• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Didactische werkvorm
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Didactische werkvorm

Definitie

Manier voor het organiseren van leerprocessen.

Alias: instructiestrategie, onderwijsstrategie, instructietechniek, onderwijstechniek, methodische werkwijze, onderwijsvorm, instructiemethode, leervorm, werkvorm, methode, methodiek, vormingsmiddel, onderwijsactiviteit

 

Zie ook:


interleaving afwisseling

Didactische werkvorm

Concrete acties van een instructieverantwoordelijke om leeractiviteiten bij lerenden uit te lokken (bijv. vragen stellen, doceren, een demonstratie geven, een discussie opzetten, een groepsopdracht geven, rollen toewijzen, een probleem voorleggen, etc.). Afhankelijk van een visie op leren en instructie zal een instructieverantwoordelijke andere typische didactische werkvormen selecteren en implementeren.

Bron: Onderwijskunde als ontwerpwetenschap - van leren naar instructie, Martin Valcke

interleaving afwisseling

Didactische werkvormen

Een didactische werkvorm is de manier waarop de leerkracht de onderwijsleersituatie vormgeeft.
Didactische werkvormen zijn in te delen in verschillende groepen, zoals:
  • Instructievormen
  • Interactievormen
  • Discussievormen
  • Opdrachtvormen
  • Samenwerkingsvormen
  • Schrijfopdrachten
  • Spelvormen
Voorbeelden van didactische werkvormen zijn: de vertelling, een interview, rollenspel of een brainstorm.
De didactische werkvorm moet aansluiten bij het lesonderwerp en rekening houden met de verschillen tussen de leerlingen. Bij het kiezen voor een didactische werkvorm is het van belang om te letten op de beginsituatie, de groeperingsvorm en de leeractiviteit.
Bij het kiezen voor een didactische werkvorm is het belangrijk dat de leerkracht zich afvraagt welke vorm in deze situatie het meest geschikt is. Een rijke leeromgeving waarin de leerlingen actief leren vraagt om andere werkvormen dan een les met geleide interacties. Het is de kunst om de juiste werkvorm bij de juiste lesstof te kiezen. Dat maakt lessen boeiend en effectief.


Bron: Didactische werkvormen, Arja Kerpel

interleaving afwisseling

Manier(en) om leerprocessen te organiseren. De oudste en meest traditionele didactische werkvormen zijn doceren (de leraar-docent doet zijn verhaal) en het onderwijsleergesprek (leraar-docent doet een verhaal, stelt af en toe vragen). Afhankelijk van het onderwerp en de doelen die aan een les verbonden zijn, kan de leraar-docent andere werkvormen hanteren, b.v. groepswerk, duowerk, coöperatief leren, begeleid zelfstandig leren enz.

Bron: https://www.encyclo.nl/lokaal/10652

interleaving afwisseling

Een didactische werkvorm is de vorm waarin je de leerstof aanbiedt en waarvan je verwacht dat die de deelnemers bij het behoogde leerdoel brengt.

(...)

Didactische werkvormen zijn manieren van de trainer om samen met de deelnemers een vooraf beoogd leerdoel te bereiken. Dit leerdoel kan betrekking hebben op het verwerven van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes door de deelnemers.

Met behulp van een didactische werkvorm breng je als trainer leerprocessen bij de deelnemers op gang die bijdragen aan het bereiken van het leerdoel.

Soorten werkvormen

Een veelgebruikte indeling in soorten didactische werkvormen is de volgende:

  • Instructievormen: met als kenmerk dat ze trainersgestuurd zijn waaronder doceren en instrueren.
  • Interactievormen: vormen waarbij deelnemers met elkaar of met de trainer in gesprek zijn zoals discussiëren en vragen stellen.
  • Samenwerkingsvormen: vorm waarbij het gaat om het werken in groepen.
  • Spelvormen: vorm waarbij 'ervaringsleren' wordt benadrukt, zoals rollenspel, clinic en simulatie.
  • Opdrachtsvormen: vormen waarbij deelnemers (individueel) aan een opdracht werken.

