• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Grafieken volgens Pieter Bots & Ivo Bouwmans
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

netwerkdiagram diagram

Pieter Bots en Ivo Bouwmans definiëren een diagram, of grafiek, als een grafisch model. Bots en Bouwmans maken onderscheid drie categorieën diagrammen. Allereerst onderkennen zij grafieken en netwerkdiagrammen. Grafieken zijn diagrammen die een grafische weergave zijn van een gegevensverzameling, een netwerkdiagram is een diagram die de relatie visualiseert tussen de mensen en/of dingen die onderling verbonden zijn in een netwerk. Naast de grafieken en netwerkdiagrammen zijn er nog een aantal andersoortige diagrammen die Bots en Bouwmans indelen in de categorie 'overig'.

Bots en Bouwmans onderscheiden zes verschillende grafieken:

  1. Boxplot.

  2. Cirkeldiagram.

  3. Lijndiagram.

  4. Sankey-diagram.

  5. Spreidingsdiagram.

  6. Staafdiagram.



pieter bots ivo bouwmans modelschema model


(1) Boxplot

Een boxplot is een grafische weergave van vijf beschrijvende statistieken van een gegevensverzameling: het minimum, het eerste kwartiel, de mediaan (= het tweede kwartiel), het derde kwartiel, en het maximum van de waarden.


(2) Cirkeldiagram

Een cirkeldiagram (pie chart) gebruik je wanneer je gegevens als relatieve bijdrage aan een totaal wilt weergeven. De cirkel komt dan overeen met het totaal, de afzonderlijke cirkelsegmenten met de relatieve aandelen van de onderscheiden componenten. Je kunt daarbij nog kiezen tussen procentuele en/of absolute bijdrage.


(3) Lijndiagram

Een lijndiagram wordt meestal gebruikt om een tijdreeks te visualiseren zodat de volgende eigenschappen van die tijdreeks zichtbaar worden:

  • Variabiliteit: de mate waarin de waarde van de weergegeven variabele in de tijd varieert.
  • Trend: of de waarde gemiddeld genomen in de tijd toeneemt of juist afneemt.
  • Periodiciteit: of de variatie in waarde zich volgens een patroon herhaalt.

Een lijndiagram geeft dus typisch antwoord op de vraag "Hoe verandert de waarde van een variabele in de tijd?".

 

(4) Sankey-diagram

In een Sankey-diagram worden stromen (van bijvoorbeeld goederen, geld of energie) weergegeven door banen waarvan de breedte evenredig is met de omvang van de stroom.

 

(5) Spreidingsdiagram

Een spreidingsdiagram (scatter plot) geeft een indruk van de mate waarin twee verschillende factoren aan elkaar gerelateerd zijn. Naarmate de punten meer homogeen binnen het x,y-vlak verspreid liggen is het onwaarschijnlijker dat er een verband bestaat tussen de factoren. Voor min of meer lineaire relaties is de correlatiecoëfficiënt een wiskundige maat voor een mogelijk verband.


(6) Staafdiagram

Een staafdiagram (bar chart) visualiseert tegelijk de waarden van factoren en de onderlinge verhouding tussen die factorwaarden. De factoren waarvan de waarde als staaf wordt weergegeven moeten dezelfde eenheid hebben.

Enkelvoudig staafdiagram 
Een staafdiagram gebruik je doorgaans om dezelfde factor voor verschillende (sub)systemen weer te geven. Een staafdiagram kun je ook gebruiken om de waarde van een factor op verschillende tijdstippen te visualiseren. Een staafdiagram gebruik je om de verschillen tussen specifieke periodes in een tijdreeks te benadrukken. Wil je juist benadrukken dat het om een geleidelijke ontwikkeling in de tijd gaat, dan moet je een lijndiagram gebruiken .

Meervoudig staafdiagram
Een meervoudig staafdiagram gebruik je om de waarde van meer dan één factor tegelijk weer te geven. Dat doe je bijvoorbeeld om de verschillen in waarde tussen de factoren te benadrukken. Het onderstaande staafdiagram geeft behalve antwoord op de vraag "Hoe ontwikkelde zich het personenvervoer via Schiphol in het afgelopen decennium?" ook antwoord op de vraag "Is het gemiddelde aantal passagiers per vlucht de afgelopen jaren toegenomen?"

De factoren in een meervoudig staafdiagram mogen verschillende eenheden hebben, zolang je dat maar duidelijk in de legenda aangeeft. 

Een gespiegeld staafdiagram kan nuttig zijn om balansgrootheden te visualiseren:

Gestapeld staafdiagram
Een gestapeld staafdiagram gebruik je wanneer je de ontwikkeling in het relatieve aandeel van de verschillende factoren in het totaal wilt laten zien. Deze factoren moeten dan wel allemaal dezelfde eenheid hebben. Aan een gestapeld staafdiagram lezen mensen een verhouding zoals 1:2, 3:4 en 1:5 beter af dan aan de grootte van de cirkelsegmenten in een cirkeldiagram.

