• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
Statistische concepten en hulpmiddelen: frequentieverdeling
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

frequentieverdeling

Een frequentie is het aantal malen dat een waarde van een variabele voorkomt. Door de aantallen te ordenen in een tabel of in een grafiek ontstaat een zogenaamde frequentieverdeling. Een grafiek waarmee een frequentieverdeling wordt weergegeven heet een histogram.

histogram frequentiepolygoon

De oppervlakte van de kolommen in een histogram is gelijk aan de relatieve frequentie van de gegroepeerde waarden. In tegenstelling tot het klassieke staafdiagram sluiten in een histogram alle kolommen tegen elkaar. De middelpunten van de staven van een histogram worden soms met elkaar verbonden. De curve die door deze lijn wordt gevormd, wordt een frequentiepolygoon genoemd.

Bij het doen van onderzoek moet je als onderzoeker vaak zelfs de klassen bepalen. Door het gebruik van klassen treedt verlies van informatie op, maar daar staat tegenover dat er meer inzicht in de waarnemingen ontstaat. Als vuistregel voor het aantal klassen kies je door de wortel te nemen van het totaal aantal waarnemingen. De klassen hoeven niet allemaal even groot te zijn. Hoe groter de klassen, hoe meer informatie verloren gaat. Vaak worden voor gebieden waar weinig waarnemingen zijn, de klassen wat breder gemaakt.

De klassenbreedte is gelijk aan het verschil tussen de bovengrens van een klasse en de ondergrens van een klasse. Het aantal waarnemingen dat in een klasse valt, is de absolute frequentie. Wanneer je frequentieverdelingen met een verschillend aantal waarnemingen wilt kunnen vergelijk, kun je gebruik maken van de relatieve frequentie.

relatieve frequentie frequentieverdeling

De laagste en hoogste waarde van de klasse noemen we de klassengrenzen. Klassen mogen elkaar niet overlappen. Het gemiddelde van de getallen die in een klasse kunnen voorkomen vormt het klassenmidden. Dit wordt ook wel gedefinieerd als de som van de onder- en bovengrenzen van een klasse, gedeeld door twee.

Wanneer er sprake is van ongelijke klassenbreedten, kun je de frequenties van waarnemingen niet direct vergelijken. Daarvoor zul je eerst de frequentie per gelijke eenheid moeten berekenen. Dit doe je door de frequentiedichtheid te berekenen, die onafhankelijk is van de gekozen klassenbreedte.

frequentiedichtheid

Door de frequentie van waarnemingen van verschillende klassen bij elkaar op te tellen, krijg je de cumulatieve frequentie.

Binnen Lean Six Sigma kun je een histogram gebruiken voor het visueel presenteren van data. Het doel van een histogram is het op een eenvoudige weergeven van de spreiding van gegevens. Door in het histogram ook de klantspecificaties op te nemen, zie je hoe het proces gecentreerd is rond de klantspecificaties en of de spreiding binnen de specificatielimieten valt. Het histogram geeft inzicht in de variatie in de data van een dataset en de ligging en geeft daarmee direct een indruk of het proces in staat is te voldoen aan de gestelde klanteisen ('procesprestaties').

Het histogram kan ook gebruikt worden om optisch te beoordelen of er sprake is van een normale verdeling. Bij een normale verdeling heeft het frequentiepolygoon een symmetrische klokvorm. Omdat de optische beoordeling subjectief is, is het vaak aan te bevelen om de gegevens weer te geven door middel van een normaliteitsplot (probability plot).