Bron: Het geheim van de trainer, Lianne Kaufman & Janneke H.A. Ploegmakers

interleaving afwisseling

Didactische werkvormen


Nadat de leerkracht heeft vastgesteld dat er een bepaalde kloof bestaat tussen het bestaande en het gewenste gedragsrepertorium van de leerling(en) met betrekking tot een bepaalde leerinhoud, rijst de vraag hoe het leerproces, gericht op het bereiken van een gegeven leerdoel, het best ondersteund kan worden door de leerkracht. Hij zal daartoe gebruik maken van bepaalde media en de leerlingen in de klas op een bepaalde manier groeperen en de verworvendheden evalueren tijdens en op het einde van het onderwijs- en leerproces.

De vraag met betrekking tot de didactische werkvormen is: "Welke gedragingen moet de leerkracht vertonen om het leerproces in verband met de geordende leerinhoud optimaal te laten verlopen, gegeven de doelstelling enerzijds en de beginsituatie anderzijds?" Met deze vraagstelling is het duidelijk dat het gaat om een intereactie tussen leerling en leerkracht en niet om een eenzijdig bepalen van het leerkrachtgedrag, los van de leerling.

In termen van communicatiewetenschappen kan men stellen dat er een zender is die een boodschap moet overbrengen naar één of meerdere ontvangers. De didactische werkvorm beantwoordt dan aan de vraag hoe die boodschap het best overgedracht kan worden.

Uit de algemene omschrijving van het probleem, zoals hierboven gesteld, zou men kunnen denken dat de keuze van een bepaalde didactische werkvorm alleen bepaald wordt door de componenten die in het model voorafgaan aan de componenten werkvormen. Dit is echter niet zo: de andere elementen uit de onderwijs- en leersituatie zijn medebepalend; meer bepaald de beschikbare media en de mogelijke groepersingsvormen binnen de klas. Andersom stelt de keuze van een bepaalde didactische werkvorm eisen ten aanzien van media en groepering. Kortom, ook hier kan men het systemische karakter van het model herkennen: men kan wel componenten onderscheiden, maar niet scheiden.

Bron: Beknopte didactiek en instructie, Jacques Mylle

algemene psychologie onderwijsgevenden verhulst

Didactische werkvormen

We kunnen de verschillende didactische werkvormen onderverdelen in drie basispatronen:

(1) Voordrachtsvormen

(1.1) Doceren

(1.2) Demonstreren

(2) Gespreksvormen

(2.1) Klassegesprek

(2.2) Onderwijsleergesprek

(3) Opdrachtsvormen

(3.1) Gesloten opdracht

(3.2) Open opdracht

Bij de eerste werkvorm staat de leerkracht centraal, hij presenteert de leerstof. In het tweede geval zijn leerling en leerkracht in voortdurende interactie met elkaar, waarbij de leerling ook inbreng heeft met betrekking tot de inhoud van het leerproces. In het derde geval speelt de leerkracht een meer begeleidende of controlerende rol. Het zijn nu vooral de leerlingen die activiteiten ontplooien.

Bron: Algemene Psychologie voor onderwijsgevenden, J.C.R.M. Verhulst

algemene psychologie onderwijsgevenden verhulst

Roger Standaert en Frimin Troch beschrijven geven in hun boek Leren en onderwijzen - inleiding tot de algemene didactiek een 22 didactische werkvormen:

(1) Aanbiedende werkvormen
1.1    Doceervorm
1.2    Demonstratie
1.3    Vertellen

(2) Gespreksvormen
2.1    Onderwijsleergesprek
2.2    Klasgesprek
2.3    Leergesprek
2.4    Groepsdiscussie

(3) Samenwerkingsvormen
3.1    Groepswerk
3.2    Varianten van groepswerk
3.3    Simulatie en rollenspel

(4) Individualiserende werkvormen
4.1    (Begeleid) zelfstandig leren
4.2    Labopracticum
4.3    Zelfstudiepakket
4.4    Contractwerk

(5) Strategieën
5.1    Beheersingsleren (mastery learning)
5.2    Excursie
5.3    Huiswerk
5.4    Praktijkleren
5.5    Probleemgestuurd leren
5.6    Gevalsmethode (casestudy)
5.7    Flipped classroom
5.8    Co-teaching

Bron: Didactische werkvormen (pdf)

 

algemene psychologie onderwijsgevenden verhulst

Wat is een werkvorm?

