• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Omdenken volgens Drs. P
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

Go see ask why show respect

Rozen verwelken
Schepen vergaan
Dus zit niet te melken
Maar doe er wat aan.

Drs. P

Laatst aangepast op dinsdag, 17 december 2013 21:28  
De Big Five persoonlijkheidsfactoren volgens Nico Smid
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

big five persoonlijkheidsfactoren

persoonlijkheid big five

Persoonlijkheid zegt iets over het gedrag dat iemand typeert in vergelijking met anderen. De manier waarop iemand zal omgaan met mensen en situaties in het werk, wordt onder andere bepaald door diens persoonlijkheid. We beschrijven de persoonlijkheid aan de hand van vijf persoonlijkheidsfactoren en hun onderliggende facetten. Dit zogenoemde Big Five model beschrijft de verschillen in persoonlijkheid tussen mensen op een efficiënte en volledige wijze. Het gaan om de volgende Big Five persoonlijkheidsfactoren:

  1. Instabiliteit: de mate waarin we emotioneel op tegenslag reageren.

  2. Extraversie: de mate waarin we actief contact met anderen onderhouden.

  3. Openstaan: de mate waarin we naar nieuwe ervaringen en nieuwe ideeën zoeken.

  4. Aanpassen: de mate waarin we het belang van anderen boven ons eigen belang stellen.

  5. Consciëntieusheid: de mate waarin we ons georganiseerd en doelgericht gedragen.

[Bij elke persoonlijkheidsfactor horen een aantal persoonlijkheidsfacetten, waarbij verschillende varianten van gedrag mogelijk zijn]

(...)

Bijv.

Consciëntieusheid Flexibel Doelgericht
Perfectionisme
Accepteert onvolkomenheden in resultaten
Streeft naar perfecte resultaten
Organisatie
Weinig georganiseerd
Sterk georganiseerd
Gedrevenheid Tevreden met huidig prestatieniveau Streeft naar hoog prestatieniveau
Concentratie Wisselt aandacht gemakkelijk Blijft geconcentreerd bij één taak
Methodisch werken Plant weinig
Plan gedetailleerd

 

Bron: Coachen op gedrag en resultaat - praktijkgids voor het verzilveren van talent, Nico Smid

Laatst aangepast op zaterdag, 02 december 2017 10:22  
Zes competenties voor een goede adviseur
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

6 competenties adviseur nico smid

In het boek Coachen op gedrag en resultaat - praktijkgids voor het verzilveren van talent beschrijft Nico Smid zes competenties van een goede adviseur:

competenties adviseur

Professioneel adviseur

Adviseren vanuit een vakspecialistische discipline aan andere organisaties [en/of organisatieonderdelen]

(1) Probleemanalyse

Signaleren van problemen; herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.

Waaraan herken je deze competentie?

  • Maakt duidelijk onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.
  • Gebruikt verschillende manieren om ingewikkelde problemen aan te pakken en relevante informatie te verkrijgen.
  • Verzamelt informatie over de achtergronden en oorzaken van het probleem voordat hij een besluit neemt.
  • Verzamelt informatie door vragen te stellen of door schriftelijke informatie bijeen te zoeken. Diept het probleem uit.
  • Zoekt bij het verzamelen van informatie eerst naar de grote lijnen.
  • Vraagt door in het geval van onvoldoende informatie. Vraagt gericht naar informatie die niet vooraf beschikbaar is.
  • Integreert nieuw verkregen informatie met bestaande informatie.
  • Maakt onderscheid tussen informatie over feiten en informatie over interpretaties of veronderstellingen.

(...)

(2) Oordeelsvorming

Op basis van beschikbare informatie juiste en realistische conclusies trekken.

Waaraan herken je deze competenties?

  • Betrekt de juiste mensen en de juiste instanties bij de zaak, volgt niet klakkeloos meningen of adviezen van deskundigen en belanghebbenden.
  • Betrekt mogelijke neveneffecten in zijn overwegingen.
  • Heroverweegt beslissingen indienen omstandigheden of ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.
  • Benoemt van zijn eigen oordeel zowel de positieve als negatieve kanten.
  • Benoemt de consequenties van verschillende acties die kunnen worden ondernomen op basis van de beschikbare informatie.
  • Schat capaciteiten en mogelijkheden van medewerkers en anderen goed in.
  • Kan voorbeelden geven van juist gebleken inschattingen van moeilijke situatie.
  • Geeft oordelen die logisch te herleiden zijn tot de feiten en die onderbouwd zijn met beschikbare informatie en geldige argumenten.

