• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
www.eenblogjeom.nl
LSS: 5S
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

5s seiri seiton seiso seketsu shitsuke lean

Binnen Lean staat 5S voor een aanpak - bestaande uit vijf stappen die allemaal beginnen met een S - gericht is op het optimaal inrichten van een werkplek. Het uitgangspunt is hierbij dat een opgeruimde, goed ingerichte werkplek veiliger, efficiënter en kwalitatief beter werken mogelijk maakt. 5S kan worden ingezet in de Improve-fase bij het genereren van oplossingen is 5S.

5S is een methode gericht op het creëren en onderhouden van een georganiseerde, opgeruimde en efficiënte werkomgeving. De 5S-en zijn gekoppeld aan het concept van just-in-time dat erop gericht is gereedschappen en materiaal aan te bieden die je nodig hebt voor de functie alleen op het moment dat je ze nodig hebt.

5S vormt een stappenplan voor het inrichten van de werkplek die bovendien een goede basis vormt voor continu verbeteren. De vijf stappen van 5S zijn:

  1. Scheiden (Seiri): wat heb je écht nodig en wat kan weg? Materialen en objecten die niet direct noodzakelijk zijn, kun je voorzien van een rode stip of label (red tagging). Breng deze gedurende een bepaalde periode onder in een gemarkeerde zone (red zone) en benoem eventueel een 'veilingmeester'.

  2. Schikken (Seiton): wat is de vaste plaats en hoeveelheid van alles wat nodig is? Geef alles een plaats en zorg dat alles op zijn plaats blijft, bijvoorbeeld gebruik te maken van een zogenaamd shadow board in de vorm van een gereedschapsbord met voorgevormde afbeeldingen van de gereedschappen. Door de noodzakelijke artikelen op een goede manier te schikken, zijn deze gemakkelijk te vinden op de werkplek. Tijdens het schikken krijgen alle artikelen een vaste plaats, waarbij rekening wordt gehouden met de frequentie van gebruik, ergonomie en hygiëne.

  3. Schoonmaken (Seiso): de werkplek is na het schikken opgeruimd, maar nog niet schoon, maak de werkplek en machines schoon en zorg ervoor dat alles schoon blijft. Deze stap stopt niet met alleen het fysiek schoonmaken van de werkplek. Ook het maken van schoonmaakroosters, het elimineren van oorzaken van storingen (vervelend geluid, hinderlijk licht e.d.) en vervuilingsbronnen behoren tot deze stap. Beschrijf de procedures (incl. inspecties) voor de reguliere schoonmaak, maak vervolgens een schema en verspreid dit en definieer de verantwoordelijkheden.

  4. Standaardiseren (Seketsu): ook al is de werkplek nu schoon, opgeruimd, ordelijk en georganiseerd, 5S stopt hier nog niet. Het is ook de bedoeling dat de werkplek georganiseerd blijft, door medewerkers (roulerend) verantwoordelijk te maken voor specifieke items. Door gebruik te maken van visuele hulpmiddelen zoals belijningen, kleuren etc. wordt het in stand houden van een georganiseerde werkplek vereenvoudigd. Maak dus afspraken, regels en voorschriften om de werkplek ordelijk te houden. Creëer een consistente procedure voor alle zaken die periodiek moeten worden uitgevoerd en train mensen hierin.

  5. Standhouden (Shitsuke) - ook wel 'stug volhouden', 'systematiseren' genoemd: doorloop opnieuw de vorige vier stappen om de werkomgeving en -methodes te blijven verbeteren (stimuleer systematisch verbeteren). Integreer de 5S-mentaliteit in het alledaagse werk en in alle processen.

De kern van 5S is dat het leidt tot het verminderen van verspilling op de werkvloer door goed ingerichte werkplekken en dat door visueel management direct zichtbaar wordt als er afwijkingen zijn van de standaard. Anders gezegd: de richtlijnen zijn er om een werkplek zodanig in te richten dat een visueel gestuurde, lean productie mogelijk is. Alles is erop gericht op het opgeruimd, georganiseerd en schoon houden van de werkplek.

