• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
LSS: Stakeholderanalyse
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

stakeholderanalyse

Een stakeholderanalyse is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke personen van invloed zijn op een (DMAIC-)project en welke betrokkenheid ze hebben. Het doel ervan is om de stakeholders te identificeren en een actieplan te maken om de stakeholders te managen.

Binnen de context van projectmanagement is een stakeholder een persoon of groep die een positief dan wel negatief belang heeft bij het project, of die het project kan beïnvloeden. Bij een DMAIC-project is het uitvoeren van een stakeholderanalyse een belangrijk onderdeel van de Definitie-fase (Define).

Een stakeholderanalyse moet duidelijk maken wie je stakeholders zijn, en hoe ze tegenover het project staan. De stakeholderanalyse maakt onderdeel uit van stakeholdermanagement. Stakeholdermanagement heeft als doel het verkrijgen van ondersteuning voor de inhoud en activiteiten van het DMAIC-project. Goed stakeholdermanagement helpt de slagingskans van het project te vergroten door de risico's van tegenwerking door partijen in de omgeving zo veel mogelijk te verminderen, of liever nog zo veel mogelijk medewerking te krijgen. Bij stakeholdermanagement gaat het erom de omgeving in kaart te brengen en een benaderingsplan op te stellen voor alle actoren. Tijdens het project is het zaak om de actoren blijven(d) te betrekken bij het project.

Het uitvoeren van een stakeholderanalyse komt in essentie neer op in kaart brengen van de stakeholders van het project en het vervolgens vaststellen van een strategie voor de wijze waarop je de verschillende stakeholders wilt benaderen. Deze strategie hangt niet alleen af van welke positie specifieke stakeholders nu ten opzichte van het project hebben, maar ook welk positie je zou willen dat zij innemen. Voor sommige stakeholders is de huidige positie prima, maar in andere gevallen is een actieplan nodig om het gat tussen de huidige en de gewenste positie te verkleinen.

Concreter geformuleerd bestaat een stakeholderanalyse uit vier stappen:

(1) Identificeren stakeholders
(2) Inschatten van de invloed (belang en macht) van de stakeholders
(3) Inschatten van de relatie van de stakeholder ten opzichte van het project
(4) Benaderingsplan maken: bepalen welke actor op welke manier betrokken moet worden.

 

Ad (1) Inschatten van de invloed (belang en macht) van de stakeholders

Er zijn verschillende methodieken om stakeholders in kaart te brengen, maar een veel gebruikte manier om stakeholders te classificeren is met behulp van de macht/interesse-matrix (power/interest-grid) van Mendelow (1991). Binnen deze matrix worden stakeholders ingedeeld op basis van twee variabelen:

  1. Macht (Power): machtspositie van de stakeholder ten opzichte van het project, welke invloed heeft de stakeholder op de besluitvorming.

  2. Interesse (Interest): niveau van betrokkenheid bij het project, hoeveel belang heeft stakeholder bij de uitkomsten van het project.

Door dit in kaart te brengen kun je gericht bepalen welke communicatie-inspanningen nodig zijn.

power interest grid mendelow stakeholderanalyse

 

Ad (2) Inschatten van de relatie van de stakeholder ten opzichte van het project

Bij het in kaart brengen van stakeholders wordt vaak ook de relatie tussen de stakeholder en het project beoordeeld op twee aspecten:

  1. Mate waarin er overeenstemming bestaat over doelen en resultaten van het project: in hoeverre onderschrijft de actor de projectdoelen?

  2. Mate van vertrouwen; de mate waarin je kunt rekenen op de stakeholder en de openheid van de onderlinge communicatie: : in hoeverre is er een vertrouwensband tussen actor en opdrachtgever, projectmanager of projectmedewerkers?

