• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Didactische werkvormen volgens Lianne Kaufman & Janneke Ploegmakers
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

Lianne Kaufman en Janneke Ploegmakers beschrijven in hun boek Het geheim van de trainer zes didactische werkvormen die voor hun de basis vormen voor elke trainer:

geheim trainer didactische werkvormen

Gereedschap voor de trainer

Trainen gaat in feite om niets anders dan het in beweging brengen van mensen van A naar B, van een 'instap'-niveau naar een 'uitstap'-niveau op één of meerdere onderwerpen.

(...)

Didactiek betekent de kunst van het onderwijzen. Didactiek is de discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe kennis, inzicht en vaardigheid door een docent of een trainer kunnen worden geleerd aan leerlingen of deelnemers.

Een didactische werkvorm is de vorm waarin je de leerstof aanbiedt en waarvan je verwacht dat die de deelnemers bij het beoogde leerdoel brengt. Didactische werkvormen zijn dus als het ware het gereedschap voor de trainer.

(...)

Didactische werkvormen zijn manieren van de trainer om samen met de deelnemers een vooraf beoogd leerdoel te bereiken. Dit leerdoel kan betrekking hebben op het verwerven van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes door de deelnemers.

Met behulp van een didactische werkvorm breng je als trainer leerprocessen bij de deelnemers op gang die bijdragen aan het bereiken van het leerdoel. Het gaat erom een brug te slaan tussen de beginsituatie en de gewenste eindsituatie van de deelnemers op het gebied van leerdoelen. Met een didactische werkvorm en relevante cursusinhoud wordt de kloof hiertussen als het ware gedicht. Dit zal meerdere keren in een training gebeuren.

(...)

'Oervormen'

Wij zijn van mening dat elk stevig trainingsprogramma bestaat uit een aantal 'oervormen'. Deze didactische werkvormen zijn als het ware het basisgereedschap voor de trainer. Ze zijn belangrijke 'dragers van het programma' en keren in vrijwel elk programma terug. In verschillende verschijningsvormen, maar in de kern terug te voeren op een van de oervormen.

(1) Interactief doceren

(2) Instrueren

(3) Rollenspel

(4) Clinic

(5) Werken met subgroepen

(6) Simulatie

(7) Discussiemethode

(...)

Bijdragen aan beoogde leerdoelen

Didactische werkvormen dragen bij aan het bereiken van leerdoelen. Zo hebben we dat gedefinieerd. Interessant is natuurlijk wel: welke vorm gebruik je nu voor welk leerdoel? Afhankelijk van het type leerdoel zijn bepaalde didactische werkvormen meer of minder succesvol. Zonder uitputtend te willen zijn, geven we een aantal voorbeelden.