(3) Klantgerichtheid

Onderzoeken van wensen en behoeften van de klant en hiernaar handelen. Anticiperen op behoeften van klanten. Hoge prioriteit geven aan servicebereidheid en klanttevredenheid.

Waaraan herken je deze competentie?

  • Stelt zich dienstverlenend op.
  • Zoekt actief naar mogelijke wensen en behoeften van klanten/afnemers; vraagt door.
  • Levert meer of sneller dan afgesproken of dan de klant of de afnemer verwacht.
  • Open mogelijkheid tot correctie of bijstelling van zijn acties.
  • Aanvaardt verantwoordelijkheid voor gemaakte fouten, schuift klachten niet af op anderen.
  • Reageert direct op een klacht, zonder zich defensief op te stellen.
  • Checkt bij de klant of aan alle verwachtingen, wensen of behoeften is voldaan.
  • Handelt zoveel mogelijk vanuit het belang van de klant.
  • Checkt bij de klant of aan alle verwachtingen, wensen of behoeften is voldaan.
  • Beperkt zijn klantgerichtheid niet tot externe klanten, maar beschouwt en behandelt zijn collega's ook als klanten.
  • Maakt duidelijke afspraken met zijn klant over te leveren prestaties en diensten. Laat hierover geen onduidelijkheid bestaan. Houdt zich vervolgens aan alle afspraken.

(4) Kwaliteitsgerichtheid

Hoge eisen stellen aan kwaliteit van producten en diensten en daarnaar handelen.

Waaraan herken je deze competenties?

  • Stelt hoge eisen aan de kwaliteit van producten en diensten.
  • Komt regelmatig met voorstellen over verbetering van de productkwaliteit en/of service.
  • Zet zich in om kwaliteit van diensten te verbeteren, geeft aan waarover hij nog ontevreden is.
  • Stelt het onderwerp kwaliteit regelmatig ter discussie.
  • Reageert direct corrigerend als de kwaliteit onder de maat is.
  • Evalueert eigen gedrag, producten en processen in het licht van kwaliteitsnormen en standaards.
  • Werkt volgens de geldende kwaliteitseisen.
  • Checkt zaken voordat deze de deur uitgaan; voorkomt dat er fouten worden gemaakt.

(5) Omgevingsbewustzijn

Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over maatschappelijke, politieke of economische ontwikkelingen en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.

Waaraan herken je deze competentie?

  • Kent de actuele nieuwsonderwerpen die van belang zijn voor het functiegebied.
  • Stelt zich op de hoogte van economische, sociale, vakinhoudelijke en andere ontwikkelingen.
  • Kijkt ook naar belangrijke ontwikkelingen in de organisatie die niet direct het eigen werkgebied betreffen. Gebruikt die informatie zonodig voor het eigen werk.
  • Heeft oog voor ontwikkelingen in verwante of ondersteunende vakgebieden.
  • Begrijpt aan welke politieke en maatschappelijke invloeden het functiegebied blootstaat.
  • Houdt zorgvuldig rekening met nieuwswaarde, positieve en negatieve publiciteit en de effecten daarvan die het gevolg zijn van interne gebeurtenissen en beslissingen.
  • Gaat vaardig om met formele en informele machtsverhoudingen en met belangentegenstellingen.
  • Toont zich bewust van cultuurverschillen en gaat hier adequaat mee om.

(6) Overtuigingskracht

Proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen door gebruik te maken van de juiste argumenten en methode.

Waaraan herken je deze competentie?

  • Legt helder uit waarom iets is gedaan of gedaan moet worden.
  • Uit zich enthousiast over een zaak.
  • Benoemt duidelijk de voordelen van eigen ideeën en benoemt wat de nadelen zijn als men niet instemt met die ideeën.
  • Krijgt zijn gehoor zo ver dat ze positief reageren op een moeilijk voorstel. Benoemt het gezamenlijk belang.
  • Komt met logische en relevante argumenten op het juiste moment.
  • Sluit met de eigen voorstellen en argumenten aan bij die van anderen en gebruikt op deze manier de argumenten van anderen om het eigen doel te realiseren.
  • Gaat strategisch om met argumenten. Let op de reacties van zijn publiek, stemt de inhoud en/of de volgorde waarin de argumenten worden gebracht af op het publiek.

Bonuscompetentie

(7) Besluitvaardigheid

Beslissingen nemen door middel van het ondernemen van acties of zich vastleggen door middel van het uitspreken van oordelen.

