• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Grensverleggende (on)mogelijkheden
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

The only way to discover the limits of the possible is to go beyond them into the impossible.

Arthur C. Clarke


Laatst aangepast op donderdag, 07 juni 2012 20:19  
Lean als verbetermethode
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

lean als verbeterproces VVFPP model

Volgens Marcel van Assen is Lean meer is dan het toepassen van een verzameling verbetertechnieken

marcel van assen lean

Lean is niet zo eenvoudig in te voeren of te kopiëren als vaak wordt gedacht. Spear & Bowen (1999) concluderen in hun befaamde artikel Decoding the DNA of the Toyota Production System dat het voor organisaties erg
lastig is om het TPS-systeem van Toyota succesvol te kopiëren en in te voeren; de valkuil is steeds dat het management Lean ziet als een gereedschapskist met verbetertechnieken om (snel) besparingen te realiseren. Binnen Toyota is Lean een manier van (bedrijfs)leven geworden, iets wat voor de meeste organisaties eerst een flinke paradigmaverandering vereist.

 

Het voornaamste doel van Lean is klantwaarde leveren door een proces waarin zich geen verspilling bevindt. Lean als verbeterproces biedt een eenvoudige integrale verbeteraanpak waarin het leveren van de juiste klantwaarde centraal staat. De aanpak bestaat volgens uit vijf stappen. Door Van Assen het VVFPP-model genoemd. Hij beschrijft de stappen als volgt:

(1) Value (Bepaal klantwaarde).

Bepaal de stuwende krachten om waarde te creëren, ofwel bepaal wat precies klantwaarde is en onderzoek de wensen en eisen van de klanten. De evaluatie van zogenaamde waardestuwende factoren moet plaatsvinden vanuit het perspectief van interne en externe afnemers. Klantwaarde wordt uitgedrukt in termen van de mate waarin een product of dienst voldoet aan de klantenbehoeften tegen een specifieke prijs en op een bepaald moment. Door het nauwkeurig analyseren wat waarde voor de klant betekent, leert de organisatie ook wat de klant als verspilling zal beschouwen. Deze kennis geeft input voor de doelstelling van analyse en optimalisatie van de waardestroom.


(2) Value stream (Bepaal de waardestroom, ofwel analyseer de volgorde van activiteit en die wel/geen waarde toevoegen).

Waarde wordt aan klanten geleverd via de waardestroom dat in het ideale geval geen enkele verspilling kent (en dus geen enkele niet-waardetoevoegende activiteit bevat). In deze stap wordt per productfamilie een zogenaamde value stream map ontwikkeld van de huidige situatie én van de ideale, toekomstige situatie.

(3) Flow (Zorg dat de activiteiten doorstromen, ofwel zorg voor een lopendebandachtige productie: maak dat goederen en diensten door de processen stromen).
Aanvullende acties tot verbetering zijn erop gericht om de activiteiten in de waardestroom te laten vloeien. Doorstroom is de ongestoorde beweging van een product of dienst door het systeem naar de klant. Belangrijke hindernissen voor het bereiken van doorstroming zijn wachtrijen, batchproductie en transport. Deze buffers vertragen de tijd vanaf het moment van aanvang van productie of van de dienstverlening tot de oplevering. Voorraadbuffers leggen ook geld vast dat elders in de organisatie effectiever kan worden gebruikt en ze verdoezelen vaak de effecten van systeemstoringen en andersoortige verspilling. In deze stap zorgt men ervoor dat de processen dermate zijn geoptimaliseerd dat het werk (bijna) zonder besturing door het systeem stroomt.

(4) Pull (Laat de klant producten of diensten door het proces trekken).

Synchroniseer de productie met de werkelijke vraag van de klant. Producten moeten door het systeem worden getrokken op basis van de werkelijke vraag van de klant. De waardestroom moet reactief worden gemaakt om het product of de dienst alleen te leveren als de klant het nodig heeft, niet eerder of later. De besturing is verder niet groter of complexer dan strikt noodzakelijk. De meest bekende pullbesturingsmethoden zijn het kanban systeem en het two-bin systeem.

(5) Perfection (Optimaliseer het systeem voortdurend).
Streef naar perfectie door processen voortdurend te verbeteren met behulp van kaizen-events en zorg voor orde en netheid (Good Housekeeping met behulp van de 5S-methode). Het is duidelijk dat Lean klantwaarde en de processen (de waardestroom) als aangrijpingspunten gebruikt, waarbij klantwaarde wordt gerealiseerd door de processen zodanig in te richten dat zij eenvoudig en voorspelbaar zijn, maximale kwaliteit leveren en waarde toevoegen, en dat zij niet sterk variëren, fouten verbergen of suboptimaal zijn. De manier om processen te analyseren is aan de hand van value stream maps waarin de huidige situatie in kaart wordt gebracht (current state) met daarin alle processen, de stroom van producten of diensten en de informatiestromen met daarin onder andere de belangrijkste prestatie-indicatoren zoals de gerealiseerde bewerkingstijd, doorlooptijd, bezetting, en first-time-right indicatoren. De gewenste situatie wordt gedefinieerd vanuit de criteria van waarde toevoeging, voorspelbaarheid, maximale kwaliteit en zero waste (geen verspilling).