Kennis- en inzichtsdoelen

  • (Interactief) doceren,
  • Onderwijsleergesprek
  • Quiz
  • Instructievideo bekijken
  • Individuele opdrachten
  • Werken met subgroepen
  • Rollenspel
  • Discussie
  • Casuïstiek behandelen
  • Reflectieverslag
  • Outdoor-opdrachten
Vaardigheidsdoelen
  • Instrueren
  • Rollenspel
  • Clinic
  • Demonstraties geven
  • Simulatie
(1) Interactief doceren
Doceren is als het ware 'de moeder der didactische werkvormen'. Er is geen training of workshop denkbaar waarin deze werkvorm geheel ontbreekt. We kiezen ervoor om deze vorm actief en eigentijds te maken door er interactie aan toe te voegen. Interactief doceren is op de keper beschouwd een mengvorm van de doceermethode en de vraagmethode. De trainer vertelt, legt uit en legt de groep op verschillende momenten inzichtsvragen voor om zinvolle en doelgerichte interactie te entameren.
(...)
Interactief doceren is erg geschikt voor het bereiken van kennis en inzichtdoelen. De werkvorm is heel goed toepasbaar in deelnemersgroepen tot circa twaalf - vijftien deelnemers, omdat daar de interactie tussen trainer en deelnemers nog heel goed vorm te geven is.
(2) Instrueren
Instrueren is een trainersgestuurde didactische werkvorm en wordt gebruikt om deelnemers op een overzichtelijke en stapsgewijze manier een nieuwe vaardigheid te leren. De onderwerpen waarbij instructie wordt toegepast liggen vaak op het gebied van werken met specifieke (computer)apparatuur en/of werken volgens vastgelegde formats.
Bij instructie wordt hetgeen geleerd moet worden in kleine stukjes verdeeld en stapsgewijs aangeboden. Hierbij geef je als trainer veel tijd en aandacht aan het leren uitvoeren van de vaardigheid. ... Bij instrueren is het doel om de deelnemers vaardigheden aan te leren op een manier die garandeert dat er sprake is van meer dan alleen een 'kunstje leren'.  Om in de praktijk echt vaardig te zijn, is inzicht bij de deelnemer in de reden(en) waarom er op een bepaalde wijze gewerkt moet worden noodzakelijk. Vandaar dat met de werkvorm instrueren zowel op het leerdoel inzicht als op vaardigheid wordt gemikt.
Een goede instructie verloopt zoals gezegd stapsgewijs en sluit aan bij de acties die in de praktijk worden verwacht van de deelnemer. De stappen werken van grof naar fijn, van simpele naar meer ingewikkelde zaken. Tussendoor toets je als trainer telkens op begrip bij de deelnemer.
Uitleggen
Bij het geven van instructie leg je als trainer precies uit wat de deelnemer moet doen, hoe hij of zij dat moet doen en waarom dat zo is.
Laten zien
Naast deze overdracht van informatie is het essentieel dat je ook laat zien hoe een en ander in zijn werk gaat. Als trainer fungeer je bij deze didactische werkvorm als rolmodel.
Laten doen
Tot slot controleer je als trainer bij iedere stap of de deelnemer de beoogde vaardigheid op de gewenste manier kan demonstreren. Daarbij is het belangrijk dat de deelnemer vertelt wat hij doet en waarom. Dit geeft je als trainer snel inzicht in de mate van begrip bij de deelnemer.
Instructie is
1. Praatje (vertellen)
2. Plaatje (laten zien)
3. Daadje (laten doen en controleren)
(3) Rollenspel
Bij een rollenspel gaat het om een nabootsing van een praktijksituatie die herkenbaar is voor de deelnemers en relevant voor de trainingsdoelen. In het rollenspel zijn de situatie en de rollen beschreven. De deelnemers spelen de gegeven rollen en proberen zich zo goed mogelijk in te leven. Een rollenspel laat daarnaast voldoende ruimte aan de deelnemers om een eigen en spontane invulling te geven aan het 'spel'. De omschrijving laat ruimte voor een persoonlijke interpretatie en biedt de deelnemer ontsnappingsmogelijkheden als hij fouten blijft maken. Hij speelt immers niet zichzelf, maar de rol. Een rollenspel betreft veelal een gesprekssituatie tussen twee personen, zoals een leidinggevende met een medewerker, een baliemedewerker met een klant, twee collega's, enzovoort.
