• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Durf te dromen
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

Go see ask why show respect

Wie met beide benen op de grond staat, komt geen stap vooruit.

Laatst aangepast op donderdag, 20 maart 2014 15:22  
Doelen volgens Jo Bos, Anne Jette van Loon en Hans Licht
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

doelenboom strategisch operationeel doel

In het boek Programmatisch creëren beschrijven Jo Bos, Anne Jette van Loon & Hans Licht, binnen een context van programmamanagement, het nut en de noodzaak van strategische en operationele doelen:

doelen strategische operationele doel smart

Hoe belangrijk ... doelen ook zijn, in de praktijk blijken goede, richinggevende, maar vooral sturende doelen vaak lastig te formuleren. Een inspirerende visie waar mensen zich aan commiteren is een goed begin, maar de inspiratie moet zich ook in de concretisering laten gelden. Veel [teams] worstelen met deze uitdaging en komen niet verder dan vrij algemeen geformuleerde ambities. Het geheel van de doelen moet een robuust en consistent bouwwerk zijn, dat aan eenieder duidelijk maakt waar het programma voor staat en wat de opdrachtgever betrokkenen en doelgroepen er van mogen verwachten.

De doelen zijn als het ware de vlag waar het programma naar toe werkt. Doelen spelen een belangrijke rol in het verwachtingsmanagement. Voor de betrokkenen wordt expliciet waar het programma aan gaat werken. De doelen zijn de concreet gemaakte onderdelen van de totale ambitie, de visie, die met het programma wordt gerealiseerd.

Goed geformuleerde doelen maken het ook mogelijk de voortgang van het programma bij te houden (te meten, te bewaken). Zonder doelen beperkt monitoring zich tot registreren van wat er gebeurd is. Je kunt onmogelijk aangeven of het programma goed op weg is.

De doelen zijn ook datgene waarvoor de programmamanager en zijn/haar team verantwoordelijkheid nemen: wat ze gaan realiseren, en waar ze dus op aanspreekbaar zijn. De doelen bepalen op hun beurt weer welke activteiten moeten worden uitgevoerd om deze doelen ook daadwerkelijk te kunnen bereiken. Door draagvlak en instemming over doelen krijgt de programmamanager een legitimatie om op basis van die doelen te sturen.

Voor de meeste programma's is het noodzakelijk om doelen op verscheidene niveaus te beschrijven. Wij onderscheiden:

  • Strategische doelen
  • Operationele doelen

Strategische doelen

De strategische programmadoelen vormen de concretisering van de visie achter een programma. Dit zijn keuzen die duidelijk maken via welke wegen de visie wordt gerealiseerd. De keuzen geven aan op welke punten de werkelijkheid moet worden veranderd. In die zin geven ze veelal de overtreffende rap weer van de gewenste situatie. Ze hebben vaak de vorm van zogenaamde ER-doelen; het gaat om betER, sterkER, meER, mindER enzovoort. De strategische programmadoelen beschrijven de ideale effecten die moeten worden bereikt. De visie wordt soms vertaald in verscheidene strategische programmadoelen, en omgekeerd moet de realisatie van de strategische programmadoelen er rederlijkerwijs voro zorgen dat de visie echt dichterbij komt.

(...)

Bij het formuleren van strategische doelen kan een tweetal vragen erg dienstbaar zijn:

  • Wat is de inhoudelijke opgave?
  • Wat is de veranderopgave voor het programma; welke rol hebben wij daarbij?

(...)

Operationele doelen

Strategische doelen geven de richting aan van veranderingen, maar zijn onvoldoende operationeel om voor het programma als werkelijk focuspunt te dienen. Daarom moeten strategische doelen worden geoperationaliseerd ofwel concreet en meetbaar gemaakt. Operationele doelen beschrijven de concrete effecten van een programma in termen van zichtbare, meetbare veranderingen. De programmamanager is aanspreekbaar op de realisatie van de operationele doelen en stuurt daarop. Maar ook voor de projectleiders en de uitvoerende lijnmanagers zijn de operationele doelen belangrijk, omdat die helder maken welke effecten de uitvoerende activiteiten moeten opleveren. De programmamanager moet activiteiten initiëren zolang de operationele doelen niet zijn bereikt of zeker is dat ze met de reeds lopende activiteiten zeker niet worden gehaald.

(...)

