• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
LSS: Risico-reductie met Failure Mode Effect Analysis ( FMEA)
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

fmea oorzaak gevolgen faalwijze rpn actie lss

Failure Mode and Effects Analysis (FMEA) is een systematische manier om binnen een proces de risico's op te sporen en te prioriteren; je onderzoekt hoe een product of proces zou kunnen falen in haar taak (faalwijzen), wat hiervan de gevolgen zijn voor de klant (gevolgen) en hoe groot de kans is dat je de faalwijze ontdekt (detecteerbaarheid), met als doel preventief actie te kunnen ondernemen.

Een FMEA wordt uitgevoerd door een groep deskundigen met betrekking tot het voortbrengingsproces. Een FMEA bestaat uit vijf basisstappen:

  1. Bepaal alle mogelijke faalwijzen (failure modes) in het proces, dat wil zeggen alle manieren waarop het proces niet het beoogde resultaat oplevert (lees: niet voldoen aan de klanteisen/kritische kwaliteitscriteria).

  2. Bepaal per faalwijze de mogelijke gevolgen: wat is het effect op de output (Y)? Wat kunnen de gevolgen zijn als deze fout optreedt en de betreffende klant bereikt? De te stellen vraag is telkens: 'Als de faalwijze optreedt, wat is dan het gevolg?'.

  3. Bepaal per faalwijze de mogelijke (grond)oorzaak: wat zijn mogelijke oorzaken (X)? Leg per faalwijze de mogelijke oorzaken vast, stel daarbij de 5x 'Waarom'-vragen om te komen tot de échte oorzaak (root cause).

  4. Bepaal per faalwijze (en oorzaken) hoe groot de kans is dat je de oorzaak vroegtijdig ontdekt? Bepaal de detectiemethode en de kans op ontdekken: bepaal hoe momenteel gedetecteerd wordt of een faalwijze of gevolg hiervan is opgetreden en beoordeel deze methode met een cijfer van 1 t/m 10, naar mate de kans op detectie kleiner is.

  5. Bereken voor elke combinatie van oorzaak, faalwijze en gevolg het risico, in de vorm van een Risico Prioriteit Nummer (RPN).

rpn risico prioriteit nummer fmea

De RPN wordt berekend op basis van een inschatting van de (gekwantificeerde) drie factoren:

  1. Ernst (Serverity): maak een inschatting van de gevolgen per faalwijze en kwantificeer de ernst van deze gevolgen van de klant [Score 1-10; 1 = geen effect, 10 = dramatisch effect].

  2. Frequentie (Occurence): schat in hoe vaak (frequentie) de betreffende fout voorkomt bij het uitvoeren van het proces [score 1-10, 1 = komt bijna nooit voor, 10 = komt erg vaak voor].

  3. Detecteerbaarheid (Detection): kwantificeer de kans dat de fout wordt gedetecteerd [score 1-10, 1 = fout wordt altijd herkend, 10 = fout wordt bij optreden nooit herkend].

Het RPN wordt geschat als product van de scores van de drie genoemde factoren:

rpn ernst frequentie detecteerbaarheid

Het RPN helpt je om prioriteiten te kunnen stellen voor het aanpakken van de oorzaken. Bereken van elke faalwijze het Risk Priority Number (Ernst x Frequentie x Detecteerbaarheid). Groepeer de faalwijzen naar aflopend RPN en bepaal welke faalwijzen aangepakt moeten worden. Dit doe je door een RPN vast te stellen waarboven actie zal worden ondernomen. Geef bij elke faalwijze aan of actie zal worden ondernomen om deze te voorkomen.