Het doel van het rollenspel is te komen tot inzicht en vaardigheden; meestal in de aanpak van een gesprekssituatie. Tijdens het inzichtsleren worden deelnemers zich bewust van de effectiviteit van hun eigen gekozen aanpak. Bij het vaardigheidsleren dat daar (eventueel) op volgt, leren ze het toepassen van een bepaalde aanpak in het gesprek in hun eigen situatie en krijgt feedback op persoonlijke leerpunten een plaats.
(...)
(4) Clinic
De term 'clinic' is afkomstig uit de sport. Daar spreken sportinstructeurs van een clinic wanneer een bepaalde techniek (bijvoorbeeld de backhand bij tennissen of de zwaai van de club bij golf) apart geoefend wordt.
Wij verstaan onder clinic een didactische werkvorm die heel geschikt is voor het oefenen op (deel)vaardigheden. In trainingen gebruiken we deze vorm vaak na een rollenspel waarbij met de deelnemers is geoefend op inzicht, bijvoorbeeld in een gespreksmodel. In de clinic die daarop volgt, oefen je dan als trainer in een hoog tempo nog een aantal (lastige) deelvaardigheden, zoals bijvoorbeeld de start van het gesprek, het opvangen van een reactie of het geven van een negatieve beoordeling.
(...)
(5) Werken met subgroepen
Het zelfwerkzaamheidsbeginsel is al zo oud als de didactiek. Veel gerenommeerde pedagogen zien kennis niet zozeer als een product, danwel als een proces. Dat wil zeggen dat echte kennis niet blijkt uit het kunnen reproduceren van feiten, maar uit het kunnen omgaan met informatie. Dit laatste kan bijvoorbeeld blijken uit het uitvoeren van opdrachten of het uitleggen aan anderen. Bij werken met subgroepen gaat het om een didactische werkvorm waarbij groepen deelnemers opdrachten krijgen die ze zelfstandig moeten uitvoeren.
Het doel van het werken in deze werkvorm is om deelnemers kennis en/of inzicht bij te laten brengen over een bepaald onderwerp door hen zelfstandig te laten werken, inzichten te laten uitwisselen door vragen te stellen en samen te werken in een subgroep. De invloed van de deelnemers op het leerproces is groot bij deze werkvorm. Zij leren van elkaar in een subgroep en kunnen hun eigen oordeel vergelijken met dat van anderen.
Hoe actiever de deelnemers zich opstellen, hoe groter het leerrendement. Bovendien biedt de kleinere subgroep een relatief veilig werkklimaat. Veel deelnemers uiten sneller hun mening in een kleine subgroep dan in een plenaire bijeenkomst.
(...)
(5) Simulatie
Een simulatie is een vereenvoudigde nabootsing van de werkelijkheid met een hoog realiteitsgehalte. In een trainingssituatie wordt de didactische werkvorm simulatie gebruikt om met deelnemers te kijken naar wat zij tegen kunnen komen als zij het geleerde toe gaan passen in hun eigen (werk)praktijk. Meestal is een simulatie opgezet als een opdracht in meerdere afleveringen; deelnemers doorlopen daarmee in één of twee dagdelen bijvoorbeeld een werkproces zoals dat in werkelijkheid over langere tijd plaatsvindt. De situatie waarin de deelnemers terecht komen werkt als een hogedrukpan. De aanduiding van simulaties als 'real-life' events is hiervan afgeleid.
In tegenstelling tot een rollenspel krijgen deelnemers in een simulatie meestal geen voorgeschreven rollen, maar wel (gedetailleerde) informatie over de situatie waarin ze zich bevinden. In een simulatie zijn deelnemers vooral zichzelf. Het realiteitsgehalte bij een simulatie is veel hoger dan bij een gewone opdracht of rollenspel.
(6) Discussiemethode
Bij de discussiemethode bediscussiëren de deelnemers een onderwerp dat de trainer heeft aangegeven. De discussie is bedoeld om inzicht bij de deelnemers te verdiepen. De leerstof kan zowel liggen op het gebied van cognitieve kennis (vakkennis, technische kennis), als op het leren toepassen van kennis (bijvoorbeeld integratie van theorie en praktijk), alsook op het gebied van het uitwisselen van persoonlijke inzichten, ervaringen, meningen over een onderwerp. Bij deze werkvorm heeft te trainer een rol als procesbegeleider. Op het gebied van de inhoud hoeft hij niet per se deskundigheid in huis te hebben; die brengen de deelnemers zelf wel mee.
Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 06 april 2021 19:47  
11 beloften aan jezelf: wees positief!
Gepubliceerd in Lifehacking
E-mail Afdrukken