Doelen SMART beschrijven

Visies en strategische programmadoelen hebben een integraal karakter en geven richting. Het gaat om lokkende perspectieven, maar ze geven weinig focus. De operationele doelen moeten dat wel doen en moeten daarom zoveel mogelijk SMART worden geformuleerd. SMART staat voor vijf kenmerken waaraan een doelstelling moet voldoen:

  • Specifiek (het moet gaat om een waarneembare, concrete verandering, die zichtbaar is)
  • Meetbaar (er is een of een aantal getallen aan te koppelen die duidelijk maken wanneer iets bereikt is en hoe hoog de lat ligt)
  • Acceptabel (de betrokkenen zijn bereid zich ook te verbinden aan het doel en de consequenties worden geaccepteerd)
  • Realiseerbaar (het doel is haalbaar in de voorziene periode)
  • Tijdgebonden (het is duidelijk wanneer de doelstelling gerealiseerd is).

(...)

De doelenboom

De samenhang tussen de doelen op de verschillende niveaus wordt in beeld gebracht in een doelenboom. Een doelenboom beschrijft de verbinding tussen de visie en de doelen op de verschillende niveaus. Net als bij een echte boom is er bij de doelenboom een sterke relatie tussen de aarde en de wortels van de boom, de stam, de takken en de bladeren. Bij het maken van een doelenboom gaat het om de juiste definiëring van het doelniveau en om de consistentie tussen de niveaus.

Een andere parallel met de natuurlijke boom is de volgtijdelijkheid der dingen. Het lijkt misschien logisch om te zeggen dat de takken voortspruiten uit de stam, en dat vervolgens de bladeren aan de takken groeien, maar in werkelijkheid krijgen de stam en de wortels voeding en zuurstof van de bladeren.

Zo inspireert de visie de doelen en de concrete activiteiten, en draagt omgekeerd de doelrealisatie bij aan het levend houden van de visie.

Bron: Programmatisch creëren, Jo Bos, Anne Jette van Loon & Hans Licht

 

 

Laatst aangepast op zaterdag, 27 januari 2018 09:32  
Systeemdenken volgens Kate Raworth
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

system thinking systeemdenken

Kate Raworth beschrijft in haar boek Donuteconomie - in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw systeemdenken in termen van voorraad en stroom, terugkoppelingslussen en vertraging:

systeemdenken kate raworth

De complexiteitsdans

Centraal in het denken over systemen staan drie bedrieglijk eenvoudige begrippen: voorraad en stroom, terugkoppelingslus en vertraging. Ze klinken duidelijk genoeg, maar het wordt echt moeilijk zodra er sprake is van interactie. Uit de wisselwerking tussen deze zaken ontstaan veel verrassende, uitzonderlijke en onvoorspelbare gebeurtenissen.

(...)

Dus wat is een systeem? Het is eenvoudigweg een verzameling dingen die op zo'n manier met elkaar verbonden zijn dat ze duidelijke gedragspatronen produceren - of het nu gaat om cellen in een organisme, demonstranten in een menigte, vogels in een zwerm, leden van een familie, of banken in een financieel netwerk. En het zijn de relaties tussen de afzonderlijke onderdelen gevormd door voorraden en stromen, de terugkoppelingen en de vertragingen - die hun emergente gedrag doen ontstaan.

Voorraden en stromen vormen de basiselementen van elk systeem: dingen die kunnen toenemen of afnemen - zoals water in een bad, vissen in de zee, mensen op de planeet, vertrouwen in een gemeenschap, of geld op de bank. De voorraad fluctueert in de loop van de tijd, als gevolg van de balans tussen instroom en uitstroom. Een bad loopt vol of leeg, afhankelijk van het verschil tussen de snelheid waarmee het water uit de kraan komt en het wegloopt via de afvoer. Een toom kippen groeit of krimpt afhankelijk van de mate waarin er kuikens worden geboren en er kippen sterven. Een spaarvarken raakt voller als er meer munten in worden gegooid dan eruit worden gehaald.

Als voorraden en stromen de basiselementen van een systeem zijn, dan vormen de terugkoppelingslussen de onderlinge verbindingen. En elk systeem kent twee soorten: versterkende (of 'positieve') en balancerende (of 'negatieve') terugkoppelingslussen. Bij versterkende terugkoppelingslussen is het zo dat hoe meer je hebt, hoe meer je krijgt. Ze versterken wat er gebeurt, ze creëren positieve of negatieve spiralen die, wanneer er niets tegen gedaan wordt, tot explosieve groei of ineenstorting leiden. Kippen leggen eieren, waar koppen uit komen, waardoor de kippenpopulatie blijft groeien. Op dezelfde manier kan tijdens een haatdragende ruzie op het schoolplein één ruwe duw tot een complete vechtpartij leiden. Rente op spaargeld wordt geteld bij dat spaargeld, wat in de toekomst leidt tot een hogere rente, zodat het vermogen groter wordt. Maar een versterkende terugkoppeling kan ook leiden tot ineenstorting van het systeem: hoe minder je hebt, hoe minder je krijgt. Wanneer bijvoorbeeld mensen het vertrouwen in hun bank verliezen en hun spaargeld opnemen, zal de bank steeds minder geld hebben, waardoor het vertrouwen nog minder wordt en er een run op de bank ontstaat.

