• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Continu verbeteren volgens Kaizen
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

sdca-cirkel pdca-cirkel cirkel sdca pdca kaizen verbeteren

continu verbeteren kaizen

'Kaizen' (letterlijk in het Japans: "Ky'zen" = verbetering) wil in een brede betekenis zeggen:

"Voortdurende verbetering waar iedereen bij betrokken is: topmanagement, middenkader en uitvoerenden"

(...)

"In Japan behoort verandering tot het gewone leven. Volgens de Kaizen-filosofie verdient onze manier van leven - op ons werk, ons sociale leven of ons leven thuis - het om voortdurend te worden verbeterd" (Imai)

(...)

Geleidelijke verbetering in plaats van schoksgewijs

Imai onderscheidt twee soorten veranderingen: geleidelijke en revolutionaire veranderingen. Terwijl beide soorten in Japan voorkomen, maken geleidelijke veranderingen (welke nu juist kenmerkend zijn voor Kaizen) niet zo'n duidelijk deel uit van de Westerse manier van leven. Naast het handhaven van de bestaande toestand en het doorvoeren van ingrijpende wijzigingen door innovatie, legt men in Japan sterke nadruk op het tussenliggende gebied: de voortdurende inspanning om (kleine) verbeteringen door te voeren. Hierbij heeft elk hiërarchisch niveau zijn taak.

Continu verbeteren volgens Kaizen

De activiteiten die nodig zijn voor het in gang zetten van verbeteringen en het vastleggen van verbeteringen in nieuwe normen en standaarden volgen een patroon dat vergelijkbaar is met het zogenaamde 'Deming-wiel'.

Verbeteren volgens de PDCA-cirkel

De PDCA- (Plan-Doe-Controleer-Actie) cirkel is een reeks van activiteiten die worden uitgevoerd om te verbeteren. Dit begint met een onderzoek van de huidige situatie en de verzameling van gegevens teneinde een plan voor verbetering te formuleren. Als dit plan gereed is, wordt het uitgevoerd. Daarna wordt de uitvoering gecontroleerd om na te gaan of de verwachte verbetering heeft plaatsgevonden. Is dat het geval, dan wordt een vervolgactie ondernomen zoals normalisatie van de werkwijze om er zeker van te zijn dat de nieuwe ingevoerde methode voortdurend wordt toegepast, dit maakt de verbetering blijvend.

Handhaven volgens de SDCA-cirkel

Naast het verbeteren is een tweede taak van het management het handhaven. Hierbij is de SDCA- (Standaardisatie-Doe-Controleer-Actie) cirkel een essentieel hulpmiddel. Het is van belang dat de voordelen van de verbetering behouden blijven en de bestaande normen zijn gestabiliseerd voordat een volgende verbetering wordt ingezet. Na een doorgevoerde verbetering zal het proces aanvankelijk schommelingen vertonen. Het stabiliseren van de condities van het proces en het aldus vastleggen van de verbetering in nieuwe normen vindt plaats volgens de SDCA-cirkel.

Wisselwerking tussen PDCA- en SDCA-cirkel

Binnen het Kaizen-concept gaat het om de wisselwerkingtussen de respectievelijke cirkels. Door steeds opnieuw doorlopen van achtereenvolgende de PDCA- en de SDCA-cirkel zal continue verbetering plaatsvinden: zodra een verbetering als standaard is vastgelegd (volgens de SDCA-cirkel), wordt zij een uitdaging voor nieuwe plannen tot verdere verbetering (volgens de PDCA-cirkel).

Bron: Management van verbetering - kwaliteit in een veranderingsperspectief, J.W.M van Leeuwen & A.C. Waszink

Laatst aangepast op donderdag, 26 oktober 2017 05:59  
Belangrijke onderwijskundige begrippen - Dual coding
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

bob belangrijke onderwijskundige begrippen

leren learn

Dual coding

Definitie

Het combineren van beelden en woorden, waardoor je het beter onthoudt.

 

dual coding

Dual coding

Het combineren van beelden en woorden, waardoor je het beter onthoudt.