11 nummer number

De onderstaande beloften (gebaseerd op een boek uit 1912) zijn afspraken die je met jezelf kunt maken om een positiever mens te worden.

Beloof jezelf...

  1. Zo sterk te zijn dat niemand je innerlijke rust kan verstoren.

  2. Alleen te spreken over gezondheid, geluk en voorspoed tegen de mensen in je omgeving.

  3. Al je dierbaren te laten voelen dat zij speciaal zijn.

  4. Om afstand te nemen van je problemen en ze van de zonnige kant te bekijken.

  5. Om net zo enthousiast te zijn over het succes van anderen, als je bent over je eigen succes.

  6. De fouten uit het verleden achter je te laten, en je te focussen op de bijzondere dingen die je in de toekomst gaat doen en ervaren.

  7. Om een vrolijke uitstraling te hebben en te glimlachen naar iedereen die je ontmoet, ook als zij niet teruglachen.

  8. Om zoveel tijd te steken in het verbeteren van jezelf, dat je geen tijd hebt om anderen te bekritiseren.

  9. Om te groot te zijn voor zorgen, te beschaafd te zijn voor woede, te sterk te zijn voor angst en te gelukkig te zijn om problemen in je leven toe te laten.

  10. Om positief over jezelf te denken, en dit aan de wereld te laten merken in sterke daden in plaats van overbodige woorden.

  11. Om te leven met het geloof dat de hele wereld aan jouw kant staat, zo lang je eerlijk naar jezelf blijft.

Bron: SoChicken

Laatst aangepast op zondag, 14 maart 2021 17:04  
Management volgens Chuck Tanner
Gepubliceerd in Citaten: management
E-mail Afdrukken

citaat

There are three secrets to managing.The first secret is have patience.The second is be patient. And the third is patience.

Chuck Tanner

Laatst aangepast op donderdag, 27 september 2012 18:57  
Op het juiste spoor met Will Rogers
Gepubliceerd in Citaten: persoonlijke effectiviteit
E-mail Afdrukken

citaat

Even if you're on the right track, you'll get run over if you just sit there.

Will Rogers


Laatst aangepast op donderdag, 07 juni 2012 20:49  
Outputmanagement volgens Filip Vandendriessche (1)
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

managementtrechter vandendriessche filip

 

In het boek De Input-outputmanager geeft Filip Vandendriessche als advies dat een manager zijn beperkingen moet kennen. Hij illustreert dit door het concept van de managementtrechter te combineren met de conflictpiramide:

filip vandendriessche input output manager

Wat is het verschil tussen input en output?

Input verwijst naar het middel (wat en hoe)

Output verwijst naar het doel (waarom of waartoe)

(...)

Het probleem met output is dat die vaak zo vanzelfsprekend is dat men er niet aan denkt hem expliciet te stellen.

(...)

Je krijgt enkel wat je 'beloont'

Men beloont vaak input terwijl men output wil bereiken.

Voor een manager is het onderscheid tussen input en output essentieel omdat het hem een houvast geeft voor hetgeen hij dient te 'straffen' of te 'belonen'.

Een organisatie bereikt niet wat ze wil, ze bereikt enkel wat ze beloont.

(...)

Als manager ... kan men nagaan of zijn belonings- en verloningssysteem wel in overeenstemming is met zijn doelstellingen door zich de volgende drie vragen te stellen:

1) Welk gedrag beloon ik?

2) Wat wil ik bereiken?

3) Beloon ik wat ik wil bereiken?

(...)

Een van de belangrijkste redenen voor onlogische beloningspatronen is dat input makkelijker en sneller te meten is dan output.

 

De managementtrechter

 

In management onderscheiden we drie denkniveaus: het strategische, het tactische en het operationele niveau.

Het strategische niveau behelst de vragen'waarom' en 'waartoe' en heeft concreet betrekking op het 'probleem' en het 'doel'

(1) Wat is het probleem? Wat is nu niet goed?

(2) Wat willen we bereiken? Wat is ons doel?

Het tactische niveau heeft betrekking op de randvoorwaarden of criteria waaraan mogelijke oplossingen moeten voldoen. Deze criteria zijn concreter dan de strategische opties, maar abstracter dan de operationele 'hoe'-vragen.

Het operationele niveau behelst de concrete oplossing. Het geeft antwoord op vragen als hoe, wie, wanneer en waar.

Het onderscheid tussen deze drie niveaus stelt een manager in staat te bepalen waarover hij autoritair mag/moet zijn. Ze bieden hem een antwoord op de vraag: 'Tot waar mag ik gaan en waar moet ik stoppen?'.

Problemen genereren consensus

Oplossingen genereren conflicten

Hoe lager we ons in de managementpiramide bevinden, hoe groter de kans op conflicten wordt. Vooral tussen het tactische niveau (de criteria) en het operationele niveau (de oplossingen) neemt de kans op conflicten disproportioneel toe. Waarom?

Oplossingen zijn controversiëler dan criteria en zeker meer controversieel dan doelen en problemen omdat iedere oplossing steeds voor- én nadelen heeft. Van iedere oplossing kan men een kosten-batenanalyse opstellen. Een 'perfecte' oplossing komt zelden voor.

