• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
DMAIC: Lean Six Sigma's verbetermethodologie
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

dmaic cyclus define measure analyze improve control lean six sigma

DMAIC is een unieke fasering van Six Sigma voor het uitvoeren van projecten die een organisatie helpt, gestructureerd te werken aan continue procesoptimalisatie. DMAIC staat voor de toepassing van vijf stappen:

  1. Define (definiërn): projecten beginnen met een probleem dat opgelost moet worden. Zorg ervoor dat alle betrokkenen weten wat hun rol is, waarom je het project onderneemt en wat je probeert te bereiken met het project. Definieer wat het businessprobleem is in de vorm van een projectcharter, inclusief scoping en businesscase (kwantitatief/kwalitatief). Belangrijk is dat de VOC/VOB SMART zijn geformuleerd, looptijd kleiner is dan 3/5 maanden, het management zich heeft gecommiteerd en de benodigde resources zijn vrijgemaakt.

  2. Measure (meten): het werk dat je in de definitiefase hebt gedaan, is gebaseerd op wat je denkt dat het probleem is. Tijdens de meetfase zul je dingen moeten verduidelijken door te kijken hoe en hoe goed het werk gedaan wordt. Breng de huidige procesprestatie in kaart, waarbij de VOC/VOB objectief meetbaar (Y) is gemaakt en inzicht gegeven wordt in de aard van het probleem (variatie, gemiddelde en/of stabiliteit).

  3. Analyze (analyseren): Onderzoek de feiten om te kijken wat de mogelijke oorzaken zijn en tot de kern van de oorzaak te komen. Doorgrond het proces en het probleem en stel vast wat de hoofdoorzaken zijn en hoe deze het probleem beïnvloeden (Y=f(X)). Er moet een causaal verband zijn vastgesteld en onderbouwd met feiten. Het gaat om grondoorzaken en dus niet om symptomen!

  4. Improve (verbeteren): Tijdens de verbeterfase ga je op zoek naar een manier om de oorzaak aan te pakken. Genereer, selecteer en implementeer de oplossing(en). Oplossingen nemen daadwerkelijk de grondoorzaak van het probleem weg en zijn getoetst op haalbaarheid en acceptatie. Het effect is bewezen vóór implementatie.

  5. Control (beheren): Zorg ervoor dat het voordeel dat je wilt behalen ook daadwerkelijk wordt behaald en wordt vastgehouden. Verifieer en borg de resultaten (gewijzigd proces, werkwijze of stuuritems) in de organisatie. Verifieer of de beoogde verbetering ook daadwerkelijk is behaald. Verantwoordelijkheden zijn aan de lijn overgedragen en het financieel resultaat is (door een Controller) vastgesteld.

dmaic diagnose succesvol verbeteren

Bron: cursusmateriaal UNC; Lean Six Sigma voor Dummies, Martin Brenig-Jones

Laatst aangepast op dinsdag, 24 oktober 2017 07:07  
Prestatiemanagement volgens Paul Mul
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

 

prestatiemanagement kritische succesfacotr prestatie-indicator

 

In zijn afstudeeronderzoek beschrijft Paul Mul de essentie van prestatiemanagement:

paul mul prestatiemanagement

Volgens Leo Kerklaan kent een indicator drie onderdelen: het onderwerp waarop de meting betrekking heeft, een maatstaf die aangeeft wat voor informatie van het onderwerp gewenst is en een norm die de toelaatbare prestatie of de nagestreefde doelstelling beschrijft.

(...)

Een indicator is een meetbaar fenomeen (meestal een getal) dat een signalerende functie heeft. Een prestatie-indicator is een kwantificeerbare, meetbare maatstaf die iets zegt over de mate waarin een organisatie erin slaagt een bepaalde doelstelling te bereiken. Wijkt een indicator af van een afgesproken norm, dan is bijsturen mogelijk.

(...)

Prestatie-indicatoren kunnen verschillende verschijningsvormen hebben en verschillende dingen meten. Prestatie-indicatoren zijn verschillend voor de drie besturingsniveaus (strategisch, operationeel en tactisch) en stadia van het transformatieproces (input, proces, output en outcome). Volgens het EIPA (European Institute of Public Administration) kunnen vier categorieën indicatoren onderscheiden worden: kwantiteit, kwaliteit, tijd en geld.

