• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Weten wat je zegt volgens Claudius
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat quote

Say not always what you know, but always know what you say.

Claudius

 

Laatst aangepast op woensdag, 11 november 2015 07:58  
Taxonomie van leerdoelen volgens Romiszowski
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kennis feiten begrippen principes procedures

In het boek Leren en onderwijzen - inleiding tot de algemene didactiek beschrijven Roger Stanaert & Firmin Troch de taxonomie van Rominszowski:

taxonomie leren romiszowski kennis

Vereenvoudigde taxonomie van Romiszowski

De meeste taken die een leerling moet uitvoeren, omvatten twee componenten: enerzijds de inhoud waarmee hij iets moet doen, en anderzijds de activiteit (gedrag) op die inhoud.

(1) Inhoud

Over welk soort informatie gaat het bij het uitvoeren van een taak? Deze taakinhoud kan onderverdeeld worden in de volgende soorten: feiten, begrippen, procedures en principes.

(1.1) Feiten

Feiten zijn gegevens betreffende concrete gebeurtenissen, toestanden, personen of zaken. Het gaat om de meest eenvoudige informatie die men opdoet via observatie. Zij kunnen enkel verworven worden door ze waar te nemen. Op zichzelf zijn ze niet betekenisvol, maar zij krijgen betekenis in hun context. Concreet gaat het bijvoorbeeld om historische feiten, numerieke gegevens, technische specificaties, namen, enz.

Voorbeeld: de Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945 (gelezen of gehoord van de leraar).

(1.2) Procedures (stappen, algoritmen)

Procedures zijn taken die volgens bepaalde opeenvolgende stappen moeten worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om voorschriften die gegarandeerd leiden tot de juiste oplossing of uitvoering (algoritmen). Ook processen en ontwikkelingsfasen worden beschouwd als procedures.

Voorbeelden: Het algoritme van de deling, de vermenigvuldiging; de opeenvolgende stappen om een boormachine te bedienen.

(1.2) Begrippen (klassen, categorieën, soorten)

Begrippen zijn namen (woorden of symbolen) die ontstaan vanuit een groepering van een aantal observaties. De naam is dan een overkoepelende eenheid of klasse. Bijvoorbeeld: tafel, hond, democratie, metabolisme. Zo betekent het begrip 'hond' dat men eender welke soort hond waar ook ter wereld onder kan brengen onder de klasse 'hond'. Tegelijkertijd kan men alle andere dieren als niet behorend tot deze klasse onderscheiden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen concrete begrippen, abstracte begrippen en begrippenkaders.