Bij de beoordeling van de relatie tussen stakeholder en het project zijn er zes rollen te onderscheiden. Stakeholders met weinig vertrouwen in de relatie kun je labelen als vijanden, opportunisten of coalitiepartners, afhankelijk van de mate van overeenstemming over de inhoud. Op dezelfde manier kun je stakeholders met veel vertrouwen in de relatie typeren als opponenten, twijfelaars of bondgenoten.


typering actoren stakeholderanalyse

 

Volgens Lia de Zoete vraagt elk van de 'typen' actoren om een verschillende behandeling:

  1. Coalitiepartners: staan achter de inhoud, maar hebben nog wat weinig vertrouwen in de relatie. Vergroot het vertrouwen dor concrete afspraken te maken over de samenwerking en steeds duidelijk te communiceren over wederzijdse verwachtingen.

  2. Bondgenoten: zitten op dezelfde golflengte. Het is zaak om veel samen te werken en de relatie goed te houden. Soms kunnen bondgenoten behulpzaam zijn bij het benaderen van een vijand of tegenstander.

  3. Tegenstanders: hebben een andere kijk op de inhoud van het project en zullen dat onomwonden naar buiten brengen. Je weet waar je aan toe bent en dat geeft duidelijkheid over de haalbaarheid en begrenzing van het project. Met tegenstanders wordt onderhandeld over overlappende of afwijkende belangen.

  4. Vijanden: zijn het oneens met de inhoud en daarnaast is er weinig vertrouwen in de relatie. Beperk het contact tot zakelijke discussies over de inhoud en wees daarbij duidelijk over de eigen opvattingen. Besteed er niet teveel energie aan en probeer in geen geval te manipuleren. Soms kan een bondgenoot, met een betere relatie, ingeschakeld worden om hem te benaderen.

  5. Opportunisten: willen hun opties zo lang mogelijk openhouden. Het is onduidelijk welk standpunt zij zullen innemen 'als puntje bij paaltje' komt. Zorg ook hier voor een zakelijke benadering, de relatie is immers (nog) niet stevig, en zoek naar gemeenschappelijke belangen.

  6. Twijfelaars: zijn vaak nog onvoldoende geïnformeerd. Ze hebben hun standpunt nog niet ingenomen, maar er valt goed met ze te praten. Betrek ze bij het project en geef ze voldoende informatie.

Het is belangrijk te beseffen dat de positionering in de matrix enkel een momentopname is en stakeholders in de tijd kunnen veranderen van positie.

Bron: Projecten op de rails: toolbox voor projectmanagers,  Lia de Zoete

Laatst aangepast op donderdag, 21 december 2017 20:39  
Kritische succesfactoren vs. kritieke prestatie-indicatoren volgens Abacus
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kpi kritische succesfactor kritieke prestatie-indicator

In het artikel Opheldering over kritische succesfactoren verklaart Abacus uit dat de verwarring over de begrippen kritische succesfactoren en kritieke prestatie-indicatoren wordt veroorzaakt door de vertaling van Engels naar het Nederlands:

kritische succesfactoren prestatie-indicatoren kritieke

Kritische succesfactoren, afgekort KSF’s zijn de elementen die een bedrijf nodig heeft om te kunnen slagen. Het is een cruciaal onderdeel van de strategie van een bedrijf. Zonder kritische succesfactoren zal een bedrijf niet slagen. De Engelse term is critical success factors. Kritische succesfactoren zouden altijd dichtbij de missie en strategische doelstellingen van een bedrijf moeten staan. Het focust op de meest belangrijke gebieden.


Kritische succesfactoren definitie

Op basis van bovenstaande beschrijving hanteren we onderstaande definitie. Het woord ‘paar’ wil zeggen dat het aantal kritische succesfactoren beperkt zou moeten zijn.
De paar elementen die nodig zijn voor een onderneming om succesvol te kunnen zijn.


Verschil met kritieke prestatie indicatoren

Laten we beginnen met de overeenkomst: Kritische succesfactoren en kritieke prestatie indicatoren zijn beiden instrumenten die belangrijk zijn voor de strategie van een bedrijf.

