• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Geluk volgens Margaret Lee Runbeck
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat quote

Hapiness is not a state to arrive at, but a manner of traveling.

Margaret Lee Runbeck

Laatst aangepast op woensdag, 03 februari 2016 08:26  
Doorlooptijd(verkorting) volgens Anne Tijdhof
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

doorlooptijd fast track

Anne Tijdhof deed onderzoek naar het verbeteren van doorlooptijden in een ziekenhuis. Hieronder een aantal fragmenten die wellicht ook buiten de muren van een ziekenhuis bruikbaar zijn:

anne tijdhof fast track polikliniek

Capaciteiten zijn productiemiddelen die bij de totstandkoming van productie gebruikt worden, maar niet verbruikt of verwerkt worden. Voorbeelden van capaciteiten zijn personeel, ruimte en apparatuur. Een belangrijke capaciteitssoort is de bottleneck capaciteitssoort. Dit is de capaciteit die het eerste op is en waardoor de productie niet verder opgevoerd kan worden.

Doorgaans probeert men deze capaciteitssoort maximaal te benutten. Een capaciteitssoort kan ook gedeeld zijn. Dit is het geval als verschillende productlijnen gebruik maken van de desbetreffende capaciteitssoort. Een voorbeeld van een ‘shared resource’ is bijvoorbeeld de OK. (...) Door de verschillende ‘shared resources’ ontstaan er kris-kras stromen. Capaciteiten kunnen continu en discontinu beschikbaar zijn. Een ziekenhuisbed is een voorbeeld van een continu beschikbare capaciteitssoort. Een onderzoeksafdeling daarentegen, die op een bepaalde tijd open is, is een voorbeeld van een discontinue capaciteitssoort.

Een laatste onderscheid ... is de initiërende versus de volgende capaciteitsoort. Een capaciteitssoort wordt initiërend genoemd als productie op deze capaciteitssoort tot gevolg heeft dat er ook productie wordt gegenereerd wordt op andere capaciteitssoorten, de volgende capaciteitssoorten.

Het proces dat een patiënt met pijn op de borst op de polikliniek doorloopt kan grafisch worden weergegeven door middel van process mapping. Dit is een techniek die leidt tot identificatie van bottlenecks en probleemgebieden in een proces en daarmee tot reductie van doorlooptijd, benodigde ruimte, benodigde resources, aantal processtappen, proceskosten en managementkosten. Daarnaast dient het als een goede basis voor het ontwerpen van een totaal nieuw proces.

Laeven et al., (2000) noemt drie manieren om de doorlooptijd te beïnvloeden. Ten eerste een toename van de verwerkingscapaciteit. Dit kan door extra gelden beschikbaar te stellen, een verbeterde planning en door een toename van de capaciteit (bijvoorbeeld meer FTE’s). Een tweede manier is het beperken van de instroom, bijvoorbeeld door het vragen van een eigen bijdrage of door een goede voorlichting en communicatie naar verwijzers en patiënten. Andere manieren om invloed uit te oefenen op de vraag is ontkoppeling van binnenkomende patiënten. Ook door het maken van urgentiecategorieën kan er met de vraag gespeeld worden (De Vries en Hiddema, 2001). Een laatste manier om de doorlooptijd te beïnvloeden is volgens Laeven et al., (2000) de herverdeling van vraag en aanbod. Dit betekent dat patiënten naar een ander ziekenhuis gaan waar de wachttijd korter is. Maar problemen van een lange doorlooptijd kan ook gezocht worden in de organisatie van het zorgproces. Een capaciteit die bijvoorbeeld wacht is inefficiënt, deze wordt dan namelijk niet gebruikt (Van Merode, 2002). Een manier om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen is het gebruik van buffers. Er kan zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde gebruik worden gemaakt van buffers. Aan de vraagzijde is dit de factor tijd, de patiënt die wacht tot hij/zij aan de beurt is. Aan de aanbodzijde wordt de beschikbaarheid van capaciteit als buffer gehanteerd. Dit leidt tot een hogere servicekwaliteit, maar zet de doelmatigheid onder druk. Bij buffervorming aan de vraagzijde gebeurt precies het tegenovergestelde (De Vries en Hiddema, 2001). Een andere manier om een doelmatige benutting van capaciteit te realiseren is batching. Door uit te gaan van een serie van patiënten die binnen een batch geholpen wordt kan men wisseltijden vermijden (Vissers, De Vries, Bertrand, 2001). Voor een visuele weergave van de factoren die een rol spelen bij doorlooptijdproblemen, zie onderstaande figuur De factoren in de grijze vakken komen in dit onderzoek nader aan bod.

