
Erik DeMeulemeester beschrijft in zijn boek Integrale kwaliteitsbeheersing het kwaliteitsinstrument van het visgraatdiagram:

Het visgraat- of Ishikawadiagram
Het kwaliteitselement waarmee de naam van Dr. Kaory Ishikawa ... het meest verbonden blijft is ... het oorzaak-en-gevolg-diagram, visgraatdiagram of Ishikawa-diagram, naar de naam van de ontwerper van deze techniek. Zelf verwees hij naar deze techniek met de naam 'causaal schema'. Het is een eenvoudige, grafische methode om een keten van oorzaken en gevolgen voor te stellen en om het logische verband tussen variabelen aan te duiden. Het algemene schema van het Ishikawadiagram vindt u weergegeven in bovenstaande figuur.
Rechts op het diagram wordt het probleem neergeschreven, waarbij een pijl naar dit probleem wordt getekend. Op deze pijl wordt dan een aantal hoofdpijlen geënt, waarbij deze groepen van oorzaken aanduiden. Veelal wordt hier vertrokken vanuit de inspiratie van de 6 M's., met name mens, machine, materiaal, methode, management en milieu. Voor elk van deze groepen van oorzaken worden dan zoveel mogelijk onderliggende oorzaken opgesomd, die dan als secundaire pijlen worden aangeduid. Voor deze onderliggende oorzaken wordt verder gezocht naar dieperliggende oorzaken (tertaire pijlen) en deze methode wordt telkens herhaald (quartaire pijlen, .....). Op deze manier wordt systematisch gezocht naar de basisoorzaken van het probleem in kwestie, waarna een oplossing voor elk van de basisoorzaken ertoe zou moeten leiden dat het probleem uit de wereld geholpen wordt. Deze techniek oogt op het eerste gezicht uiterst eenvoudig, maar in de praktijk blijkt meermaals dat een goede toepassing van deze techniek veel bloed, zweet en tranen kost.
Zie ook:
Bron: Integrale kwaliteitsbeheersing, Erik Demeulemeester

Clive Shepherd, Phil Green en Barry Sampson beschrijven in hun boek Live online learning: a facilitator's guide vijf verschillende 'types van leren' die elk een eigen strategie vragen om deze te onderwijzen:
- Proces
- Procedurele taak
- Principe-gebaseerde taak
- Feiten
- Concepten

Proces
Serie van fase die elkaar opvolgen op oorzaak/gevolg-basis
Strategie: help mensen om het proces te begrijpen door het gebruiken van diagrammen, experiementen, case studies en simulaties.
Procedurele taak
Stap-voor-stap activiteiten die elke keer op grotendeels dezelfde manier worden afgehandeld.
Strategie: demonstreren en vervolgens toepassen in de praktijk en feedback geven.
Principe-gebaseerde taak
Taakuitvoering wordt geleid door richtlijnen die elke keer anders worden geïmplementeerd.
Strategie: demonstreren door te laten zien hoe de taak wordt uitgevoerd in verschillende situaties, vervolgens taken daadwerkelijk uitvoeren in verschillende situaties.
Feiten
Arbitraire stukken informatie die onthouden moeten worden of die je kunt raadplegen op het moment dat je dit nodig hebt.
Strategie: herhaald oefenen, met ezelsbruggetjes.
Concepten
Woorden of zinnen die een hele klasse of categorie items representeert die bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben.
Strategie: uitleggen welke unieke kenmerken het concept heeft, voorbeelden geven en mensen goede en slechte voorbeelden van een concept laten identificeren.
Bron: Live online learning: a facilitator's guide, Clive Shepherd, Phil Green, Barry Sampson