Het begrip 'werkvorm' associëren de meeste mensen met onderwijs. Zo wordt er vaak gesproken over 'didactische werkvormen'. Echter, met het Groot werkvormenboek willen we laten zien dat werkvormen in veel meer situaties in te zetten zijn dan alleen in het onderwijs. Een werkvorm is 'een bepaalde manier van werken', zegt de dikke Van Dale. Wij beschouwen een werkvorm als de aanpak of structuur die iemand in een overleg of bijeenkomst kiest om een bepaalde inhoud aan de orde te stellen. Werkvormen zijn dus niet nieuw en niet speciaal. Ook als je als trainer, docent, voorzitter of coach hebt bedacht om geen speciale vorm te gebruiken, dan gebruik je een werkvorm, ook als het een standaardrondje of de beamerpresentatie is.

Werkvormen voor...

(01) Kennismaken: hoe maak je kennis in grotere groepen?

(02) Uitwisseling: hoe zorg ik ervoor dat de uitwisseling voor iedereen nuttig is zonder dat ze allemaal aan bod zijn geweest?

(03) Kennisoverdracht: hoe zet ik deelnemers aan het werk om zich kennis eigen te maken?

(04) Informeren: hoe zorg ik dat mensen iets gaan doen met mijn informatie?

(05) Discussiëren: hoe zorg ik ervoor dat deelnemers op elkaar reageren in plaats van dat ze alleen eigen punten inbrengen?

(06) Beslissen: hoe krijg ik er snel een beeld van hoe iedereen tegen het voorstel aankijkt?

(07) Brainstormen: hoe krijg ik mensen zover dat ze open, creatief en buiten de gebruikelijke kaders gaan denken?

(08) Energizers: hoe krijg ik deelnemers zowel inhoudelijk als fysiek in beweging?

(09) Planvorming en strategie: hoe kan ik mensen actiever betrekken bij planvorming?

(10) Evaluatie en reflectie: welke mogelijkheden heb je om het niet te algemeen en globaal te reflecteren?

(11) Vaardigheden oefenen: hoe zorg ik dat men op een veilige manier vaardigheden kan oefenen?

(12) Transfer: hoe krijg ik het voor elkaar dat mensen het geleerde echt gaan toepassen?

 

Bron: Het groot werkvormenboek - dé inspiratiebron voor resultaatgerichte prestaties, vergaderingen en andere bijeenkomsten, Sasja Dirkse-Hulscher & Angela Talen

algemene psychologie onderwijsgevenden verhulst

Didactische werkvormen:

(1) Instructie geven: hoorcollege, voordracht, demonstratie
(2) Interactie bevorderen: discussie, klasgesprek
(3) Vragen stellen: stemmen, onderwijsleergesprek
(4) Opdrachten geven: huiswerk, werkstuk maken, veldwerk, leercontract

Bron: http://www.digitaledidactiek.be/modules/2-ontwerp/theorie/hulpmiddelen/

algemene psychologie onderwijsgevenden verhulst

Een  belangrijke bevinding is het verband tussen instructieactiviteiten en  leeractiviteiten dat in haast elk van deze omschrijvingen gelegd wordt. Het gaat dan meer specifiek om de interactie tussen een instructieverantwoordelijke en een lerende, of tussen twee lerenden, met het oog op het verwezenlijken van bepaalde doelstellingen.

(...)