doorlooptijd lang verkorten factoren

Uit bovenstaande figuur blijkt dat er uit de literatuur vier clusters van factoren zijn die van invloed kunnen zijn op een lange doorlooptijd. Ten eerste geen goede verdeling van vraag en aanbod. Dit kan bijvoorbeeld betekenen voor de polikliniek Cardiologie dat er teveel huisartsen verwijzen naar het Erasmus MC. Tijdens dit onderzoek wordt hier verder niet op ingegaan. Een tweede manier om invloed uit te oefenen op de doorlooptijd is het beïnvloeden van de vraag door bijvoorbeeld het vragen van een eigen bijdrage. In dit onderzoek wordt het vragen van een eigen bijdrage niet meegenomen als optie om de doorlooptijd te verkorten. Wel wordt er daar waar noodzakelijk aandacht besteedt aan de instroom, urgentiecategorieën en ontkoppeling van patiënten. De instroom van patiënten heeft betrekking op het aantal patiënten dat de polikliniek Cardiologie bezoekt. Bij het maken van urgentiecategorieën wordt gekeken naar een eventuele opsplitsing in spoed patiënten en electieve patiënten, waardoor er een ontkoppeling van patiënten plaats vindt. Een derde cluster van factoren om de doorlooptijd te beïnvloeden heeft betrekking op de verwerkingscapaciteit. Het verhogen van de verwerkingscapaciteit kan men bijvoorbeeld doen door meer geld beschikbaar te stellen. Ook dit zal in dit onderzoek geen optie zijn om invloed uit te oefenen op de doorlooptijd. Wel wordt er aandacht geschonken aan de capaciteit en de planning als variabelen om invloed uit te oefenen op de doorlooptijd. Een laatste belangrijk cluster van factoren die van invloed is op de doorlooptijd is het afstemmen van vraag en aanbod. Dit kan door de toepassing van batching en buffers. Deze twee variabelen worden in dit onderzoek meegenomen als beïnvloedbare factoren.

(...)

Voorstellen voor verbetering met behulp van de literatuur

Een eerste manier om de doorlooptijd te verkorten is het verhogen van de verwerkingscapaciteit. [De] verwerkingscapaciteit is afhankelijk van de beschikbare capaciteit en van het budget. Maar ook een goede planning kan de verwerkingscapaciteit doen laten toenemen. Het budget wordt in dit onderzoek gezien als een vaste variabele die niet beïnvloedbaar is, evenals de beschikbare capaciteit die is weergeven in tabel 3. De verwerkingscapaciteit kan worden verbeterd door een betere planning. Dit komt aan bod bij de ontwikkeling van de verschillende verbeter scenario’s. Een tweede manier om de doorlooptijd te verkorten is het beïnvloeden van de vraag. Dit kan gedaan worden door een goede voorlichting te geven aan verwijzers en patiënten. Dit betekent dat bij het herinrichten van het zorgproces voor patiënten met pijn op de borst een goede communicatie naar de verwijzers van belang is, zodat de juiste groep patiënten de juiste onderzoeken ondergaan.
Herverdeling van vraag en aanbod is een andere manier uit de literatuur om de doorlooptijd te verkorten. Dit betekent dat de patiënten naar een ander ziekenhuis gaan. Er van uitgaande dat de polikliniek geen cliënten wil verliezen is dit dus geen optie. Wat zich mogelijk wel zou kunnen voordoen als het zorgproces goed georganiseerd is en de doorlooptijd verkort is dat dit patiënten aantrekt.
Een laatste manier uit de literatuur om de doorlooptijd te beïnvloeden is het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod. Ook hier wordt aandacht aan besteed bij de verschillende scenario’s.

