• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
10 instructieprincipes van Barak Rosenshine volgens Kate Jones
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

Kate Jones beschrijft in haar boek Retrieval Practice - research & resources for every classroom de 10 instructieprincipes van Barak Rosenshine als volgt:

instructieprincipes principe instructie barak rosenshine Paul Kirschner

Below is a brief summary of the ten key principles that are outlined by Rosenshine with an explanation as to how it can link with retrieval practice in the classroom:

1. Start the lesson with a short review of previous learning.

This can be achieved through various tasks, which is essentially what this book consists of - retrieval practice. Sherrington adds that: 'Students don't necessarily recall recent learning readily and it pays to anticipate this rather than be frustrated by this., This was transformative for my own morale as a teacher because I would often feel at a loss when it seemed students understood a concept, event or information, then at a later date that notion or memory had vanished, much to my disappointment. Now I can be ready for this with my planning. To reiterate, we need to accept it is part of the learning process and not a reflection on us as a teacher. It is important to add that retrieval practice does not have to be restricted to the start of a lesson but can in fact be used at any point within a lesson. Continual retrieval in a lesson, through tasks, discussions and questioning will be more effective than isolated tasks that simply recall facts, allowing for links and connections to be further developed. I have found the best way to start my lessons is to ensure that retrieval becomes routine.

2. Present new material and information to students in small and manageable steps.

Ensure student practice after each step, before moving onto new material. This is not the retrieval stage because it's important to remember we can't ask students to retrieve information that isn't actually in their long-term memory, it needs to get there first.

3. Ask a large number of questions, checking the response from all the learners in the classroom.

A common mistake is to accept answers from some members of the class, and then assume everyone else has that same level of understanding, which is why we need to ensure every learner in the class has the opportunity to retrieve information from memory - not just a few students that have been selected by the teacher.

4. Provide students with models and worked examples to support problem solving.

A worked example is where a problem has been shown to the class, with every part of the process explicitly explained through a teacher demonstration, and the problem has been correctly solved. The students will then apply this process or concept to another problem or question. This strategy is best used with novice learners, as it is not regarded as an effective strategy to use with expert learners, Again, this is not a strategy used at the retrieval stage.

5. Continue to guide student practice.

Rosenshine stated that research findings tell us that 'it is not enough simply to present students with new material, because the material will be forgotten unless there is sufficient rehearsal', This can be achieved through questioning, additional explanations, consolidation tasks and students summarising the main points of the lesson content. Graham Nuthall suggested in his brilliant book The Hidden Lives of Learners (where he and his team spent a significant amount of time in classrooms working with students and teaching, then writing up their findings and reflections) that students need to encounter information at least three times before they understand a concept and that they need opportunities to approach new material in different ways, The power of three in the classroom is very important. After the information has been encountered and encoded then we can later focus on retrieval.

6. Continually check student understanding, addressing any misconceptions and supporting the process needed to move new information to long-term memory in order to retrieve at a later date.

Busch and Watson also explain that 'just because something has been taught, does not mean it has been deeply learned. Topics must be revisited and retaught. Only by doing this can we help students overcome the forgetting curve and maximise their learning.,

7. Ensure students obtain a high success rate in the lesson.

A success rate of 80% shows that students are learning the material, and it also shows that the students are challenged'? (the Goldilocks principle -getting the level of challenge just right!). The same principle can be
applied with retrieval practice, getting the balance right between retrieval difficulty and retrieval success.

8. Provide scaffolding for students with difficult tasks, ensuring depth and challenge for all.

Rosenshine states, 'a scaffold is a temporary support that is used to assist a learner',. and will eventually be removed as the student progresses. Once the scaffolding has been removed then we are requiring students to remember information without any form of support.

9. Require, monitor and promote independent practice in the classroom.

Rosenshine explains that `in a typical teacher-led classroom, guided practice is followed by independent practice -by students working alone and practicing the new material. This independent practice is necessary because a good deal of practice (overlearning) is needed in order to become fluent and automatic in a skill., Again, this focuses on the relevance of automacy in the classroom.

10. Engage students in regular review, this can be weekly and/or monthly to revisit prior learning and support long-term memory.