Kuhry en Veldheer (2004) stellen dat overheidsorganisaties in de meeste gevallen gebruik maken van productindicatoren. Dit is een verzamelterm, die betrekking heeft op verschillende typen indicatoren, die als directe of indirecte maat voor de productie kunnen gelden. Hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen:

  1. Prestatie-indicatoren: indicatoren die betrekking hebben op het eindproduct van de dienstverlening en zijn het meest geschikt om de doelmatigheid te toetsen.

  2. Gebruiksindicatoren: indicatoren die betrekking hebben op het aantal afnemers van producten. Ze zijn bij uitstek geschikt voor analyses en ramingen van de vraag naar producten.

  3. Procesindicatoren: indicatoren die te maken hebben met de verrichte werkzaamheden en zijn een maat voor de inspanningen van het personeel.

  4. Inputindicatoren: indicatoren die bijvoorbeeld zijn ingezet personeel en het ingezette materieel (ofwel de middelen).

  5. Normeringsindicatoren: indicatoren die de productie relateren aan een externe norm.

Een andere indeling van prestatie-indicatoren is die van Bouckaert (1999). Hij maakt onderscheid in vier soorten indicatoren afkomstig uit de vier fases uit het transformatieproces: inputindicatoren, procesindicatoren, outputindicatoren en outcome-indicatoren. Dit komt deels overeen met de indeling van Kuhry en Veldheer.

(...)

Doelen en functies prestatiemeting
Het gebruik van prestatie-indicatoren bij overheidsinstellingen kan verschillende functies hebben. Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Administratie Planning en Statistiek (2002) onderscheidt vier functies die monitoring met prestatie-indicatoren kan hebben:

  1. Indicatieve functie: monitoring op basis van prestatie-indicatoren draagt bij aan de transparantie van beleid en management. De indicatoren en bijbehorende streefnormen geven aan waar het beleid echt naar toe wil.

  2. Verantwoordingsfunctie: politici en managers kunnen met behulp monitoring op prestatie-indicatoren concreet de resultaten van beleid en aanpak aantonen.

  3. Communicatieve functie: niet alleen intern, maar ook aan externe stakeholders kunnen de resultaten en effecten van beleid snel zichtbaar worden gemaakt met indicatoren. Prestatie-indicatoren vertalen abstracte toekomstvisies naar heldere streefcijfers.

  4. Sturende functie: omdat prestatie-indicatoren precies aangeven waar beleid en management echt naartoe willen, kunnen middelen worden verstrekt waar vanuit de indicatoren blijkt waar de aandacht op gevestigd moet worden. Monitoring en prestatie-indicatoren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Monitoring is namelijk het continu volgen van prestaties met behulp van indicatoren. Vandaar dat bovengenoemde functies van prestatie-indicatoren deels overeenkomen met de functies van monitoring.

Opstellen prestatie-indicatoren
Uitgangspunt voor modern prestatiemanagement zijn betrouwbare kritische succesfactoren. Kritische succesfactoren zijn die factoren die het succes van een organisatie bepalen. Een kritieke succesfactor (KSF) is volgens De Waal (2001) een organisatievariabele die van kritisch belang is voor de realisatie van de strategie. (...) De kritische succesfactoren kunnen alleen bewaakt worden en er kan alleen zinvol over gesproken worden wanneer een uitspraak gedaan kan worden over hoe de organisatie scoort op een kritische succesfactor: de kritische succesfactor moet meetbaar gemaakt c.q. gekwantificeerd worden (P12, 2004). Het meetbaar maken kan door middel van het identificeren van prestatie-indicatoren.