Bron: Een 'Fast Track' polikliniek - onderzoek naar de doorlooptijd van patiënten met pijn op de borst in het Erasmus MC, Anne Tijdhof

 

Laatst aangepast op donderdag, 02 december 2021 19:56  
In de beperking toont zich de meester volgens T.S. Eliot
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

in beperking toont zich meester elliot

Laatst aangepast op zaterdag, 24 oktober 2015 18:00  
De reflective practioner volgens Donald Schön
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

reflective practioner donald Schön

In zijn Handboek Teamcoaching - helpen zonder bemoeizucht beschrijft Martijn Vroemen het Donald Schön's concept van de reflective practioner:

leren enkel dubbel drieslagleren argyris schön

Donald Schön (1983) heeft een belangrijke theorie ontwikkeld over het werken en leren van professionals. Hij zag dat professionals in hun beroepspraktijk niet altijd rationeel en technisch een probleem te lijf gaan. Door professionals te bevragen over wat zij nou in de praktijk eigenlijk deden, zag hij dat zij vaak werken met impliciete en onbewuste kennis. Zij vertrouwen in complexe en onzekere situaties op intuïtief 'weten'. Blijkbaar - zo redeneerde hij - hebben zij het vermogen om problemen op te lossen zonder al te veel analyse vooraf. Echte professionals reflecteren op het vraagstuk terwijl ze ermee omgaan. De kennis die zij in de praktijk ontwikkelen is misschien niet wetenschappelijk, maar ze is tenminste wel relevant voor de vraagstukken waarmee professionals werken.

Schön beschreef en onderzocht dit proces als 'reflectie-in-actie', waarbij kennis niet alleen wordt toegepast, maar ook - al doende - wordt aangepast. Kennis wordt dus ontwikkeld tijdens de uitvoering. De reflective practioner is de vakmens die veel meer weet dan in woorden valt uit te drukken, maar die zijn professionaliteit laat zien in de praktijk.

Deze 'kennisleer van de praktijk' staat op gespannen voet met de klassieke rationeel-wetenschappelijke manier van kennisontwikkeling, omdat je uit deze praktijkbenadering moeilijk algemene voorschriften en recepten kunt destilleren. Het gebeurt grotendeels impliciet. Dit boeide Schön juist, omdat het op universiteiten te veel over formele kennis gaat en te weinig over ambachtelijke kennis, volgens hem.

Professionals ... leren volgens Schön vooral aan, en in de praktijk, en minder door kennisoverdracht van anderen. Toch moet je niet helemaal op je praktijkkennis vertrouwen, omdat je het risico loopt te veel binnen je eigen set van aannames te blijven (single-loop learning). Kennis die werkt, bevestigt zichzelf. Daarom moet je ook kennis buiten je eigen praktijk blijven ontwikkelen, maar dan bij voorkeur in de vorm van het reflectieve practicum: reflection-on-action. Intervisie en supervisie zijn werkvormen typische daarbij.

Bron: Handboek Teamcoaching - helpen zonder bemoeizucht, Martijn Vroemen

Laatst aangepast op zaterdag, 03 november 2018 10:02  
Doorlooptijd(vermindering) volgens Tim de Wit
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

doorlooptijd

In zijn bachelorscriptie Technische Bedrijfskunde gaat Tim de Wit in op de theorie van doorlooptijd en doorlooptijdverkorting:

doorlooptijd doorlooptijdreductie tim wit

De  doorlooptijd  van  een  product  (Engels: lead  time of cycle  time,  beide  termen  worden  ook  gebruikt  om andere  begrippen  aan  te  duiden)  wordt  gedefiniëerd  als  de  tijd  die  een  product  erover  doet  om  een  proces
geheel  te  doorlopen (Rother  &  Shook,  1999) en  kan  worden  gemeten  door  de  begintijd  van  het  proces  te vergelijken met de eindtijd van het proces – meestal de levering aan de klant.

(...)

Een lagere doorlooptijd heeft namelijk een gunstige invloed op het bedrijf op meerdere manieren (Hopp, Spearman, & Woodruff, Practical Strategies for Lead Time Reduction, 1990):

  • Bestellingen kunnen sneller geleverd worden aan klanten;
  • Er hoeven minder voorspellingen te worden gedaan over toekomstige vraag;
  • Er is minder voorraad tussen bewerkingsstappen;
  • Eventuele productiefouten komen sneller bij de kwaliteitscontrole en worden dus sneller opgemerkt;
  • Er is beter overzicht omdat er minder producten op de vloer staan.