Soms wordt 'Safety' toegevoegd als zesde S.

Zie ook: (C)lean desk met 5 S'en

Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 08:05  
LSS: rollen binnen LSS + Tollgate review
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

rollen binnen six sigma

De aansturing van procesverbeterprojecten vindt in het algemeen plaats vanuit het management. Lean Six Sigma hanteert een specifieke onderverdeling welke is gebaseerd op de vechtsport Karate. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt in verschillende 'belts' die staan voor de verschillende gradaties van de mate van beheersing van de Lean Six Sigma-beoefenaar.

Binnen Lean Six Sigma worden de volgende rollen onderkend:

  1. Champion: lid van het directie-/managementteam die overtuigd is van de voordelen van Lean Six Sigma en actief de Lean Six Sigma-filosofie promoot. De champion - ook wel sponser genoemd - zorgt ervoor dat de projecten ongehinderd voortgang kunnen hebben en helpt Black Belts bij het selecteren van de juiste processen en zorgt er bovendien ook voor dat de projecten steeds in dezelfde lijn liggen met de strategische doelen van de organisatie en stuurt indien nodig bij. De Champion heeft voldoende autoriteit om de mensen en middelen beschikbaar te stellen voor het Lean Six Sigma-project. De champion is vaak ook de proceseigenaar, denk bijvoorbeeld aan het hoofd van een afdeling waarop een Six Sigma project wordt uitgevoerd door een Black of Green Belt. De opdracht van de betreffende Belt is dan om in opdracht van de proceseigenaar uit te zoeken hoe 'zijn' of 'haar' proces beter kan. De Er worden twee soorten champions onderscheiden: de deployment champion en de project champion. De eerste zorgt voor de implementatie van het Lean Six Sigma-traject, terwijl de tweede zorgt voor de voortgang van de verschillende projecten.

  2. Master Black Belt (MBB): functie bedoeld om de champion te assisteren bij de implementatie, de organisatie van de training en de projectselectie. De MBB is eindverantwoordelijk voor de implementatie van Lean Six Sigma en de losse Lean Six Sigma projecten. De MBB beschikt over uitgebreide kennis van Lean Six Sigma en is uitermate goed in staat om Black belts en Green belts te trainen en te coachen. MBB's zijn de in-house experts in Lean Six Sigma-tools en -methodologie. Het is belangrijk dat het een zeer ervaren man of vrouw is met oog voor de 'zachte' kanten van de projecten, zoals motivatie, coaching en leiderschapsstijlen. Vijf jaar als BB is een vereiste om de functie te kunnen uitvoeren..

  3. Black Bets (BB): de uitvoering van het verbeterprogramma ligt in handen van de BB's, die bijna al hun tijd besteden aan het uitvoeren van projecten, hoewel ze ook een (klein) gedeelte van hun tijd besteden aan de training van GB's. De BB inspireert, regelt, delegeert en coacht collega's, en is een expert in instrumenten om problemen te beoordelen, en processen en producten vast te leggen of te ontwerpen.

  4. Green belts (GB): de GB's ondersteunen de BB's bij de uitvoering van projecten. Daarvoor zijn ze getraind in een aantal methoden en technieken. Zij spreken de taalvan Lean Six Sigma en zijn datagericht. Zij vormen als het ware de kritische massa binnen een organisatie, die de Lean Six Sigma-filosofie verder uitdraagt. Een Green Belt is iemand met voldoende kennis van Six Sigma, om te kunnen participeren in Six Sigma projecten. Bijvoorbeeld in een team onder leiding van een Black Belt. Een Green Belt kan ook zélf optreden als projectleider van een klein DMAIC-project, dat wordt uitgevoerd naast de normale werkzaamheden.