Van elke kritische succesfactor moet worden nagegaan op welke wijze deze meetbaar gemaakt kan worden. Het zal in vrijwel geen enkele situatie zo zijn, dat één meetfactor het totale terrein van een kritische succesfactor afdekt. Er zullen verschillende meetfactoren zijn die alleen tezamen een conclusie mogelijk maken over hoe de organisatie presteert ten aanzien van een kritische succesfactor. Tegelijkertijd moet het aantal prestatie-indicatoren hanteerbaar blijven: volgens de theorie (Kaplan en Norton, 1996) dient een kritische succesfactor te bestaan uit 3 tot 5 prestatie-indicatoren. Het is mogelijk dat een kritische succesfactor niet in kwantitatieve termen meetbaar gemaakt kan worden. In dat geval is een kwalitatieve meetfactor acceptabel.

Kenmerken goede prestatie-indicatoren
Er zijn een aantal criteria waaraan goede prestatie-indicatoren moeten voldoen. Verschillende auteurs noemen verschillende kenmerken. Een aantal indicatoren
worden echter consequent genoemd:

  1. Beïnvloedbaar: de indicator moet beïnvloedbaar zijn door de betrokkenen.

  2. Inzichtelijkheid: beperk het aantal indicatoren.

  3. Vergelijkbaarheid: de indicatoren moeten vergelijkbaar zijn met bestaande normen en richtlijnen en benchmarking mogelijk maken.

  4. Eenduidig: de indicatoren moeten voor alle betrokkenen duidelijk zijn gedefinieerd.

  5. Aansluiting beleid: de indicatoren moeten aansluiten bij de organisatiedoelstellingen of kwaliteitsproblemen.

  6. Kosteneffectief: Potentiële besparingen moeten hoger zijn dan de kosten van gebruik van de indicatoren.

  7. Omvattendheid: alle relevante aspecten moeten zijn opgenomen in de prestatie-indicatoren.

  8. Meetbaar: Prestaties moeten meetbaar zijn.

Een andere methodiek zegt dat prestatie-indicatoren moeten voldoen aan de SMART-criteria: specifiek, meetbaar, ambitieus, realistisch en tijdgebonden. Specifiek duidt er op dat de prestatie-indicator van toepassing moet zijn op de betreffende organisatie. Meetbaar geeft aan dat de noodzakelijke informatie toegankelijk moet zijn, zodat de prestatie objectief meetbaar is. Ambitieus en realistisch liggen dicht bij elkaar. Dit houdt in dat een doelstelling ambitie moet uitstralen en tegelijkertijd ook reëel is ten opzichte van de omgeving waarin een organisatie zich bevindt. Tenslotte slaat tijdgebonden op de termijn waarin de indicator gehanteerd wordt.

Prestatiemanagement
Het meten van kwaliteit maakt prestatiemanagement mogelijk. Wanneer na het meten van de prestatie-indicatoren acties worden ondernomen om de resultaten
van de prestatie-indicatoren te verbeteren, is sprake van prestatiemanagement. ... Prestatiemanagement is het proces waarin sturing van de organisatie plaatsvindt door het systematisch vaststellen van beleid, strategie en do elstellingen van de organisatie en deze vervolgens te concretiseren naar kritische succesfactoren en meetbaar te maken met prestatie-indicatoren. Hierdoor kan goed prestatiemanagement bijdragen aan het ophelderen van vage beleidsdoelstellingen.
Prestatiemanagement verschaft een systematische koppeling tussen strategie, beleid, middelen en processen. Prestatiemanagement kan worden ingezet als een geïntegreerd managementsysteem dat ervoor zorgt dat iedereen binnen de organisatie de doelstellingen van de organisatie begrijpt en werkt aan het behalen daarvan.

Bron: Afstudeeronderzoek, Paul Mul

 

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 19:41  
The Lean Startup volgens Eric Ries
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

Zie ook: 5x waarom volgens Eric Ries

Laatst aangepast op donderdag, 04 januari 2018 05:53  
Prestatiepiramide van Lynch & Cross volgens André de Waal
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

prestatiepiramide lynch cross waal

André de Waal beschrijft op Management Executive de prestatiepiramide van Richard L. Lynch & Kelvin F. Cross:

prestatiepiramide lynch cross waal

De prestatiepiramide is een methodiek voor het opzetten van een prestatiemanagementsysteem. In de prestatiepiramide worden strategische doelstellingen top-down vertaald in doelstellingen voor lagere organisatieniveaus, en worden prestatie-indicatoren bottom-up geconsolideerd.