Volgens Valcke (2000) verwijst een didactische werkvorm naar ‘een specifieke   en aangepaste vormgeving (organisatie, structurering) van de interactie – in  een bepaalde context - tussen lerenden onderling, en/of tussen lerende(n) en de instructie-verantwoordelijke(n) waardoor leeractiviteiten worden uitgelokt die op basis van de specifieke leerstof en gebruikmakend van media – eventueel geïntegreerd met de toetsing - de doelstellingen nastreven’.  

Didactische werkvormen zijn ‘relatief stabiele patronen van onderwijs- en   leeractiviteiten, die in hun onderlinge samenhang gericht zijn op het bevorderen van beoogde leerprocessen en/of resultaten’ (Lowyck & Terwel, 2003).

Bron: Een evaluatie van het gebruik van didactische werkvormen aan de Universiteit van Gent, Jasmina Philippe (pdf)


Laatst aangepast op dinsdag, 06 april 2021 19:45  
Succesvolle ict-projecten volgens Chris Verhoef
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

ict projecten verhoef

In een interview in De Volkskrant (6/12/2011) gaat Chris Verhoef, hoogleraar informatica aan de VU, in op de rol van de (overheids als) opdrachtgever bij het mislukken van ict-projecten. Verhoef spreekt over echecs 'die iedereen met kennis van zaken van verre ziet aankomen'.

Verhoef gaat in op het belang van de Amerikaanse Clinger-Cohen Act; een harde wet op de financiering en ontwikkeling van ict-systemen uit 1996 die de boel vooral wakker heeft geschud: "De echte betekenis van de Clinger Cohen wet is dat het de voorwaarden opsomt waaraan een ict-project moet voldoen. Als we in Nederland zo'n regelgeving hadden gekend, had dat veel zeperds gescheeld.'

De reden waarom we in Nederland dergelijke regels (nog) niet hebben is - aldus Verhoef - '[o]mdat bij ons de bom nog niet gebarsten is en we de politieke discipline ontberen die nodig is om debacles te vermijden.' Met deze politieke discipline bedoelt hij '[d]at je als opdrachtgever niet elke dag iets anders zegt over wat je verlangt van je nieuwe systeem.'

Verhoef stelt dan ook dat de eerste vraag aan een opdrachtgever zijn: "Wat wilt u precies? Maar de politiek is volgens hem vaak (te) opportunistisch: "Ict'ers moeten meer weerstand bieden. Politici moeten zich beperken tot de wat-vraag en de hoe-vraag overlaten aan de lui die kennis hebben van creatieve problemen." "Verder waarschuwt hij voor een te hoog ambitieniveau: "We moeten niet meteen voor 100 procent gaat, 80 procent is al geweldig. Daarvoor kiezen, vergt politieke discipline. En die is ver te zoeken. Zo blijven we mislukkingen genereren."

Verhoef noemt als voorbeeld het rekeningrijden. "Er zijn files in het land. De vraag voor de politiek moet zijn: wat kan gedaan worden om doorstroming te bevorderen? Goeie vraag. Maar dan voegt de politiek er meteen aan toe dat er kastjes moeten komen in auto's, en dat het ons 3,5 miljard gaat kosten en een half miljard aan jaarlijks onderhoud. Dan kunnen we rekeningrijden. 'Maar wat is nodig voor rekeningrijden? Je moet weten wie wanneer waar op de weg is. Zo iemand moet je een rekening kunnen sturen. Je hebt dus een klantrelatie nodig. 'Nou, zo'n systeem hebben we al. Het heet trajectcontrole. Het stelt de overheid in staat te zien of jij te hard hebt gereden op een bepaald stuk weg. Zo ja, dan krijg je de rekening thuis gestuurd. Er is dus een klantrelatie. Ik zeg: stuur altijd een rekening, namelijk voor het gebruik van de weg in spitsuren. Rekeningrijden ingevoerd! Wat is nog het probleem'"

Ook het Electronisch Patiëntendossier noemt Verhoef als voorbeeld van een overbodig systeem. "Wat wilde men? Geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen artsen om medische missers te voorkomen. Prima. Het draaide uit op enorm geharrewar. 'Het ergste is: we hebben al een geautomatiseerd systeem van medische informatie. het heet Vecozo, Veilige Communicatie in de Zorg en is een portaal van de vereniging van zorgverzekeraars. Ik denk dat 90 procent van alle declaraties van dokters via dat portaal loopt. (...) Het is een systeem waarvan ik zeg: petje af. En weer blijkt dat het probleem is opgelost en met bestaande middelen kan worden gerealiseerd."