Om een histogram te maken, tel je de frequenties waarin de verschillende klassen (categorieën) voorkomen. Op de horizontale as geef je de relevante verdeling weer van de klassen. Elke klasse wordt vertegenwoordigd door een staaf ('balk'). Op de verticale as geef je de frequentie weer in absolute waarde of relatieve percentages. De hoogte van de weergegeven staven komt overeen met de frequentie van de betreffende klasse. Het is aan te bevelen een histogram alleen te gebruiken bij grotere datasets (tenminste 50-100 datapunten). Te kleine datasets leiden tot misleidende interpretaties. Als je meerdere pieken in het histogram ziet, kan de dataset te klein zijn of van meerdere metingen afkomstig. Als dat het geval is (her)overweg datastratificatie. Een 'gestratificeerd' histogram helpt om proceskenmerken te identificeren die mogelijk inzicht geven in mogelijke oorzaken van het probleem.

statistiek frequentieverdeling six sigma

De frequentie (f) van een bepaalde gebeurtenis is het aantal keren dat de gebeurtenis is voorgekomen. De term gebeurtenis moet men hier zeer ruim nemen: het kan het verkrijgen van 'kruis' zijn bij het gooien van een munt, maar ook het vinden van iemand die in de klasse 'blond haar' valt, een proefwerkcijfer van een 7 gehaald heeft of een lengte tussen 170 en 179 heeft.

(...)

Een frequentieverdeling is een weergave van een aantal categorieën of klassen met de bijbehorende frequenties. Een frequentieverdeling is dus gebaseerd op de uitkomsten van een onderzoek. Het totaal aantal onderzochte personen (vaak aangeduid met de letter (n) dient onderaan de tabel te worden vermeld. Een frequentieverdeling kan weergegeven worden in een tabel, of in een figuur of grafiek. ... Veel gebruikte grafische vormen zijn het kolommendiagram, taartpuntdiagram en staafdiagram die alle gebruikt worden voor kwalitatieve gegevens als haarkleur, beroep, en dergelijke; voor het weergeven van numerieke gegevens gebruikt men het histogram, het stamdiagram en de frequentiepolygoon.

 

statistiek frequentieverdeling six sigma

Frequentieverdelingen

Wanneer we een groot aantal gegevens hebben verzameld ten behoeve van een bepaald onderzoek dan is het doorgaans noodzakelijk dat deze gegevens nader bewerkt worden. Het op overzichtelijke wijze presenteren van deze gegevens is hierbij belangrijk. Om personen die niet betrokken zijn geweest bij het onderzoek een idee te geven van de resultaten, is het vaak nuttig om de gegevens te verwerken in een tabel of een grafiek.

Op deze manier kan een zeker overzicht van de betrokken variabelen verkregen worden, waardoor het patroon van de gegevens tot uiting komt. Voordat van een hoeveelheid 'losse' gegevens een tabel of een grafiek vervaardigd kan worden, is het noodzakelijk deze te ordenen.

Hierbij wordt de verzameling van mogelijke uitkomsten verdeeld in een aantal intervallen of groepen, die we klassen zullen noemen. Het in een klasse verdelen van het totale bereik van de variabele noemt men het maken van een klasse-indeling.

(...)

Bij het maken van een correcte klasse-indeling moet erop gelet worden dat rekening gehouden wordt met alle mogelijke uitkomsten van de betrokken variabele. Voor elke uitkomst moet een plaats zijn. Anderzijds moet ervoor gewaat worden dat er geen overlappingen plaatsvinden waardoor een bepaalde uitkomst in meer dan één klasse thuishoort. Een klasse-indeling die alle mogelijkheden overdekt maar geen overlappingen kent, noemen we een categorisch systeem.

Zodra er een dergelijke indeling in klassen gemaakt is, kan er 'geturfd' worden. Op deze manier kan worden vastgesteld hoe vaak er een waarneming behorend tot een bepaalde klasse verricht is. Het aantal waarnemingen in een bepaalde klasse noemt men de frequentie. De verdeling die aldus voor de klassen ontstaat, noemt men een frequentieverdeling.

(...)

Relatieve frequeties

... Nadat er een indeling in klassen tot stand is gekomen, kunnen de waargenomen uitkomsten geteld worden. Hierdoor ontstaan absolute frequenties. De som van de frequenties is uiteraard gelijk aan het totaal aantal waarnemingen.

