• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Processen volgens Jan in 't Veld
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

processen systeem norm resultaat informatiestroom

processen systemen jan veld marylse

Een systeem bevindt zich op een bepaald moment in een bepaalde toestand. Over een zekere tijdspanne spelen zich in dat systeem processen af.

Toestand

De toestand van een systeem op een bepaald moment heeft de waarden van de eigenschappen op dat tijdstip in het systeem.

Een toestand is dus een momentopname. (...) Een manager heeft vooral te maken met systemen die een functie vervullen in de omgeving door een bijdrage te leveren aan die omgeving. Voor het vervullen van die functie moeten zich binnen het systeem gebeurtenissen en activiteiten afspelen. Dat noemen we dynamische systemen. Die processen hebben voor het vervullen van hun functie vaak verschillende soorten toevoer uit de omgeving nodig, zoals energie, materiaal, mensen, ideeën. Dat betekent dat we bij dergelijke systemen de volgende aspecten kunnen onderscheiden:

  • een invoer
  • een doorvoer
  • een uitvoer

Binnen statische systemen daarentegen treden geen gebeurtenissen op (denk aan een hangbrug).

(...)

Een systeem waarin een proces afspeelt, heeft blijvende en tijdelijke elementen. De blijvende elementen zijn bijvoorbeeld de computers op de administratie en de practicumlocalen van de school. Deze vervullen functies in het proces. Maar de tijdelijke elementen, zoals de studenten worden steeds opnieuw in het systeem ingevoerd, waarna ze door allerlei activiteiten tijdens de doorvoer worden omgezet, getransformeerd in de gewenste uitvoer.

Proces

Een proces is een serie transformaties tijdens de doorvoer, waardoor het ingevoerde element verander in plaats, stand, vorm, afmeting, functie, eigenschap of ander kenmerk.

Zo'n transformatie kan een heel kleine handeling zijn, zoals een handtekening zetten op een hbo-diploma.

Wij hebben het met name over organisatiesystemen, systemen met processen die naar inhoud, structuur en proces bestudeerd moeten worden. De activiteiten in die processen worden onderling gekoppeld door informatiestromen. Die zorgen ervoor dat op het juiste tijdstip, op de juiste plaats, op de juiste manier de juiste activiteit wordt uitgevoerd. En vaak kun je zo'n proces onderverdelen in subsystemen, die elk hun eigen functie in dat hoofdproces vervullen. Uiteindelijk vervult het systeem door middel van het proces zijn functie in de omgeving. En daarmee streeft het zijn doel na.

Als we hierna van een proces spreken, bedoelen we een proces dat zich afspeelt binnen een (sub)systeem.

(...)

Het doel van een systeem is het vervullen van bepaalde functies in de omgeving van het systeem. Elk element en elk subsysteem binnen het systeem levert zijn eigen bijdrage in het proces ter verwezenlijking van dat doel. Een bierbrouwerij heeft als doe het produceren en leveren van bier aan supermarkten en cafés. Een ziekenhuis heeft als doel het behandelen en genezen van patiënten uit de omgeving.

Om dat doel te kunnen bereiken moeten er ook in het systeem functies vervuld worden en taken verricht worden.

Malotaux (1997) definieert de begrippen als volgt:

De functie van een element is datgene wat door het element teweeg wordt gebracht en waaraan het grotere geheel behoefte heeft.

De taak van een element houdt datgene in wat gedaan moet worden, opdat die bijdrage tot stand komt, zodat de functie wordt vervuld.

Zie ook: Systeemdenken volgens Jan in 't Veld

Taak Functie
Wat het element doet Waarvoor dat gebeurt
Het werk zelf De werking in het grotere geheel
Bepaalde activiteiten De functie van die activiteiten

Bij taak gaat het om het werk zelf en bij functie om de werking daarvan. In wezen liggen ze in elkaars verlengde als doorvoer en uitvoer. Iets is een functie als men dezelfde bijdrage kan leveren met verschillende middelen. Het leveren van stroom kan via een batterij, maar ook met een aggregaat.

taak functie processen systeem

Wij zullen een systeem dan ook vaak ontwerpen door eerst de functies te bepalen die vervuld moeten worden in dat systeem om het doel te kunnen verwezenlijken. Meerdere functies kunnen best door één orgaan (persoon) vervuld worden. Een functie is minder tijdgebonden dan een taak. Een functie van de afdeling administratie is nog steeds het bijhouden van de boekhouding, maar nu gebeurt dat via de computer en niet meer handgeschreven of op een typemachine.