  • Concrete begrippen kunnen in de werkelijkheid worden waargenomen, bijvoorbeeld dieren (hond, vis), mensen (man, vrouw, bejaarde), zaken (tafel, stoel).
  • Abstracte begrippen kunnen niet worden waargenomen, maar vragen een omschrijving (definitie), bijvoorbeeld intelligentie, vrijheid, wilskracht, saamhorigheid.
  • Begrippenkaders: dat zijn schema's en structuren die in het geheugen zijn gestockeerd, bijvoorbeeld een taxonomie, een classificatie van diersoorten.
De leerling heeft inzicht in een begrip indien hij in staat is nieuwe voorbeelden, voorwerpen, uitspraken ervan te klasseren, dat wil zeggen indien hij bekwaam is voorbeelden en tegenvoorbeelden van het begrip te onderscheiden. Daartoe moet hij overeenkomsten en verschillen ontdekken tussen de kenmerken. Een definitie kunnen geven van een begrip is dus niet noodzakelijk een bewijs van inzicht in dat begrip.
(1.3) Prinicipes
Principes zijn veralgemeniseringen onder de vorm van wetten of regels die twee of meer begrippen met elkaar in verband brengen. Bijvoorbeeld: metaal zet uit bij verwarming. Hierbij worden de begrippen metaal-verwarmen-uitzetten met elkaar in verband gebracht. Men kan het ook een 'als...dan'-uitspraak noemen. 'Als metaal verwarmt, dan zet het uit'.
Er zijn twee soorten principes:
  • Wetten. Bijvoorbeeld: de wetten uit de natuurwetenschappen. Zij worden door inductie afgeleid uit de natuur.
  • Regels of wetmatigheden om ons gedrag te leiden, dat wil zeggen een leidraad die men kan zien als een regel om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld: om een lesvoorbereiding te maken moet je eerst je onderwerp afbakenen en het situeren in het leerplan (men noemt dit heuristiek of zoekregel waarbij gebruik moet worden gemaakt van denk- of oplossingsmethoden).
Om regels te kunnen toepassen moeten in de doelstelling steeds de condities worden vermeld, zo niet blijft men bij geheugenkennis en louter reproduceren.
(2) Gedrag
(2.1) Kennis
Kennis omvat verworven informatie die op een georganiseerde manier in het geheugen is opgestapeld. Onder kennis wordt niet alleen het louter memoriseren, maar ook het begrjipen van die informatie verstaan. Vandaar dat onderscheid zal worden gemaakt tussen geheugenkennis en inzichtelijke kennis.
Geheugenkennis (reproduceren, weten)
De operatie die de leerling bij geheugenkennis uitvoert, is het herkennen of zich herinneren van vooraf geleerde informatie, in de vorm die omzeggens identiek is aan degene die oorspronkelijk werd gepresenteerd.
  • Bij herkennen moet de leerling de terug aangeboden informatie kunnen identificeren, bijvoorbeeld: een melodie herkennen, symbolen herkennen.
  • Bij herinneren wordt de informatie niet terug aangeboden, maar moet zij uit het geheugen worden opgeroepen, bijvoorbeeld: een gedicht voordragen, zich namen, data, feiten, regels enz. herinneren.
De informatie die bij geheugenkennis vooral van belang is, betreft feiten en procedures. Op het niveau van geheugenkennis kent de leerling feiten, weet hij hoe hij te werk moet gaan, wat nochtans niet betekent dat hij een procedure ook uit kan voeren. Bijvoorbeeld: weten hoe je een telefoon moet bedienen in een telefooncel (dit is een andere activiteit dan het bedienen zelf).
Inzichtelijke kennis (inzien)
Loutere parate kennis volstaat niet, er moet inzicht zijn in heel wat informatie. De leerling moet de aangeboden informatie begrijpen en er dus betekenis aan kunnen geven. Inzichtelijke kennis heeft te maken met de bekwaamheid om uit gegeven informatie, die min of meer nieuw is, de betekenis te achterhalen. Het gaat dus steeds om gegeven informatie; de richting van je denken wordt dus gegeven; je moet die richting dus niet zelf zoeken. Het gaat om een gegeven regel, een gegeven passage, een gegeven kenmerk en daar moet je iets mee doen. Je wordt dus bij je denken figuurlijk bij het handje gehouden. De activiteiten die de leerling bij inzichtelijke kennis uitvoert, kunnen van verschillende aard zijn. Hij kan inzicht demonstreren door:
  • omzetten van gegeven informatie
  • interpreteren van gegeven informatie (vergelijken, hoofd- en bijzaken onderscheiden, samenvatten + structureren)
  • voorspellen van de gevolgen of effecten
(2.2) Vaardigheid
Vaardigheid is de bekwaamheid om op effectieve en efficiënte wijze iets te doen met de verworden informatie. Enerzijds zal hierbij onderscheid worden gemaakt tussen eenvoudige (nabootsende) en productieve vaardigheden, en anderzijds zullen die vaardigheden in drie gebieden worden onderscheiden: cognitieve vaardigheden, motorische vaardigheden en affectieve vaardigheden.
Een vaardigheid veronderstelt dat de leerling met de verworven informatie iets doet. Hij moet namelijk de informatie leren toepassen in concrete situaties. Dit toepassen kan op twee niveaus en op drie gebieden plaatsvinden.
  • twee niveaus: eenvoudig (geautomatiseerd, reproductief) en productief toepassen;
  • drie gebieden: cognitieve, motorische en affectieve vaardigheden.
Bij cognitieve vaardigheden gaat het bij geautomatiseerd toepassene van informatie om routinegedrag; in dit geval moet de leerling zijn inzicht in een regel of procedure kunnen demonstreren in concrete situaties en taken die voor hem nieuw zijn, nadat de regel en de procedure expliciet zijn aangeleerd.
Bij productief toepassen van informatie gaat het het om probleemoplossend denken en handelen: de leerling wordt voor een probleem geplaatst dat opgelost moet worden en waarbij het oplossingsprincipe of de oplossingsstrategie niet wordt meegedeeld. De leerling moet dit principe zelf vinden door denken en redeneren.
(...)
Het lerend denken dat hierbij plaatsvindt, kan gebeuren onder drie vormen: analyseren, synthetiseren en evalueren.
Tags:
Laatst aangepast op zaterdag, 13 maart 2021 20:29  
De Verbeter-kata volgens Marcel van Assen
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