  5. Yellow belts (ook wel Orange Belts): mensen op operationeel niveau met een eendaagse training in de basisprincipes van Six Sigma. Een Yellow Belt kan specifieke taken uitvoeren binnen projecten. Yellow Belts zijn vaak teamleden van een DMAIC-project die voor een project een praktijkgerichte training krijgen in de Lean Six Sigma methode, zodat ze op de hoogte zijn van de basisprincipes. Door de teamleden op te leiden tot Yellow Belt hebben ze een goed beeld van de tools en technieken die gebruikt worden tijdens het project. Een Yellow Belt kan ook zelfstandig een 'mini-project' starten (onder begeleiding van een Black-belt). Dit zijn over het algemeen kleine verbeterprojecten in relatie tot de eigen werkomgeving.

De rollen variëren dus van uitvoerende medewerkers tot het topmanagement, die zorgt voor de juiste kennis, middelen en mandaat. De hiërarchie binnen een organisatie staat los van de Lean Six Sigma functies. Het kan dus zo zijn dat een lijnmanager de champion is van een project, terwijl zijn manager Yellow Belt is.

In aanvulling op bovenstaande rollen, is ook de rol van de proceseigenaar van belang. De proceseigenaar is de lijnmanager die verantwoordelijk is voor het proces dat verbeterd moet worden. Hij of zij initiëert over het algemeen individuele projecten en vervult daarmee de rol van houder van de businesscase. De proceigenaar levert de kennis en maakt capaciteit vrij voor het project en borgen de resultaten. Hij ondersteunt de Black Belt en/of Green Belt(s) en voert de oplossing blijvend in.

Binnen een Lean Six Sigma-project controleert de lijnmanager het project tussen elke (DMAIC-)fase. Dit heet het uitvoeren van een tollgate review. De tollgate review dient verschillende doelen:

  • Informeren van de Sponser en andere betrokkenen over de bereikte resultaten van het team: inzichten resultaten 'so far'
  • Beoordelen of het project nog steeds belangrijk is voor de organisatie: terugkoppeling naar uitgangspunt.
  • Coördineren vervolgstappen en, indien nodig, aanpassen van de projectscope.
  • Nemen van 'Go/no go'-beslissing om al dan niet door te gaan naar de volgende fase.
  • Bepalen wat nodig is voor de volgende fase; wat kan het management doen om eventuele obstakels voor het team weg te nemen

 

Laatst aangepast op zondag, 31 december 2017 08:03  
DMAIC: Analyze
Gepubliceerd in Lean Six Sigma
E-mail Afdrukken

 

dmaic analyze lean six sigma

In de Measure-fase is een beeld verkregen van de huidige status van het proces en de aard en omvang van het probleem. In De Analyze-fase beoordeel je het huidige proces en probeer je op basis van verdere analyse de hoofdoorzaken te achterhalen van de gesignaleerde problemen.

Op basis van proces- en grafische/statistische data worden eerst alle mogelijke oorzaken verzameld. Je identificeert eerst alle mogelijke invloedsfactoren.  Door verdere analyse en toepassing van statistische methoden, probeer je de uitgebreide lijst met mogelijke oorzaken in te perken tot een klein aantal grondoorzaken (ook wel de Vital Few of Red X's genoemd).

Voor het ontdekken en valideren van de grondoorzaken zijn twee soorten analyses nodig. In de eerste plaats neem je de data die verzameld werd in de Measure-fase verder onder de loep. Deze analyse wordt de data-analyse genoemd. Daarnaast onderzoek je ook de waardestroom op mogelijke verspilling (procesanalyse). Het uitvoeren van data-analyse wordt ook wel de 'datadeur' genoemd en het analyseren van de waardestroom (procesanalyse) de 'procesdeur'.

De essentie van de Analyze-fase kan als volgt worden gevisualiseerd:

dmaic analyze lean six sigma essentie

Bij de data-analyse verifiëer je de mogelijke grondoorzaken met behulp van grafische en statistische technieken, zoals het toepassen van (a) tabellen, grafieken en kengetallen om de gegevens samen te vatten en te presenteren, (b) regressieanalyse om de relatie te onderzoeken van invloedsfactoren op het resultaat, en (c) het uitvoeren van hypothesetesten om aan te tonen welke hoofdoorzaken statistisch significant zijn.