Het staat dus vast dat een lage doorlooptijd wenselijk is voor productiebedrijven. Uit de wet van Little blijkt ook op  welke  manier  dit  te  bereiken  is.  Om  dit  te  illustreren,  is  de  vergelijking  omgeschreven  naar  een
andere vorm:

Onderhanden werk (work in process; WIP) = doorlooptijd x productiesnelheid óf Productiesnelheid = WIP  / Doorlooptijd

Uit deze vergelijking blijkt dat de verhouding tussen voorraad onderhanden werk en het aantal geproduceerde producten  per  tijdseenheid,  gelijk  is  aan  de  gemiddelde  doorlooptijd.  Deze  doorlooptijd  kan  dus  worden verlaagd  of  verhoogd  door  aanpassingen  aan  de  andere  twee  variabelen.  De  voorraad  onderhanden  werk verminderen zonder hierbij de productie te verlagen zou zo de gemiddelde doorlooptijd verminderen.

De  doorlooptijd  van  een  enkel  product  is  als  volgt  opgebouwd (Hopp,  Spearman,  &  Woodruff,  Practical Strategies for Lead Time Reduction, 1990):

Doorlooptijd = bewerkingstijd + omsteltijd + transporttijd + bufferwachttijd + onderdelen wachttijd + batchwachttijd

Het  verkorten  van  de  genoemde  bewerkingsen  wachttijden  betekent  ook  het  verkorten  van  de  totale doorlooptijd. Voor elke tijd zal nu worden uitgelegd hoe deze gedefinieerd wordt en hoe deze van invloed is op de doorlooptijd van producten.

Bewerkingstijd: de tijd waarin een product wordt bewerkt op de verschillende machines of werkplekken om er waarde aan toe te voegen. In de meeste fabrieken is de bewerkingstijd slechts een zeer   klein   deel   van   de   gehele   doorlooptijd (Rother   &   Shook,   1999).   Het   verkorten   van   de bewerkingstijd  verhoogt  de  capaciteit  van  het  productieproces,  wat  bij  gelijkblijvende  voorraad onderhanden werk zorgt voor een verlaging van de doorlooptijd.

Omsteltijd: de tijd die nodig is om de machines of werkplekken klaar te maken om een productiebatch te bewerken. Met omsteltijd wordt in dit geval interne omsteltijd bedoeld: hierbij geldt dat machines tijdens  het  omstellen  geen  bewerkingen  kunnen  uitvoeren  en  dus  geen  waarde  toevoegen  aan producten. Kortere  omsteltijden  zorgen  ervoor  dat  machines  dezelfde  bezettingsgraad  kunnen  halen met  kleinere  batchgroottes,  wat  een  gunstige  invloed  heeft  op  de  batchwachttijd.  Dit  betekent  dat een gelijke capaciteit kan worden gehaald met een lagere voorraad onder handen werk, wat zorgt voor een vermindering van de doorlooptijd.

Transporttijd:  de  tijd  waarin  een  product  binnen  het  productieproces  wordt  verplaatst,  bijvoorbeeld van  de  ene  machine  naar  de  andere.  Het  verlagen  van  de  transporttijd  maakt  het  mogelijk  om met minder voorraad in de fabriek dezelfde capaciteit te halen. Hierdoor wordt de doorlooptijd verlaagd.

Bufferwachttijd:  de  tijd  waarin  een  product  als  buffervoorraad  ligt  te  wachten  voor  een  machine. Buffervoorraad is een  voorraad  die  voor  een machine wordt  opgebouwd  om  ervoor  te  zorgen  dat  de machine  kan  doorwerken  als  de  machine  ervoor  om  wat  voor  reden  dan  ook  niet  op  tijd  nieuwe producten  levert.  De  bufferwachttijd  kan  verminderd  worden door  het  verminderen  van de  voorraad onderhanden werk in het systeem. De buffervoorraden in het hele systeem zullen dan kleiner worden en  de  doorlooptijd  wordt  verminderd.  Als  de  buffervoorraden  echter  te  laag  worden,  kan  dat  in onvoorspelbare systemen leiden tot onnodige stilstand van machines.

Onderdelenwachttijd: deze wachttijd ervaart een product als het moet wachten op onderdelen uit een ander  proces  die  nog  niet  geleverd  zijn,  bijvoorbeeld  vanwege  een  kapotte  machine  of  een  slechte planning. Er kan dan niet verder worden gewerkt aan het product. Als er geen buffervoorraad is om de uitval  op  te  vangen,  kan  deze  wachttijd  leiden  tot  een  tijdelijke  vermindering  van  de  capaciteit,  wat leidt  tot  een  langere  doorlooptijd.  In  principe  komt  deze  wachttijd  alleen  voor  als  zich  incidenten voordoen.