 

Systeem en omgeving

We onderscheiden het systeem en zijn omgeving. Het systeem wil een doel in die omgeving bereiken en vervult daarvoor verschillende functies. Om het onderscheid tussen het systeem en zijn omgeving heel duidelijk te maken, moeten we ergens een systeemgrens trekken. In- en uitvoeren stromen dus door deze grens heen. In de praktijk is het best lastig die grens te bepalen. Als we het systeem te ruim nemen, is er kans dat het
proces steeds onoverzichtelijker wordt. Nemen we het systeem te nauw, dan kunnen we misschien de oorzaak van het te onderzoeken probleem niet vinden.
De systeemgrens wordt vooral bepaald door het doel van het onderzoek. Meestal blijkt pas uit het vergelijken van de gevonden resultaten met de werkelijkheid of de grens juist is bepaald.

Bron:

Laatst aangepast op zaterdag, 16 juni 2018 08:55  
Leidinggeven aan Lean transformaties (boekentip)
Gepubliceerd in Boeken over Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

leiding geven lean transformaties philip holt leanding lean

Leidinggeven aan lean transformaties
Leading With Lean
Philip Holt

Bij Bol.com | Managementboek


Bewaren

Laatst aangepast op maandag, 27 februari 2017 19:01  
Producten vs. diensten volgens The Economist
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

What is a service?

Products of economic activity that you can't drop on your foot, ranging from hairdressing to websites.

The Economist

Laatst aangepast op vrijdag, 05 oktober 2018 06:31  
Kanban volgens Sam Laing & Karen Greaves (7)
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

kanban praktijk sam laing karen greaves

kanban praktijk sam laing karen greaves

Buffer

Een onderdeel dat je mogelijk aan je Kanban-bord wilt toevoegen is een buffer. Dat is in feite een wachtkamer tussen twee processtappen. Een buffer is niet hetzelfde als de kolom Klaar van een stap in het proces omdat een buffer niet meetelt voor de WIP-limiet van de voorgaande stap. Als je een buffer hebt ingebouwd, is het niet nodig om voor de stap vlak vóór de buffer de kolom Klaar in te stellen, omdat er feitelijk geen verschil is tussen de kolom Klaar van de X en de buffer tussen stap X en Y. Eigenlijk is een buffer dus een manier om een taak te parkeren zonder de WIP-limiet nog langer te belasten.

Wanneer gebruik je een buffer?

Je zou een buffer kunnen opnemen vóór een stap waarvan de uitvoering altijd even lang duurt ongeacht het aantal taken. Dan kan het dus slim zijn eerst wat taken in de buffer te verzamelen. Bijvoorbeeld: stel dat het omzetten van het boek in PDF-formaat een geautomatiseerd proces is dat altijd 5 minuten duurt, of er nu 1 woord of 20 hoofdstukken zijn gewijzigd. Dan is dat een goede plek om een buffer in te voegen. In dit geval heeft de buffer geen WIP-limiet, maar je kunt wel afspreken dat de PDF van het boek twee keer per dag gegenereerd wordt, zodat wat op dat moment in de buffer staat wordt verwerkt. Anders wordt de buffer misschien een knelpunt.

Je kuntook een buffer gebruiken als een van de teamleden slechts parttime beschikbaar is, bijvoorbeeld iemand die de facturen betaalt. Het team kan alle facturen tot de stap Betalen verwerken en klaar zetten in de buffer Wacht op betaling.

Bron: Kanban in de praktijk, Sam Laing & Karen Greaves

 

Laatst aangepast op zaterdag, 15 september 2018 12:04  
7 leereffectiviteitsversterkende principes volgens Blankert, Palmen en Olvers
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

leren learn

In de publicatie Brein & leren - cognitieve belasting van het geheugen: uitleg en tips, Avans Hogeschool beschrijven Han Blankert, Désiré Palmen en Dominque Olvers zeven principes die helpen om de effectivieit van  leerinspanningen te vergroten:

leereffectiviteit cognitieve belasting

  1. Variabiliteitsprincipe (Variability).

  2. Zelfuitleg-principe (Self explanation).

  3. Verbeeldingsprincipe (Imagination).

  4. Zoom-in/zoom-uit-principe (Interactivity).

  5. Eigen-tempo-principe (Self pacing).

  6. Modaliteitsprincipe (Modality).

  7. Signaleringsprincipe (Signalling).

(1) Variability: zorg voor variatie en afwisseling in leertaken

Het variëren en afwisselen van leertaken geeft een grote belasting van het werkgeheugen dan een routinematige herhaling. Beginners hebben baat bij herhaling om een kennisbasis vast te leggen, oftewel de neurale verbindingen te versterken. Maar bij gevorderden wordt het leren juist versterkt door variatie in de leeropdrachten en het toepassen van verschillende oplossingsstrategieën.

(2) Self explanation: laat studenten zelf verklaren en uitleggen


Self explanation is een activiteit waarbij de student de leerstof of een uitgevoerde activiteit uitlegt aan zichzelf of aan anderen. Bijvoorbeeld, de docent kan de student laten uitleggen hoe deze tot een antwoord of oplossing is gekomen of laten verklaren waarom iets wel of niet klopt.