verbeterkata obstakels visie doel uitdaging

Marcel van Assen beschrijft in zijn boek Handboek Lean management de verbeter-Kata:

marcel van assen handboek lean management

De verbeter-Kata is een verbeterroutine binnen Toyota om het continu verbeteren vorm te geven. 'Kata' is een term uit de Japanse zelfverdedigingskunt karate, en staat voor een 'vorm', een individuele stijloefening met een reeks vastgelegde bewegingen. Het idee van de verbeter-Kata is dat vooral gedragsroutines - ofwel de zachte culturele kant van Lean en niet zozeer de harde verbetertechnieken - het structurele succes van Lean bepalen. In en Kata wordt eerst de verbeteruitdaging bepaald, vervolgens wordt de huidige situatie geanalyseerd (current-state) waarna een doeltoestand (future-state) wordt bepaald en een route om stapsgewijs de doeltoestand te bereiken. De verbeter-Kata bevat een systematische en iteratieve routineom van de huidige toestand in de doeltoestand te komen (vanuit het perspectief van het verbeterteam).

Een verbeter-Kata is een eenvoudige verbeterroutine met vier stappen:

  1. Begrijp de richting (ook wel het 'Ware Noorden' of 'True North' genoemd).

  2. Begrijp de huidige toestand (Current Condition).

  3. Stel de volgende doeltoestand vast (Next Target Condition).

  4. Verbeter richting de doeltoestand door stapsgewijs de obstakels naar de volgende doeltoestand weg te nemen (PDCA).

Bron: Handboek Lean management - aanpak, concepten en modellen voor het succesvol toepassen van Lean, Marcel van Assen

Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2019 16:58  
Betekenisvolle eenvoud volgens Don Draper
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

Make it simple, but significant.

Don Draper

Laatst aangepast op woensdag, 03 juni 2015 05:29  
Kennis volgens Kallenberg e.a.
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kennis feiten begrippen principes procedures

A.J. Kallenberg, L. van der Grijspaarde, A. ter Baak en C.J. van Horzen beschrijven in hun boek Leren (en) doceren in het hoger onderwijs welke verschillende vormen van kennis zij onderscheiden:

kennis feiten procedures begrippen principes

In welke categorieën kunnen we kennis onderverdelen?

Onder kennis verstaan we de informatie die in het hoofd van de student is opgeslagen. Dit kunnen feiten, procedures, begrippen en principes zijn. Hieronder lichten we deze categorieën toe.

(1) Feiten

Feiten zijn objecten, gebeurtenissen, namen, enzovoort. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen concrete feiten, verbale informatie en feitensystemen. Concrete feiten zijn dingen die een student waarneemt en onthoudt. Het omvat alle kennis die een student heeft verkregen door directe ervaring, uitgedrukt in het vermogen om objecten, mensen of plaatsen te herkennen. Verbale informatie omvat alle kennis met een feitelijk karakter die verkregen is door middel van symbolentaal. Logica of wiskunde zijn hiervan voorbeelden. Feitensystemen omvatten de meer complexe, onderlinge verbonden feitelijke kennis die een student verwerft. De symbolen van het morsealfabet, de standaardsymbolen op geografische kaarten en de internationale verkeerstekens zijn voorbeelden van feitensystemen.