In de Clinger-Cohen Act is geregeld dat het Office of Management and Budget (OMB) gaat over de spelregels voor nieuwe ict-projecten. Het OMB kwam met een set van zgn Raines Rules (genoemd naar de auteur), "een setje van acht regels; zo helder als glas en zo hard als staal. Regels als: kijk eerst of er een alternatief is. Lever een businesscase, een financieel-economische onderbouwing. Ontwikkel het project in kleine stapjes, zodat je tussentijds kunt bijstellen. Wie niet aan alle acht regels kan voldoen, krijgt geen geld en kan fluiten naar zijn project."

"Verhoef: 'Waar de kromming van een banaan gespecificeerd is in een Europese richtlijn is er voor ict gewoon niks in Nederland. Dat is echt te weining. Zo'n lijstje als dat van Raines inspireert: acht of tien harde heldere regels. Ik zou er meteen al een van Raines invoeren: ga niet een systeem bouwen dat al bestaat."

Zie ook: 8 gouden regels bij IT-investeringen: Raines Rules

Bron: interview met Chris Verhoef in De Volkskrant (6/12/2011) "Mijn eerste regel zou zijn: bouw geen ict-systeem dat al bestaat"; Jan Tromp

Laatst aangepast op zaterdag, 06 juni 2020 20:05  
Hoe Lean is uw organisatie-scan volgens Rijnconsult
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

lean spinnenwebdiagram rijnconsult

Rijnconsult hanteert de onderstaande vragenlijst - bestaande uit 40 vragen - om te beoordelen hoe lean een organisatie is.
Elke vraag wordt gescoord op een vijfpuntsschaal, met als mogelijke opties:

- Geen idee/weet ik niet
- Helemaal NIET waar
- Een beetje waar
- Bijna helemaal niet waar
- Helemaal waar

In een spinnenwebdiagram wordt de eindscore samengevat in 8 thema's:

