. Ze zeggen ja, en doen dan vervolgens niets. Door hun frusterende gedrag houden ze het gewoonlijk niet lang uit binnen organisaties.

  15. Cyclothyme persoonlijkheidstype: fluctuaties in hun stemmingen. De opwinding die door hun gedrag veroorzaakt wordt, kan heel aanstekelijk werken.

Bron: Leiderschap ontraatseld, Manfred Kets de Vries

Laatst aangepast op woensdag, 03 januari 2018 09:59  
Twee-woorden-therapie met Bob Newhart
Gepubliceerd in Losse flodders
E-mail Afdrukken

Laatst aangepast op woensdag, 27 december 2017 08:27  
Filosofie volgens Ambrose Bierce
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat quote

All are lunatics, but he who can analyze his delusion is called a philosopher.  

Ambrose Bierce

Laatst aangepast op zaterdag, 16 juli 2016 20:42  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Wie wil, zoekt een mogelijkheid. Wie niet wil, zoekt een reden.

Russisch gezegde

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 302 gasten online
Artikelen

blame process people willam edwards deming

Banner
Banner

echt onderschat jezelf ben tiggelaar

Echt, je onderschat jezelf
52 inspirerende inzichten voor werk en leven
Ben Tiggelaar

Bij Bol.com | Managementboek



Lean boekentips

Banner