Op het eerste, hoogste niveau wordt een visie voor de organisatie ontwikkeld door het topmanagement. Op het tweede niveau worden vanuit de visie doelstellingen voor elke business unit geformuleerd. Deze doelstellingen worden in financiële termen en markttermen gesteld.

Strategieën worden ontwikkeld om elk van deze doelstellingen te kunnen realiseren. Op het derde niveau worden voor elk bedrijfsproces operationele doelstellingen en prioriteiten geformuleerd, in termen van klanttevredenheid, flexibiliteit en productiviteit. Op het vierde, laagste niveau worden de doelstellingen voor iedere business unit omgezet in specifieke operationele criteria voor kwaliteit, distributie, doorlooptijd en afval/verlies.

De prestatiepiramide, geïntroduceerd door Lynch en Cross, illustreert de relaties tussen de doelstellingen en de verschillende componenten van de piramide. Zo worden bijvoorbeeld de doelstellingen over de markt ondersteund door doelstellingen over klanttevredenheid en flexibiliteit. Het aardige van de piramide is dat deze vanuit drie perspectieven kan worden bekeken:
vanuit de klant, vanuit de aandeelhouders en vanuit de medewerkers - waarbij ieder perspectief een specifiek gezichtspunt op de organisatie geeft.

Let op: in de oorspronkelijke piramide van Lynch en Cross staat in de onderste balk de term: performance management system. Een letterlijke vertaling zou de term prestatiemanagementsysteem opleveren, wat in de Nederlandse context een andere betekenis heeft dan hetgeen Lynch en Cross bedoelen, namelijk het systeem waarmee de kwaliteit van het werk van medewerkers en hun opgedane leerervaringen worden gemeten. Om verwarring te voorkomen is de oorspronkelijke term van Lynch en Cross in de bovenstaande figuur  vertaald als prestatiebeoordelingsysteem.

Relatie met prestatiemanagement en het prestatiemanagementsysteem

De prestatiepiramide vormt één van de ontwikkelingsmethodes voor kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren die opgenomen moeten worden in het prestatiemanagementsysteem.

Bron: Prestatiepiramide, André de Waal, in: Management Tools (2002)

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 19:42  
10 hoofdprincipes voor Lean management
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

Leanhuis tps

In het boek Een Lean Overheid wordt Lean vertaald naar tien hoofdprincipes:

  1. Doe alleen dingen met klantwaarde: focus op klantwaarde en de langere termijn strategische doelen [klantgerichtheid].

  2. Zorg voor een regelmatige verdeling van werk: (‘Heijunka’) [professionaliteit].

  3. Creëer standaarden en maak werk zichtbaar [professionaliteit].

  4. Zorg dat alles in één keer goed wordt gedaan [kwaliteit].

  5. Elimineer verspilling (‘Muda’): doe geen zaken die geen toegevoegde waarde voor de klant hebben [efficiency].

  6. Zorg voor een gestroomlijnd proces (‘Flow’) en bekort doorlooptijden [efficiency].

  7. Stuur consistent op processen en continu verbeteren  (‘Kaizen’) [leren en verbeteren].

  8. Maak pas gebruik van ICT als eindpunt van de verbeterslag [leren en verbeteren].

  9. Zorg voor betrokkenheid van alle deelnemers aan de processen [integraliteit en samenwerken].

  10. Zorg dat leiders de filosofie begrijpen en in de vingers hebben [integraliteit en samenwerken].

Bron: http://www.slideshare.net/janvanderploeg/lean-principes-voor-gemeente en Een Lean Overheid, Paul Huguenin (ea)

Laatst aangepast op donderdag, 21 december 2017 20:41  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

When I came home I expected a surprise and there was no surprise for me, so of course I was surprised.

Ludwig Wittgenstein

 

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 44 gasten online
Artikelen

Kwaliteit jim collins signature mediocrity chronic inconsistency

Banner
Banner

habit-forming guide becoming systems thinker Tracy Benson & Sheri Marlin systeemdenken

The Habit-Forming Guide to Becoming a Systems Thinker
Tracy Benson, Sheri Marlin

Bij Amazon

Lean boekentips

Banner