Wanneer we de frequentie per klasse delen door het totale aantal waarnemingen, ontstaan relatieve frequenties. Relatieve frequenties kunnen van belang zijn bij het vergelijken van verschillende frequentieverdelingen.

statistiek frequentieverdeling six sigma

Frequentieverdeling

De frequentie is het aantal keren dat een verschijnsel voorkomt. Bijvoorbeeld: er deden 20 mannen en 40 vrouwen mee aan het onderzoek. Als je alle frequenties in een tabel zet, heb je een frequentieverdeling. Het doel van de frequentieverdeling is om de resultaten van het onderzoek overzichtelijk weer te geven. We onderscheiden vier soorten frequentieverdelingen:

  • ongegroepeerde frequentieverdeling
  • gegroepeerde frequentieverdeling
  • relatieve frequentieverdeling
  • cumulatieve frequentieverdeling

Ongegroepeerde frequentieverdeling
Een ongegroepeerde frequentieverdeling wordt gebruikt wanneer van een variabele slechts weinig waarden voorkomen, zoals bij de vraag ‘Wat is uwleeft ijd?’ in een klas propedeuse-studenten van een hbo-instelling. Als van een variabele veel verschillende waarden voorkomen, is een ongegroepeerde frequentieverdeling niet overzichtelijk; zodra een variabele meer verschillende waarden kan aannemen, neemt de overzichtelijkheid van de tabel af.

(...)

Gegroepeerde frequentieverdeling
Als een variabele veel voorkomende waarden heeft en de waarde in groepen kan worden ingedeeld, ligt het voor de hand om te kiezen voor een gegroepeerde
frequentieverdeling.

Bij een gegroepeerde frequentieverdeling zet je de frequentie van een groep in een tabel. De frequentie van een groep of klasse is het totaal van de frequenties
van de afzonderlijke waarden die tot een bepaalde klasse behoren.
Als je bijvoorbeeld aan 150 verschillende mensen in een supermarkt hebt gevraagd ‘Wat is uw leeftijd?’, is de kans groot dat je veel verschillende
waarden hebt. In deze situatie ligt het voor de hand om de waarden in
klassen in te delen, zoals in tabel 8.3.

(...)

Relatieve frequentieverdeling
Als je groepen wilt vergelijken, kun je de relatieve frequentieverdeling nemen. Bij een relatieve frequentieverdeling laat je de frequenties van de verschillende klassen als een percentage zien.

(...)

Cumulatieve frequentieverdeling
De cumulatieve frequentieverdeling geeft het totale aantal frequenties weer dat zich onder een bepaalde klassengrens bevindt. Je telt als ware de frequenties tot dan toe bij elkaar op. Je doet dit om te weten welk deel van een verdeling onder een bepaalde waarde ligt. De meting moet wel op minstens ordinaal niveau zijn. Je zet de vragen in de rijen en de antwoordmogelijkheden in de kolommen van een tabel.

(...)

Ook is het mogelijk om een kruistabel te maken, waarin meerdere variabelen tegenover elkaar staan. Door de resultaten in een kruistabel te zetten, wordt het verband tussen de variabelen zichtbaar.

De onafhankelijke variabele zet je in de kolommen, de afhankelijke in de rijen. Verticaal percenteer je tot 100%, zodat je gemakkelijk kunt vergelijken. Daarna kun je met een chi-kwadraattoets onderzoeken of het verband tussen de variabelen significant is.

Zie ook: LSS: Probability Plot (normaliteitsplot)

Bron:

Laatst aangepast op zondag, 15 april 2018 11:33  
Magische doelen volgens Mathieu Weggeman, Gert Wijnen & Rudy Kor
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

magie doelen doel stellen goal setting

Mathieu Weggeman, Gert Wijnen en Rudy Kor beschrijven in hun boek Ondernemen binnen de onderneming, essenties van organisatie het MAGIE-model voor doelen:

missie mathieu weggeman gert wijnen rudy kor

Het formuleren van doelen

Het formuleren van doelen is een activiteit, of liever een reeks activiteiten die moet leiden tot de identificatie van doelen die de organisatie wil bereiken. In het algemeen geldt dat doelen Meetbaar, Acceptabel, Gecommuniceerd, Inspirerend en Engagerend moeten zijn. Samengevat in het acroniem: MAGIE

(1) Meetbaar

Meetbaar wil zeggen dat op de een of andere manier vastgesteld kan worden in welke mate de doelen zijn bereikt. Onze stelling is dat ieder doel meetbaar te maken is, als er tenminste genoeg moeite voor gedaan wordt om zowel een goede norm als een zo objectief mogelijke meetmethode te vinden is, die door de meeste betrokkenen geaccepteerd worden; bij gebrek aan beter of omdat het de best denkbare is.