Door self explanation kan de student nieuwe informatie koppelen aan aanwezige kennis, deze integreren en ontdekken waar hij nog onvoldoende van weet. Als hierbij extra aandacht wordt gegeven aan het geven en ontvangen van feedback, wordt de effectiviteit van self explanation nog verder versterkt.

(3) Imagination: laat studenten de leerinhoud visualiseren.


Imagination betekent het verbeelden en visualiseren van een activiteit, procedure, product of prestatie. Visualiseren is in de topsport al jaren een veelgebruikte leertechniek om prestaties te oefenen en te verbeteren of om nieuwe combinaties van bestaande technieken te leren. Imagination is een manier om voorkennis van studenten te activeren en te versterken. Door imagination haalt de student de aanwezige voorkennis op uit het geheugen en kan deze kennis vervolgens verder uitgebreid en versterkt worden. Maar het geeft ook ruimte aan de eigen creativiteit. Het maakt het mogelijk om op basis van voorkennis leerstof te koppelen in verschillende situaties.

(4) Interactivity: zoom in en uit bij complexe taken


Interactivity is het in- en uitzoomen bij complexe taken. Leren is dan het eigen maken van verschillende onderdelen en deze combineren in hun (nieuwe) samenhang. Om de leereffectiviteit van de student te versterken, is het van belang om afwisselend de losse onderdelen zich eigen te maken èn te oefenen met de samenhangende elementen.

(5) Self pacing: laat studenten het eigen tempo bepalen


Bij een hoorcollege of mondelinge instructie moet het werkgeheugen van de student de informatie verwerken in een opgelegd tempo. De belasting wordt ineffectief wanneer het werkgeheugen er niet in slaagt om de informatie op tijd te verwerken. De informatie blijft komen maar de student neemt het niet meer op. De student haakt af en lijkt misschien wel ongemotiveerd. Maar het is heel goed mogelijk dat het werkgeheugen overbelast is. De belasting is ook ineffectief als het tempo te laag is en het werkgeheugen onderbelast is. ook dan is de kans dat de student afhaakt en zich met andere zaken gaat bezighouden.

Self pacing gaat ervan uit dat een student een eigen tempo kan bepalen tijdens het leren. Dit kan bijvoorbeeld via verwerkingsopdrachten voor, tijdens en na een instructie. Dit ondersteunt het leren in het eigen tempo en stimuleert het werkgeheugen om informatie effectief te verwerken tot nieuwe kennis in het langetermijngeheugen.

(6) Modality: stem auditief en visueel aanbod op elkaar af.

Auditieve en visuele informatie wordt in het brein (werkgeheugen) via gescheiden circuits verwerkt. Door gesproken tekst en visuele informatie te combineren, wordt het werkgeheugen zo efficiënt mogelijk gebruikt, maar dit stelt wel eisen aan zowel het gesproken woord als de visuele informatie, zodat zij elkaar gaan versterken en geen ruis veroorzaken.

Modality houdt in dat informatie effectiever wordt verwerkt en onthouden bij gesproken tekst in combinatie met illustraties dan bij geschreven tekst met illustraties. Het modality principe werkt sterker naarmate het tempo van een college of instructie hoger ligt. Als het tempo zakt en de verwerkingstijd toeneemt, is het effect van minder betekenis.

(7) Signaling: zorg voor focus en vestig de aandacht op de kern.


Bij complexte taken gaat het er om dat de student kan focussen, hoofdtaken van bijzaken kan onderscheiden en 'ankerpunten' ontwikkelt waar de nieuwe kennis in het brein mee verbonden kan worden. Het werkgeheugen wordt contiu belast met veel incidentele informatie die afleidt van de essentie van de leerstof. Signaling - als richtinggever bij het leren - reduceert deze ineffectieve last. Dit betekent dat in de leersituatie steeds de aandacht wordt gevestigd op de kernbegrippen en de essentie van de gebruikte modellen, theorieën en werkwijzen.

Bron: Brein & leren - cognitieve belasting van het geheugen: uitleg en tips, Avans Hogeschool

Tags:
Laatst aangepast op dinsdag, 04 januari 2022 17:41  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

We should be taught not to wait for inspiration to start a thing. Action always generates inspiration. Inspiration seldom generates action.

Frank Tibolt

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 102 gasten online
Artikelen

manage the cause not the result william edwards deming

Banner
Banner

making habits breaking habits jeremy dean

The Making Habits, Breaking Habits (ebook)
Why We Do Things, Why We Don'T, and How to Make Any Change Stick
Jeremy Dean

Bij Bol.com

Lean boekentips

Banner