Door vroegtijdig na te denken over mogelijke faalwijzen ('wat kan er mogelijk mis kan?') en de ernst van de bijbehorende gevolgen, de frequentie van de oorzaak en de kans dat je de oorzaak vroegtijdig opspoort, breng je de risico's in kaart en kun je bovendien maatregelen onderkennen om deze risico's te verkleinen of geheel uit te sluiten. Bijvoorbeeld door het definiëren van aanvullende inspectie- of detectiemethode, om de opspoorbaarheid te vergroten. Nog beter is om het proces zodanig in te richten dat de oorzaak (X) niet kan plaatsvinden. Het is in ieder geval zaak de faalwijze eerder te ontdekken dan de klant.

fmea oorzaak gevolgen faalwijze

Een FMEA onderzoekt het gevolg van mogelijk falen op een product of op een proces om op voorhand constructieve- of procesmaatregelen te treffen die dit mogelijk falen voorkomen. FMEA helpt bij het zoeken naar en isoleren van de significante bijdragers aan succes of falen. Je kunt een FMEA baseren op het processchema, de C&E-matrix of zelfs het visgraatdiagram. De beste FMEA's maak je in teamverband. Het team zou moeten bestaan uit diverse medewerkers vanuit diverse disciplines die te maken hebben met het product.

Bron: Lean Six Sigma voor Dummies, Martin Brenig-Jones

Laatst aangepast op vrijdag, 22 december 2017 21:03  
5 wetten van Lean Six Sigma
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

5 wetten lean six sigma

Volgens Mike George, Dave Rowlands en Bill Kastle zijn er vijf wetten van Lean Six Sigma:

 

  1. Wet van de Markt: de behoefte van de klant definieert de kwaliteit en heeft daarom de hoogste prioriteit bij het doorvoeren van verbeteringen.

  2. Wet van de Flexibiliteit: de snelheid van ieder proces is evenredig aan de flexibiliteit ervan. Flexibiliteit staat voor hoe gemakkelijk mensen tussen verschillende soorten taken kunnen wisselen.

  3. Wet van de Concentratie: twintig proces van de activiteiten in en proces veroorzaken tachtig procent van de problemen en vertragingen.

  4. Wet van de Snelheid (Little's Law): de snelheid van elk proces is omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid werk-in-uitvoering (WIP).

  5. Wet van Complexiteit en kosten: de complexiteit van uw product of dienst leidt normaal gesproken tot meer kosten en meer WIP, dan dat slechte kwaliteit (dus lage Sigma) en een lage snelheid (geen Lean) leiden tot problemen. Eén van de eerste doelen in een verbeteringstraject zou dus kunnen zijn het verminderen van de aantallen of van de variaties zowel bij product of dienst.

Bron: Wat is Lean Six Sigma?, Mike George, Dave Rowlands en Bill Kastle

Laatst aangepast op donderdag, 04 januari 2018 05:52  
Statistische concepten en hulpmiddelen: spreidingsdiagram
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

scatter plot minitab

statistiek spreidingsdiagram lean six sigma

Will je van een kwantitatieve variabele (van een hoog meetniveau) de verdeling van de scores ten opzichte van elkaar presenteren, dan is het spreidingsdiagram erg geschikt. (...) Meestal worden in spreidingsdiagrammen twee variabelen afgebeeld, om zo hun ligging ten opzichte van elkaar te kunnen analyseren. ... Een andere manier om naar de verdeling van de scores in één variabel te kijken is door middel van een dotplot, ofwel puntendiagram. Met een dotplot kun je zien of een variabele scheef verdeeld is en waar de uitschieters zitten. Je kunt dotplots maken voor zowel continue als categoriale variabelen.

statistiek spreidingsdiagram lean six sigma

Een spreidingsdiagram is een eenvoudig instrument waarmee je kunt bepalen of er sprake is van een relatie tussen twee metingen of indicatoren.

Diagram dat de relatie toont tussen twee variabelen en direct duidelijk maakt wat de aarde is van de correlatie.

