

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten de Amerikaanse mannen aan het front en bleven de vrouwen achter. Deze achtergebleven vrouwen werden aangemoedigd om in de fabrieken, waar wapentuig werd geproduceerd, te gaan werken. "Rosie de Riveter" stond model voor deze gemotiveerde, hardwerkende vrouwen. Haar slogan was: "We can do it."
De vrouwen en andere ongetrainde arbeiders, maakten daarbij gebruik van werkstandaarden en protocollen en werden daarbij geholpen voor een Amerikaans programma dat "Training Within Industry" (TWI) werd genoemd. Dit programma, ontwikkeld in opdracht van de Amerikaanse overheid, bestond uit een trianing op de werkvloer, verbetering van werkmethoden, onder andere standaardisatie en een andere manier van leidinggeven.
Na de Tweede Wereldoorlog raakte dit TWI-programma in Amerika wat in de vergetelheid, maar in Japan werd het des te meer gewaardeerd tijdens de wederopbouw. TWI lag mede aan de basi van de ontwikkeling van het Toyota Productie Systeem en dus ook van het Lean werken.
Bron: Lean in de huisartsenpraktijk - een introductie in het implementeren van Lean in de praktijk, Ulrich Schultz, Margareth Heuveling & Maud van Vlerken


Werkinstructie
Definitie
...
Alias:

Conceptuele kennis
Conceptuele kennis omvat inhoudelijke kennis ('content knowledge') en discursieve kennis.
Inhoudelijke kennis, i.c. kennis over de realiteit, betreft volgens Hillocks (1986) feiten, visuele voorstellingen ('images') en opvattingen. De classificaties van inhoudelijke kennis referen aan de mate van specificiteit, i.c.. van algemeen naar specifiek. Alexander, Schallert & Hare (1991) en Hillocks (1986) onderscheiden algemene realiteitskennis ('world knowledge'), domeinkennis en discipline-specifieke kennis. Algemene realiteitskennis doelt op voorwetenschappelijke, alledaagse kennis. Domeinkennis is kennis op grond van het conceptuele kader van een wetenschappelijk (vak)gebied en discipline-specifieke kennis verwijst naar grondige en gesystematiseerde kennis over een discipline.
Naast inhoudelijke kennis staat discursieve kennis, nodig voor de opbouw van een discours. Dit soort kennis bevat onder meer linguïstische en retorische kennis. Linguïstische kennis, als kennis over uitwendige talige vormgeving, kan zich situeren op het niveau van woor (lexicon), zin en gehele tekst. Lexicale kennis betreft zowel het concept waarin één realiteitsaspect wordt gevat als de bijbehorende term waarmee het concept wordt gerepresenteerd. Zinskennis (syntaxis) verwijst naar kennis van middelen om woorden te verbinden tot zinnen. Kennis van tekststructuur (niveau van de gehele tekst) is kennis over tekstsoorten en over talige middelen voor de opbouw van een coherente tekst.
Retorische kennis houdt in dat men talige middelen adequaat kan aanwenden voor het uitdrukken van betekenissen, vanuit schrijfdoelen (bijv. ervaringen uitdrukken, informeren, overtuigen) afgestemd op een lezerspubliek.
Bron: Leren schrijven van informatieve teksten: een ontwerponderzoek bij beginners, Lieve Vanmaele