Batchwachttijd: de tijd die een product moet wachten op de andere producten in dezelfde batch. Deze tijd  is  gelijk  aan  de  totale  bewerkingstijd  van  een  batch  minus  de  bewerkingstijd  van  één  product.  Deze wachttijd kan worden verminderd door het aantal producten in een batch te verlagen. Hiermee kan de doorlooptijd worden verlaagd, maar alleen als de omsteltijd hier laag genoeg voor is. Als dit het geval is, wordt de doorlooptijd korter vanwege een lagere voorraad voor dezelfde capaciteit.

Duidelijk  is  dat  de  indeling  van  het productieproces  in  combinatie  met  de  capaciteit  van  het  proces  de doorlooptijd bepaalt. Als er wordt gewerkt met grote batches en lange omsteltijden is voor een hoge
capaciteit een langere doorlooptijd nodig dan wanneer er wordt gewerkt met kleine batches en kortere omsteltijden.

BEPALENDE EIGENSCHAPPEN

Nu  bekend  is  uit  elke  soorten  wacht- en  bewerkingstijden  de  doorlooptijd  is  opgebouwd,  kan  worden onderzocht welke factoren de doorlooptijd beïnvloeden. Het is duidelijk dat een maatregel om de doorlooptijd
te  verkorten,  de  verhouding  tussen  productiecapaciteit  en  voorraad  onderhanden  werk  zó  moet  veranderen, dat de voorraad lager wordt ten opzichte van de capaciteit.

Er zijn twee eigenschappen van productieprocessen die een sterk effect hebben op de doorlooptijd van producten (Krajewski, King, Ritzman, & Wong, 1987):

Batchgrootte: deze variabele is direct van invloed op de batchwachttijd van producten. Hoe groter de batch,  des  te  langer  producten  moeten  wachten  om  naar  de  volgende  bewerking  moeten  gaan.  In
sommige  processen  worden productiebatches  in meerdere  kleine transportbatches  naar  de  volgende machine  vervoerd;  in  deze  gevallen  geldt  de  grootte  van  de  transportbatch.  Kleinere  batches  zorgen
over het algemeen voor minder batchwachttijd, maar verhogen de hoeveelheid omstellingen die moet worden gedaan.

Omsteltijd: de tijd die nodig is om een machine van de ene bewerking over te schakelen naar het doen van een andere bewerking. De omsteltijd is bepalend voor het gelijknamige deel van de doorlooptijd,
dat eerder besproken is. Lagere omsteltijden zorgen over het algemeen voor lagere doorlooptijden.

Belangrijk  is  wel  dat  de  fabriek  zich  als  doel  heeft  gesteld  om  de  doorlooptijd  te  verlagen  en  hiervoor aanpassingen  heeft  gedaan.  De  auteurs  stellen  dat  de  doorlooptijd  van  een  fabriek  voor  een  groot  deel afhankelijk is van deze twee variabelen.  Verder is het een groot voordeel als in de fabriek gestreefd wordt naar het   verlagen   van    doorlooptijden    en    het   beheersen    van    de   voorraad.    Hiervoor   zijn    verschillende productiecontrolesystemen  beschikbaar,  die  allemaal  goed  werken  in  bepaalde  situaties.  Welk  systeem het beste werkt, is vooral afhankelijk van de inrichting van het productieproces, productvariatie, flexibiliteit van de werknemers en de twee bovengenoemde variabelen
(Krajewski, King, Ritzman, & Wong, 1987).

 

Bron: Doorlooptijdreducte door werklastbeheersing binnen een Nederlandse leerlooierij (Bachelorscriptie Technische Bedrijfskunde), Tim de Wit

 

Laatst aangepast op donderdag, 04 januari 2018 06:04  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

I have made this letter longer than usual, only because I have not had the time to make it shorter.

Blaise Pascal

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 129 gasten online
Artikelen

processes michael hammer company companies processen

Banner
Banner

hooked nir eyal mensen verslingerd product

Hooked
Hoe je mensen 'verslaafd' maakt aan je product
Nir Eyal

Bij Bol.com | Managementboek



Lean boekentips

Banner