De middelen waarover we beschikken, zijn per definitie schaars: onze tijd is niet eindeloos en ons budget is beperkt. Iedere manager zit met het volgende conflict:

conflictpiramide managmenttrechter vandendriessche

Dat maakt iedere oplossing onvermijdelijk een compromis tussen tijd, geld en kwaliteit. De ideale oplossing zou zijn: snel, van een hoge kwaliteit en tegen een lage prijs.

Problemen zijn het minst voor discussie vatbaar omdat ze ofwel rechtstreeks naar behoeften verwijzen - zoals informatie, begrip, erkenning - ofwel berusten op onweerlegbare feiten en cijfers die indirect naar behoeften verwijzen.

Waarom een 'doel' eerder een probleem is dan een oplossing

Een 'doel' staat dichter bij de probleem- dan bij de oplossingpool van de managementtrechter, omdat het een toekomstige dimensie inhoudt. Het is vaak niets anders dan het probleem positief in de toekomst geherformuleerd:

Het probleem is het aantal doden. Het doel is het aantal doden te verminderen.

Zodra er een akkoord is over het probleem, is de kans op een meningsverschil op doelniveau erg klein. Als men het erover eens is dat het aantal van 36 doden een probleem vormt, is de kans dat men akkoord gaat over het doel, namelijk het aantal verminderen, erg groot.

De vraag 'hoe' men dat probleem gaat aanpakken, staat dichter bij de oplossings- dan bij de probleempool.

In een confrontatie met een en hetzelfde probleem zal men niet noodzakelijk ook hetzelfde doel nastreven.

(...)

Wat is een behoefte?

.... De eenvoudigste definitie van een behoefte is ... die van Maslow. 'Een behoefte is de waarom van een waarom.' Als men intellectueel eerlijk is, kan men bij een behoefte niet meer verder doorvragen. 'Waarom wilt u het niet koud hebben?' 'Waarom wilt u frisse lucht?' 'Waarom wilt u dit begrijpen?'.

Behoeften zijn niet onderhandelbaar. Daarom situeren ze zich bovenaan in de managementtrechter. De kans op conflict is hier het kleinst, maar als er een meningsverschil op dit niveau rijst, is dat zeer ernstig.

De beroemdste uitspraak van Filip Vandendriessche is de volgende:

managementtrechter vandendriessche filip

Een manager kan het zich permitteren geen oplossingen te hebben. Hij kan het zich niet permitteren geen criteria te hebben.

De moraal van Vandendriessche's verhaal is dat de managementtrechter (lopend van probleem, via doel en criteria, naar oplossing) overlapt met de conflictpiramide, die precies de omgekeerde figuur is. Volgens Vandendriessche zit in zijn model een harde grens: de oplossingen zijn van de medewerkers, niet van het management. Hij eist van managers dat zij zich beperken tot de output (oplossing) en daar harde criteria voor stellen. "Aan die criteria mag een manager vervolgens iedereen als een beul houden. Maar daar houdt het ook op. Zelfbeheersing wordt gevraagd als hij stelt dat ‘elke oplossing goed is’, mits die voldoet aan de vooraf gestelde criteria. Daar zit het kantelpunt, die verzoenen ‘water en vuur’. De operationele creativiteit blijft het domein van hen die daar in thuis zijn: de medewerkers. Conflicten ontstaan volgens VandenDriessche pas als managers treden in het domein van hun medewerkers."

Zie ook:

Bron: Doe de goeroe - Filip vandenDriessche en De Input-outputmanager, Filip Vandendriessche

Laatst aangepast op woensdag, 03 januari 2018 09:50  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Iedereen die een nieuw idee heeft en de wereld wil veranderen, zal meer bereiken door storytelling dan door logische argumentatie.

Steve Denning

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 75 gasten online
Artikelen

lean stuff jim womack

Banner
Banner

charles duhigg macht der gewoonte

Macht Der Gewoonte
Waarom We Doen Wat We Doen En Hoe We Dat Kunnen Veranderen
Charles Duhigg

Bij Bol.com | Managementboek | Amazon.nl

Lean boekentips

Banner