
Volgens Ben Kuiken zijn de theorieën van Frederick Taylor over wetenschappelijk management (Scientific Management) nu wel uitgewerkt. De belangrijkste stelling van Taylor dat de simpele werkman de begeleiding nodig heeft van de intelligentere, hoger opgeleide manager, is komen te vervallen. Verder is ook Taylor's pleidooi voor arbeidsdeling (tussen werkman en manager en werkmannen onderling) achterhaald, omdat hierbij geen rekening wordt gehouden met de menselijke behoefte om zich te ontwikkelen en nieuwe dingen te leren.
In de woorden van Ben Kuiken: "Mensen zijn geen machines die je dag in dag uit hetzelfde trucje kunt laten doen, want dan stompen ze af. Mensen hebben bovendien behoefte aan zin: een idee waar het leven en werk toe dient en wat hun bijdrage is aan het grotere geheel. Als je taken heel erg opsplitst en iedereen slechts een deeltaakje geeft, raakt de werknemer het zicht kwijt op zijn individuele bijdrage aan dat geheel."
Het - aldus Kuiken - grootste bezwaar tegen Taylor is "het idee dat de manager de werkman intensief moet begeleiden bij het verrichten van zijn taken. Hij plant de werkzaamheden heel precies en tot op de minuut nauwkeurig en geeft de werkman zeer specifieke instructies over de manier waarop deze ze dient uit te voeren. Het grote nadeel hiervan is dat die werkman zelf niet meer hoeft na te denken. Sterker nog: hij mág zelf niet meer nadenken, want dat doet de manager voor hem."
Een manager heeft volgens Kuiken in een organisatie wel een functie, maar omdat taken tegenwoordig zo complex zijn geworden, is het de vraag of de manager qua kennis en ervaring dé aangewezen persoon is om deze in goede banen te leiden.
Bron: De laatste manager, Ben Kuiken

Tom van Yperen, Jan Willem Veerman en Bas Bijl beschrijven in hun boek Zicht op effectiviteit hoe je de PDSA-cyclus van Nolan en prestatie-indicatoren gebruikt om prestaties te managen:

Nolan's PDSA-cyclus formuleert welke kwaliteitseisen gelden ten aanzien van de resultaten:
(1) formuleer welke kwaliteitseisen gelden ten aanzien van de resultaten en stel een plan op om de uitgevoerde activiteiten op die resultaten te toetsen (Plan), (2) voer het plan uit (Do), (3) bestudeer de resultaten (Study) en (4) zorg indien nodig voor bijsturing en verbeteracties (Act).
De maatstaven om al dan niet van goede kwaliteit te spreken worden bepaald door de doelen ... en de kwaliteitsnormen die men hanteert. Prestatie-indicatoren geven aan hoe goed of slecht de organisatie scoort ten aanzien van die normen.
(..)
Een prestatie-indicator is een onderwerp waarop gemeten wordt in welke mate een prestatie wordt geleverd. ... Een prestatie-indicator is ingebed in een systeem van evaluatie en verbetering van de organisatie. Een bekend model in dat kader is de Balanced Scorecard. De kern daarvan komt op het volgende neer.
- Een organisatie heeft een visie of een missie ten aanzien van wat zij wil bereiken. Deze leidt tot de benoeming van factoren die het succes van de organisatie bepalen. De succesbepalende factoren kunnen op verschillende aspecten betrekking hebben (zoals klanten, financiële aspecten, bedrijfsprocessen, lerend vermogen).
- Een prestatie-indicator is een meetbare eenheid die aangeeft in welke mate een succesbepalende factor aanwezig is.
- Een doel ('norm') is in het model opgevat als een te bereiken waarde op de prestatie-indicator.
- Uitgangspunt is dat prestatie-indicatoren iemand of iets in de organisatie moeten aanspreken opeen verantwoordelijkheid en een bevoegdheid. Immers, wat heeft het voor zin om te meten of [de prestatie-indicator op, onder of boven de norm scoort] en vervolgens niemand in de organisatie verantwoordelijk of bevoegd is om daar iets aan te doen?
- Om de prestaties te realiseren worden er verbeteracties ingezet. Deze acties worden idealiter zo gekozen, dat deze maximaal bijdragen aan de succesbepalende factoren en daarmee ook aan de realisering van de missie of de visie.
De kuns is dus om die prestatie-indicatoren te selecteren, die een bijdrage leveren aan een doelbewuste en (be)stuurbare verbetering die pas bij de belangrijkste taken van de organisatie.
Bron: Zicht op effectiviteit, Tom van Yperen & Jan Willem Veerman (red.)