  1. Toegevoegde waarde en kwaliteit.

  2. Standaardisatie en werkwijzen.

  3. Processen en flow.

  4. Stabiliteit van processen.

  5. Problemen oplossen.

  6. Dagelijks management.

  7. Leren en ontwikkelen.

  8. Formuleren en doorvertalen van doelstellingen

Lean-vragenlijst

  • Wij weten wie onze klanten zijn en welke waarde wij toevoegen
  • Afwijken van de standaard wordt niet geaccepteerd
  • Processen worden geanalyseerd op en door de werkvloer
  • Onze planningen zijn gericht op een gelijkmatige verdeling van de werklast/werkcapaciteit
  • Problemen worden opgelost op en door de werkvloer
  • Op ieder niveau in onze organisatie weten wij wat er aan de hand is (transparantie)
  • Wij mogen fouten maken als we er maar van leren
  • Onze doelstellingen zijn een afgeleide van de doelstellingen van de organisatie
  • Iedereen weet dat alles wat hij doet waarde moet toevoegen voor onze klanten
  • Wij gebruiken standaarden (procedures, werkwijzen) in onze organisatie
  • Het vraagritme van de klant is de hartslag voor al onze processen
  • Wij weten wanneer wij een afwijkende hoeveelheid werk hebben en sturen daarop
  • Klachten zijn een trigger om problemen te signaleren
  • Wij grijpen pas in als we begrijpen hoe het systeem functioneert en presteert
  • Wij worden regelmatig opgeleid
  • Individuele doelstellingen zijn onderdeel van een persoonlijk ontwikkelingsplan
  • Wij voeren regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken uit
  • Onze medewerkers ontwikkelen gezamenlijk hun standaarden
  • Omschakeltijden minimaliseren is een permanente uitdaging voor de organisatie
  • Beschikbaarheid van apparatuur en/of ICT systemen is geen belemmering
  • Oplossen van problemen is team-werk
  • Wij kennen onze prestaties en verstoringen door gebruik te maken van visuele hulpmiddelen
  • Wij leren van onze fouten door ze met elkaar te bespreken
  • Voor iedereen is helder welke bijdrage hij/zij levert aan het (team) resultaat
  • Wij betrekken onze leveranciers in ons kwaliteitsysteem
  • Onze standaarden beschrijven de op dit moment beste werkwijze
  • Onze processen kennen weinig verspilling
  • Wij zijn gericht op het realiseren van constante kwaliteit van onze output
  • Voordat wij oplossingen bedenken weten wij wat het echte probleem is
  • Wij hebben voortgangsrapportages op acties/implementatie van verbeteringen
  • Wij geven en ontvangen feedback van elkaar
  • De organisatiedoelstellingen zijn doorvertaald tot op individueel niveau
  • Onze klanten zijn zonder meer tevreden over de kwaliteit van onze producten en diensten
  • Onze standaarden worden na iedere verbetering bijgewerkt
  • Tussenvoorraden worden overal minimaal gehouden
  • Onze medewerkers zijn competent om de processen goed uit te voeren
  • Wij volgen de effecten van ingevoerde verbeteringen
  • Wij evalueren dagelijks/wekelijks/maandelijks/jaarlijks
  • Wij hebben een persoonlijk ontwikkelingsplan
  • Onze doelstellingen zijn SMART (specifiek / meetbaar / acceptabel / realistisch / tijdgebonden)

 

Bron: Hoe lean is uw organisatie?, Rijnconsult

Tags:
Laatst aangepast op donderdag, 26 oktober 2017 06:05  
Mission statements volgens Russel L. Ackhoff
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat quote

A mission statement should define the business that the organization wants to be in, not necessarily what it is in.

Russel L. Ackhoff

Laatst aangepast op donderdag, 06 juli 2017 19:54  
Didactische werkvormen volgens Roger Standaert & Frimin Troch
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Roger Standaert en Frimin Troch beschrijven geven in hun boek Leren en onderwijzen - inleiding tot de algemene didactiek een 22 didactische werkvormen:

didactische werkvormen roger standaert frimin troch

1 Aanbiedende werkvormen

1.1    Doceervorm: aangewezen bij: structureren van info, oriënteren, verbanden leggen met andere leerstofonderdelen, toelichting bij moeilijke leerstof
1.2    Demonstratie: Lesstof aanbrengen via visualisering: via proeven, via multimedia (beeld, audio, beamen...)
1.3    Vertellen: Voorbrengen van gedichten, ooggetuigenverslagen...

2 Gespreksvormen

2.1    Onderwijsleergesprek: Wat/hoe? Een sterk geleid gesprek waarin leerlingen via vragen uitgenodigd worden tot zelf meedenken in een door de leerkracht gewenste richting.
2.2    Klasgesprek: Wat/hoe? Gesprek gevoerd vooral door de leerlingen, leerlingen communiceren rechtstreeks met mekaar; leerkracht blijft op achtergrond. Is vooral procesgericht
2.3    Leergesprek: Wat/hoe? Gesprek (individueel of in groep) over de leerervaring van de leerling; leerkracht is moderator en blijft op achtergrond.
2.4    Groepsdiscussie: Wat/hoe? In groep samen denken, bundelen van kennis-ideeën-meningen met het doel daar iets van te leren. Er wordt een discussieleider aangesteld (leerkracht of leerling in kleinere groep)die niet-inhoudelijk tussenkomt en die de discussie leidt in verschillende fasen(probleemstelling, afbakening onderwerp, ontleding probleem, zoeken naar oplossingen,bespreking voorstellen, formuleren conclusie).