Waaraan herken je deze competentie?

  • Neemt snel een standpunt in en spreekt daarbij een gegrond oordeel uit.
  • Confronteert: spreekt zich uit als iets niet juist is.
  • Neemt besluiten op tijd. Stelt besluiten niet onnodig uit.
  • Neemt een beslissing indien een snelle beslissing nodig is, ook wanneer niet alle informatie voorhanden is.
  • Geeft bij uitstel van een beslissing concreet aan wanneer wel een beslissing zal worden genomen.
  • Is, wanneer nodig, bereid beslissingen te nemen zonder goedkeuring van of overleg met anderen.
  • Is bereid beslissingen te nemen waarvan de gevolgen niet volledig te overzien zijn.
  • Neemt concrete beslissingen en communiceert deze duidelijk naar alle betrokkenen.

 

Bron: Coachen op gedrag en resultaat - praktijkgids voor het verzilveren van talent, Nico Smid

Laatst aangepast op zaterdag, 02 december 2017 10:24  
Succes volgens Garry Keller (2)
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

Go see ask why show respect

Success is just individuals who failed and didn't stop.

Gary Keller

Laatst aangepast op zondag, 05 januari 2014 20:32  
Rijnlands organiseren volgens Peters en Heringa (2)
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

rijnlands jaap peters

Insteek van Jaap Peters en Hester Heringa met hun boek Bij welke reorganisatie werk jij? is een nieuw gezegde aan de Nederlandse taal toe te voegen: 'Goed gemanaged (de vinkjes kloppen), maar slecht georganiseerd (in de praktijk werkt het niet)'.

Volgens Peters en Heringa worden de begrippen 'managen' en 'organiseren' steeds met elkaar worden verward. 'Organiseren' gaat over het zodanig regelen dat verschillende onderdelen van iets een systematisch geheel vormen, goed samenwerken. 'Managen' gaat over het voor elkaar boksen (klaarspelen, fiksen) van dingen. Het toepassen van managementmethoden en -technieken - dus niet te verwarren met organiseermethoden en -technieken - werkt vaak niet goed en leidt daarom logischerwijs tot een permanente stroom aan reorganisaties.

Een algemeen kenmerk van managen is dat je je persoonlijke doelstellingen misschien wel realiseert, maar dat het grote geheel er niet per definitie mee geholpen is. Iets wat buitengewoon goed gemanaged is - dat wil zeggen de voorafgestelde doelstelling blijkt bij de evaluatie volledig gerealiseerd - kan toch voor het grotere geheel verkeerd uitpakken. De operatie kan slagen, maar als de patiënt overlijdt gaat er toch iets mis.

"Bij managen ga je uit van een gedachte werkelijkheid (B) en bij organiseren stel je de realiteit van het hier en nu centraal (A). Impliciet wordt daarmee ook verondersteld dat als je uitgaat van een gedachte werkelijkheid, kennelijk de tijd ondertussen stil staat. Feitelijk wordt er van B naar A gewerkt. Bij organiseren wordt er van A naar B gewerkt: in die zin kloppen de managementtermen 'implementeren' en 'uitrollen' ook wel. Je rolt iets uit over A, zoals de grasmatten in de ArenA worden uitgerold."

"Managen heeft te maken met het formeel stroomlijnen, workflowcharts, businesscases, planningstools, enzovoort. Managen is de formele orde. Net zoals het organogram formeel aaneeft hoe de 'vork' bij de organisatie in de steel zit."

"Organisaties zitten soms - steeds vaker eigenlijk - de trots van de professionals in de weg. Om begripsverwarring te voorkomen: met professionals bedoelen we de mensen die zich bemoeien met het primaire proces. In het onderwijs zijn dat dus de onderwijzers. In de zorg de verpleegkundigen, fysiotherapeuten, artsen, enzovoorts. In de afvalverwerking de vuilnismannen. In de techniek de technici. Deze mensen worden in toenemende mate lastiggevallen met voor hen onbekende logica, die in zichzelf wellicht nog wel klopt, maar niet strookt met de logica van hun professie. Het is nu eenmaal moeilijk trots te zijn op iets dat je misschien nog wel kan volgen, maar wat niet uit je passie of je beroepseer voorkomt."