Bron: Operational Exellence (OpX) & Lean Six Sigma, Marcel van Assen

Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 13:06  
Perfecte realiteit volgens Shunryu Suzuki
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

Nothing we see or hear is perfect. But right there in the imperfection is perfect reality.

Shunryu Suzuki

Laatst aangepast op woensdag, 12 september 2012 07:40  
Nog meer diagrammen volgens Pieter Bots & Ivo Bouwmans
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

venndiagram diagram

Pieter Bots en Ivo Bouwmans definiëren drie categorieën diagrammen:

  1. Grafieken: diagrammen die een grafische weergave zijn van een gegevensverzameling.

  2. Netwerkdiagrammen is een diagram die de relatie visualiseert tussen de mensen en/of dingen die onderling verbonden zijn in een netwerk.

  3. Overige diagrammen.

Binnen de categorie 'overig' onderscheiden Bots & Bouwmans zes verschillende soorten diagrammen:

  1. Geografische kaart.

  2. Macht-belangdiagram.

  3. Modelschema.

  4. Plattegrond.

  5. Schematische kaart.

  6. Venndiagram.

 

pieter bots ivo bouwmans modelschema model

(1) Geografische kaart

Een geografische kaart is een tweedimensionale weergave van een geografisch gebied. Het gebied dat een geografische kaart bestrijkt, is meestal groter dan dat van een plattegrond. De schaal van een kaart geeft de verhouding weer tussen de afstanden op de kaart en die in werkelijkheid. Naarmate de schaal groter wordt, kunnen meer details worden weergegeven. Op kaarten met een kleine schaal worden geografische kenmerken (zoals kustlijnen of rivieren) dan ook versimpeld, en blijven minder belangrijke namen onvermeld. Vergelijk het gebied rond het Nordfjord op de twee kaarten hieronder.

 

(2) Macht-belangdiagram

Een macht-belangdiagram (power versus interest grid) is een conceptueel model dat inzicht geeft in de positie van actoren in een probleemsituatie. Het model geeft antwoord op vragen als:

  • Wie zijn nodig om dit probleem op te lossen?
  • Wie zou beschermd moeten worden?
  • Wie zou eigenlijk iets moeten doen maar zal dat niet vanzelf doen?
  • Met wie moeten we in onze onderhandeling rekening houden en wie kunnen we zonder risico negeren?

Je maakt dit model door actoren in een 2×2-tabel te plaatsen met als verticale dimensie de mate waarin een actor het belang (interest) stelt in een situatie, en als horizontale dimensie de mate waarin die actor beïnvloedingsmacht (power) heeft in de zin dat hij de situatie kan veranderen:

Op deze manier ontstaan vier categorieën van actoren:

  1. Players: Actoren die veel belang stellen in de situatie en er ook invloed op kunnen uitoefenen. Deze actoren zijn "spelers" in de zin dat zij door hun handelen ("het spel") de toekomstige situatie ("de uitkomst") bepalen.

  2. Subjects: Actoren die veel belang stellen in de situatie, maar weinig invloed kunnen uitoefenen. Deze actoren zijn als het ware "onderworpen" aan de spelers omdat ze niet aan de speeltafel zitten, maar wel de gevolgen van de uitkomst van het spel zullen voelen.

  3. Context setters: Actoren die veel invloed kunnen uitoefenen maar weinig belang stellen in de situatie. Omdat ze geen direct belang hebben bij de uitkomst spelen deze actoren zelf niet mee, maar ze kunnen bijvoorbeeld wel de "spelregels" veranderen. Op die manier bepalen ze de context voor het spel.

  4. Crowd: Actoren met weinig belang bij de situatie en ook weinig invloed. Deze actoren "staan er bij en kijken er naar" zonder dat het ze veel uitmaakt hoe het spel afloopt.

Om een macht-belangdiagram te maken moet je goede informatie verzamelen over de actoren, hun belangen, hun machtsmiddelen, en vooral ook hun probleempercepties, d.w.z. hoe ze tegen de situatie aankijken – wat zien ze als ongewenst of juist als kans, en wat zien ze als de oorzaak en wat als mogelijke oplossingen?

