
In haar boek Hoe krijgen ze me zo gek? beschrijft Marjan Haselhoff de dramadriehoek als model met drie vormen van ineffectief gedrag:

We creëren namelijk ontzettend veel drama in ons leven. Ik durf het nog wel stelliger te zeggen: we zijn verslaafd aan drama.
Het is eerst zaak om het woord drama uit te leggen. Drama uit zich in drie verschillende reactieve rollen. Dit zijn achtereenvolgens de slachtoffer-, aanklager- en redderrol. Wanneer je in een van deze rollen zit, ben je in de dramadriehoek beland. Je zit in een rol die niet effectief is, maar die vaak wel een tijdelijke voldoening geeft. Waarom de naam 'dramadriehoek'? Omdat alle rollen te maken hebben met het creëren van drama.
(...)
Hieronder worden de rollen verder belicht:
-
Slachtoffer: je voelt je slachtoffer van alles om je heen. Je spreekt vaak in termen van: 'Ja maar ...', 'ik ben nou eenmaal zo', 'Ik heb het nu eenmaal druk', 'Ik kan er toch ook niets aan doen', et cetera. Kortom, slachtoffers klagen graag en voelen zich vaak minder dan anderen.
-
Aanklager: je valt een ander graag verbaal aan met woorden en zinnen als: 'Wat ben je toch vergeetachtig', 'Aan jou heb ik ook niets'. 'Ik erger me enorm aan jou', 'Kun je niet eens stoppen met dat gezeur?; et cetera. Aanklagers vallen anderen aan, weten het altijd beter en plaatsen zichzelf vaak boven de ander.
-
Redder: je helpt anderen teveel en te graag en je neemt verantwoordelijkheden op die niet bij jou horen. Je lost graag problemen van collega's op, vindt het moeilijk om te delegeren en houdt erg van harmonie. Redders gaan niet graag conflicten aan.
De kunst is om de subtiliteit van de rollen in je werk te gaan zien. Dit kan alleen als je heel eerlijk naar jezelf kijkt en ziet dat je elke dag vele malen in de dramadriehoek zit. Waar gaat deze subtiliteit over? Bijvoorbeeld over de intonatie waarmee je de dingen zegt.
(...)
In de dramadriehoek spelen de volgende principes:
- Er is sprake van ongelijkwaardigheid. In elke rol voel jij je beter of minder dan de ander.
- Je legt de verantwoordelijkheid niet neer waar hij hoort. Als aanklager en slachtoffer schuif je de schuld op een ander af en neem je dus geen verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag. Als redder lukt het niet om je problemen daar te laten waar ze horen.
- Het gedrag is altijd onbewust.
Wanneer kun je stoppen met de dramadriehoek? Dit kan pas wanneer jij je bewust bent van je rol en wat je daarmee creëert. Vervolgens kun je uit de dramadriehoek stappen en verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag.
Het is ook aardig waar te nemen welke dramarollen mensen in je team innemen. Wanneer jij je bewust wordt wat anderen creëren, kun je beginnen met het stellen van effectieve vragen. Vragen om anderen bewust te maken van hun niet-effectieve gedrag en ze te coachen naar ander gedrag.
Bron: Hoe krijgen ze me zo gek? Marjan Haselhoff

Doede Keuning en Jan Eppink leggen een relatie tussen de drie kernproblemen van management en drie soorten beslissingen:

Het besluitvormingsproces bestaat uit vier hoofdfasen:
- Fase 1: het stellen van het probleem
- Fase 2: het ontwikkelen van alternatieven
- Fase 3: het aangeven van gevolgen van alternatieven
- Fase 4: het maken van een keuze (= beslissen)
(...)
Het maken van een onderscheid tussen verschillende soorten beslissingen is van belang, omdat algemene uitspraken en richtlijnen over één soort beslissingen niet van toepassing behoeven te zijn op een andere soort. Dit geldt ook voor het gebruik van technieken in het besluitvormingsproces.
(...)
In dit verband onderscheiden we:
-
Strategische beslissingen: beslissingen die betrekking hebben op het vormgeven van de relatie tussen de organisatie en de omgeving. Strategische beslissingen raken de hele organisatie.
-
Organisatorische beslissingen: beslissingen die betrekking hebben op het kiezen van een vorm (kiezen van de structuur) die de organisatie in staat stelt de gestelde doelen te bereiken. Bijv. het nemen van beslissingen over de verdeling van taken en bevoegdheden.
-
Operationele beslissingen: beslissingen die betrekking hebben op het zo goed mogelijk benutten van het potentieel aan middelen dat voor uitvoering van taken beschikbaar is. Het gaat om beslissingen over de voortgang van de uitvoeren activiteiten, of anders gezegd: op zich herhalende uitvoeringsproblemen die een zeker routinematig karakter hebben. Er moeten uitvoeringsnormen worden gesteld, er moet een uitvoeringsplanning worden gemaakt en ten slotte moet er gezorgd worden voor de regeling en controle door periodieke verslaglegging en rapportage.
Zie ook: Effectief organiseren volgens Keuning & Eppkink
Bron: Management & Organisatie - Theorie en toepassing, Doede Keuning, Jan Eppink