3 Samenwerkingsvormen

3.1    Groepswerk: Wat: leerkrachtgestuurd coöperatief leren; samenwerken om te leren
3.2    Varianten van groepswerk
3.3    Simulatie en rollenspel
Simulatiespel: Wat? Rollenspel binnen een welomschreven structuur. Aan de rollen worden voorwaarden en eisen gekoppeld.Voorbeeld: inoefenen verkooptechnieken, telefoongesprek ...
Rollenspel: Wat? Inlevingsspel; leerling leeft zich naar best vermogen in in bepaalde rol. Klimaat van openheid en vertrouwen is noodzakelijk.Voorbeeld: spelen van personages uit tekst

4 Individualiserende werkvormen

4.1    (Begeleid) zelfstandig leren: Wat/hoe? Leren via gedeelde sturing; rol van de leerling: zelf werken, zelfstandig werken en zelfstandig leren; rol van de leerkracht: coach. In de instructie worden de opdracht en de doelstellingen toegelicht, wordt het materiaal en de hulpmiddelen omschreven; de leerling voert de opdracht stapsgewijs en in deelopdrachten uit en heeft nadien ruimte om product en proces te evalueren.
4.2    Labopracticum: Wat/hoe? Alle leerlingen voeren (individueel of in groep) een praktische activiteit uit (bv. een proef), met als doel iets te illustreren of te onderzoeken of te oefenen.
4.3    Zelfstudiepakket: Wat/hoe? Een individueel door te lopen programma; de leerling voert een aantal geordende studietaken uit die behoren tot een onderdeel van dat programma. De leerling gaat zelf zijn vorderingen na door het uitvoeren van de toetsen die in het pakket zitten. De eindtoets wordt door de leerkracht op het gepaste ogenblik beschikbaar gesteld.
4.4    Contractwerk: Wat/hoe? Individuele leerling moet op basis van een ‘contract’ een aantal opdrachten binnen een formeel bepaalde periode afwerken. De leerling kan tijdens de contractwerktijd zelf beslissen over de duur en de volgorde van verwerking van de opdrachten.

5 Strategieën

5.1    Beheersingsleren (mastery learning)
5.2    Excursie
5.3    Huiswerk
5.4    Praktijkleren
5.5    Probleemgestuurd leren: Wat? Leerlinggestuurd coöperatief leren. Rol leerkracht: begeleider-procesbewaker; hij levert een actieve ondersteunende bijdrage aan het leerproces van de leerling. Leerkracht stelt stimulerende vragen, maar geeft pas inhoudelijke bijdrage op verzoek van de groep.Hoe? Leerlingen worden ingedeeld in kleine groepen (6 à 12 leerlingen) en krijgen probleem voorgelegd. In groep wordt probleem geanalyseerd: wat weten we al, wat nog niet en wat moeten we dus nog zoeken (= formuleren leerdoelen). Leerling werkt vervolgens individueel of in groepjes verder aan de uitdieping (= zelfstudie). Nadien komt de groep opnieuw samen enwordt gerapporteerd en getest of het probleem nu beter begrepen wordt.

5.6    Gevalsmethode (casestudy): Wat? Concrete, realistische situaties worden individueel geanalyseerd; daarna worden de visies in groep voorgesteld en besproken. De eigen visie wordt opnieuw bijgestuurd na opzoeken van bijkomende info. De verschillende visies worden geselecteerd en beoordeeld.

5.7    Flipped classroom
5.8    Co-teaching

Bron: Didactische werkvormen (pdf)





Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 06 april 2021 19:48  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

How can a president not be an actor? (als antwoord op de vraag: "How could an actor become president?")

Ronald Reagan

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 138 gasten online
Artikelen

standaard vandaag slechtse manier werk uit te voeren taiichi ohno lean

Banner
Banner

succesfactor clayton christensen

De succesfactor
de weg naar een succesvol, gelukkig en betekenisvol leven
Clayton Christensen

Bij Bol.com | Managementboek

Lean boekentips

Banner