Bij procesanalyse wordt de nadruk gelegd op het onderzoeken van de efficiëntie van het proces. Dit doe je met instrumenten die gebruikt kunnen worden voor het analyseren van risico's, het identificeren van verspillingen en het onderscheiden van activiteiten die waarde toevoegen en activiteiten die geen waarde toevoegen. Het gaat vaak om de meer Lean-georiënteerde technieken, zoals: Ishikawa, FMEA, VSM, Process Mapping, 5x Why, VA vs NVA, Lean-metrics (Little's law, Taktijd, PCE). De belangrijkste analytische tool voor procesanalyse is de VSM. Met een VSM visualiseer je het proces op papier en beoordeel je vervolgens voor processtappen of ze waardetoevoegend of niet-waardetoevoegend zijn.

Data- en procesanalyse zijn erop gericht het probleem/proces te doorgronden en de oorzaken te vinden van de procesvariabiliteit. Het doel is vast te stellen wat de hoofdoorzaken zijn en hoe deze het probleem beïnvloeden. Hierbij zoek je dus naar de causale verbanden tussen invloedsfactoren (X'en) en de output (Y) en onderbouw je dit met feiten. De gevonden relaties tussen input (X) en output (Y), verklaren niet alleen hoe het komt dat de huidge prestaties zijn zoals ze zijn, maar vormen ook de basis voor het in de Improve-fase zoeken naar de oplossing(en). Anders gezegd: de gevonden grondoorzaken geven aan wat de korte-, middellange- en langetermijnkansen zijn voor het verbeteren van het proces.

Laatst aangepast op donderdag, 04 januari 2018 05:48  
5 wetten van systeemdenken
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

system thinking systeemdenken senge

In het boek De HR Scorecard - het meten van strategie, mensen en prestaties beschrijven Brian E. Becker, Mark A. Huselid & Dave Ulrich een aantal relevante 'wetten van systeemdenken' van Peter Senge:

systeemdenken senge wetten becker huselid

(1) De problemen van vandaag komen voort uit de 'oplossingen' van gisteren.

Problemen die in het ene deel van het bedrijf 'opgelost' werden, duiken vaak als nieuwe problemen op in een ander deel van het bedrijf.

 

(2) Via de gemakkelijkste uitweg komt men meestal ook weer binnen

Een belangrijk voordeel van systeemdenken is dat het ons helpt problemen vanuit een andere hoek te bezien. Veel te vaak zoeken we ons heil bij voor de hand liggende en vertrouwde oplossingendie in het verleden ook gewerkt hebben.

 

(3) Oorzaak en gevolg liggen niet dicht bij elkaar in ruimte en tijd

Deze wet is van toepassing op het verschil tussen voortgangsindicatoren en resultaatindicatoren (indicatoren die aangeven of men op de goede weg zit en indicatoren die achteraf het resultaat aangeven). Deze afstand tussen oorzaak en gevolg bij de drijvende factoren van beleid, doet geen afbreuk aan hun uiteindelijke invloed, maar maakt het wel moeilijk die invloed vast te stellen en te meten. Veel managers kijken voornamelijk naar de conventionele, financiële prestatiemetingen, en dat zijn achteraf-indicatoren (resultaatindicatoren). Ze proberen financiële problemen vaak op te lossen door onmiddellijk in de kosten te snijden in plaats van de wortels van het probleem te zoeken. Onder druk van de kortetermijneisen kiezen ze voor een snelwerkend 'lapmiddel', om dan achteraf te ontdekken dat die oplossing niet werkt of zelfs het oorspronkelijke probleem erger maakt.