Het werkgeheugen bestaat uit twee cognitieve werkruimtes: de codeert en verwerkt beelden en gebeurtenissen (non-verbale informatie) terwijl de andere dat doet met taal (verbale informatie). Door beide werkgeheugen aan te spreken, verwerk je het dubbel zo sterk. Vervolgens wordt verbale en non-verbale (visuele) informatie afzonderlijk opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze twee systemen zijn verbonden: zo kun je aan een beeld van een ‘boom’ denken en deze beschrijven of over een boom lezen en er een beeld van vormen. Daarbij zijn beelden krachtiger: geschreven of gesproken tekst wordt één keer opgeslagen, maar bij plaatjes van woorden gebeurt dat twee keer; verbaal én visueel. Door informatie op twee manieren aan te bieden (verbaal en visueel), komt het op beide manieren de hersenen binnen, waardoor het dus dubbel en daardoor beter wordt opgeslagen in het langetermijngeheugen.

Hier kun je als docent bij ondersteunen door bijvoorbeeld moeilijke begrippen te verduidelijken met afbeeldingen, door leerlingen informatie te laten visualiseren (zie gebruik plaatjes en icoontjes) of door afbeeldingen mondeling toe te lichten (en niet tekstueel), omdat je anders het brein overbelast.

Bron: https://leer.tips/tip/dual-coding/

 

dual coding

Richard E. Mayer toonde op basis van een review van elf studies aan dat leerlingen die een uitleg krijgen met beeld en woord, meer onthouden dan leerlingen die hetzelfde aangeleerd krijgen via enkele beelden of via enkel een woordelijke uitleg. Je kunt de werking van een pomp niet optimaal uitleggen met woorden en zonder dit aanschouwelijk te maken voor je leerlingen.

Mayer vatte dit mooi samen in een nieuw didactisch principe dat aansluit bij het aanschouwelijkheidsprincipe:

- het multimediale-principe: tekst en beeld is beter dan tekst alleen

Het basisidee is dat we twee kanalen (vandaar ook vaak dual-channeltheorie genoemd) hebben in ons hoofd, een kanaal voor woord en een kanaal voor beeld. Leren zou optimaal gebeuren als beide kanalen tegelijk aangesproken worden.

Meer leren: de bron van de dual-codingtheorie

Dit denken over multimedia is gebaseerd op de zogeheten dubbele coderingstheorie of dual-codingtheorie van Allan Paivio uit 1971. De onderstaande tekening maakt duidelijk wat de link is tussen deze theorie en het denken over de spamfilter die we ons werkgeheugen noemen.

dual coding Oliver Caviglioli


De theorie stelt dat als je enkel woorden gebruikt (gesproken en/of geschreven) er slechts sprake is vann één keer coderen, voeg je echter beelden toe, dan gebeurt die codering in ons brein twee keer: eerst visueel en daarna verbaal. Op die manier laten de woorden en beelden dubbele en dus sterkere sporen na en worden ze beter onthouden.

Bron: Klaskit: tools voor topleraren, Pedro de Bruyckere

dual coding

De dual coding theory

Volgens de Dual Coding Theory van Paivio verwerken we informatie via twee verschillende en onafhankelijke cognitieve systemen: een verbaal systeem voor talige informatie en een non-verbaal systeem voor non-verbale informatie (beelden). Elk systeem slaat de informatie op een specifieke manier op, respectievelijk als logogens en imagens.

Hoewel de beide systemen functioneel van elkaar verschillen, zijn ze met elkaar verbonden. Daardoor kunnen er associaties gevormd worden tussen de verbale en visuele representaties en kunnen we elk type van informatie transformeren tot het andere type. Zo kun je het woord ‘boek’ associéren met het beeld van een boek, waardoor je bij het horen van het woord een mentaal beeld van een boek oproept.

Paivio en zijn collega’s stellen dat de Dual Coding Theory verschillende educatieve implicaties heeft®. Illustraties en ander visueel materiaal kunnen de effectiviteit van de instructie vergroten doordat ze de leerlingen de mogelijkheid bieden om hetzelfde materiaal in twee aparte mentale voorstellingswijzen (verbaal en visueel) op te slaan. Wanneer verbale en visuele informatie in de tijd én qua locatie samen worden aangeboden, kunnen leerders tijdens het opslagproces associaties maken tussen het visuele en verbale materiaal. Daardoor creéren ze meerdere geheugensporen om de informatie later opnieuw op te roepen’. Het toevoegen van illustraties aan tekstmateriaal of het gebruik ervan tijdens de les kan ervoor zorgen dat leerders het materiaal beter onthouden, omdat het hun twee manieren biedt om de informatie op te slaan.