(...)

(2) Acceptabel

Acceptabel houdt in dat medewerkers hun inspanningen willen richten op het bereiken van de geformuleerde doelen. Doorgaans zullen ze daartoe eerder geneigd zijn als die doelen uitdagend maar haalbaar zijn.

(...)

(3) Gecommuniceerd

Gecommuniceerd moet er worden over de doelen: telkens weer en op alle niveaus. Ten eerste dienen alle betrokkenen de doelen die ze verondersteld worden na te streven te kennen. ... Op de tweede plaats dienen goed geformuleerde en gecommuniceerde doelen in de tijd te faseren te zijn. Voortdurend zal kenbaar gemaakt moeten worden hoe het met de realisatie van de doelen in de tijd staat.

(4) Inspirerend

Doelen zijn inspirerend als de medewerkers een duidelijk verband kunnen zien tussen de missie van de organisatie en de daaruit voortvloeiende doelen. Dit onder de aanname dat ze lid zijn van de organisatie omdat het mission statement daarvan aansluit bij hun persoonlijke doelen. Alleen doelen die via een ongecompliceerde vertaalslag uit de missie afgeleid zijn, kunnen medewerkers inspireren.

(5) Engagerend

Doelen zullen engagerend zijn als mensen zich eraan willen en kunnen commiteren. Engagement en commitment ontstaan wanneer mensen een aantal eigen, persoonlijke doelen kunnen nastreven. Kenmerkend voor persoonlijke doelen is dat ze per individu verschillen en veelal gericht zijn op individuele idealen als zinvol bezig zijn, machtsuitbreiding, statusvergroting, weg van huis zijn, onder de mensen zijn, geld verdienen en de wereld verbeteren. Ze hoeven niet identiek te zijn aan de organiastiedoelen.

Bron: Ondernemen binnen de onderneming, essenties van organisatie, Mathieu Weggeman, Gert Wijnen & Rudy Kor

Laatst aangepast op maandag, 18 december 2017 21:38  
Geluk volgens Abraham Lincoln
Gepubliceerd in Citaten: omdenken
E-mail Afdrukken

citaat

Most people are about as happy as they make up their minds to be.

Abraham Lincoln

Laatst aangepast op woensdag, 04 september 2013 19:46  
Managementlessen met Monty Python
Gepubliceerd in Management
E-mail Afdrukken

In zijn wekelijkse column in Intermediair van 27 mei 2011 introduceert Ben Tiggelaar de volgende lessen over management

Volgens Ben Tiggelaar creëren managementdenkers vaak een tegenstelling tussen leiderschap en management. "Leiderschap is iets met visie, richting en strategie; zeg maar de belangrijke en spannende dingen waar ceo's graag over praten. Management daarentegen is iets met beheer en uitvoering; het gedoe op en rond de werkvloer. Leiderschap is in de ogen van deze denkers iets verhevens; dáár gaat het eigenlijk om. Management is iets secundairs."

Ben Tiggelaar verwijst naar twee Monty-Pythonklassiekers: de '1.500 meters for the deaf' (hardlopers staan klaar en blijven staan omdat niemand het startschot hoort) en '100 yards for people with no sense of direction' (iedereen rent na het startschot een andere kant uit) om aan te tonen dat het onverstandig is leiderschap en management los van elkaar te zien.

Tiggelaar merkt hierbij op: "Iedereen met een beetje werkervaring herkent beide situaties. Richting zonder actie. En actie zonder richting. Oftewel: leiderschap zonder management. En management zonder leiderschap."