De correlatiecoëfficiënt (r) is het getal dat aangeeft welk verband tussen de gegevens bestaat:

+1 perfect positief verband

-1 = perfect negatief verband

0 = geen verband

 

statistiek spreidingsdiagram lean six sigma

Voor het beoordelen van de relatie tussen twee variabelen kun je gebruik maken van een spreidingsdiagram (scatter plot). Het vaststellen van een relatie tusen twee variabelen (positief/negatief, sterk/zwak) helpt bij verdere analyses en bij het bepalen welke variabelen belangrijk zijn om te analyseren. Bij het interpreteren van de resultaten van een scatterplot (spreidingsdiagram) zoek je patronen en of het mogelijk is een regressielijn.

statistiek spreidingsdiagram lean six sigma

Spreidingsdiagram/puntenwolk

In een spreidingsdiagram worden de waarnemingsuitkomsten als een puntenwolk weergegeven. Het gezochte verband bestaat, wanneer door de puntenwolk een rechte lijn getrokken wordt en de meeste punten dichtbij die lijn liggen. Zijn de punten kris kras over het diagram verspreid, dan is er geen verband.
Bij weinig punten levert het spreidingsdiagram geen betrouwbare informatie op.

Puntendiagrammen en histogrammen doen beide hetzelfde: ze laten zien waar de variatie van een kritieke metriek voorkomt. Is de variatie geclusterd binnen een nauw interval? Of is ze evenredig verspreid over een groter bereik? Een puntendiagram of een histogram geeft het antwoord.

Hoe maak je een puntendiagram  of histogram:

- Gebruik een horizontale lijn als meetschaal voor de metriek
- Deel de horizontale meetschaal over de gehele lengte in gelijke blokken of 'emmers' (selecteer een zodanige breedte dat je ongeveer 10 á 20 gelijke stukken kunt maken tussen de grootste en kleinste waargenomen waarde van het kenmerk)
- Zoek voor elke waargenomenen meting van het kenmerk de waarde langs de horizontale meetschaal en plaats er een punt in de overeenkomstige 'emmer'.
- Herhaal de vorige stap tot alle waargenomen maten in het diagram staan.

Bron:

Wat is onderzoek? Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger onderwijs, Nel Verhoeven

 

Laatst aangepast op woensdag, 28 maart 2018 06:41  
Processen volgens het integraal Performance Management-model
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

klantprocessen sturende processen ondersteunende processen ipm

In het eBook Integraal Performance Management - een bewezen aanpak voor prestatiemanagement introduceert iPM Partners een model voor integraal Performance Management (iPM), waarbinnen drie soorten processen worden onderscheiden:

integraal performance management ipm prestatie management prestatiemanagement

Integraal  Performance  Management  is  een  Performance  Management  aanpak  die  (1) strategie & stuurinformatie, (2) leiderschap, samenwerking & cultuur, (3) informatielogistiek en business intelligence en (4) het continu verbeteren van processen verbindt, waardoor organisaties beter in staat zijn hun doelstellingen te realiseren.

(...)

Op het hoogste niveau van processen onderkennen we [drie soorten processen:]

  1. Klantprocessen ('klantketens'): processen die starten en eindigen bij de klant. De start is een eerste trigger  (bijvoorbeeld bestelling) of latente behoefte. De klantketen eindigt met een concreet product of dienst.

  2. Management of sturende processen: processen die de organisatie besturen en beleidskaders vaststellen en onderhouden zoals de processen in de P&C cyclus.

  3. Ondersteunende processen: processen binnen de organisatie die producten en diensten leveren aan interne klanten.

Klantprocessen starten bij de behoefte van de klant en eindigen zodra de behoefte van de klant is ingevuld, iedere organisatie heeft ze maar het vreemde is dat ze niet zichtbaar zijn voor de mensen die er werken.

Welke producten of diensten leveren we op het eind van de dag aan onze klanten? Welke processen brengen deze producten en diensten voort? Zijn deze processen voor de verschillende product-marktcombinatie verschillend of niet? Wat start deze processen? Op basis van deze vragen ontstaat, wat wij noemen, het hoogste abstractieniveau van het procesmodel. Het bevat alle klantprocessen, aangevuld met management- en ondersteunende processen. Aan het begin en eind van een klant-klantproces staat de klant.

De klant initieert het proces en het resultaat is een concreet product of dienst (waar de klant voor wil betalen).