Een andere implicatie van de theorie is gelinkt aan de vaststelling dat we concrete informatie beter onthouden dan abstracte informatie’. Volgens Paivio wordt concrete informatie gemakkelijker onthouden, omdat die informatie mentale beelden kan oproepen en bijgevolg kan aansporen om dezelfde informatie zowel verbaal als visueel op te slaan. Wanneer het lesmateriaal vrij abstract is, kunnen grafische voorstellingen het leren ondersteunen doordat ze de instructie concreter maken’. Bied je leerlingen bovendien veel visuele ervaringen aan, dan verrijk je hun mentale representaties en neemt hun vermogen toe om mentale beelden te genereren wanneer ze leren!”,

De Dual Coding Theory wordt ondersteund door verschillende onderzoeksresultaten en studies over ons werkgeheugen!!. Beelden worden gemakkelijker onthouden dan woorden!’. Wanneer proefpersonen zowel woorden als beelden te zien krijgen, onthouden ze meer dan wanneer ze alleen maar beelden of woorden te zien krijgen'”.

Uit het onderzoek naar het gebruik van grafische voorstellingen in het onderwijs'* blijkt dat de mate waarin grafische voorstellingen een positieve bijdrage uitoefenen op het leren afhankelijk is van eigenschappen van de grafische voorstelling, maar ook van eigenschappen van de lerenden (voorkennis, visueel-ruimtelijke aanleg) die ermee aan de slag gaan. Niet alle grafische voorstellingen stimuleren het leren!”.

Bron: Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen, Tommy Opgenhaffen

dual coding

'Dual channel'-theorie

[Theorie die uitgaat van] informatieverwerking langs twee verschillende kanalen, afhankelijk van de aard van de sensorische informatie. In dit procesmodel is er een onderscheid tussen twee basale sensorische processen: visuele en auditieve processen. Dit levert een 'dual-channel'-model op, een model waarin informatie langs twee parallelle en evenwaardige kanalen wordt verwerkt. Zowel Paivio (1986), Bad-deley (1995) als Neath (1998) beschrijven hoe op die manier multimodale informatie via twee aparte kanalen wordt verwerkt. Visueel opgepikte informatie (woorden, animatie, illustraties ...) zal via het visuele kanaal verwerkt worden. Auditieve informatie wordt via het auditieve kanaal verwerkt. Met andere woorden, een lerende heeft twee keer dezelfde cognitieve capaciteit ter beschikking.

De informatie die auditief of visueel wordt aangeboden, wordt verwerkt tot een auditief of visueel model. Dit model (of 'schema') wordt dan gekoppeld aan de reeds aanwezige voorkennis in het langetermijngeheugen. Het model suggereert dat de twee kanalen vol-ledig apart verlopen, maar toch gebeurt de verwerking van de informatie in beide kanalen niet volledig geïsoleerd. Zo kan het hardop lezen van een gedrukte tekst een aanvullende verwerking van de informatie via het auditieve kanaal opleveren. Net zoals in het klassieke informatieverwerkend model voor leren, verloopt ook in dit model de verwerking volgens opeenvolgende stappen: het selecteren van relevante sensorische informatie (beelden en geluiden), het organiseren van de geselecteerde informatie tot mentale modellen en het integreren van de modellen en de beschikbare voorkennis (Mayer & Moreno, 2002; Mayer & Moreno, 2003).

[De informatieverwerking vindt plaats in] drie grote fasen: informatieselectie, orga-nisatie van informatie en integratie van de nieuw georganiseerde informatie. In dit 'dual-channel'-model herken je ook de complexere uitwerking van het werkgeheugen, zoals het onder andere door Baddeley en Hitch (1974) werd voorgesteld.