(2) Procedures

Als een student een procedure kent, dan weet diegene hoe hij in een specifieke situatie te werk moet gaan. Procedures kunnen we onderverdelen in ketens en discriminaties. Ketens zijn eenvoudige stap-voor-stapprocedures zoals weten wat je moet doen als de telefoon gaat, namelijk de telefoon volgens de richtlijn van de organisatie opnemen. Het is overigens niet zo dat kennis van een procedure automatisch betekent dat een student de procedure ook kan uitvoeren. Bij de uitvoering kunnen ook specifieke, voor de uitvoering noodzakelijke vaardigheden betrokken zijn. Onder discriminaties wordt het onderscheiden van soortgelijke informatie verstaan. Bijvoorbeeld: de beslissing of het telefoontje met het juiste toestelnummer moet worden doorverbonden is afhankelijk van de aanwezigheid van een opgeslagen meervoudige discriminatie: in dit geval een verzameling associaties die het juiste toestelnummer koppelen aan de juiste persoon of afdeling.

(3) Begrippen

Onder begrippen of concepten verstaan we de naam van de klassen van de elementen of denkbeelden waarvan een student voorbeelden kan geven. We onderscheiden concrete begrippen, abstracte begrippen en begrippensystemen. Concrete begrippen zijn begrippen die klassen zijn van objecten of situaties uit de werkelijkheid. Rood is een concreet begrip, aangezien dit woord een speciale klasse van objecten in de werkelijkheid definieert. Abstracte begrippen bestaan uit klassen van andere begrippen. Zij kunnen niet geleerd worden zonder gebruik te maken van een geschikte taal. Voorbeelden zijn kleur en grootte. Om een kleuter de betekenis van kleur duidelijk te kunnen maken is taal en beheersing van meer eenvoudige begrippen een voorwaarde: rood is een kleur; blauw is een kleur, enzovoort. Door dergelijke voorbeelden aan te halen, kunnen we het begrip kleur overbrengen. Begrippensystemen omvatten groepen van samenhangende begrippen die een student in zijn geheugen opslaat op zo'n manier dat de relaties tussen de begrippen en de begrippen zelf herinnerd worden en opgeroepen kunnen worden. Het begrip 'fysieke eigenschappen', en de eigenschappen zelf, kunnen we zien als een systeem van onderling verbonden begrippen. Fysieke eigenschappen zoals massa, gewicht, soortelijk gewicht, kunnen op een zodanige manier worden opgeslagen dat de onderlinge samenhang ook herinnerd wordt.

(4) Principes

Met principes bedoelen we het verklaren of voorspellen van verschijnselen door het kennen van regels of principes, die bepaalde begrippen of feiten op specifieke wijze verbinden. Natuurprincipes zijn regels die het gedrag van onze omgeving besturen. De stelling bijvoorbeeld dat metalen uitzetten als zij worden verhit worden is een regel of principe van de natuur. Handelingsprincipes zijn regels die het gedrag sturen van degene die aan de principes vasthoudt. Regelsystemen zijn theorieën of strategieën. Afzonderlijk, maar samenhangende regels verbinden zich tot regelsystemen.

Bron: Leren (en) doceren in het hoger onderwijs, A.J. Kallenberg, L. van der Grijspaarde, A. ter Baak en C.J. van Horzen

Tags:
Laatst aangepast op woensdag, 05 september 2018 18:50  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Iedereen hoort alleen wat hij begrijpt.

Johann Wolfgang von Goethe

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 160 gasten online
Artikelen

voorkom verspilling jeff bezos

Banner
Banner

denkbeelden praktijkboek visuele leerstrategie ven

Denkbeelden
Praktijkboek voor visuele leerstrategieën
Michel van de Ven

Bij Bol.com

 

Lean boekentips

Banner