
Pieter Bots en Ivo Bouwmans definiëren drie categorieën diagrammen:
-
Grafieken: diagrammen die een grafische weergave zijn van een gegevensverzameling.
-
Netwerkdiagrammen is een diagram die de relatie visualiseert tussen de mensen en/of dingen die onderling verbonden zijn in een netwerk.
-
Overige diagrammen.
Binnen de categorie 'overig' onderscheiden Bots & Bouwmans zes verschillende soorten diagrammen:
-
Geografische kaart.
-
Macht-belangdiagram.
-
Modelschema.
-
Plattegrond.
-
Schematische kaart.
-
Venndiagram.

(1) Geografische kaart
Een geografische kaart is een tweedimensionale weergave van een geografisch gebied. Het gebied dat een geografische kaart bestrijkt, is meestal groter dan dat van een plattegrond. De schaal van een kaart geeft de verhouding weer tussen de afstanden op de kaart en die in werkelijkheid. Naarmate de schaal groter wordt, kunnen meer details worden weergegeven. Op kaarten met een kleine schaal worden geografische kenmerken (zoals kustlijnen of rivieren) dan ook versimpeld, en blijven minder belangrijke namen onvermeld. Vergelijk het gebied rond het Nordfjord op de twee kaarten hieronder.
(2) Macht-belangdiagram
Een macht-belangdiagram (power versus interest grid) is een conceptueel model dat inzicht geeft in de positie van actoren in een probleemsituatie. Het model geeft antwoord op vragen als:
- Wie zijn nodig om dit probleem op te lossen?
- Wie zou beschermd moeten worden?
- Wie zou eigenlijk iets moeten doen maar zal dat niet vanzelf doen?
- Met wie moeten we in onze onderhandeling rekening houden en wie kunnen we zonder risico negeren?
Je maakt dit model door actoren in een 2×2-tabel te plaatsen met als verticale dimensie de mate waarin een actor het belang (interest) stelt in een situatie, en als horizontale dimensie de mate waarin die actor beïnvloedingsmacht (power) heeft in de zin dat hij de situatie kan veranderen:
Op deze manier ontstaan vier categorieën van actoren:
-
Players: Actoren die veel belang stellen in de situatie en er ook invloed op kunnen uitoefenen. Deze actoren zijn "spelers" in de zin dat zij door hun handelen ("het spel") de toekomstige situatie ("de uitkomst") bepalen.
-
Subjects: Actoren die veel belang stellen in de situatie, maar weinig invloed kunnen uitoefenen. Deze actoren zijn als het ware "onderworpen" aan de spelers omdat ze niet aan de speeltafel zitten, maar wel de gevolgen van de uitkomst van het spel zullen voelen.
-
Context setters: Actoren die veel invloed kunnen uitoefenen maar weinig belang stellen in de situatie. Omdat ze geen direct belang hebben bij de uitkomst spelen deze actoren zelf niet mee, maar ze kunnen bijvoorbeeld wel de "spelregels" veranderen. Op die manier bepalen ze de context voor het spel.
-
Crowd: Actoren met weinig belang bij de situatie en ook weinig invloed. Deze actoren "staan er bij en kijken er naar" zonder dat het ze veel uitmaakt hoe het spel afloopt.
Om een macht-belangdiagram te maken moet je goede informatie verzamelen over de actoren, hun belangen, hun machtsmiddelen, en vooral ook hun probleempercepties, d.w.z. hoe ze tegen de situatie aankijken – wat zien ze als ongewenst of juist als kans, en wat zien ze als de oorzaak en wat als mogelijke oplossingen?
(3) Modelschema
Een modelschema is een diagram dat de belangrijkste variabelen in een geoperationaliseerd model of een computationeel model zodanig weergeeft dat duidelijk is:
- van welke variabelen de waarde door het model worden berekend (de uitvoervariabelen)
- voor welke variabelen de waarden in het model moeten worden ingevoerd (de invoervariabelen)
- in welke variabelen mogelijk voor verificatie en validatie relevante tussenresultaten worden bijgehouden (interne variabelen)
De invoervariabelen van een model worden ook wel onafhankelijke variabelen of exogene variabelen genoemd.
De uitvoervariabelen en ook de interne variabelen worden ook wel afhankelijke variabelen of endogene variabelen genoemd.
(4) Plattegrond
Een plattegrond is een schematische tweedimensionale weergave van een gebied of een gebouw. Een plattegrond is meestal op schaal, wat betekent dat de verhoudingen tussen afstanden op de plattegrond overeenkomen met die in werkelijkheid.
(5) Schematische kaart
Een schematische kaart is een 2-dimensionale afbeelding van een geografisch gebied waarin de positie van objecten vertekend wordt weergegeven wanneer dat nodig is om de relevante informatie over die objecten beter over te brengen.
(6) Venndiagram
Een venndiagram is een grafische weergave van verzamelingen. Iedere verzameling wordt weergegeven door een gesloten lijn (vaak een ovaal). Door de ovalen te laten overlappen, kunnen doorsneden van verzamelingen (zoals A ? B) worden weergegeven:
Bron: Diagram, Pieter Bots & Ivo Bouwmans

Een belangrijk basisprincipe van Lean Six Sigma is het managen op basis van feiten. Dit betekent dat goede gegevens cruciaal zijn en dat een goed plan nodig is voor het verzamelen van gegevens: het datacollectieplan. Dit datacollectieplan geeft niet alleen aan wát er gemeten moet gaan worden, maar ook hoe dit zal gebeuren.

Unless one can obtain facts and accurate data about the workplace, there can be no control or improvement. It is the task of the middle management and managers below them to ensure the accuracy of their data which enables the company to know the true facts.
Kaoru Ishikawa
De eerste stap van het opstellen van een datacollectieplan is het koppelen van doelstellingen en doelen aan de belangrijkste outputs van de processen om de CTQ's te behalen. Door te beginnen bij de outputindicatoren, begin je eigenlijk bij het einde. Door de einddoelen voor de gegevensverzameling aan te geven en de gegevens aan de belangrijkste outputs te koppelen, weet je waarom je meten wat je meet. De input voor het bepalen van de te meten outputindicatoren zijn de kritieke klanteisen (CTQ's). Des te duidelijker en meetbaarder de CTQ's zijn geformuleerd, des te makkelijker is het deze te vertalen naar een meetbare outputindicator.
Zodra je weet wat je wilt gaan meten, kun je duidelijke, objectieve operationele definities opstellen en procedures ontwikkelen voor het daadwerkelijke meten. Een operationele definitie is een zodanig beschrijving van de meting dat alle subjectiviteit over wat er gemeten wordt, weggehaald wordt. De operationele definitie maakt de 'wie, wat, waar, wanneer en hoe' duidelijk van het meetproces. Het geeft aan op welke manier(en) gemeten wordt en met welke apparaten (meetsysteem) en daarnaast ook in welke fysische als statische eenheid de meting gedaan zal worden. In de woorden van Deming: "Een operationele definitie verschaft te communiceren betekenis".
Het datacollectieplan beschrijft in een overzicht welke data verzameld worden met daarbij hoe, wanneer en door wie dit gedaan wordt.
De onderdelen van een dataverzamelplan zijn:
-
Meetwaarde
-
Type meting (input-/proces-/outputindicator)
-
Gegevenstype (continu/discreet)
-
Operationele definitie (wat)
-
Operationele definitie (hoe)
-
Verantwoordelijk (wie)
-
Wanneer (datum/tijd/frequentie)..
-
Steekproef (wijze/omvang)
-
Bron/locatie (waar)