Bron: Onderwijskunde als ontwerpwetenschap - van leren naar instructie, Martin Valcke

dual coding

 

Dual Coding Theory (DCT)

Hoe werkt ons geheugen en hoe kunnen we beter leren ?  Dit heeft te maken met hoe onze hersenen functioneren bij het verwerken van informatie. Allan Paivio (1969) heeft hier met zijn Dual Coding Theory een verklaring voor.

“Het werkgeheugen bestaat uit twee cognitieve werkruimtes: de een codeert en verwerkt beelden en gebeurtenissen (non-verbale informatie) terwijl de andere dat doet met taal (verbale informatie). Door beide delen van het werkgeheugen aan te spreken, verwerk je het dubbel zo sterk. Vervolgens wordt verbale en non-verbale (visuele) informatie afzonderlijk opgeslagen in het langetermijngeheugen. Deze twee systemen zijn met elkaar verbonden.”

(...)

Beelddenken is een mythe

Woord én beeld leren samen dus beter dan een van beide. Paivio’s theorie betekent voor het onderwijs dan ook: bevorder dat leerlingen beide systemen benutten, want dan onthouden en dus leren ze beter. En dat kan door nieuwe informatie zowel in woord als beeld aan te bieden.

De DCT maakt daarmee korte metten met het vermeende onderscheid tussen beelddenkers en taaldenkers. Dat de een het beste via beelden zou leren en de ander via woorden, is een misvatting. Iedereen gebruikt beide systemen en iedereen heeft baat bij dubbel coderen. Je zou leerlingen tekortdoen door ze eenzijdig beeld of taal voor te schotelen. Hoe vaker leerlingen de twee systemen in samenhang gebruiken, hoe sterker het spoor in het geheugen.

“The research demonstrates that concreteness, imagery, and verbal associative processes play major roles in various educational domains: the representation and comprehension of knowledge, learning and memory of school material, effective instruction, individual differences, achievement motivation and test anxiety, and the learning of motor skills. DCT also has important implications for the science and practice of educational psychology — specifically, for educational research and teacher education. We show not only that DCT provides a unified explanation for diverse topics in education, but also that its mechanistic framework accommodates theories cast in terms of strategies and other high-level psychological processes.”

Bron: https://www.interactum.be/dual-coding-theory-dct/

Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 06 maart 2021 20:03  
Dagstarts volgens Bert Teeuwen (2)
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

dagstarts hoshin kanri verbeteren bert teeuwen

Bert Teeuwen beschrijft in Dagstarts en Hoshin Kanri - Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri de praktische spelregels van de dagstart:

bert teeuwen dagstarts hoshin kanri lean

Dagstarts hebben orde en regelmaat nodig om de kwaliteit ervan te borgen. Een dagstart moet een routine met vaste regels worden, en routines ontstaan pas na gedisciplineerd oefenen en inslijten. Dagstarts met steeds wisselende begintijden en open agenda's krijgen nooit de kans om een routine te worden. Neem als je een dagstart gaat ontwerpen ook de tijd om met de teamleden de regels van orde vast te stellen.

Denk daarbij aan het volgende:

  • Start altijd exact op tijd.
  • Iedereen heeft zich goed voorbereid.
  • Een dagstart duurt nooit langer dan 15 minuten.
  • Hanteer een vaste agenda.
  • De dagstart is niet om uitvoerig te discussiëren.
  • Rond elk agendapunt af door kort samen te vatten.
  • Voer de prestatiedialoog aan de hand van een vaste set van coachingsvragen.
  • Verbetervoorstellen zijn alleen akkoord als ze een bijdrage levren aan de (team-)doelstellingen.
  • Van dagstarts worden geen verslagen of notulen gemaakt. Alles is vastgelegd op een overzichtelijk dagstartbord. Iemand die de dagstart gemist heeft, kan de resultaten van het gesprek en de actiepunten op dat bord vinden.
  • Iedereen is er. Dagstarts stimuleren het collectieve leren en verbeteren.

Een ander type regels gaan over de omgangsvormen. De manier waarop men elkaar respectvol aanspreekt en naar elkaar luistert.