Terwijl versterkende terugkoppeling ervoor zorgt dat een systeem beweing is, zorgt de balancerende terugkoppeling ervoor dat het niet ontploft of implodeert. Het compenseert en geeft tegengas, en zodoende reguleert het sytemen. Ons lichaam gebruikt balancerende terugkoppeling om de juiste temperatuur te houden: wannee rje het heet krijgt gaat je huid zweten, om zo af te koelen; wanneer je het koud krijgt, begint je lichaam te huiveren, om zichzelf op die manier op te warmen. Een huisthermostaat werkt op een soortgelijke manierom de kamertemperatuur stabiel te houden. En bij een ruzie op het schoolplein kan iemand ingrijpen en zo voorkomen dat het uit te and loopt. Waar het op neerkomt is dat balancerende terugkoppeling een systeem stabiliseert.

Complexiteit onstaat uit de interactie tussen versterkende en balancerende terugkoppelingslussen: uit hun dans komt het gedrag van het systeem als geheel voort, en dat kan vaak onvoorspelbaar zijn.

(...)

Vertragingen - tussen instroom en uitstroom - komen in veel systemen voor en kunnen grote gevolgen hebben. Soms bezorgen ze het systeem de nodige stabiliteit, doordat voldoende voorraad ontstaat die als buffer of schokdemper kan fungeren: denk aan energie die wordt opgeslagen in een accu, voedsel in de kast of spaargeld op de bank. Maar voorraad-stroomvertragingen kunnen het systeem ook weerbarstig maken: het maakt niet uit hoeveel inspanning er verricht wordt, maar het kost gewoon tijd voordat een heuvel opnieuw bebost is, voordat er in een gemeenschap vertrouwen is opgebouwd, of voordat de examenresultaten van een school verbeteren. En wanneer systemen langzaam reageren, kunnen er grote schommelingen optreden - zoals iedereen weet die onder een onbekende douche heeft gestaan  en, terwijl hij aan de kranen draaide, beurtelins bijna verbrandde en het ijskoud kreeg.

Uit deze interacties tussen voorraden, stromen, terugkoppelingen en vertragingen ontstaan complexe adaptieve systemen: complex omdat hun emergente gedrag onvoorspelbaar is, en adaptief omdat ze zich blijven ontwikkelen. Als we verder kijken dan het domein van spreeuwen en kippen, badkuipen en douches, wordt het al snel duidelijk hoe krachtig het denken in systemen kan zijn wanneer we onze continu veranderende wereld willen begrijpen - van de opkomst van zakelijke imperia tot de ineenstorting van ecosystemen.

Bron: Donuteconomie - in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw, Kate Raworth

Laatst aangepast op woensdag, 07 februari 2018 07:11  
Overwinnen volgens Lao Tzu
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

Go see ask why show respect

Het zachtste in het universum, overwint het hardste in het universum.

Lao Tzu

Laatst aangepast op zondag, 05 januari 2014 20:23  
Getting things done (GTD) volgens Jeffrey Pfeffer
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

gtd getting things done

Op Guy Kawasaki's blog wordt aan organisatiegedrag-professor Jeffrey Pfeffer een aantal vragen gesteld naar aanleiding van zijn laatste boek What Were They Thinking?: Unconventional Wisdom About Management.

Op de vraag welke rol strategische planning speelt bij het managen van een organisatie, geeft Pfeffer als antwoord dat het niet alleen belangrijk is de goede dingen te doen, maar vooral dingen gedaan te krijgen.

"Doing the right thing is important, which is where strategy comes in. But doing that thing well—execution—is what sets companies apart. After all, every football play is designed to go for a huge gain. The reason it doesn’t is because of execution—people drop balls, miss blocks, go to the wrong place, and so forth. So, success depends on execution—on the ability to get things done."

Bron: Guy Kawasaki, Ten Questions with Jeffrey Pfeffer

Laatst aangepast op zondag, 17 juni 2018 07:25  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

 

You have to stay in shape. My grandmother, she started walking five miles a day when she was 60. She's 97 today and we don't know where the hell she is.

Ellen DeGeners

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 218 gasten online
Artikelen

people targets meeting destroy enterprise edwards deming

Banner
Banner

focus mark tigchelaar concentratielekken afleiding

Focus Aan/Uit
Dicht de 4 concentratielekken en krijg meer gedaan in een wereld vol afleiding
Mark Tigchelaar, Oscar de Bos

Bij Bol.com | Managementboek

Lean boekentips

Banner