Histogram
Een histogram visualiseert de verdeling van de waarden die een factor kan aannemen. Dit effect bereik je door het waardebereik van de factor op te delen in een aantal intervallen (bins) van gelijke grootte, en daarna voor een serie waarnemingen het aantal waarnemingen per interval te tellen.

Om een goed beeld te geven van de relatieve frequenties moet het aantal intervallen niet te groot zijn (want dan worden de staven te kort om duidelijk een patroon te zien) en ook niet te klein zijn (want dan heb je te weinig staven om een goed beeld te krijgen van de vorm van de verdeling). Bij 100 waarnemingen zijn 5 à 10 intervallen doorgaans geschikt. Bij grotere gegevensverzamelingen kun je meer intervallen nemen. Het aantal intervallen wordt ook wel de resolutie van het model genoemd.

Een histogram wordt vaak gebruikt bij het bepalen van de kansverdeling van een stochastische variabele.

 

Eisen aan een diagram

[Bots & Bouwmans stellen in het algemeen dat er vijf eisen zijn waaraan een diagram moet voldoen:]

  1. Informatieve titel (Wat zien we hier?).
  2. Legenda die de betekenis van de elementen van het diagram uitlegt (vaak volstaat de naam van de factor).

  3. Bij assenstelsels: elke as gelabeld met de naam en eenheid van de variabele, en voorzien van een schaalverdeling.

  4. Volledige bronvermelding (Waar komen de gegevens vandaan?).

  5. Een nummer (bv.: Figuur 1.2)* waarmee in de rapporttekst naar het diagram verwezen wordt (bv.: zie figuur 1.2; dus niet: 'zie de figuur hieronder').

De validiteit van een grafiek hangt af van de juiste keuze van grafiektype en de betrouwbaarheid van de gebruikte gegevens.

 

Bron: Diagram, Pieter Bots & Ivo Bouwmans

Laatst aangepast op woensdag, 10 januari 2018 20:24  
Omdenken volgens Henri Matisse
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

There are always flowers for those who want to see them.

Henri Matisse

Laatst aangepast op woensdag, 12 september 2012 07:39  
Netwerkdiagrammen volgens Pieter Bots & Ivo Bouwmans
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

netwerkdiagram diagram

Pieter Bots en Ivo Bouwmans definiëren een diagram, of grafiek, als een grafisch model. Bots en Bouwmans maken onderscheid drie categorieën diagrammen. Allereerst onderkennen zij grafieken en netwerkdiagrammen. Grafieken zijn diagrammen die een grafische weergave zijn van een gegevensverzameling, een netwerkdiagram is een diagram die de relatie visualiseert tussen de mensen en/of dingen die onderling verbonden zijn in een netwerk. Naast de grafieken en netwerkdiagrammen zijn er nog een aantal andersoortige diagrammen die Bots en Bouwmans indelen in de categorie 'overig'.

Bots en Bouwmans onderscheiden 8 varianten van een netwerkdiagram:

  1. Beslisboom (Decision tree).

  2. Causalerelatiediagram (Causal loop diagram).

  3. Doelenboom (Objectives tree).

  4. Kritiekepaddiagram (Critical path diagram).

  5. Organisatieschema (Organization chart).

  6. Processchema (Process Flow Diagram, kortweg: PFD).

  7. Stroomdiagram (Flow chart).

  8. Toestandsdiagram (State transition diagram).

 

pieter bots ivo bouwmans modelschema model


Netwerk
Een netwerk is een conceptueel model dat een systeem beschrijft als knopen die met elkaar verbonden zijn door takken. Netwerken worden vaak visueel weergegeven door knoopsymbolen (meestal cirkels of rechthoeken) te verbinden met lijnen of pijlen.

(1) Beslisboom
Een beslisboom is een beslismodel in de vorm van een netwerk met een boomstructuur. Een beslisboom wordt gebruikt om voor een gegeven situatie antwoord te geven op de vraag "Welke keuze(s) zijn in deze situatie het verstandigst?".
In een beslisboom geven de interne knopen (vierkantjes) diagnostische beslissingen weer. Elk van deze beslisknopen toetst of de situatie aan een specifieke voorwaarde voldoet. De uitgaande takken zijn dan gelabeld met elkaar wederzijds uitsluitende condities. Door bij elke beslisknoop díe tak te volgen waarvan de conditie waar is kom je uit bij de eindknoop (driekhoekje) die aangeeft welke handelswijze in de gegeven situatie de voorkeur verdient.