Bron: "Deze managementlessen haal je uit Monty Python", column Ben Tiggelaar in Intermediair, 27 mei 2011

Laatst aangepast op woensdag, 03 januari 2018 10:00  
Johari-window volgens René ten Bos & Marcel van der Ham
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

johari window venster feedback

René ten Bos en Marcel van der Ham beschrijven in het boek De manager - leer- en praktijkboek het concept van de Johari-window als model bij het geven van feedback:

doelen stellen rené bos marcel ham

Feedback is iedere vorm van communicatie die iemand ontvangt naar aanleiding van zijn gedrag

(...)

Om effectieve feedback te kunnen geven moet men beschikken over goede luistervaardigheden en vooral moet er een openhartige en ondersteunende werksfeer zijn.

Het zogeheten Johari-window is een model waarin de verschillende aspecten die een rol spelen bij het feedbackproces inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Dit model toont aan dat de samenwerking tussen twee personen gebaat is bij wederzijdse openheid en feedback. Het uitgangspunt ervan is de informatie over gedrag waarover een persoon zou kunnen beschikken. Deze informatie kan over vier velden worden verdeeld. Ieder veld beschrijft een bepaalde situatie die een invloed heeft op de wijze waarop mensen op elkaar reageren.

(1) Open ruimte

In het eerste veld staat alle gedrag dat niet alleen bekend is aan een bepaalde persoon x, maar ook aan andere personen. Iedereen heeft toegang tot deze informatie en kan er vrijelijk naar kijken of de informatie in kwestie van belang is voor het onderwerp dat aan de orde is.

(2) Blinde vlek

In het tweede veld staat alles wat persoon x niet over zichzelf weet, maar wat anderen wel over hem weten of van hem vinden. Het betreft die aspecten van het gedrag die persoon x zelf niet kent, maar die anderen wel kennen. Dit betekent dat anderen handelen op grond van opvattingen, informatie en kennis waarover x zelf niet beschikt. Dit impliceert altijd een handicap in de samenwerking tussen x en de anderen, daar x de handelwijze van anderen slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet begrijpt.

(3) Verborgen gebied

In het derde veld staat alles wat x wel weet over zichzelf, maar wat anderen niet weten. X wil deze informatie ook het liefst voor zichzelf houden. Ook dit heeft een nadelig gevolg voor de onderlinge samenwerking, zij het dat dit nadeel omgekeerd is aan het 2e veld. Wat het daar nog zo dat x het gedrag van anderen niet begreep, hier is het zo dat anderen het gedrag van x niet begrijpen. X heeft geen behoefte om zichzelf in relatie tot anderen bloot te geven.

(4) Onbekend gebied

In het vierde veld wordt alles ondergebracht wat zowel x als aan anderen onbekend is, maar wat wel van invloed is op de wijze van samenwerken. Hier worden vooral de diepere lagen van iemands persoonlijkheid ondergebracht. Men zou dit het 'onbewuste' van x kunnen noemen waarmee x zelf en ook de anderen onbekend zijn.

(...)

De velden zijn niet statisch omdat relaties tussen personen zich ontwikkelen. (...) Belangrijk voor een goed begrip van het Johari-window is dat als een bepaald veld groter wordt, een ander veld dan kleiner wordt of alle andere velden kleiner worden.

(...)

De boodschap van het Johari-window is dat een organisatie gebaat is bij een zo groot mogelijke open ruimte (veld 1). Ofwel: hoe meer openheid, hoe beter.

: De manager - leer- en praktijkboek, René ten Bos & Marcel van der Ham

Bewaren

Laatst aangepast op maandag, 18 december 2017 21:38  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Courage is what it takes to stand up and speak; courage is also what it takes to sit down and listen.

Winston Churchill

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 235 gasten online
Artikelen

kaizen robert maurer kleine stapjes

Banner
Banner

18 minutes get the right things done find focus peter bregman

18 Minutes
Find Your Focus, Master Distraction And Get The Right Things Done
Peter Bregman

Bij Bol.com

Lean boekentips

Banner