Zoals:

Wij

  • Vallen elkaar niet in de rede.
  • Luisteren naar elkaar met als doel de ander te begrijpen.
  • Hebben respect voor elkaars bijdrage.
  • Discussiëren alleen over een onderwerp als we de feiten kennen.
  • Willen continu collectief leren en verbeteren en helpen elkaar daarbij.
  • Delen onze kennis en standaarden.

Bron: Dagstarts en Hoshin Kanri - Continu Leren en Verbeteren in de juiste richting met Dagstarts en Hoshin Kanri, Bert Teeuwen

Tags:
Laatst aangepast op maandag, 28 januari 2019 20:34  
Omdenken met Robert G. Ingersoll
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat quote

Te veel twijfel is beter dan te veel goedgelovigheid.

Robert G. Ingersoll

Laatst aangepast op vrijdag, 29 september 2017 05:22  
5 verschillen tussen training & werkplekleren volgens Pamela Hogle
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

performance support werkplekleren workflow bob mosher conrad gottfredson

Pamela Hogle gaat in het artikel 5 Fundamental Ways Workflow Learning Differs from Training, Pamela Hogle op de verschillen tussen training en werkplekleren (Performance support).

De klassieke volgorde: eerst trainen, dan toepassen aan het vervagen door de opkomst van werkplekleren.

Werkplekleren kent overeenkomsten en verschillen met training en eLearning. Het kennen hiervan helpt - aldus - Pamela om instructioneel ontwerpers om effectievere content aan te bieden aan iedereen die direct verwacht te kunnen leren tijdens het uitvoeren van het werk (dus zonder het werk te onderbreken).

Volgens Pamela kenmerkt werkplekleren zich door vijf unieke eigenschappen:

(1) Nabijheid (Immediacy)
Per definitie ondersteunt werkplekleren medewerkers terwijl ze het werk uitvoeren. Ook al kun je bij eLearning op je werkplek blijven, net als bij training houdt dit je toch - letterlijk - van je werk.

(2) Samenwerking (Collaboration)
Ondanks het feit dat werkplekleren individueel plaatsvindt (en voorkomt dit dat werktaken verstoort worden), is het samenwerkende element aan werkplekleren dat bij het onderhouden en ontwikkelen van content je dit nadrukkelijk samen doet en elkaar als collega's helpt om waardevolle informatie en kennis te delen.

(3) Inplanbaarheid (Scheduling)
Ongeacht de vorm waarin een training wordt aangeboden, geldt altijd dat je hiervoor een beslissing moet nemen om deze te volgen en de tijd te vinden om het af te maken.
Werkplekleren plan je niet; je zoekt en consumeert het op de momenten dat je dit nodig hebt ('moment of need').

(4) Hapklare leerbrokken (Takeaways for learners)
Bij het volgen van een trainingsmodule gaat het om de inhoud ervan die gericht is op onder de knie krijgen van een specifiek onderdeel van een vakgebied.
Bij werkplekleren is de insteek om te voorzien in een accuut probleem op te lossen. Dit vraagt van instructioneel ontwerpers om hapklare informatiebrokken te ontwikkelen die on-demand én snel toegankelijk zijn.

(5) Eindresultaat
Een verschil tussen training en werkplekleren is dat werkplekleren niet zo zeer gericht is op het duurzaam veranderen van gedrag door het aanleren van een nieuwe kennis en/of vaardigheden, maar gaat het vooral om het ondersteunen van de uitvoering van taken. Wanneer het gaat om een niet zo vaak voorkomende taak, helpt een werkplekleer-tool om deze goed uit te voeren. Een werkplekleer-tool kan ook ondersteuning bieden bij het uitvoeren van veelvoorkomende taken, waarbij het herhaalelement dan in de loop van de tijd wel degelijk leidt tot een gedragsverandering.

Bron: 5 Fundamental Ways Workflow Learning Differs from Training, Pamela Hogle


Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 22 februari 2020 07:47  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

 

Slechts 45% van alle gerealiseerde functies in een eindproduct wordt ook daadwerkelijk gebruikt.

Jacobs

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 56 gasten online
Artikelen

standaard standards taiichi ohno

Banner
Banner

ted methode chris anderson

De TED-methode
Impactvol presenteren
Chris Anderson

Bij Bol.com | Managementboek | Amazon.nl

Lean boekentips

Banner