
Rijk Schildmeijer & Paul Suijkerbuijk beschrijven in het boek Six Sigma in de praktijk het kwaliteitsinstrument van het visgraatdiagram:

Een oorzaak-en-gevolg diagram
Een Oorzaak & Gevolg diagram (O&G diagram, in het Engels: Cause & Effect diagram) is een tool die alle mogelijke (!) oorzaken van een specifiek probleem of kwaliteitsaspect helpt te identificeren, sorteren en weer te geven. Het geeft de relatie tussen een gegeven uitkomst (Y) en alle factoren (X) die de uitkomst beïnvloeden grafisch weer. Het type diagram wordt ook wel Ishikawa diagram genoemd naar de bedenker Kaoru Ishikawa.
'Visgraatdiagram' is eveneens een term die men vaak tegenkomt.
(...)
Als hoofdassen gebruikt men vaak de 6 M's (Materialen, Methoden, Machines, Metingen, Milieu/omgeving) om richting te geven aan het inventarisatieproces.
Het Oorzaak & Gevolg diagram is een zeer bruikbaar instrument om de volgende redenen:
Het O&G diagram
- helpt de grondoorzaken van een probleem of kwaliteitskenmerk bepalen, gebruikmakend van een gestructureerde benadering.
- moedigt groepsdeelname aan en gebruikt de groepskennis van het proces.
- gebruikt een geordend en eenvoudig af te lezen opmaak om oorzaak & gevolgrelaties weer te geven
- geeft mogelijke oorzaken van procesvariatie aan
- verhoogt de kennis van het proces door iedereen te helpen meer te leren over de factoren op het werk en hoe ze in relatie met elkaar staan.
- geeft gebieden aan waar data moeten worden verzameld voor nader onderzoek
Een Oorzaak & Gevolg diagram opbouwen
Onderstaande stappen geven een leidraad bij het opbouwen van een Oorzaak & Gevolg diagram:
(1) Identificeer en definieer duidelijk het gevolg (effect) dat geanalyseerd wordt:
- Het effect wordt omschreven als het probleem. ... Bij het maken van de fishbone voor je verbetertraject is in het algemeen een te lage (of te hoge) Y het gevolg.
- Gebruik operationele definities om zeker te stellen dat de betekenis die aan het gevolg gegeven wordt, begrepen is.
(2) Zorg dat iedereen kan participeren en dat iedereen het diagram kan zien. Teken de visgraat en het gevolg blok (bijv. op een white board of brown paper).
(3) Bepaal de oorzaakcategorieën die bijdragen aan het gevolg dat bestudeerd wordt:
- 6M's: methoden, materialen, mens, machine, meting, milieu
- 4P's: policies, procedure, people, plant
(4) Bepaal voor elke hoofdtak andere specifieke factoren die de oorzaak kunnen zijn van het gevolg.
- Zoek naar zoveel mogelijk oorzaken of factoren en bevestig ze aan de zijtakken van de hoofdtak (met het team, het is een goed gebruik met post-it notes en stiften te werken).
(5) Bepaal steeds gedetailleerdere niveaus van oorzaken en organiseer ze onder gerelateerde oorzaken of categorieën.
- Stel vanuit benoemde oorzaken een aantal keer de waarom-vraag om de achterliggende oorzaken te vinden.
(6) Analyseer het diagram. Analyse helpt je de oorzaken te bepalen die nader onderzoek nodig hebben.
- Kijk naar de 'balans' van je diagram. Ga vergelijkbare detailniveaus na voor de meeste categorieën
- Kijk naar oorzaken die meerdere malen voorkomen. Dit kunnen hoofdoorzaken zijn.
- Kijk ook naar wat je kunt meten in relatie tot die oorzaken die je hebt gevonden, zodat je de variatie kunt kwantificeren
Bron: Six Sigma in de praktijk, Rijk Schildmeijer & Paul Suijkerbuijk


Kennissoort
Definitie
(1) Declaratieve kennis: kennis van feiten, termen, begrippen, regels, principes etc ('weten dat')
(2) Procedurele kennis: kennis van mentale handelingen, of cognitieve vaardigheden ('weten hoe')
(3) Situationele kennis: kennis die direct verbonden is aan een situatie of context (gebruikskennis)
Zie ook:

Indelingen van kennis
Kennis kan op verschillende manieren worden ingedeeld. We maken in ons onderzoek en adviesw geregeld gebruik van de volgende vier indelingen.
(1) Feitenkennis
We weten allemaal waarschijnlijk wel dat we een rij getallen kunnen karakteriseren door een gemiddelde en een standaardafwijking. Deze kennis wordt aangeduid als feitenkennis of declaratieve kennis ('weten dat').
(2) Procedurele kennis
Naast feitenkennis wordt procedurele kennis onderscheiden. Met procedurele kennis wordt gedoeld op bepaalde handelingen die vaak in een voorgeschreven volgorde uitgevoerd moeten worden om een bepaald doel te bereiken ('weten hoe'). Een eenvoudig voorbeeld van procedurele kennis is de rekenregel die wij onthouden met het ezelsbruggetje: Meneer Van Dalen Wacht op Antwoord. Als bij het rekenen de juiste volgorde (Machtsverheffen, Vermenigvuldigen, Delen, Worteltrekken, Optellen en Aftrekken) van deze regel niet in acht wordt genomen zijn de antwoorden in de meeste gevallen fout. Procedurele kennis kan eenvoudig zijn maar ook zeer ingewikkeld, zoals bijvoorbeeld het geval is bij het maken van roosters aan het begin van een nieuw schooljaar of het roosteren van personeel in ziekenhuizen of de planning van voertuigen in transportbedrijven.
(3) Interpretatieve kennis
Overigens, alleen met procedurele kennis en feitenkennis krijg je zo'n rooster niet klaar. Roosteraars blijken een aantal basisregels te gebruiken en van hieruit gaan ze stap voor stap aan het werk. En bij elke stap beoordelen of interpreteren ze de situatie op haalbaarheid. Ze gebruiken ook interpretatieve kennis. Ze interpreteren een tussenrooster op haalbaarheid waarbij naast feiten en procedures ook allerlei sociaal-psychologische punten een rol spelen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af of het verstandig is bepaalde werknemers gezamenlijk in een dienst op te nemen. Dat is ook de reden dat dit soort problemen niet alleen met gebruik van algoritmen en een computer is op te lossen. Zelfs voor computers is de complexiteit van het roostervraagstuk te groot.
(4) Achtergrond kennis
In verband met de beoordeling en verificatie van kennis is achtergrondkennis of metakennis van belang. Deze kennis heeft met name betrekking op het verklaren van redeneerprocessen. Waarom leiden bepaalde handelingen van roostermakers tot een aanvaardbaar rooster? Waarom is de werkwijze van de ene expert beter dan de werkwijze van een andere?
Bron: Management van kennis - een creatieve onderneming, Jacques Boersma