Een kritieke prestatie indicator, of KPI is een instrument om doelstellingen te kunnen meten en monitoren. Iedere doelstelling zou één of meerdere KPI’s moeten hebben om te kunnen bijhouden of de doelstelling gehaald gaat worden, of dat bijsturing noodzakelijk is. Om deze reden hebben KPI’s vaak een veel meer operationeel karakter dan kritische succesfactoren. Zo kunnen KPI’s eenvoudiger beïnvloed worden door mensen op de werkvloer. Kritische succesfactoren kunnen minder concreet geformuleerd zijn dan KPI’s. Zo hoeven kritische succesfactoren niet SMART geformuleerd te zijn.


Waar komt de verwarring vandaan?

Als KPI’s zoveel afwijken van kritische succesfactoren, waar komt dan alle verwarring vandaan vraag je je misschien af. Wij denken dat de verwarring zit in de vertaling van het Engels naar het Nederlands.

In het Engels wijken de termen veel meer af: KPI’s zijn in het Engels: Key performance indicators en kritische succesfactoren zijn in het engels: Critical succes factors. Hier kunnen dus geen misverstanden bestaan. De misverstanden beginnen bij de vertaling van KPI’s naar het Nederlands. Want ‘key’ betekent in het Nederlands belangrijke of belangrijkste. key performance indicators zou dus vertaald kunnen worden naar belangrijke prestatie indicatoren. Maar in plaats daarvan is de term vertaald naar kritieke prestatie indicatoren.

Bron: Opheldering over kritische succesfactoren, 26/08/2014, door: Auteur Marketing Abacus

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 19:39  
LSS: Visueel management
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

visueel management visual management lean six sigma

visueel management lean

Als een beeld meer zegt dan duidend woorden, moet een gebied met veel hulpmiddelen voor visueel management in een bedrijf duizend minuten, duizend dollar en duizend stappen waard zijn! Wanneer je visueel management gebruikt, verspil je geen tijd, energie of inspanning bij het zoeken naar dingen, mensen of defecten. Je kunt makkelijk zien wat er gebeurt en of dingen volgens plan verlopen.

Binnen Lean Six Sigma wordt visueel management gebruikt om met behulp van visuele hulpmiddelen in één oogopslag te kunnen zien of er afwijkingen of problemen zijn: zien is weten! Visueel management kan vele vormen aannemen. Veelvoorkomende voorbeelden zijn: het werken met standaardkleuren voor leidingen, kabels en draden, het duidelijk markeren van voetpaden of parkeerplaatsen en plekken op de vloer voor apparatuur en machines.

Ook als het gaat om het organiseren van de werkplek kan gebruik gemaakt worden van visueel management (5S). Visueel management helpt om op de werkplek alles goed georganiseerd te houden en zorgt ervoor dat voorwerpen makkelijk gevonden kunen worden. Als er gewerkt wordt met gereedschap, kan gebruik worden gemaakt van een zogenaamd schaduwbord. Ook in een kantooromgeving, kan visueel management worden ingezet.

visueel management 5S schikken.jpg

Verbeter- en informatieborden zijn ook een voorbeeld van visueel management. Een ander veel gebruikt hulpmiddel voor visueel management is de Andon. 'Andon' is het Japanse woord voor lamp.

andon

In het oude Japan was een andon een papieren lantaarn (een handige verticaal inklapbare, papieren lampenkap met een open bovenkant en een kaart in het midden van de gesloten onderkant). Voor de oude Japanners fungeerde de andon als zaklantaarn, als signaleringsapparaat in de verte of zelfs als reclamebord.