Once again this is the area of Rosenshine's Principles of Instruction that lends itself perfectly to retrieval and spaced practice.

Bron: Retrieval Practice - research & resources for every classroom, Kate Jones

Laatst aangepast op zaterdag, 04 september 2021 13:11  
Fouten maken mag (11)
Gepubliceerd in Citaten: constructief falen
E-mail Afdrukken

citaat

The man who does things makes many mistakes, but he never makes the biggest mistake of all - doing nothing.

Benjamin Franklin

Laatst aangepast op dinsdag, 15 november 2011 20:18  
Constante kwaliteit met agile
Gepubliceerd in Informatiemanagement
E-mail Afdrukken

agile geen haastwerk solingen

In het artikel Agile is geen haastwerk leggen Rini van Solingen en Henk Jan Huizer uit hoe agile constante kwaliteit biedt bij het ontwikkelen van software:

agile solingen huizer kwaliteit

De klassieke benadering van kwaliteit in software kenmerkt zich door een uitgebreide testfase. Het product is pas af als het uitgebreid getest is en alle gevonden fouten zijn verwijderd. Doordat het product pas ‘af ’ is aan het einde, vinden het testen en de kwaliteitsverhoging plaats aan het einde. Vandaar ook dat het noodzakelijk is de ‘scope’ te bevriezen.

Veranderingen in de scope leiden namelijk tot extra werk waardoor testactiviteiten in het gedrang komen – met nadelige gevolgen voor kwaliteit. Daarnaast wordt kwaliteit in de klassieke benadering bewerkstelligd door processen en richtlijnen. De verwachting is namelijk dat een goed proces een randvoorwaarde is voor een goed product

Agile werken is gebaseerd op een totaal andere benadering. Feitelijk dwingt agile werken af om kwaliteit te leveren (zie kader). Agile werken vraagt om telkens het product af te maken. Afmaken betekent: werkend én getest. In de praktijk betekent dat dus dat teams elke ‘sprint’ een product hebben dat leverbaar is. Kwaliteit vanaf het allereerste moment. Dus niet pas aan het einde testen, maar vanaf het begin al. Hoe eerder je fouten ontdekt, hoe meer tijd je krijgt om ze goed op te lossen. Agile vereist dat het product op elk moment in de tijd het kwaliteitsniveau heeft om uitgeleverd te worden. Om de kwaliteit constant te toetsen worden testen daarom zo veel mogelijk geautomatiseerd. Een testfase aan het eind is daardoor overbodig geworden, want kwaliteit is er op elk moment in de tijd. Daarnaast is er minder noodzaak voor uitgebreide procesbeschrijvingen en richtlijnen. De nadruk ligt bij agile namelijk veel meer op samenwerking en kennisuitwisseling tussen mensen, in plaats van op procedures en richtlijnen.

(...)

De essentie van agile werken is niet zoveel mogelijk werk in een korte iteratie proppen. Agile is niet quick & dirty. Geen haastwerk dus. De kunst zit in het slim doorvoeren van aanpassingen die maximale waarde opleveren en in het minimaliseren van risico’s door de aanpassingen zo klein en simpel mogelijk te houden en volledig geautomatiseerd te testen. Altijd aangetoonde kwaliteit dus. Niet aan het einde, maar vanaf het allereerste moment.

(...)

Zeven redenen waarom agile werken kwaliteit afdwingt

  1. Ritme en regelmaat: agile zorgt voor een vast, terugkerend en visueel proces dat elke sprint wordt herhaald. Herhaling zorgt voor ritme en brengt een stabiel tempo. Dit verkleint de kans om onder druk slechte kwaliteit te leveren. Teams weten precies wat ze moeten doen om een product op te leveren. En de teams leren wat de hoeveelheid werk is die ze aankunnen zonder concessies te doen aan kwaliteit.

  2. Kwaliteit is expliciet en staat vast: agile dwingt om zaken af te maken. Aan het eind van elke sprint is het product namelijk klaar: werkend én getest. Testen is niet een slotactiviteit die onder druk komt te staan, maar krijgt al alle aandacht die het verdient. Kwaliteit vanaf het allereerste begin. Dit wordt expliciet gemaakt in de Definition-of-Done: het is pas klaar als het aan alle acceptatiecriteria voldoet: elke iteratie opnieuw. Daardoor doen teams juist minder concessies aan kwaliteit, zij doen concessies aan de scope.

