

Cognitief leren
Definitie
...

Cognitief leren
Zowel bij memoriseren als het verwerven van feitenkennis gaat het om wat men wel declaratieve kennis noemt. Bij memoriseren betreft het dan veelal declaratieve kennis in geïsoleerde vorm, die letterlijk gereproduceerd moet worden. Het wezenlijke verschil tussen beide vormen van leren is volgens Van Parreren (1996) gelegen in het feit dat het bij het verwerven van feitenkennis gaat om de samenhang tussen de op te nemen kenniselementen, waardoor er een (referentie)kader wordt aangebracht dat later zijn dienst kan bewijzen bij het zoeken van een oplossing in probleemsituaties en het ontstaan van inzicht kan bevorderen.
Bron: Van leertheorie naar onderwijspraktijk, Tjipke van der Veen & Jos van der Wal

Voorbeelden van cognitieve vaardigheden zijn: kunnen
- benoemen, beschrijven, weergeven
- onderkennen identificeren, onderscheiden, vergelijken
- uitleggen, toetsen aan• hanteren, uitvoeren, toepassen, gebruiken, plannen
- herleiden, afleiden, analyseren, vaststellen
- in verband brengen met, relateren aan, plaatsen, verklaren
- beredeneren, onderbouwen, schematiseren, interpreteren
- beoordelen, evalueren
Bron: Beknopte didactiek en instructie, Jacques Mylle

Cognitieve leerdoelen
"Onwetendheid is niet hetzelfde als domheid. Het eerste is makkelijker vast te stellen"
Cognitieve leerdoelen zijn leerdoelen[begrip 4] met betrekking tot het leren die te maken hebben met het verstand c.q geheugen c.q. denken (cognitie), dus met het hoofd. Het meest basale type cognitieve leerdoel is kennis[begrip 5]. Kennisdoelen geven aan welke feiten, definities en waarnemingen leerlingen moeten herinneren. Romiszowski[persoon 1] beschouwt kennis als "informatie opgeslagen in het hersenen" en vaardigheden als "acties die een persoon uitvoert om een bepaald doel te bereiken". Hij onderscheidt kennis als feitelijk, begripsmatig, reproductief of productief. Vaardigheden, behorend bij cognitieve leerdoelen vanaf het niveau toepassing, deelt hij in als cognitief, reactief, actief of communicatief.
Bron: https://nl.wikibooks.org/wiki/Onderwijsprofessional#Begrip

Cognitieve leeractiviteiten
Relateren: zoeken naar verbanden tussen verschillen-de onderdelen van de leerstof, tussen de onderdelen en het geheel, en tussen nieuwe informatie en de ken-nis waarover de leerling al beschikt.
Structureren: samenbrengen van afzonderlijke stukken informatie in een georganiseerd geheel, proberen structuur aan te brengen in de leerstof of integreren van nieuw verworven kennis in kennis waarover de leerling al beschikt.
Analyseren: opsplitsen van een groter geheel in de on-derdelen waaruit het is samengesteld, stap voor stap uitzoeken welke verschillende aspecten aan een op-gave, probleem of gedachtegang zijn te onderschei-den.
Concretiseren: zich concrete voorstellingen proberen te vormen bij meer abstracte informatie, ontleend aan verschijnselen die al bekend zijn.
Toepassen: zich oefenen in het gebruiken van nieuwe kennis.
Memoriseren: inprenten van afzonderlijke informatie door deze een aantal malen voor zichzelf te herhalen.
Kritisch verwerken: meedenken met auteurs, docenten en medeleerlingen, een eigen inbreng hebben en niet zomaar alles accepteren wat staat geschreven of wordt verteld.
Selecteren: onderscheiden van hoofd- en bijzaken, re-duceren van grote hoeveelheden informatie tot de be-langrijkste onderdelen.

Bert Teeuwen beschrijft in zijn boek Dagstarts en Hoshin Kanri - Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri de doelenmatrix:

De doelenmatrix
Een doelenmatrix geeft het overzicht van de belangrijkste succesfactoren en prestatie-indicatoren voor elke belanghebbende. Helemaal links staan de belanghebbenden. Stel voor, of liever nog, aan elke belanghebbende de vraag: "Wanneer zijn we succesvol in jouw ogen?" of "Welke waarde creëren we voor je?" en "Wat zou je graag verbeterd willen zien?". Het antwoord daarop komt in de tweede kolom, de kritieke succesfactoren. Succesfactoren hoeven niet meetbaar te zijn. Het zijn vaak kreten als: "De dienstverlening moet sneller.", of "De producten moeten van hoge kwaliteit zijn.". In de derde kolom maak je de succesfactoren meetbaar met een prestatie-indicator. Alleen de belangrijkste succesfactoren en prestatie-indicatoren komen in de doelenmatrix. In de vierde kolom staan de resultaten van de afgelopen periode en in de volgende kolommen de doelstelling of de norm. Kritieke prestatie-indicatoren die moeten worden verbeterd, krijgen een doelstelling mee, de andere kritieke prestatie-indicatoren verlangen alleen actie als de norm wordt overschreden.
De doelenmatrix heeft de vorm van een Bowling-chart, met in de meest rechter kolom de actuele status van de kpi's, gevisualiseerd met verkeerslichtkleuren.
Er is een doelenmatrix voor de organisatie als geheel nodig. Dat is het dashboard voor de totale organisatie. Daarnaast maakt elke afdeling har eigen doelenmatrix, die daarmee in lijn ligt. De kpi's in de doelenmatrix zijn voornamelijk resultaat-indicatoren en effect-indicatoren.
Denk bij het samenstellen van een doelenmatrix aan het volgende:
-
Begrijp het proces en de producten en diensten.
-
Weet wat de belanghebbenden belangrijk vinden.
-
Ken de markt en wees innovatief.
Bron: Dagstarts en Hoshin Kanri - Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri, Bert Teeuwen