(2) Doelenboom
Een doelenboom (objectives tree) is een conceptueel model dat beschrijft hoe de doelen van een actor kunnen worden geoperationaliseerd tot meetbare criteria. Een doelenboom is gerichte graaf waarin de knopen doelstellingen zijn (weergegeven als rechthoeken) en de takken (weergegeven door hoekige lijnen zoals in een organisatieschema) een definitierelatie representeren. Een lijn van een hoger gelegen doel (=  bovendoel) A naar een lager gelegen doel (= subdoel) B kun je lezen als "B is een subdoel van A", of (minder bondig, maar meerzeggend) als "de mate waarin A bereikt is kun je onder andere zien aan de mate waarin B bereikt is". De definitierelatie tussen doelen is dus beslist iets anders dan de beïnvloedingsrelatie tussen factoren in een causalerelatiediagram!

(3) Causalerelatiediagram
Een causalerelatiediagram (causal loop diagram) is een conceptueel model dat beschrijft hoe grootheden in een systeem elkaars waarde beïnvloeden. Een causalerelatiediagram is gerichte graaf waarin de knopen grootheden zijn (weergegeven door hun naam, vaak met een ellips eromheen) en de takken (vloeiende pijlen) een transitieve beïnvloedingsrelatie weergeven. Pijlen zijn gelabeld met een + of een ? waardoor de richting van de beïnvloeding wordt weergegeven:

Een pijl A —+? B betekent "als A in waarde toeneemt neemt B ook in waarde toe", en ook "als A in waarde afneemt neemt B ook in waarde af".
Een pijl A – ? ? B betekent "als A in waarde toeneemt neemt B juist in waarde af", en ook "als A in waarde afneemt neemt B juist in waarde toe".

Een causalerelatiediagram heeft dus een impliciete tijddimensie: de verandering in B volgt (onmiddellijk) op de verandering in A. Een ?cykel in een causalerelatiediagram, d.w.z. een grootheid A die (indirect) zichzelf beïnvloedt, impliceert dat het afgebeelde systeem dynamisch is.

Een causalerelatiediagram wordt, ten onrechte, ook wel een "causaal diagram" (Engels: causal diagram) genoemd. Dit is echter wat onzorgvuldig taalgebruik omdat het de relaties in het diagram zijn die "causaal" zijn, niet het diagram zelf.

 

(4) Kritiekepaddiagram
Een kritiekepaddiagram (Engels: critical path diagram) is een representatie van een project waarmee in het bijzonder deze twee vragen beantwoord kunnen worden: Hoe lang gaat de uitvoering van dit project duren? Welke activiteiten binnen dit project zijn "kritiek" in de zin dat het hele project uitloopt als die activiteit langer duurt dan gepland.
In een kritiekepaddiagram wordt een project weergegeven als een netwerk met activiteiten als knopen die in de tijd totaal geordend worden door een volgtijdelijkheidsrelatie.
Schematisch worden activiteiten afgebeeld als rechthoeken, en de volgtijdelijkheidsrelatie wordt weergegeven door pijlen. Een pijl van A naar B betekent dat niet met activiteit B kan worden begonnen dan nadat activiteit A is afgerond. Je kunt een pijl A ? B dus lezen als "B moet wachten op A".

(5) Organisatieschema
Een organisatieschema (ook wel organogram of organigram genoemd; organization chart) is een model van de structuur van een organisatie (bijvoorbeeld een onderneming, een publieke instantie, een vereniging of een stichting) of van een organisatieonderdeel (bijvoorbeeld een faculteit als onderdeel van een universiteit).

Een organisatieschema laat zien uit hoeveel verschillende onderdelen een organisatie bestaat, en in welke hiërarchische verhouding deze onderdelen ten opzichte van elkaar staan.

Organisatieonderdelen worden weergegeven als rechthoeken. Hun onderlinge hiërarchische verhouding wordt gemodelleerd als een transitieve relatie A ? B die te lezen is als "A heeft zeggenschap over B". Deze relatie wordt met rechte lijnen aangegeven. De richting van de relatie wordt niet door pijlpunten aangegeven maar door de verticale rangschikking van de rechthoeken. Een lijn die rechthoek A verbindt met een lager gelegen rechthoek B geeft dus aan dat A zeggenschap heeft over B (of anders gezegd: dat B onder A valt).

(6) Processchema
Een processchema (Process Flow Diagram, afgekort: PFD) geeft weer hoe in een productieproces inputs worden omgezet in outputs.

Een processchema is gebaseerd op twee concepten, proces en product, die met elkaar in verband worden gebracht door de relaties is-input-van en is-output-van. Processen worden weergegeven als rechthoeken, de relaties als gelabelde pijlen. Het label langs een pijl benoemt een product. Een pijl met label X die twee processen P en Q met elkaar verbindt geeft dus feitelijk twee relaties weer: X is-output-van P en X is-input-van Q.