  3. Continu leerproces: korte iteraties zorgen ervoor dat je sneller leert en deze ervaringen direct in de praktijk kunt brengen. Constante aandacht door regelmatige retrospectives zorgen voor procesverbetering vanaf het begin, zodat leerervaringen direct worden omgezet in acties. Teams leren daarnaast ook waarom bepaalde functionaliteit gewenst is of juist niet. Eerder leren wat de klant nu écht nodig heeft en waarom.

  4. Waarde als stuurinstrument: agile helpt om direct waarde te leveren én te toetsen. Er wordt constant gestuurd en bijgestuurd op de vraag: maken we wel de juiste dingen? Agile dwingt om nauw samen te werken met de klant en continu zijn feedback te vragen. Requirements worden ‘vers’ besproken met betrokkenen. Er wordt alleen gekeken naar de benodigde details voor de komende sprints, en niet naar details voor werk dat nog lang niet aan de beurt is. Teams leren ontdekken waar de échte waarde zit. Liefst door minder software te maken, want hoe minder software hoe minder te testen en te onderhouden, dus hoe groter de kans op kwaliteit.

  5. Geen grote projecten meer: agile dwingt om grote dingen op te knippen in kleine. Grote projecten gaan altijd mis. Changes zijn veel kleiner, het risico is daardoor ook kleiner. Teams hebben focus en werken maar aan een beperkt aantal dingen en maken dat écht af. Hierdoor verkleint de kans dat ontwikkelaars elkaar dwars zitten en dat ingewikkelde combinaties van changes leiden tot moeilijk vindbare defects.

  6. Automatisering van kwaliteit: de businesscase voor testautomatisering is vele malen beter/sterker bij agile. Immers, integrale keten- en regressietesten worden veel vaker gedaan, namelijk elke sprint. Continu geautomatiseerde toetsing van kwaliteit is daardoor haalbaar en ook financieel interessant. Dit is overigens niet het enige herhaalbare werk dat veel beter geautomatiseerd kan worden. Onder het label van Continuous delivery wordt het hele OTAP-proces van ontwikkeling tot en met het in productie nemen geautomatiseerd. Dit legt de focus op vakmanschap, want de rest wordt geautomatiseerd.

  7. Autonome teams: agile dwingt om in cross-functionele zelfverantwoordelijke teams te werken. Disciplines zitten dicht op elkaar. Kwaliteitsverantwoordelijkheid ligt in het team. Normaal zit hier afstand tussen, waardoor er minder verantwoordelijkheidsgevoel is en veel kennisverlies ontstaat in de overdracht. Nu hebben teams een gezamenlijke verantwoordelijkheid tot en met productie. Als je zelf ’s nachts wakker gebeld kunt worden omdat de kwaliteit onvoldoende is, dan is een bochtje afsnijden opeens een stuk minder interessant.

Bron: Agile is geen haastwerk, Rini van Solingen, Henk Jan Huizer


Laatst aangepast op maandag, 01 januari 2018 12:54  
Continu verbeteren (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over verandermanagement
E-mail Afdrukken

continu verbeteren bert teeuwen

Continu verbeteren
met kaizenteams, verbeterteams, small group activity (SGA), daily scrum, stand up meeting, A3-rapporteren
Bert Teeuwen

Bij Bol.com | Managementboek

Laatst aangepast op vrijdag, 13 april 2018 19:26  
Waarom zou je volwassen worden? (boekentip)
Gepubliceerd in Lifehacking
E-mail Afdrukken

susan neiman waarom volwassen worden

Waarom zou je volwassen worden?
Susan Neiman

Bij Bol.com | Managementboek



Laatst aangepast op maandag, 29 juni 2015 15:07  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

 

All glory comes from daring to begin.

William Shakespeare

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 81 gasten online
Artikelen

vision action barker passes time change world quote

Banner
Banner

big five for live john strelecky boekentip

The big five for life
Vervul je vijf grote levenswensen
John Strelecky

Bij Bol.com of Managementboek

Lean boekentips

Banner