[Op het niveau van klantprocessen zijn Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) nodig] die het klantproces bewaken en bijdragen aan de indicatoren op de bovenliggende strategische doelen. Een KPI is een variabele om een prestatie van de organisatie te meten. Is kwantitatief en dient SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realiseerbaar en tijdsgebonden) geformuleerd te worden.

[Door de klantketen centraal te stellen] denk je in oorzaak en gevolg relaties over de organisatieonderdelen heen. De klantprocessen zijn leidend in het vertalen van KPI's naar de werkvloer. Het start vanuit de strategie. Middels een strategiekaart (A4 met doelstellingen en KPI's waarmee strategie eenvoudig communiceerbaar is voor medewerkers) en met een beperkt aantal doelen (vijf tot zeven voor de gehele organisatie), worden KPI's gekoppeld aan de klantprocessen. Hiermee wordt bewaakt dat klantwaarde wordt gegenereerd, op een efficiënte wijze. Door KPI's op deze klantprocessen te kopplen wordt het hokjes- en silo-denken doorbroken en wordt 'afschuif'-gedrag (non-performance is altijd de schuld van de andere afdeling) vermeden. Deze klantprocessen zijn de basis vor het maken van KPI-bomen waarbij het voor iedere medewerker en team duidelijk wordt hoe zij, binnen dit klantproces, waarde toevoegen voor de klant en hoe het klantproces bijdraagt aan de strategie.  Door de KPI-structuur aan klantprocessen te koppelen ontstaat doelcongruentie binnen uw organisatie. Alle medewerkers werkzaam binnen dezelfde klantketen gaan voor hetzelfde resultaat.  

Bron: Integraal Performance Management - een bewezen aanpak voor prestatiemanagement

Laatst aangepast op zaterdag, 22 juni 2019 18:13  
Prestatiemeting volgens Jelle Koolwijk
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

prestatiemeting input activiteit output uitkomsten effectiviteit

Jelle Koolwijk beschrijft in Sturen op resultaat - handleiding prestatiemeting (pdf) het nut en de noodzaak van het meten van prestaties:

prestatiemeting input activiteit output uitkomsten effectiviteit

Prestatiemeting is een doorlopend proces van monitoren en rapporteren van prestaties en de voortgang op het behalen van vooraf gestelde doelen. Prestatie-indicatoren kunnen zich richten op activiteiten die een bedrijf of leverancier van een bedrijf ontplooit (processen), de directe producten en/of diensten die een partij levert (output), en/of de resultaten die deze producten en/of diensten opleveren (uitkomsten). Met behulp van prestatiemeting kunnen ook uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van de output. Bijvoorbeeld of de geleverde dienst of product overeenstemt met de verwachtingen, noden en behoeften van de huurders. Daarnaast kan iets worden gezegd over de efficiëntie van een proces; of een proces gestroomlijnd is verlopen.

Wat zijn prestatie-indicatoren?
Prestatie-indicatoren zijn meetbare grootheden die een onderneming in staat stellen om een geleverde prestatie te relateren aan een tevoren vastgestelde norm. De gemeten prestaties die worden gemeten op basis van deze prestatie-indicatoren vertellen ons iets belangrijks over de producten en diensten die worden geleverd en de processen die deze hebben voortgebracht. Ze zijn een gereedschap dat kan helpen in het begrijpen, managen, en verbeteren van de eigen organisatie of de processen die bedrijven onderling onderhouden.

Effectieve prestatie-indicatoren kunnen het volgende vertellen:
• hoe goed we het doen
• of we onze doelstellingen behalen
• of onze klanten tevreden zijn
• of we onze processen onder controle hebben
• of er verbeteringen nodig zijn.