Tegenwoordig is een andon een electronisch informatie- of signaleringsapparaat met grafische voorstellingen, gekleurde tekst en misschien zelfs geluid. Andons worden in openbare en privéomgevingen gebruikt om belangrijke status- en storingsberichten aan werknemers en klanten door te geven. Andon is vooral gericht op het melden wanneer een proces of product dreigt fout te gaan, of fout is gegaan.

andon visueel management

 

 

Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 07:49  
Kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren volgens Paul-Jan Linker
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

kritische prestatie-indicator

In het boek Sturing in de rijksdienst beschrijft Paul-Jan Linker het verschil tussen een prestatie-indicator en een kritische succesfactor:

kritische prestatie-indicator

Kritische succesfactor: kwalitatief antwoord op de vragen 'wanneer is het doel bereikt?' en 'wat is echt nodig om dit doel te bereiken?'.
Kritische succesfactoren (KSF'en) zijn kwalitatief en worden meetbaar gemaakt met behulp van prestatie-indicatoren (PI'en) ook wel maatstaven of kengetallen genoemd.

Een prestatie-indicator (PI) is een kwantitatieve meting die een indicatie geeft van een Kritische succesfactor (KSF).

Bij het ontwikkelen van KSF'en wordt wel eensn onderscheid gemaakt tussen resultaat-KSF'en ('het antwoord op de vraag wanneer het doel is bereikt) en inspannings-KSF'en ('het antwoord op de vraag wat nodig is om het doel te bereiken').
Dit onderscheid kan behulpzaam zijn, maar het is goed om te beseffen dat in plaats van deze tweedeling net zo goed een driedeling of nog complexere oorzaak-gevolgrelaties zijn te bedenken dan een eenvoudig twee-dimensionaal onderscheid.

Bron: Sturing in de rijksdienst, Paul-Jan Linker

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 19:41  
LSS: Kano-model
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

kano model

Noriaki Kano ontwikkelde in 1985 een theorie over eigenschappen van een product of dienst die klanten al dan niet belangrijk vinden. Het Kano-model is een handig hulpmiddel bij het prioriteren van de behoeften van klanten (CTQ's).

Kano legt een relatie tussen het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde eigenschappen en de mate van klanttevredenheid. Op de verticale as staat de klanttevredenheid (customer satisfaction) en op de horizontale as de mate waarin in de behoefte is vervuld cq. waarin een kenmerk aanwezig is in een product of dienst (dregree of achievement).

Kano onderkent op basis van deze assen drie hoofdcategorieën:

  1. Dissatisfiers (basis-, 'must be'-factoren): eigenschappen die als vanzelfsprekend worden gezien. Het gaat om de basisvereisten waaraan een product of dienst zeker moet voldoen. Als de eigenschap aanwezig is, verhoogt dit de klanttevredenheid niet. Indien de eigenschap ontbreekt, leidt dit wel tot ontevredenheid.

  2. Delighters (aantrekkelijke factoren): eigenschappen die voldoening geven als je ze volledig bereiek, maar niet leiden tot ontevredenheid als ze niet worden vervuld. Het zijn eigenschappen die de klant normaal niet verwacht en die dus een onverwacht plezier opleveren en zo de klanttevredenheid verhogen. Het gaat dus eigenlijk om onuitgesproken behoeften. Klanten worden erdoor verrast; ze worden er blij van. Juist op deze aspecten kun je je producten en diensten onderscheiden van die van de concurrentie.

  3. Satifiers ('meer-is-beter'-/prestatiefactoren): eigenschappen die zich direct vertalen naar tevredenheid als ze aanwezig zijn en ontevredenheid als ze ontbreken.

Hieronder een wat oudere versie van het Kano-model:

 

kano-model must have quality attractive delighter dissatisfier

 

Bron: Kwaliteitsmanagement,  Ron Emmerik

Laatst aangepast op donderdag, 21 december 2017 20:40  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Live as if you were to die tomorrow. Learn as if you were to live forever.

Mahatma Ghandi

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 47 gasten online
Artikelen

ingebouwde kwaliteit edwards deming

Banner
Banner

supercompetent laura stack keys productive

Supercompetent
The Six Keys To Perform At Your Productive Best
Laura Stack

Bij Bol.com

Lean boekentips

Banner