 

(3) Modelschema

Een modelschema is een diagram dat de belangrijkste variabelen in een geoperationaliseerd model of een computationeel model zodanig weergeeft dat duidelijk is:

  • van welke variabelen de waarde door het model worden berekend (de uitvoervariabelen)
  • voor welke variabelen de waarden in het model moeten worden ingevoerd (de invoervariabelen)
  • in welke variabelen mogelijk voor verificatie en validatie relevante tussenresultaten worden bijgehouden (interne variabelen)

De invoervariabelen van een model worden ook wel onafhankelijke variabelen of exogene variabelen genoemd.

De uitvoervariabelen en ook de interne variabelen worden ook wel afhankelijke variabelen of endogene variabelen genoemd.

 

(4) Plattegrond

Een plattegrond is een schematische tweedimensionale weergave van een gebied of een gebouw. Een plattegrond is meestal op schaal, wat betekent dat de verhoudingen tussen afstanden op de plattegrond overeenkomen met die in werkelijkheid.

 

(5) Schematische kaart

Een schematische kaart is een 2-dimensionale afbeelding van een geografisch gebied waarin de positie van objecten vertekend wordt weergegeven wanneer dat nodig is om de relevante informatie over die objecten beter over te brengen.

 

(6) Venndiagram

Een venndiagram is een grafische weergave van verzamelingen. Iedere verzameling wordt weergegeven door een gesloten lijn (vaak een ovaal). Door de ovalen te laten overlappen, kunnen doorsneden van verzamelingen (zoals A ? B) worden weergegeven:

 

Bron: Diagram, Pieter Bots & Ivo Bouwmans

Laatst aangepast op maandag, 28 september 2020 05:51  
LSS: Datacollectieplan
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

dataverzamelplan datacollectieplan

Een belangrijk basisprincipe van Lean Six Sigma is het managen op basis van feiten. Dit betekent dat goede gegevens cruciaal zijn en dat een goed plan nodig is voor het verzamelen van gegevens: het datacollectieplan. Dit datacollectieplan geeft niet alleen aan wát er gemeten moet gaan worden, maar ook hoe dit zal gebeuren.

kaoru ishikawa quote

Unless one can obtain facts and accurate data about the workplace, there can be no control or improvement. It is the task of the middle management and managers below them to ensure the accuracy of their data which enables the company to know the true facts.

Kaoru Ishikawa

De eerste stap van het opstellen van een datacollectieplan is het koppelen van doelstellingen en doelen aan de belangrijkste outputs van de processen om de CTQ's te behalen. Door te beginnen bij de outputindicatoren, begin je eigenlijk bij het einde. Door de einddoelen voor de gegevensverzameling aan te geven en de gegevens aan de belangrijkste outputs te koppelen, weet je waarom je meten wat je meet. De input voor het bepalen van de te meten outputindicatoren zijn de kritieke klanteisen (CTQ's). Des te duidelijker en meetbaarder de CTQ's zijn geformuleerd, des te makkelijker is het deze te vertalen naar een meetbare outputindicator.

Zodra je weet wat je wilt gaan meten, kun je duidelijke, objectieve operationele definities opstellen en procedures ontwikkelen voor het daadwerkelijke meten. Een operationele definitie is een zodanig beschrijving van de meting dat alle subjectiviteit over wat er gemeten wordt, weggehaald wordt. De operationele definitie maakt de 'wie, wat, waar, wanneer en hoe' duidelijk van het meetproces. Het geeft aan op welke manier(en) gemeten wordt en met welke apparaten (meetsysteem) en daarnaast ook in welke fysische als statische eenheid de meting gedaan zal worden. In de woorden van Deming: "Een operationele definitie verschaft te communiceren betekenis".

Het datacollectieplan beschrijft in een overzicht welke data verzameld worden met daarbij hoe, wanneer en door wie dit gedaan wordt.

De onderdelen van een dataverzamelplan zijn:

  1. Meetwaarde

  2. Type meting (input-/proces-/outputindicator)

  3. Gegevenstype (continu/discreet)

  4. Operationele definitie (wat)

  5. Operationele definitie (hoe)

  6. Verantwoordelijk (wie)

  7. Wanneer (datum/tijd/frequentie)..

  8. Steekproef (wijze/omvang)

  9. Bron/locatie (waar)

 

datacollectieplan

 

 

Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 08:03  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Gisteren stond ik nog aan de rand van de afgrond, vandaag ben ik gelukkig een stapje verder...

Willem de Ridder

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 108 gasten online
Artikelen

local optimization leas global inefficiencies goldratt

Banner
Banner

grip geheim slim werken rick pastoor

Grip
Het geheim van slim werken
Rick Pastoor

Bij Bol.com | Managementboek | Amazon.nl

 

Lean boekentips

Banner