Gemeten prestaties voorzien ons van informatie op basis waarvan we geïnformeerde beslissingen kunnen nemen. Een gemeten prestatie bestaat uit een getal en een eenheid van meting. Het getal vertelt iets over de omvang (hoeveel) en de eenheid geeft het getal een betekenis (wat). Prestatie-indicatoren zijn altijd gekoppeld aan een doel of een doelstelling. Prestatie-indicatoren kunnen bestaan uit enkele waarden als bijvoorbeeld uren, meters, euro’s, aantal rapporten, aantal defecten, tijdsduur om iets te  ontwerpen, enzovoort. Ze kunnen iets vertellen  over bijvoorbeeld een variatie in een proces. Eendimensionale waarden vertegenwoordigen vaak hele basale maar zeer fundamentele metingen van processen of
producten.

Steeds vaker worden er multidimensionale waarden gebruikt. Deze worden uitgedrukt in ratio’s van twee of meer waarden (zie voorbeeld hieronder). U kunt denken aan het aantal kilometers dat op een liter brandstof wordt gereden (een prestatiemeting van duurzaam rijden), het aantal ongevallen per miljoen uren werk (een prestatiemeting van veiligheid op de werkvloer van een bedrijf), of het aantal leveringen dat door een leverancier op tijd wordt geleverd afgezet ten opzichte van het totaal aantal leveringen (een prestatiemeting van leveringsbetrouwbaarheid door de leverancier). 

(...)

Waarom zou je prestaties meten?
Het meten van prestaties van een organisatie is uiteraard geen doel op zich. Het heeft een functie voor de processen in de organisatie of voor de processen die organisaties onderling onderhouden. Basaal kunnen de volgende functies voor prestatiemeting worden onderscheiden:

  1. Transparant maken: verantwoording afleggen over de prestaties van uw organisatie en over hoe de beschikbare middelen zijn besteed.

  2. Focus aanbrengen: het meten van prestaties focust de aandacht op wat bereikt moet worden en het beweegt bedrijven ertoe om hun aandacht te concentreren om de beschikbare tijd, middelen en energie te richten op het bereiken van de doelen van de organisatie.

  3. Vergelijken: door prestaties te vergelijken met de prestaties van andere (vergelijkbare) organisaties.

  4. Leren en verbeteren: door de gemeten prestatie te gebruiken voor nader onderzoek naar de oorzaak van een bepaalde (onder)prestatie. Zonder de prestaties te meten, is verbeteren ook niet mogelijk.

  5. Afrekenen: de metingen gebruiken om een organisatie af te rekenen op zijn prestatie of niveau van inspanning, bijvoorbeeld in de vorm van een bonus of boete.

  6. Oordelen en bijsturen: een oordeel vellen over het functioneren van een leverancier op basis van de geleverde prestaties of ten aanzien van de voortgang op het bereiken van de gestelde doelen. Als de resultaten afwijken van de gestelde doelen, kunnen bedrijven deze afwijkingen analyseren en ( tijdig) bijsturen.

  7. Motiveren: mensen of bedrijven motiveren bepaalde doelstellingen te behalen.

  8. Communiceren: prestatiemeting kan een bijdrage leveren aan doelgericht management doordat het de nadruk legt op het behalen van bepaalde doelen en deze concreet maakt zowel voor (intern) personeel  als voor externe organisaties waarmee wordt samengewerkt.


Bron: Sturen op resultaat - handleiding prestatiemeting, Jelle Koolwijk (pdf)

Laatst aangepast op donderdag, 11 januari 2018 19:41  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

'Cheshire Puss, would you tell me, please, which way I ought to go from here?' 'That depends a good deal on where you want to get to,' said the Cat. 'I don't much care where--' said Alice. 'Then it doesn't matter which way you go,' said the Cat. '--so long as I get somewhere,' Allice added as an explanation. 'Oh, you're sure to do that,' said the Cat, 'if you only walk long enough.'

uit Lewis Carroll's "Alice in Wonderland"

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 73 gasten online
Artikelen

klantgericht volgens don peppers martha rogers lean klant

Banner
Banner

goeroegids Dominique Haijtema

De goeroegids
De beste Nederlandse managementdenkers
Dominique Haijtema

Bij Managementboek

Lean boekentips

Banner