 

(4) De plaats waar ingrijpen het grootste effect heeft, zijn vaak het slechts zichtbaar

Ervaren systeemdenkers zoeken steeds naar de minst voor de hand liggende oplossing voor een probleem.

 

(5) Als je een olifant doormidden snijdt, krijg je niet twee kleine olifanten.

Je krijgt wel een bloederige toestand. Met andere woorden, als je een systeem tracht te ontleden omdat je de onderdelen ervan afzonderlijk wilt kunnen bestuderen, bestaat de kans dat je het daarmee vernietigt. Organisaties zijn complexe systemen waarin interacties plaatsvinden binnen en tussen veel verschillende subsystemen. Je kunt een organisatie dus het best in haar geheel proberen te begrijpen. Maar de meeste managers zien de meeste subsystemen van hun bedrijf als functies en beperken hun aandacht tot het eigen terrein. De leiders van deze functies 'zien misschien heel duidelijk wat de problemen van het bedrijf zijn, maar ze zien zelden de wisselwerking tussen het beleid van hún afdeling en dat van andere. Zoals Senge het uitlegt, het zijn de plaatsen waar verschillende systemen en delen van een systeem op elkaar ingrijpen, die de problemen veroorzaken én die de plaatsen zijn van waaruit verandering met het meeste effect ingevoerd kan worden. Verschillende systeeminteracties zullen op verschillende momenten meer of minder belangrijk zijn, afhankelijk van de situatie. Bekwame managers die meer willen zijn dan administratieve krachten, weten welke interacties hun aandacht het meest behoeven en op welk moment.

 

Bron: De HR Scorecard - het meten van strategie, mensen en prestaties, Brian E. Becker, Mark A. Huselid & Dave Ulrich

 

Laatst aangepast op zaterdag, 12 juni 2021 13:21  
Pareto-principe volgens Stoffels, Roozendaal, Geskes & Clement
Gepubliceerd in Bluff Your Way Into
E-mail Afdrukken

Pareto-principe Pareto-analyse Pareto Vilfredo 80-20 lean

Stoffels, Roozendaal, Geskes en Clement beschrijven in hun Compendium Management Non-Profit Organisaties het Pareto-principe als volgt:

pareto principe

Het Pareto-principe is de gedachte dat van een verzameling elementen slechts een relatief beperkt aantal het belang van het totaal uitmaakt.

De Italiaan Pareto ontdekte in de negentiende eeuw, dat er van een groep elementen altijd maar enkele bepalend zijn voor de belangrijkheid van het geheel. Dit verschijnsel - het principe van Pareto genoemd - is door veel onderzoek nadien bevestigd en nader uitgewerkt. Daarbij is komen vast te staan, dat meestal slechts 20% van de elementen van vitaal belang is, doordat zij circa 80% van de belangrijkheid van het geheel uitmaakt, terwijl de overige 80% van de elementen triviale (normale, alledaagse) betekenis heeft, doordat zij slechts 20% van het belang vormt. Het principe van Pareto heeft dan ook in de latere jaren betekenis gekregen als de 80/20-regel, alhoewel de betekenis van de formule niet al te exact moet worden opgevat. Vaak kan de verdeling 75/25 of 85/15 zijn.

Bron: Compendium Management Non-Profit Organisaties, A.L.J. Stoffels, G.J.C. Roozendaal, E. Geskes, J.M. Clement

Laatst aangepast op vrijdag, 01 februari 2019 20:59  


JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

 

De kapitein die zeilt zonder doel klaagt voortdurend dat de wind uit de verkeerde hoek komt.

Seneca

Banner

Archief

Lean boeken top 5

(maart 2016)
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

We hebben 76 gasten online
Artikelen

excellence aristoteles

Banner
Banner

systemisch coachen yvonne stams peter dalmeijer

In 10 stappen systemisch coachen
Pas eenvoudig(e) systemische vormen toe in coaching
Peter Dalmeijer, Yvonne Stam

Bij Bol.com | Managementboek

Lean boekentips

Banner