Volgens Jaap Peters heeft het zogenaamd professionaliseren geresulteerd in enorme hoeveelheden regels en protocollen. De organisatie staat centraal, de mensen zijn de radertjes. Hij trekt de vergelijking met de intensieve veehouderij waar met het toenemen van de grootschaligheid de nadruk is komen te liggen op input-outputmodellen (voederconversie: hoeveel voer moet erin om hoeveel vlees te krijgen). Binnen veel organisaties zijn twee lagen onstaan: de managers die kijken naar de spreadsheets, en de werkvloer, de vaklui, die kijken naar de werkelijkheid. De managers werken met een gedachte werkelijkheid, zoals zij vermoeden dat die ongeveer bedoeld is. Op de werkvloer, bij de vakmensen, zitten de mogelijkheden voor innovatie. "In de Angelsaksiche manier van organiseren gaat het niet meer om het vakmanschap, maar om het managen, het organiseren van de processen. De rationaliteit is doorgeslagen en de kwaliteit is daarin opgelost".

Een nuancering is volgens Jaap Peters op zijn plaats: "Het is overigens niet zo dat ik vakmensen verheerlijk en managers bij de prullenbak wil zetten. Zo is het niet bedoeld. Maar de mengverhouding moet wel juist blijven. In talloze organisaties zitten niet alleen in de toplaag, maar ook in het middenkader alleen maar managers die geen verstand hebben van het vak. Vaak heeft de vakman een manager nodig om zijn ideëen tot bloei te laten komen. Maar dan moet de manager luisteren naar het vakmanschap en niet de vakman knechten naar zijn normen."

Peters is zelf ook interim-manager geweest, maar ging daarbij altijd eerst op onderzoek uit óf hij wel omringt werd door voldoende vakinhoudelijke kennis. Zolang dat het geval was, kon hij wat toevoegen. "Zonder vakkennis om me heen kan ik als manager niets toevoegen, dan wordt je onderdeel van het ouwehoercircuit."

Een ander stokpaardje van Peters en Heringa is dat waar regels zijn, geen aandacht is. Regels kunnen je ontlasten van je verantwoordelijkheid en feitelijk blind maken. Als je namelijk de regels volgt, is - ook al doe je strikt genomen niets fout - is niet gezegd dat je iets goed doet. Regels kunnen heel handig zijn en zijn vaak ook noodzakelijk, maar als de regeldichtheid té groot wordt, wordt de handelingsvrijheid van het individu zodanig beknot dat mensen zich gaan verschuilen achter de regels omdat ze toch niet de vrijheid hebben om anders te handelen. Wanneer voor overgereguleerde verkeerssituaties wordt overgegaan op een zgn. shared space - waar iedereen het zelf mag uitzoeken - geldt vaak dat de verkeersveiligheid en doorstroming aanzienlijk verbeterd. Ook al geeft het wegvallen van regels een gevoel van onzekerheid. Hét voordeel is dat dat mensen weer (moeten) gaan vertrouwen op eigen oordeelsvermogen, zélf verantwoordelijk zijn en (dus) goed gaan kijken.

De paradox met regels is dat 'wie orde zaait, chaos zal oogsten'. Het streven is met regels alles zo objectief mogelijk te formuleren, waarbij zo specifiek mogelijk in de regel wordt beschreven wie wanneer onder welke regel valt. Probleem is alleen dat er veel gevallen zijn die niet binnen de in de regels geformuleerde categorieën vallen. Aanvullende regels zijn dan noodzakelijk: nieuwe óf een verdere specificatie van bestaande regels. Een regeloerwoud is het gevolg, waarbij dat wat transparant begon, uitermate ondoorzichtig is geworden.

"Voor alle duidelijkheid: de wereld kan niet zonder regels. Waar de wereld zonder kan is mensen die regels blind toepassen, zonder aandacht voor de realiteit van het hier en nu. Regels komen ergens vandaan. Die oorsprong en context zul je in ogenschouw moeten nemen bij het toepassen van de regels ergens verderop in de tijd, lang nadat ze zijn bedacht. Verantwoordingsdrift, transparantieneurose en gelijkheidsideëen mogen er niet toe leiden dat de regel gaat gelden in contexten waar de regel niet voor gemaakt is. Dit gaat wringen: niet in het systeem, de rapportage, de workflow of businesscase, maar tussen de oren van medewerkers die de regels moeten toepassen. De filosoof Levinas sprak in dit verband van 'rationaliteitsschaamte'.

