
In het artikel "Naar een productief veranderperspectief – van mislukking naar succes" pleiten Steven ten Have en Coert Visser voor een productief perspectief bij organisatieverandering.Dit als tegenhanger van het disfunctionele perspectief dat anders dreigt.
In het onderstaande citaat bepleiten Ten Have en Visser een ontsnapping uit de 'tredmolen van mislukking':
De vraag naar een productief perspectief is een broodnodige omdat het onderwerp organisatieverandering sterk wordt geassocieerd met mislukking en malaise. De eerdergenoemde onderzoeken zijn alom aanwezig en zadelen managers en adviseurs op met een weinig optimistisch, maar vooral disfunctioneel perspectief. De reden om te spreken van disfunctioneel wordt verduidelijkt in bovenstaande figuur.
Deze tredmolen wordt in gang gezet door het niet begrijpen van wat de situatie van de organisatie en de benodigde verandering is. Hierdoor ontstaat desoriëntatie, men weet het niet (meer). Manager en organisatie worden vatbaar voor ‘wondermethoden’; concepten en modellen die veelbelovend ogen en resultaat lijken te garanderen. Deze methoden worden omarmd, maar wel halfslachtig; er wordt niet vanuit inzicht en een stevige basis gekozen. Hierdoor raakt de mislukking al deels ingebakken bij de start en wordt er geen resultaat geboekt. Teleurstelling en fatalisme zijn het gevolg. Het falen wordt geproblematiseerd en is leidend in de ’analyses’. Deze analyses zijn sterk gericht op de defecten in het veranderingsproces en leiden (doorgaans) niet tot meer inzicht en begrip. De basis voor de volgende ronde richting een nieuwe wondermethode en herhaald falen is gelegd. Het gezochte productieve perspectief moet een ‘ontsnapping’ uit deze tredmolen bieden. Mislukking moet plaatsmaken voor succes, de tredmolen moet vervangen worden door een vliegwiel.
Bron: "Naar een productief veranderperspectief – van mislukking naar succes" in Holland Management Review #98 (2004), Steven ten Have en Coert Visser

Het concept van het Culturele web (Cultural web) van Gerry Johnson en Kevin Scholes (1992) is een representatie van vanzelfsprekende en onderliggende uitgangspunten, ook wel het paradigma, van een organisatie en de fysieke uitingen van de organisatiecultuur.
Volgens Johnson en Scholes zijn er zes elementen die aan het paradigma raken en die door hun invulling het paradigma inzichtelijk maken:
-
Rituelen en routines: rituelen zijn de speciale evenementen waarbij organisaties benadrukken wat echt belangrijk is voor hun, of hoe zij de zaken regelen; Routines zijn de manieren waarop mensen zich tegenover elkaar en anderen gedragen.
-
Verhalen: de verhalen die medewerker van een organisatie onderling en aan nieuwkomers en/of buitenstaanders vertellen over de successen, mislukkingen, helden en de miskleuners (mensen die zich niet aan de routines houden), deze verhalen geven de essentei aan van de historie en legitimeren min of meer bepaalde soorten van gedrag.
-
Symbolen: logo’s, kantoren, auto’s, functiebenamingen en de terminologie.
-
Macht: de machtstructuur is nauw gerelateerd aan het paradigma omdat de machtigen binnen de organisatie degenen zijn die geassocieerd kunnen worden met de kernaannames en –opvattingen over wat belangrijk is.
-
Controles: metingen en beloningssystemen geven aan wat belangrijk is om te volgen binnen de organisatie en waarop de aandacht en activiteiten op gericht zijn
-
Organisatiestructuur: geeft de machtsstructuren weer en belangrijke relaties
Bron: Models, Businessmodellen met body (2006), Marischka Setz & Tom W. den Hoed