
Volgens De Leeuw kan planning zowel worden beschouwd als synoniem met besturing als een hulpmiddel bij besturing. De Leeuw definieert planning als, in het verlengde van managen als realiseren met mensen, het tevoren zorgen dat het goed gaat. Planning is een hulpmiddel bij besturing en kan worden omschreven als het in samenhang nemen van reeksen beslissingen teneinde de loop van de gebeurtenissen te beïnvloeden. Een plan wordt dan ook gezien als een stelsel samenhangende maatregelen ter bereiking van bepaalde doelen.
Planning als proces omvat het proces van doelformulering, van de keuze van wegen en middelen, van de ordening van de richtinggevende activiteiten in de tijd, van het bewaken van de uitvoering en het terugvoeren van gegevens omtrent de uitvoering naar het planningsproces.
Strategische planning
Volgens De Leeuw kun je spreken van strategische planning als dat deel van het planningsproces dat betrekking heeft op de formulering van doelen (in relatie met continuïteit en positie) en over beleids-planning of beleidsontwikkeling als je de aandacht richt op alle planningsactiviteiten die het hele operationele plannen omringen (strategische en tactische planning).
Strategische beslissingen hebben betrekking op de afstemming tussen de organisatie en omgeving (onder meer de keuze van product-marktcombinaties), de tactische besturing bepaalt de structurering van de organisatie en de middelenverwerving. De operationele beslissingen zijn gericht op de optimale middelen aanwending. Deze indeling kan niet direct worden gekoppeld aan het niveau in de organisatie. Strategisch management is er in beginsel op alle niveaus, zij het dat bijvoorbeeld het topmanagement zijn taak in belangrijke mate vindt in het strategische vraagstuk.
Planning kan worden opgedeeld in vier categoriëen (wat wordt er zoal gepland?):
- Subsystemen: planning per en tussen organisatorische afdelingen
- Aspectsystemen: planning per en tussen functionele gebieden (personele planning, financiële planning, productieplanning etc.)
- Fasesystemen: planning voor de korte termijn, voor de middellange en voor de langere termij
- Planningsniveau: operationele, tactische en strategische planning.
Een bij het fasesysteem aansluitende manier om planningsvraagstukken op te delen is naar de lengte van de planningsperiode: korte termijn, middellange termijn en lange termijn.
- Korte termijn: <= 1 jaar (operationeel)
- Middellange termijn: 3-5 jaar (tactisch)
- Lange termijn: 10-15 jaar (strategisch)
Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw
 de Leeuw.jpg)
Volgens De Leeuw is de meest fundamentele relatie in een proces, de notie van tijd: er zijn gebeurtenissen of activiteiten op meer tijdstippen, waarbij de ene volgt op de andere.
De Leeuw definieert een proces als een verzameling in de tijd geordende elementen, die meestal gebeurtenissen of activiteiten worden genoemd. Soms wordt niet expliciet over tijd gesproken, maar worden termen gebruikt als ‘volgt op’. Naast deze tijdsrelatie kunnen er andere relaties aanwezig zijn.
Binnen de bedrijfskunde worden drie hoofdvormen van processen onderscheiden:
(1) Causale proces (relaties van oorzakelijkheid)
(2) Functioneel proces (relaties van noodzakelijke volgorde)
(3) Transformatieproces (transformatierelaties)
Causaal proces
Bij het causale proces is er naast de tijdsrelatie een relatie van causaliteit: er is een verzameling elkaar opvolgende gebeurtenissen die een oorzakelijk verband met elkaar hebben. Veel biologische en chemische processen zijn causaal. Ook sociale processen zijn voorbeelden van causale processen.
Functioneel proces
Verzameling doelmatig geordende activiteiten. Naast de tijdsrelatie is er een relatie van een zekere mate van noodzakelijkheid: activiteit a is in zekere mate noodzakelijk voor activiteit b. Als a niet heeft plaatsgevonden, wordt b moeilijk of onmogelijk. Het functionele perspectief staat centraal waarbij het er om gaat in welke mate activiteit a bijdraagt aan activiteit b.
Transformatieproces
Binnen het transformatieproces gaat het om fysieke omzetting: verandering van fysieke kenmerken, plaats en tijd daarbij inbegrepen (bijv. tabaksbladeren in sigaren, druiven in wijn).
Zie ook: Processen volgens De Leeuw (2)
Bron: Bedrijfskundig management (2000), A.C.J. de Leeuw