
In het boek Beheer van informatiesystemen definieert Maarten Looijen de begrippen informatiesysteem en informatievoorziening op onderstaande wijze:

[Een geautomatiseerd informatiesysteem is het] geheel van apparatuur met daarbijbehorende basisprogrammatuur en toepassingsprogrammatuur, gegevensverzamelingen, procedures en personen voor het kennen en/of besturen/ondersteunen van reële systemen ofwel bedrijfsprocessen. De apparatuur, programmatuur etc. zijn te beschouwen als de informatiesysteemcomponenten.
Vijf componenten van het geautomatiseerde informatiesysteem:
-
Apparatuur.
-
Programmatuur (basis en toepassing).
-
Gegevensverzamelingen.
-
Mensen.
-
Procedures.
Een applicatie duidt op dat deel van het informatiesyteem dat de toepassingsprogrammatuur en de daarbij behorende gestructureerde gegevensverzamelingen omvat. Dit deel vertegenwoordigt de functionaliteiten van het informatiesysteem.
In de praktijk wordt applicatie ook wel gebruikt om daarmee een informatiesysteem in zijn totaliteit weer te geven. (...) Zonder een goede definitie geeft het gebruik van de term applicatie aanleiding tot misverstanden.
Informatievoorziening is het geheel aan activiteiten dat voor een organisatie moet worden uitgevoerd om iedereen de informatie te verstrekken die nodig is om toegewezen functies te vervullen. In dat verband is informatievoorziening een organisatorisch begrip. Binnen de informatievoorziening bevinden zich informatiesystemen.
Bron: Beheer van informatiesystemen


Charles Principe
Om te illustreren hoe snel de veranderingen gaan, introduceert Ralf Knegtmans in zijn boek Agile talent het Charles Principe, vernoemd naar Charles Darwin. 'Vroeger had je het Peter Principe, het principe dat je werd gepromoveerd tot je eigen incompetentie. Dat was al ernstig. Nu heb je het Charles Principe: als je je niet aanpast, en onvoldoende leervermogen hebt, wordt je incompetent voor je eigen baan.
(...)
Leervermogen wordt in de toekomst selectiecriterium nummer 1. Het is noodzakelijk voor bedrijven om mensen binnen te halen die niet alleen nu, maar ook morgen en overmorgen voldoen. Het leervermogen wordt dus alleen maar belangrijker. ... Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het potentieel van kandidaten beter in beeld kan worden gebracht en de voorspellende waarde van toekomstig succes toeneemt als je ook de persoonskenmerken en individuele drijfveren van kandidaten in de selectie betrekt.
Bron: Managementboek Magazine, december 2016