Het verschil tussen managen en organiseren kan ook worden getypeerd op basis van de omgang met het begrip tijd. "Organiseren heeft een duurzaam langetermijnperspectief. Managen heeft een kortetermijnperspectief. Organiseren heeft te maken met wat je uiteindelijk ongeveer wilt bereiken. Managen is ingeregeld op basis van periodieke targets. Het doel zou zijn te bereiken door de tijd in behapbare partjes en stapjes te knippen. Aan het einde van ieder tijdpartje is de bonus dat u verder mag naar de volgende stap in de geplande tijd. Realtime controle is de natte droom van vele managers. (...) Managers werken wel met geplande (gedachte) tijd, maar niet met (de echte) Tijd met een hoofdletter T. Bij organiseren wordt (...) wel rekening gehouden met Tijd. Sterker nog: de kracht van Amerikaanse managementmodellen is het stilzetten van de Tijd, maar dat is tevens de zwakte."

"Managen werkt met modellen, tools, instrumenten, die als hulpmiddel heel handig kunnen zijn. Omdat we nu eenmaal bewegen in de tijd ontbreekt in al deze formats echter de steeds veranderende context. Nou, zullen sommige zeggen: in Prince2, een zijstraat van managementland, wordt toch genoeg gepland. Dat is waar. In heel veel managementmodellen wordt uitputtend gepland, voorspeld en vastgezet in de toekomst. Deze plannen moeten vooral voorkomen dat de toekomstige gebeurtenissen daadwerkelijk plaatsvinden. Het gaat hier echter niet om echte tijd, maar 'slechts' om geplande tijd. Als onverhoopt de planning niet wordt geraliseerd, wil je daar de onzekerheid uitsnijden door risicofactoren en maatregelen te benoemen. Een onbegonnen klus, dat zullen velen van u inmiddels hebben ervaren. Het onderhoud van de geplande luchtkastelen kost bovendien handen vol geld en de alledaagse realiteit lijdt er zwaar onder."

"Als je iets opknipt, heb je per definitie coördinatie nodig op een hoger niveau. Dus daarmee organiseer je als management ook je eigen noodzakelijkheid. Want op het moment dat ik tegen twee mensen zeg: 'Jij doet het één en jij het ander', ben ik als manager nodig. En vervolgens moet dat gecontroleerd worden, dus heb je een kwaliteitssysteem nodig. En zo gaat het dus verder. Dus ik hoef maar tegen twee mensen die alles doen te roepen dat ze niet meer alles moeten doen en je hebt al minstens vier andere mensen nodig. "

"In een Rijnlandse werkcultuur komen nauwelijks reorganisaties voor: je verandert immers dagelijks met je klanten en hun vragen mee. Reorganisaties zijn overbodig wanneer je: (a) tijdig goed kijkt; (b) je geloof in maakbaarheid opgeeft; (c) stopt met opknippen en (d) geloof in geld niet leidend maakt." Allevier zaken die je juist wél doet bij organiseren en niet bij managen.

Volgens Peters en Heringa gaan de meeste veranderingen geleidelijk. Als je deze geleidelijke, incrementele verandering blijft volgen, dan hoef je niet in een keer te reorganiseren. Dan pas je steeds kleine dingetjes aan en dan lijken veranderingen van zelf te gaan.

Bij een buitensporig maakbaarheidsgeloof wordt van B (de gedetailleerd uitgewerkte visie) naar A (het hier en nu) gewerkt. De echte wereld (A) is vaak weerbarstiger dan de gedachte werkelijkheid (B).

Volgens Peters en Heringa hebben we de reductionistische neiging om wanneer we iets niet begrijpen of doorzien, dingen op te knippen in hapjes die we wel weer begrijpen en doorzien. Het nadeel hiervan is dat deze 'hapjes' dan ergens weer moeten worden samengevoegd. Dit samenvoegen kent minstens drie problemen:

  1. Niet snappen hoe je dingen moet samenvoegen (je bent immers niet voor niets gaan opknipppen).

  2. Door het opknippen vallen er (onzichtbare) stukjes tussen wal en schip, die ben je kwijt.

  3. De coördinatie tussen alle deeltes is een mega-operatie.

Zie ook: Rijnlands organiseren volgens Peters en Heringa (1)

Bron: Bij welke reorganisatie werk jij?, Jaap Peters en Hester Heringa

Laatst aangepast op woensdag, 05 januari 2022 19:43  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Ik heb geen tijd om een korte brief te schrijven, dus schrijf ik maar een lange.

Winston Churchill

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 72 gasten online
Artikelen

people are not your problem quote karen martin work systems processes

Banner
Banner

heerlijk oneerlijk dan ariely

Heerlijk oneerlijk
Hoe we allemaal liegen, met name tegen onszelf
Dan Ariely

Bij Bol.com of Managementboek

Lean boekentips

Banner