(7) Stroomdiagram
Een stroomdiagram (ook wel stroomschema, flowchart) is een schematische voorstelling van een proces. Een stroomdiagram geeft de stappen in een proces weer als rechthoeken, en beslissingen als ruiten. Tenzij anders aangegeven geeft het bovenste symbool het startpunt van het proces aan. De pijlen in het diagram geven een opeenvolgingsrelatie aan, waarbij een pijl A ? B gelezen moet worden als "zodra A gedaan is doet men B". De pijlen die vanuit een ruit vertrekken moeten gelabeld zijn met condities die – geïnterpreteerd in combinatie met de tekst in de ruit – elkaar wederzijds uitsluiten. Het proces stopt zodra er geen pijlen meer gevolgd kunnen worden.
Een stroomschema kan zowel beschrijvend als voorschrijvend gebruikt worden.

(8) Toestandsdiagram
Een toestandsdiagram (state diagram en ook wel state transition diagram) is een netwerkdiagram dat een schematische weergave is van een systeem dat als eindigetoestandsautomaat wordt beschouwd. Het diagram toont de verschillende toestanden waarin een systeem zich kan bevinden als cirkels, en de mogelijke overgangen vanuit een toestand naar een andere toestand als pijlen. Deze pijlen worden doorgaans gelabeld met een logische uitspraak die de conditie beschrijft waaronder het systeem van de ene toestand in de andere overgaat. Pijlen kunnen ook gelabeld worden met een kanswaarde (een getal tussen 0 en 1). In dat geval geeft het toestandsdiagram een Markovketen weer.

Een toestandsdiagram kan snel vragen te beantwoorden als "Kan het systeem als het eenmaal in toestand A is nog wel in toestand B komen? En zo ja, via welke transitiepaden?" Een transitiepad van A naar B is dan de opeenvolging van toestanden die het systeem moet aannemen om vanuit toestand A in toestand B te komen.

Bron: Diagram, Pieter Bots & Ivo Bouwmans

Laatst aangepast op woensdag, 10 januari 2018 20:24  
LSS: Meetmatrix
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

meetmatrix lean six sigma ctq output

 

In de Measure-fase is het cruciaal om voor elke kritieke klanteis (CTQ) een meetwaarde te definiëren die een goede indicator van in welke mate aan deze eis is voldaan. Op deze manier leg je een directe koppeling tussen de output van het proces en de eisen en wensen van de klant. Concreet betekent dit dat je CTQ's vertaald naar Kritische Prestatie-indicatoren (KPI's). Een KPI is een meting die de prestatie van een proces weergeeft.

De term KPI is een generieke term binnen het vakgebied van procesmanagement, maar binnen de context van Lean Six Sigma moet in een KPI altijd de stem van de klant (Voice of the Customer) door klinken. De klantgedreven KPI's betreffen dus altijd meeteenheden voor de procesoutput die doorslaggevend zijn voor de klanttevredenheid. Om die reden worden deze KPI's ook wel primaire metrieken (primary metrics) genoemd.

De CTQ's vormen de basis voor de procesmetingen. In een zogenaamde meetmatrix wordt voor elk van de CTQ's aangegeven welke outputmetingen hierbij van belang zijn. Het opstellen van een meetmatrix moet zeker stellen dat de kritieke klanteisen vertaald zijn naar metingen van de output van het proces. In de meetmatrix wordt voor elke CTQ minimaal één relevante meetwaarde gedefinieerd. Hierbij is het zaak de relatie tussen de CTQ en de meetwaarde te evalueren in termen van 'sterk', 'matig', 'zwak' en 'geen'.

Zodra duidelijk is welke outputmetingen gebruikt zullen worden, kan een dataverzamelplan worden opgesteld. Omdat de metingen en gegevens zijn zo goed als het proces dat gebruikt is om ze te verzamelen, is het ook zaak om de betrouwbaarheid van gegevens te borgen door het uitvoeren van een meetsysteemanalyse (MSA).

Bron: Lean Six Sigma voor dummies, John Morgan, Martin Brenig-Jones,

 

 

Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 08:03  
Omdenken over perfectie
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

Being happy doesn't mean that everything is perfect. It means that you've decided to look beyond the imperfections.

Laatst aangepast op zaterdag, 10 november 2012 07:55  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Simplicity means the achievement of maximum effect with minimum means.

Koichi Kawana

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 126 gasten online
Artikelen

work in process limit wip jim benson

Banner
Banner

gelukkig zijn kun je leren martin seligman

Gelukkig zijn kun je leren
Martin E.P. Seligman

Bij managementboek | Bol.com

Lean boekentips

Banner